Geneesmiddelenoverzicht vaccins

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

vaccins

Werking

Werkingsmechanisme

In de groep van vaccins is tevens een combinatiepreparaat van een vaccin met een immunoglobuline toegevoegd (tetanus). Het immunoglobuline is voor de passieve immunisatie. Zie voor meer informatie over het werkingsmechanisme en effect van passieve immunisatie de groepstekst Immunoglobulinen.

Een vaccinatie:

  • activeert het immuunsysteem. Hierdoor ontstaat zowel humorale (B-cellen) als cellulaire (T-cellen) immuniteit tegen het specifieke antigeen.

Effect

  • preventie van een specifieke infectie;
  • vermindering van morbiditeit en mortaliteit door een specifieke infectie, indien deze toch optreedt;
  • als onderdeel van systematische vaccinatieprogramma’s algehele uitroeiing van ziekten.

Meer informatie

Immunisatie:

  • is actief wanneer een (deel van een) specifiek antigeen, levend of dood, een immuunrespons opwekt. Door opbouw van geheugen is de respons van het immuunsysteem op een volgende blootstelling aan het antigeen snel. Dit wordt bereikt door het doormaken van ziekten en/of door vaccinaties;
  • is passief indien antistoffen tegen een specifiek antigeen worden toegediend (immunoglobulinen). Het beschermende effect is onmiddellijk, maar doordat er geen eigen immuunrespons plaatsvindt, is het effect van korte duur.

In bovenstaande tabel staat o.a. de toedieningsweg genoemd, indien meer dan één methode is aangegeven (bijvoorbeeld "i.m. of s.c."), heeft eerst genoemde optie de voorkeur en is de tweede het alternatief. Veelal heeft intramusculaire toediening (i.m.) de voorkeur en kan, bij bv. stollingsstoornissen, bij uitzondering subcutaan (s.c.) geïnjecteerd worden.

In onderstaande tabel staan de in Nederland beschikbare vaccins aangegeven met de aard van het antigeen.

Vaccin

Type

BCG (tuberculose)

Levend-verzwakt, bacterieel

Bof

Levend-verzwakt, viraal

Cholera

Dood, bacterieel

Difterie

Dood, bacterieel

Gele koorts

Levend-verzwakt, viraal

Haemophilus influenzae B (HiB)

Dood, bacterieel

Hepatitis A

Dood, viraal

Hepatitis B

Dood, viraal

Humaan papillomavirus

Dood, viraal

Influenza

Dood, viraal

Japanse encefalitis

Dood, viraal

Kinkhoest

Dood, bacterieel

Mazelen

Levend-verzwakt, viraal

Meningokokken

Dood, bacterieel

Pneumokokken

Dood, bacterieel

Poliomyelitis

Dood, viraal

Rabiës

Dood, viraal

Rotavirus

Levend-verzwakt, viraal

Rubella

Levend-verzwakt, viraal

Tekenencefalitis

Dood, viraal

Tetanus

Dood, bacterieel

Tyfus oraal

Levend-verzwakt, bacterieel

Tyfus parenteraal

Dood, bacterieel

Varicella

Levend-verzwakt, viraal

Vergroot tabel

Informatie over het Nederlandse Rijksvaccinatieprogramma staat op RIVM.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • koorts(stuip);
  • roodheid, zwelling, warmte en pijn op de injectieplaats.

Minder frequent:

  • collapsreactie (wegraking);
  • 'extensive limb swelling' (ELS).

Meer informatie

Niet elke opgetreden reactie na vaccinatie komt door de inenting. Er zijn verschijnselen of ziekten waarvan aannemelijk is dat ze ook waren opgetreden zonder de vaccinatie (coïncidentele gebeurtenissen). Koorts kan bijvoorbeeld vele oorzaken hebben. Bijwerkingen zoals flauwvallen en huilen worden meestal veroorzaakt door het vaccineren en niet door het vaccin zelf. Vaak wordt geadviseerd om patiënten gedurende korte tijd (15-30 minuten) te observeren na het vaccineren.

Na het geven van een dood vaccin kan koorts optreden, meestal binnen 24 uur na vaccinatie en met een piek 6 tot 8 uur na toediening. Na het geven van een levend verzwakt vaccin kan na 5 tot 12 dagen koorts ontstaan.

Na vaccinatie krijgt een kind een enkele keer een koortsstuip. Ze worden vooral gemeld bij kinderen na de 4e vaccinatie van het RVP en na de BMR vaccinatie. De kans op herhaling bij volgende vaccinaties is klein.

Bij kinderen jonger dan 2 jaar kan een wegraking optreden ('hypotonic hyporesponsive episode'), meestal na de eerste vaccinaties, 2 tot 4 uur na toedienen. Vaak verdwijnt deze spontaan, maar soms pas na een uur tijd. Bij kinderen vanaf 2 jaar gaat het meer om flauwvallen.

Na vaccinatie kan de vaccinatieplaats rood aanlopen en opzwellen. Meestal beperkt de roodheid en zwelling zich tot de vaccinatieplaats. Een enkele keer is echter de hele bovenarm of het bovenbeen rood en gezwollen. Dit wordt ook wel ELS ('extensive limb swelling') genoemd. Zelden komen er met de injectie bacteriën vanaf de huid mee en kan een abces met pus ontstaan.

Literatuurlijst

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 13th ed. New York: McGraw-Hill, 2017.
  2. RIVM, Rijksvaccinatieprogramma: Bijwerkingen van vaccinaties.
  3. Lareb, Informatie over vaccins.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

vaccins vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.