cisplatine

Samenstelling

Cisplatine XGVS Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
1 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 10 ml, 25 ml, 50 ml, 100 ml

Bevat tevens: natrium 3,5 mg/ml.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

cisplatine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor de behandeling van testiscarcinoom staat op oncoline de verwijzing naar de geldende EAU behandelrichtlijn (2019) met de plaats van cisplatine daarbij.

Voor de behandeling van ovariumcarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van cisplatine daarbij.

Voor de behandeling van blaascarcinoom staat op nvu.nl de geldende behandelrichtlijn met de plaats van cisplatine daarbij.

Voor de behandeling van niet-kleincellig longcarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van cisplatina daarbij.

Voor de behandeling van kleincellig longcarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van cisplatine daarbij.

Voor de behandeling van cervixcarcinoom staat op oncoline de geldende behandelrichtlijn met de plaats van cisplatine daarbij.

Indicaties

Als monotherapie of in combinatietherapie bij uitgebreide of gemetastaseerde:

  • testiscarcinoom;
  • ovariumcarcinoom;
  • blaascarcinoom;
  • niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC);
  • kleincellig longcarcinoom (SCLC);
  • plaveiselcelcarcinoom van hoofd en hals.

In combinatie met radiotherapie:

  • cervixcarcinoom.

Dosering

Zorg in verband met de kans op nefrotoxiciteit voor adequate i.v. hydratie 6–12 uur vóór toedienen van cisplatine en 6-12 uur na de toediening. Geforceerde diurese kan noodzakelijk zijn. Bij doses cisplatine > 60 mg/m² lichaamsoppervlak is toevoeging van een diureticum (bv. mannitol) noodzakelijk. Zie ook de rubriek Interacties.

Vóór iedere toediening moeten de volgende waarden zijn bereikt: serumcreatinine ≤ 130 micromol/l, ureum < 9 mmol/l, leukocyten > 4,0 × 109/l, trombocyten > 100 × 109/l.

De dosering is afhankelijk van de indicatie, of er sprake is van mono- of combinatietherapie en van de algemene conditie van de patiënt.

Klap alles open Klap alles dicht

Geregistreerde indicaties:

Volwassenen en kinderen:

Monotherapie: i.v. 50–120 mg/m² lichaamsoppervlak/dag gedurende 1 dag om de 3–4 weken óf 15–20 mg/m² lichaamsoppervlak/dag gedurende 5 dagen om de 3–4 weken.

Combinatiechemotherapie: de dosis is afhankelijk van het behandelschema; een gebruikelijke dosis cisplatine is i.v. 20 mg/m² lichaamsoppervlak/dag gedurende 1 dag om de 3–4 weken.

In combinatie met radiotherapie: b.v. voor cervixcarcinoom: i.v. 40 mg/m² lichaamsoppervlak/week gedurende 6 weken.

Bij lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring 60-90 ml/min) de toediening uitstellen en/of de dosis aanpassen. Bij matige tot ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 60 ml/min) is gebruik gecontra-indiceerd.

Ernstige bijwerkingen: onderbreek de behandeling, pas de dosis aan of staak de behandeling volgens het behandelprotocol.

Toedieningsinformatie: het concentraat vóór gebruik verdunnen met ten minste 1 liter infusievloeistof (bv. NaCl 0,9% of NaCl 0,45%/glucose 2,5%) en uitsluitend intraveneus toedienen over een periode van 6–8 uur. Cisplatine mag niet in contact komen met aluminiumbevattende materialen.

Bijwerkingen

Bijwerkingen zijn dosisafhankelijk en kunnen cumulatief zijn.

Zeer vaak (> 10%): beenmergdepressie (bij ca. 25–30%; met leukopenie (na 14 dagen), trombocytopenie (na 21 dagen) en anemie). Ototoxiciteit (bij ca. 31%; tinnitus en/of gehoorverlies voor hogere frequenties na 50 mg/m²). Maag-darmstoornissen (zoals anorexie, misselijkheid, braken, diarree). Nefrotoxiciteit: nierfalen (kan irreversibel zijn) en bij hogere of herhaalde doses: tubulaire renale necrose met uremie en anurie, hyperurikemie, hyponatriëmie. Koorts.

Vaak (1-10%): hartritmestoornissen, inclusief bradycardie, tachycardie en ECG-veranderingen. Dyspneu, pneumonie en ademhalingsproblemen. Infecties, sepsis. Neurotoxiciteit (bij 30–50% irreversibel): typisch bilaterale en sensorische perifere neuropathie. Vestibulaire toxiciteit. Duizeligheid. Reversibel verhoogde serumtransaminasewaarden en bilirubine. Reacties op de infusieplaats: flebitis (bij extravasatie o.a. erytheem, cellulitis, fibrose, necrose).

Soms (0,1-1%): overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylaxie. Alopecia. Metalige neerslag in tandvlees. Hik, asthenie, malaise. Stoornissen bij spermatogenese en ovulatie, pijnlijke gynaecomastie. Hypomagnesiëmie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie. Hypertensie en myocardinfarct, tot enkele jaren na de behandeling, ernstige coronaire hartziekte. Smaakverlies, verlies van tastzin, optische retrobulbaire neuritis, cerebrale stoornissen (bv. verwardheid, onduidelijk spreken, corticale blindheid, geheugenverlies, paralyse), cerebrale arteriitis, occlusie van de a. carotis, encefalopathie (incl. reversibele posterieure-leuko-encefalopathiesyndroom = PRES), convulsies. Blindheid, stoornissen van kleuren zien en van de oogbeweging. Stomatitis. Secundaire leukemie. Hemolytische anemie, aplastische anemie, agranulocytose. Hypocalciëmie, hypokaliëmie en hypofosfatemie (secundair aan nierbeschadiging). Verlaagde waarden serumalbumine, verhoogde serumamylase. Hypercholesterolemie.

Zeer zelden (< 0,01%): vasculaire aandoeningen (zoals cerebrale en myocardischemie, Raynaud-fenomeen). Optische neuritis, papiloedeem, corticale blindheid. SIADH. Verhoogd serumijzer.

Verder zijn gemeld: teken van Lhermitte, autonome neuropathie, myelopathie van de wervelkolom. Hyperurikemie, dehydratie. Spierspasmen. Cerebrovasculair accident, longembolie, hemolytisch uremisch syndroom (HUS). Retinapigmentatie. Huiduitslag. Acuut nierfalen.

Interacties

Vaccinatie tegen gele koorts is streng gecontra-indiceerd, vanwege risico op fatale systemische vaccinale ziekte. Tot drie maanden na behandeling mag geen vaccinatie met levend virus worden toegepast.

Comedicatie met anti–epileptica leidt tot onvoorspelbare spiegels van het anti-epilepticum; het beginnen van een behandeling met fenytoïne als anticonvulsivum tijdens de therapie met cisplatine is streng gecontra–indiceerd.

Cisplatine is cumulatief ototoxisch, nefrotoxisch en neurotoxisch; wees voorzichtig met gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die voor deze organen of systemen toxisch zijn, zoals aminoglycosiden, lisdiuretica, amfoterocine B en docetaxel. Gelijktijdig gebruik met lisdiuretica voor geforceerde diurese alleen toepassen bij doses cisplatine > 60 mg/m² lichaamsoppervlak én een urineproductie van < 1000 ml/24 uur, in verband met versterking van de ototoxiciteit en nefrotoxiciteit van cisplatine. Combinatie met ifosfamide versterkt de ototoxiciteit van cisplatine en de nefrotoxiciteit van ifosfamide.

Gelijktijdig gebruik met immunosuppressiva zoals ciclosporine of met radiotherapie vergroot de myelotoxiciteit.

Vanwege een toename van het serumurinezuurgehalte zal de dosis van allopurinol of colchicine mogelijk aangepast moeten worden.

Combinatie met bleomycine en vinblastine kan leiden tot fenomeen van Raynaud.

Chelerende stoffen (zoals penicillamine) en cisplatine niet gelijktijdig toedienen, omdat hierdoor de werkzaamheid van beide kan verminderen.

Bij gelijktijdig gebruik met orale anticoagulantia wordt aanbevolen om regelmatig de INR te controleren.

Bij gelijktijdig gebruik met lithium wordt aanbevolen om regelmatig de lithiumspiegel te controleren.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren, teratogeen, mutageen en transplacentair carcinogeen gebleken.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Vruchtbaarheid: Cisplatine kan tijdelijke of permanente onvruchtbaarheid veroorzaken. Raad een vruchtbare man daarom voorafgaand aan de behandeling aan om advies in te winnen over cryopreservatie van sperma. Genetisch advies wordt aanbevolen voor patiënten met een kinderwens.
Overig: Een vruchtbare vrouw of man dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende én tot ten minste 6 maanden na de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • matige tot ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 60 ml/min);
  • dehydratie;
  • beenmergdepressie;
  • gehoorbeschadiging;
  • neuropathie bij eerder gebruik van cisplatine;
  • overgevoeligheid voor platinaverbindingen.

Zie voor meer contra-indicaties ook de rubrieken Lactatie en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controles vóór, tijdens en na de toediening: de nierfunctie, leverfunctie, serumelektrolyten (Na, K, Ca, Mg) en het algemeen bloedbeeld. Stel toediening van cisplatine uit bij de volgende waarden: serumcreatinine > 130 micromol/l, ureum ≥ 9 mmol/l, leukocyten ≤ 4,0 × 109/l, trombocyten ≤ 100 × 109/l. Maak vóór het begin van elke behandelcyclus tevens een audiogram.

De kans op nefrotoxiciteit kan verminderd worden door voldoende urineproductie (≥ 100 ml/uur) door hydratie vóór, tijdens en na de behandeling of zonodig geforceerde diurese met een osmotisch diureticum (bv. mannitol). Hyperurikemie en hyperalbuminurie zijn risicofactoren voor cisplatinegeïnduceerde nefrotoxiciteit.

Neurotoxiciteit: verricht regelmatig neurologisch onderzoek in verband met mogelijke neurotoxiciteit. Deze kunnen zich o.a. uiten in paresthesie, areflexie, verlies van proprioceptie en een gevoel van vibraties. Verlies van motorische functies is ook voorgekomen. Ook is centrale neurologische toxiciteit mogelijk, waaronder optische retrobulbaire neuritis met ernstige visusstoornissen (zie voor meer bijwerkingen de rubriek Bijwerkingen). Als cerebrale symptomen zich voordoen, de behandeling onmiddellijk staken. Neurotoxiciteit is bij 30–50% van de patiënten irreversibel, ook na staken van de behandeling.

Reversibele posterieure-leuko-encefalopathiesyndroom (PRES): symptomen als convulsies, hypertensie, hoofdpijn, lethargie, verwardheid, en blindheid, misselijkheid en braken kunnen passen bij de bijwerking reversibele posterieure-leuko-encefalopathiesyndroom (PRES). Bij vermoeden van PRES de behandeling onderbreken en een MRI laten uitvoeren.

Ototoxiciteit/vestibulaire toxiciteit: doorgaans treden op oorsuizen en/of gehoorverlies van hoge frequenties (4000–8000 Hz); soms is er verminderd gehoor op conversatieniveau (250–2000 Hz). Het defect is cumulatief, kan unilateraal en/of irreversibel zijn. De ototoxische effecten kunnen ernstiger zijn bij kinderen, ouderen en na craniale bestraling. Vestibulaire toxiciteit uit zich in vertigo.

Overgevoeligheidsreacties: kruisovergevoeligheid tussen de platinaverbindingen is mogelijk en kunnen fataal verlopen. Bekende overgevoeligheid voor een andere platina-verbinding is een contra-indicatie.

Infecties: Laat de patiënt zich onmiddellijk melden bij eerste symptomen van (ernstige) infecties; wees alert op het ontstaan van (neutropene) sepsis en septische shock.

Extravasatie kan leiden tot lokale pijn en ontsteking (cellulitis) die ernstig kunnen zijn en aanleiding kunnen geven tot complicaties zoals fibrose en weefselnecrose. De kans hierop is groter bij toediening via een perifere ader.

Voor behandeling van vruchtbare mannen: zie Zwangerschap.

Eigenschappen

Platina-verbinding. Het werkingsmechanisme lijkt op dat van alkylerende stoffen. Het bindt aan alle DNA-basen, en remt daarmee de DNA-synthese door de vorming van platinadwarsverbindingen binnenin en tussen DNA-strengen. De werking lijkt niet celcyclusspecifiek te zijn. De eiwit- en RNA-synthese worden in mindere mate geremd. Kruisresistentie tussen de platinaverbindingen kan voorkomen.

Kinetische gegevens

OverigNa i.v. toediening snelle distributie naar de weefsels. De hoogste concentraties worden bereikt in lever, nieren, testes, blaas, prostaat, pancreas, milt, spieren en huid. Het dringt slecht door in het CZS.
Eiwitbindingca. 90%.
Eliminatievnl. met de urine, 27–43% binnen 5 dagen, tevens via de gal.
T 1/2el32–53 minuten (ongebonden cisplatine) oplopend tot ca. 5 dagen (irreversibel gebonden cisplatine-eiwitcomplexen).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

cisplatine hoort bij de groep platinaverbindingen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links