Samenstelling

Cymevene (als Na-zout) Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
500 mg

Ganciclovir (als Na-zout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
500 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de behandeling van cytomegalovirus-retinitis zijn intraveneuze toediening van ganciclovir en foscarnet even effectief. De toxiciteit van ganciclovir geeft minder snel aanleiding tot stoppen van de therapie dan die van foscarnet.

Voor de onderhoudsbehandeling van cytomegalovirus-retinitis is orale toediening van valganciclovir een alternatief voor intraveneuze toediening van bovengenoemde middelen. Orale toediening heeft een groter gebruikersgemak, bovendien treden (ernstige) bijwerkingen minder frequent op. Als inductiebehandeling bij CMV-retinitis bij AIDS-patiënten kan ook valganciclovir worden toegepast.

Indicaties

  • Behandeling van cytomegalovirus (CMV)-infectie bij immuungecompromitteerde volwassenen of kinderen > 12 jaar;
  • Preventie van CMV-infectie als pre-emptieve therapie bij volwassenen en kinderen > 12 jaar met een immunosuppressie veroorzaakt door een geneesmiddel, bv. na orgaantransplantatie of door chemotherapie.
  • Preventie van CMV-infectie als universele profylaxe bij patiënten > 0 j. met een immunosuppressie veroorzaakt door een geneesmiddel, bv. na orgaantransplantatie of chemotherapie.

Dosering

Toediening per i.v. infuus dient vergezeld te gaan van adequate hydratie.

In verband met een mogelijk noodzakelijke dosisaanpassing de nierfunctie minstens elke twee weken controleren gedurende de behandeling.

Klap alles open Klap alles dicht

Behandeling van CMV-infectie:

Volwassenen en kinderen > 12 j. met een normale nierfunctie:

Inductiebehandeling: 5 mg/kg lichaamsgewicht als i.v. infuus (over 1 uur) elke 12 uur, gedurende 14–21 dagen.

Onderhoudsbehandeling: 6 mg/kg 1× /dag gedurende 5 dagen per week óf 5 mg/kg /dag gedurende 7 dagen per week.

NB: Bij progressie van het ziektebeeld her-inductie toepassen.

Verminderde nierfunctie: Inductie: creatinineklaring 50–69 ml/min: 2,5 mg/kg elke 12 uur; 25–49 ml/min: 2,5 mg/kg elke 24 uur; 10–24 ml/min: 1,25 mg/kg elke 24 uur; < 10 ml/min: 1,25 mg/kg 3×/week ná de hemodialyse. Onderhoudsdosering: creatinineklaring 50–69 ml/min: 2,5 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring 25–49 ml/min: 1,25 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring 10–24 ml/min: 0,625 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring < 10 ml/min: 0,625 mg/kg 3×/week ná de hemodialyse.

Preventie van CMV-infecties:

Volwassenen en kinderen > 12 jaar:

Inductiebehandeling: 5 mg/kg als i.v. infuus (over 1 uur) elke 12 uur, gedurende 7-14 dagen.

Onderhoudsbehandeling: 5 mg/kg/dag gedurende 7 dagen per week óf 6 mg/kg /dag gedurende 5 dagen per week. De duur van de onderhoudsbehandeling wordt bepaald op basis van het risico op een CMV-aandoening. Raadpleeg zo nodig (lokale) behandelrichtlijnen.

Verminderde nierfunctie: Inductie: creatinineklaring 50–69 ml/min: 2,5 mg/kg elke 12 uur; 25–49 ml/min: 2,5 mg/kg elke 24 uur; 10–24 ml/min: 1,25 mg/kg elke 24 uur; < 10 ml/min: 1,25 mg/kg 3×/week ná de hemodialyse. Onderhoudsdosering: creatinineklaring 50–69 ml/min: 2,5 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring 25–49 ml/min: 1,25 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring 10–24 ml/min: 0,625 mg/kg elke 24 uur; creatinineklaring < 10 ml/min: 0,625 mg/kg 3×/week ná de hemodialyse.

Universele profylaxe van CMV :

Volwassenen en kinderen > 16 jaar:

5 mg/kg 1×/dag gedurende 7 dagen per week, of 6 mg/kg 1×/dag gedurende 5 dagen per week. De duur van de onderhoudsbehandeling wordt bepaald op basis van het risico op een CMV-aandoening. Raadpleeg zo nodig (lokale) behandelrichtlijnen.

Kinderen < 16 jaar:

De door de fabrikant aanbevolen dosis voor i.v.-toediening 1×/dag over 1 uur, is gebaseerd op het lichaamsoppervlak (BSA) met behulp van de Mosteller-BSA-formule en de creatinineklaring afgeleid van de Schwartz-formule (CrClS); raadpleeg hiervoor de officiële productinformatie CBG/EMA (pagina 2), en het Kinderformularium van de NKFK.

Verminderde leverfunctie: een specifiek dosisadvies is niet beschikbaar omdat de toepassing niet is onderzocht bij een verminderde leverfunctie. Een effect op de farmacokinetiek wordt echter niet verwacht omdat ganciclovir voornamelijk (onveranderd) renaal wordt uitgescheiden.

Toedieningsinformatie: Het infuus intraveneus toedienen over een periode van één uur. Een snellere infusie geeft waarschijnlijk meer kans op toxiciteit. Alleen infunderen in venen met adequate doorbloeding; vanwege de hoge pH (9–11) van de oplossing bestaat bij toediening buiten het vat (incl. i.m. of s.c.) gevaar voor ernstige weefselirritatie. Geen verdunningsmiddel gebruiken dat parabenen bevat omdat neerslagvorming kan optreden. Ganciclovir wordt beschouwd als mogelijk carcinogeen. Contact met huid of slijmvliezen en inhalatie (van het poeder) vermijden; indien toch huidcontact optreedt: grondig met water en zeep reinigen. Bij contact met de ogen zorgvuldig met kraanwater spoelen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): dyspneu. Diarree. Anemie, neutropenie. Bovenste luchtweginfectie, influenza.

Vaak (1-10%): Sepsis (bacteriëmie, viremie), urineweginfectie, orale candidiase, cellulitis. Verminderde eetlust. Depressie, angst, verwardheid, abnormaal denken. Hoofdpijn, slapeloosheid, dysgeusie, hypesthesie, paresthesie, perifere neuropathie, duizeligheid, convulsies. Maculair oedeem, loslaten van het netvlies (bij HIV-patiënten met CMV-retinitis), mouches volantes, pijn in het oog. Oorpijn. Hoesten. Misselijkheid, braken, buikpijn, dysfagie, dyspepsie, obstipatie, flatulentie. Dermatitis, huiduitslag, jeuk, nachtelijk zweten. Rugpijn, spierpijn, artralgie, spierkrampen. Vermoeidheid, koorts, rillingen, pijn (op de borst), malaise, astenie, gewichtsverlies. Pijn/flebitis op de plaats van injectie. Leukopenie, trombocytopenie, pancytopenie. Verminderde creatinineklaring, verminderde nierfunctie. Abnormale leverfunctie; verhoogd waarden van ASAT en alkalische fosfatase in het bloed.

Soms (0,1-1%): anafylactische reactie. Aritmie, hypotensie. Tremor. Hematurie, nierfalen. Beenmergdepressie. Mondulceraties, opgezette buik, pancreatitis. Agitatie, psychotische aandoening, hallucinaties. Visusstoornis, conjunctivitis. Doofheid. Alopecia, urticaria, droge huid. Verhoogd ALAT. Onvruchtbaarheid bij de man.

Zelden (0,01-0,1%): aplastische anemie, granulocytopenie, agranulocytose.

Bij patiënten met HIV zijn vaker gemeld: koorts, Candida-infecties, depressie, ernstige neutropenie en huidreacties.

Interacties

Bij gelijktijdige toediening met imipenem/cilastatine kunnen gegeneraliseerde insulten optreden; de combinatie vermijden.

Omdat ganciclovir via de nier wordt uitgescheiden kan de blootstelling en daarmee toxiciteit ook verhoogd zijn tijdens comedicatie met nefrotoxische geneesmiddelen (bv. foscarnet) en door competitieve remming om actieve tubulaire secretie in de nier door bv. mycofenolaatmofetil en andere nucleoside analoga.

Ganciclovir verhoogt de plasmaconcentratie van didanosine (variërend van 38-67%).

Combinatie met immunosuppressieve geneesmiddelen resulteert in meer kans op een daling van het aantal trombocyten (in vergelijking met niet-iatrogene immunosuppressie zoals bij AIDS).

Ganciclovir verhoogt de blootstelling aan zidovudine wat kan leiden tot ernstige neutropenie en anemie; sommige patiënten kunnen wellicht niet de volledige dosering van de comedicatie verdragen. Hoewel statistisch niet significant, is er een trend naar lagere concentraties van ganciclovir bij de combinatie.

Andere stoffen die de replicatie van snel delende celpopulaties (zoals in beenmerg, testes, kiemlagen van de huid en de gastro-intestinale mucosa) remmen, kunnen additief toxische effecten geven indien toegediend met, vóór of na ganciclovir. Voorbeelden van dit type geneesmiddelen zijn: dapson, pentamidine, flucytosine, vincristine, vinblastine, doxorubicine, mycofenolaatmofetil, amfotericine B, trimethoprim/sulfametrol, nucleoside analoga (zoals zidovudine, stavudine, didanosine), hydroxycarbamide, nucleotideanaloga (zoals tenofovir, adefovir).

Zwangerschap

Ganciclovir passeert gemakkelijk de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. In dierproeven aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Vruchtbaarheid: Het is waarschijnlijk dat ganciclovir de spermatogenese tijdelijk of permanent remt en de fertiliteit bij de vrouw onderdrukt. In dierproeven is ook testiculaire atrofie gezien.
Overige: Door zowel vruchtbare mannen als vrouwen dienen anticonceptieve maatregelen te worden genomen tijdens de behandeling; voor vrouwen bovendien gedurende ten minste 30 dagen erna en voor mannen tevens gedurende ten minste 90 dagen erna.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, bij dieren.
Advies: Het geven van borstvoeding is gecontra–indiceerd.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor valganciclovir, penciclovir, (val)aciclovir of famciclovir, vanwege de kans op kruisovergevoeligheid.

Zie ook de rubriek Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

De diagnose retinitis dient te worden gesteld m.b.v. indirecte oftalmoscopie door de oogarts en dient te worden bevestigd door een oogarts die bekend is met de verschijnselen van deze ziekte in de retina. De diagnose CMV-infectie dient niet alleen gebaseerd te zijn op de aanwezigheid van antilichamen, maar de aanwezigheid van CMV dient te worden bevestigd door een viruskweek (uit de keel, weefsel, urine, bloed of andere lichaamsvloeistoffen), identificatie van CMV-antigeen via CMV-specifieke immunochemische reagentia of CMV-specifieke DNA-hybridizatiereagentia.

Hematologische parameters: Wees voorzichtig bij bestaande cytopenie, bij een cytopeniereactie op andere geneesmiddelen in de voorgeschiedenis en indien blootstelling heeft plaatsgevonden aan geneesmiddelen, chemicaliën of straling waarvan bekend is dat ze toxisch zijn voor het beenmerg. Bij aanwezigheid van ernstige neutropenie (< 0,5 × 109), trombocytopenie (< 25 × 109) of bij een Hb-gehalte < 5 mmol/l de behandeling niet starten tot de situatie verbeterd is. Neutropenie komt gewoonlijk voor gedurende de eerste of tweede week van de inductietherapie. Binnen 2–5 dagen na staken of vermindering van de dosis normaliseert gewoonlijk het aantal cellen. Controleer tijdens de eerste 14 dagen van toediening iedere 2 dagen het aantal witte bloedcellen; bij eerder optreden van leukopenie door andere myelotoxische geneesmiddelen, een verminderde nierfunctie of bij < 1,0 × 109 leukocyten bij aanvang, het aantal dagelijks controleren. Hierna de hematologische functie elke 2 weken controleren; indien gebruik van ganciclovir of andere nucleosiden reeds eerder resulteerde in een leukopenie of bij < 1,0 × 109 neutrofielen aan het begin van de behandeling, minstens eenmaal per week het aantal neutrofielen controleren. De kans op trombocytopenie is groter bij patiënten die met immunosuppressiva behandeld worden en bij een uitgangswaarde van het trombocytenaantal < 100 × 109. Overweeg bij het ontwikkelen van ernstige leukopenie, neutropenie, anemie en/of trombocytopenie onderbreking van de behandeling. Bij een verminderde nierfunctie, de nierfunctie iedere 2 weken beoordelen, zie ook de rubriek Dosering voor dosisaanpassingen bij een nierfunctiestoornis.

Neurologische toxiciteit: Wees voorzichtig bij patiënten met psychose, denkstoornissen en bij patiënten die eerder door het gebruik van andere geneesmiddelen neurologische toxiciteit hebben ontwikkeld met effecten op hun gedrag.

Resistentieontwikkeling is beschreven. Ganciclovir dient als potentieel carcinogeen te worden beschouwd; weeg vooral bij toediening aan kinderen zorgvuldig af. Verder zijn er mogelijk nadelige effecten op de spermatogenese, zie rubriek Zwangerschap.

Er is geen onderzoek uitgevoerd bij een leeftijd > 65 jaar.

Overdosering

Symptomen
bij de meeste patiënten treden één of meer van de volgende bijwerkingen op bij overdosering: hematologische toxiciteit, lever-, nier-, maag-darm-, neurotoxiciteit.

Therapie
hemodialyse en hydratie kunnen van waarde zijn bij het verlagen van de bloedspiegels.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging door ganciclovir contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Antiviraal werkzaam synthetisch nucleoside, analoog van 2'–deoxyguanosine. Ganciclovir is werkzaam tegen met name cytomegalovirussen (CMV) maar ook tegen herpes simplex-virussen (HSV-1 en HSV-2), humaan herpes virus-6, -7 en -8, Epstein-Barrvirus (EBV), varicella-zoster-virus (VZV) en hepatitis B-virus (HBV). Ganciclovir wordt intracellulair gefosforyleerd door cellulaire kinasen tot het actieve ganciclovirtrifosfaat, voornamelijk in door het virus geïnfecteerde cellen, omdat hierin het aantal kinasen tienvoudig is verhoogd. Dit wordt ingebouwd in het virale DNA en remt zo viraal DNA-polymerase en veroorzaakt beëindiging of sterke beperking van de virale DNA-elongatie. Na systemische toediening worden ook intra-oculair voldoende werkzame concentraties bereikt tegen de meeste cytomegalovirusstammen.

Kinetische gegevens

V d0,54–0,87 l/kg bij volwassenen.
Overigganciclovir penetreert in het cerebrospinaal vocht, de concentratie bedraagt tussen 24–67% van de plasmaconcentratie.
Metaboliseringniet.
Eliminatiemet de urine > 90% onveranderd, door glomerulaire filtratie en actieve tubulaire secretie van onveranderd ganciclovir. Hemodialyse verlaagt de bloedspiegel met ca. 50% na een sessie van 4 uur.
T 1/2el2½–4 uur, bij nierfunctiestoornissen verlengd, bij ernstige nierfunctiestoornis vertienvoudigd.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

ganciclovir hoort bij de groep nucleoside en nucleotide analoga.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook