COVID-19

Behandelplan

Niet-medicamenteuze adviezen

Algemene hygiënemaatregelen zijn nuttig om transmissie van het virus te voorkomen en zo de pandemische verspreiding te beperken. Voorbeelden zijn handen wassen, nies- en hoesthygiëne, het niet-schudden van handen en het gebruik van schoon gereedschap bij het bereiden van voedsel en dranken. Deze maatregelen kunnen besmetting echter niet volledig voorkomen. Zie voor preventieve maatregelen voor zorgmedewerkers en voor de meest recente inzichten over o.a. het gebruik van een neus-mondmasker de LCI-richtlijn COVID-19 [1].

Medicamenteuze behandeling

Zie voor de symptomatische behandeling van milde klachten in de eerstelijnszorg het NHG Behandeling COVID-19 [2]. Hierin wordt o.a. geadviseerd paracetamol te gebruiken bij koorts en (keel)pijn.

De belangrijkste interventie bij de behandeling van COVID-19 in de tweedelijnszorg is optimale ondersteunende zorg ('supportive care'). De Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB) ontraadt vanaf heden het offlabel voorschrijven van chloroquine en hydroxychloroquine vanwege een gebrek aan of beperkt bewijs voor een potentieel klinisch effect, met daarbij wel het risico op potentieel ernstige bijwerkingen, zoals klinisch relevante QT-verlenging. Indien wordt overwogen om antivirale of immunomodulerende geneesmiddelen toe te dienen aan (matig-)ernstig zieke patiënten met COVID-19, dan dient dit in principe alleen nog te gebeuren in studieverband en niet via offlabel gebruik.

Zie voor recente behandeladviezen de SWAB-pagina Medicamenteuze behandelopties bij COVID-19 [3].

Achtergrond

Definitie

De infectieziekte COVID-19 wordt veroorzaakt door het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2. Het virus maakt voor het binnentreden in het menselijk lichaam gebruik van de ACE2-receptor, die o.a. voor komt op het alveolair epitheel. De incubatietijd bedraagt 2–14 dagen (gem. 5–6 dagen).

Transmissie van mens op mens vindt plaats via directe druppelinfectie (niezen en hoesten) of via aerosolen tijdens aerosolvormende handelingen (bv. tracheale intubatie, niet-invasieve beademing, cardiopulmonale resuscitatie). Er zijn aanwijzingen dat ook indirecte overdracht mogelijk is, bv. door het aanraken van besmette oppervlakten of voorwerpen met voldoende infectieus virus, en vervolgens het aanraken van de mond, neus of ogen.

Risicofactoren voor een fataal verloop zijn een leeftijd ≥ 70 jaar, chronische hartaandoeningen, afwijkingen en functiestoornissen van luchtwegen en longen, diabetes mellitus (indien slecht ingesteld, of met complicaties), immunosuppressie, primaire of secundaire immuundeficiëntie (zoals auto-immuunziekten, na een orgaan- of stamceltransplantatie, hematologische aandoeningen, (functionele) asplenie, HIV-infectie (onbehandeld, of een CD4-aantal < 200/mm³), binnen 3 maanden na chemotherapie en/of bestraling bij kankerpatiënten), ernstige nierziekte (leidend tot dialyse of transplantatie), ernstige leverziekte (met Child-Pughscore 7–15) en morbide obesitas (BMI ≥ 40) [1,2].

Symptomen

Meestal is er sprake van een mild tot matig ernstig beloop met milde niet-specifieke (luchtweg)klachten als (droge) hoest, sputumproductie, neusverkoudheid, keelpijn, vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn, hoofdpijnen/of verhoging.

Soms treden ook gastro-intestinale klachten als misselijkheid, braken of diarree op, of neurologische verschijnselen zoals verlies van reukzin (hyposmie/anosmie) en/of smaakzin (dysgeusie).

Ernstige gevallen gaan dikwijls gepaard met koorts, dyspneu en/of (bilaterale) pneumonie. In zeer ernstige gevallen kan zich het acuut respiratoir stresssyndroom ('ARDS') en/of septische shock ontwikkelen, met soms ook multi-orgaanfalen (MOF, ook wel MODS), waarbij de mortaliteit hoog is. Neurologische verschijnselen als duizeligheid, ataxie, epilepsie en acute cerebrovasculaire ziekten, en een hogere incidentie van diepveneuze trombose en longembolieën zijn ook gemeld [1,4].

Uitgangspunten

Uitgangspunt van de behandeling van (ernstige zieke) patiënten met COVID-19 is optimale ‘supportive care’. Er is geen geregistreerde behandeling voor COVID-19 in Nederland. Op basis van de huidige klinische onderzoeken naar de effectiviteit van antivirale of immuunmodulerende geneesmiddelen bij COVID-19, die tot nu toe veel (methodologische) beperkingen kennen, bestaat er onvoldoende onderbouwing voor een gericht therapeutisch advies.

In de Richtlijn Medicamenteuze behandelopties bij COVID-19 bespreekt SWAB op basis van de huidige gegevens een aantal geneesmiddelen waarvan verwacht wordt (of werd) dat ze mogelijk een gunstig klinisch effect zouden kunnen hebben bij COVID-19. Hooguit is toediening van deze middelen in studieverband een optie, offlabel gebruik wordt ontraden.

Literatuur

  1. LCI-richtlijn COVID-19. Geraadpleegd op 6 mei 2020.
  2. NHG. Coronavirus (COVID-19); Behandeling. Geraadpleegd op 6 mei 2020.
  3. SWAB. Medicamenteuze behandelopties bij patiënten met COVID-19 (infecties met SARS-CoV-2). Geraadpleegd op 6 mei 2020.
  4. S Middeldorp, M Coppens, T van Haaps et al. Incidence of venous tromboembolism in hospitalized patients with COVID-19 . Journal of Thrombosis and Haemostasis. Geraadpleegd via onlinelibrary.wiley.com op 6 mei 2020.

Vergelijken

COVID-19 vergelijken met een andere indicatie.