remdesivir

Samenstelling

Veklury XGVSAanvullende monitoring Gilead Sciences bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 20 ml
Toedieningsvorm
Poeder voor concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
100 mg

Na reconstitutie is de concentratie 5 mg/ml. Zie voor informatie over de aanvraag van remdesivir, die via het RIVM verloopt: Tijdelijke toegang tot remdesivir op lci.rivm.nl.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

remdesivir vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Uitgangspunt van de behandeling van COVID-19 is optimale ondersteunende zorg. Daarnaast kan remdesivir in een vroege fase van de infectie, waarbij (nog) geen mechanische ventilatie nodig is, bijdragen aan eerder klinisch herstel. Bij een (matig-)ernstige infectie, waarbij zuurstoftoediening nodig is, is offlabel toepassing van dexamethason een behandeloptie, omdat is aangetoond dat dit het risico op intubatie en mechanische ventilatie verlaagt en de mortaliteit vermindert. Combinatietherapie kan, ondanks een huidig gebrek aan bewijs, worden overwogen bij een matig-ernstige infectie.

Dit geneesmiddel is geregistreerd in het kader van 'voorwaardelijke toelating' om het versneld beschikbaar te maken; aanvullend bewijs over de baten van remdesivir wordt afgewacht.

Indicaties

  • Behandeling van 'coronavirus disease 2019' (COVID-19) bij volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar, die minstens 40 kg wegen, met pneumonie die zuurstofsuppletie nodig hebben.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

COVID-19, waarbij zuurstofsuppletie nodig is:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg:

i.v.-infusie: Oplaaddosis van 200 mg op dag 1, en vanaf dag 2: 100 mg 1×/dag. Behandelduur: ten minste 5 en maximaal 10 dagen.

Ouderen: geen dosisaanpassing nodig.

Verminderde nierfunctie: de farmacokinetiek is niet geëvalueerd. In klinisch onderzoek is remdesivir bij een eGFR ≥ 30 ml/min toegediend zonder dosisaanpassing. Niet toepassen bij een eGFR < 30 ml/min (zie ook rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen, achter Nierfunctie en Hulpstoffen.

Verminderde leverfunctie: de farmacokinetiek is niet geëvalueerd; het is onbekend of een dosisaanpassing nodig is. Zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen, achter Leverfunctie.

Toedieningsinformatie:

  • Toedienen middels intraveneuze infusie gedurende 30–120 minuten.
  • Overweeg de max. infusietijd van 120 minuten om overgevoeligheidsreacties mogelijk te voorkomen.
  • Niet toedienen als i.m.-injectie.
  • Voor informatie over de reconstitutie, verdunning en infusiesnelheid zie de officiële productinformatie CBG/EMA via 'Zie ook' (rubrieken 4.2 (tabel 1) en 6.6).

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): verhoogde transaminasewaarden.

Vaak (1-10%): hoofdpijn. Misselijkheid. Huiduitslag.

Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheidsreacties, incl. infusiegerelateerde en anafylactische reacties. Tekenen en symptomen kunnen bestaan uit: hypotensie, hypertensie, tachycardie, bradycardie, hypoxie, dyspneu, piepende ademhaling, koorts, rillen, zweten, angio-oedeem, huiduitslag, misselijkheid en braken.

Interacties

Er is geen klinisch onderzoek uitgevoerd naar interacties met remdesivir, daardoor is het totale potentieel voor klinisch relevante interacties onbekend.

In vitro is remdesivir substraat voor de volgende enzymen en transporteiwitten: plasma- en weefselesterasen, CYP3A4, CYP2D6, CYP2C8, organisch anion transporterend polypeptide 1B1 (OATP1B1) en P-glycoproteïne (Pgp). Het risico op klinische interacties met remmers/inductoren van deze enzymen en transporters is niet bekend. Sterke remmers kunnen mogelijk resulteren in een verhoogde blootstelling aan remdesivir, combinatie met sterke inductoren (bv. rifampicine) kan mogelijk de plasmaconcentratie van remdesivir verlagen en wordt daarom niet aanbevolen. Dexamethason (matig-sterke inductor CYP3A4) heeft waarschijnlijk geen klinisch significant effect op remdesivir, omdat het bij COVID-19 kortdurend wordt gebruikt, en enzyminductie door dexamethason dosisafhankelijk is en optreedt na meerdere doses (nl. bij behandeling > 2 weken).

In vitro is remdesivir een remmer van CYP3A4, OATP1B1 en -1B3; het risico op klinische interacties met substraten van deze enzymen/transporters is niet bekend, maar toch is de suggestie van de fabrikant om dergelijke substraten minstens 2 uur na remdesivir toe te dienen. Remdesivir heeft waarschijnlijk geen significant effect op de blootstelling aan dexamethason (CYP3A4-substraat), gezien de snelle klaring van remdesivir na i.v.-toediening.

In vitro induceert remdesivir CYP1A2 en mogelijk -3A4, gelijktijdige toediening met substraten van deze enzymen met een smalle therapeutische breedte kan mogelijk leiden tot verlies van hun effectiviteit.

Combinatie met (hydroxy)chloroquine wordt niet aanbevolen op basis van in vitro gegevens, waaruit een antagonistisch effect van chloroquine op de intracellulaire metabole activering en antivirale effectiviteit van remdesivir blijkt.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens betreffende reproductietoxiciteit.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken, als de medische toestand van de vrouw gebruik van remdesivir vereist.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de therapie.
Vruchtbaarheid: In dieronderzoek is vermindering van het aantal corpora lutea, aantal innestelingsplaatsen en levensvatbare embryo's waargenomen. De relevantie voor mensen is onbekend.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend bij de mens. Ja, bij dieren (één van de metabolieten).
Farmacologisch effect: Onbekend.
Advies: Volgens de fabrikant: zowel het gebruik van dit geneesmiddel als het geven van borstvoeding ontraden, vanwege de mogelijke bijwerkingen van het middel bij de zuigeling en de niet uitgesloten mogelijkheid van virale transmissie naar een SARS-CoV-2 negatieve zuigeling. Volgens het standpunt COVID-19 en zwangerschap, bevalling en kraambed van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) (pdf 0.8 MB op p. 20) kan borstvoeding door een SARS-CoV-2 positieve vrouw wel gegeven worden, met adequate hoest- en handhygiëne en het dragen van een mondneusmasker. Horizontale transmissie kan dan echter niet 100% voorkomen worden. Een andere optie volgens de FMS is om afgekolfde melk door een ander te laten geven voor de duur van de besmettelijke periode.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Nierfunctie: Bepaal voor aanvang, en gedurende de therapie wanneer klinisch aangewezen, de eGFR. Gebruik remdesivir niet bij een eGFR < 30 ml/min. In dieronderzoek is ernstige nefrotoxiciteit waargenomen, waarvan het mechanisme en de relevantie voor mensen nog onduidelijk is. Zie ook verderop in deze rubriek, achter Hulpstoffen.

Leverfunctie: Verhoogde transaminasewaarden zijn relatief frequent waargenomen. Bepaal de leverfunctie bij alle patiënten voorafgaand aan de therapie, en herhaal dit tijdens de therapie wanneer klinisch aangewezen. Er zijn geen klinische studies uitgevoerd bij patiënten met een pre-existente leverfunctiestoornis; gebruik remdesivir bij hen alleen indien het potentiële voordeel groter is dan het potentiële risico. Start remdesivir niet bij een ALAT-waarde ≥ 5× de bovengrens van de normaalwaarde (ULN). Staak remdesivir tijdelijk bij een ALAT-waarde ≥ 5× ULN tijdens de therapie, en hervat bij daling tot onder deze waarde. Staak remdesivir ook bij een ALAT-verhoging die gepaard gaat met tekenen en symptomen van hepatitis of een toename van geconjugeerd bilirubine, alkalische fosfatase of de INR.

Overgevoeligheidsreacties met inbegrip van infusiegerelateerde en anafylactische reacties zijn gemeld. Tekenen en symptomen kunnen bestaan uit: hypotensie, hypertensie, tachycardie, bradycardie, hypoxie, dyspneu, piepende ademhaling, koorts, rillen, zweten, angio-oedeem, huiduitslag, misselijkheid en braken. Overweeg een lagere infusiesnelheid met een max. infusietijd van 120 minuten, om ze mogelijk te voorkomen. Bij klinisch significante overgevoeligheidsreacties de toediening onmiddellijk staken en een passende behandeling instellen.

Kinderen: Niet vastgesteld zijn de werkzaamheid en veiligheid bij kinderen < 12 jaar en met een lichaamsgewicht < 40 kg.

Hulpstoffen: Natriumsulfobutylether-β-cyclodextrine (aanwezig in zowel concentraat (6 g/100 mg remdesivir) als poeder voor concentraat (3 g/100 mg) kan bij een matige tot ernstige nierfunctiestoornis stapeling geven, en mogelijk een negatief effect op de nierfunctie. Gebruik remdesivir daarom niet bij een eGFR < 30 ml/min.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met remdesivir contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Nucleotide-analoog. Remdesivir is een adenosinenucleotide-prodrug. Het wordt binnen gastheercellen gemetaboliseerd tot het farmacologisch actieve remdesivirtrifosfaat (GS-443902). Dit fungeert als analoog van adenosinetrifosfaat (ATP) en concurreert met het natuurlijke ATP-substraat om door het coronavirus SARS-CoV-2 RNA-afhankelijke RNA-polymerase enzym ingebouwd te worden in nieuwe RNA-ketens, dit resulteert in vertraagde ketenterminatie tijdens replicatie van het virale RNA (= remming RNA-synthese). Coronavirussen zijn RNA-virussen.

Remdesivir toont in vitro activiteit tegen SARS-CoV-2, de verwekker van COVID-19, in humane luchtwegepitheelcellen.

Kinetische gegevens

Overigde farmacokinetische eigenschappen zijn onderzocht bij gezonde vrijwilligers, er zijn geen gegevens beschikbaar van COVID-19-patiënten.
T max1,5–2 uur na start van een 30 min durende infusie (meest gevormde metaboliet, GS-441524).
Metaboliseringuitgebreid. Via hydrolyse door esterasen tot een intermediaire metaboliet. Na fosforylering ontstaat intracellulair het farmacologisch actieve trifosfaat: GS-443902. Defosforylering van alle gefosforyleerde metabolieten kan leiden tot de vorming van de metaboliet GS-441524, welke zelf niet efficiënt opnieuw wordt gefosforyleerd.
Eliminatieca. 74% met de urine (49% als de metaboliet GS-441524, en ca. 10% onveranderd) en ca. 18% met de feces.
T 1/2el ca. 1 uur (remdesivir), ca. 27 uur (GS-441524).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

remdesivir hoort bij de groep nucleoside en nucleotide analoga.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links