varicella-zostervaccin (shingrix)

Samenstelling

Shingrix XGVSAanvullende monitoring GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof, suspensie
Verpakkingsvorm
flacon met suspensie voor 0,5 ml

Bevat per dosis à 0,5 ml: Varicellazostervirus–glycoproteïne E–antigeen 50 microg met AS01B als adjuvans met daarin 50 microg plantenextract van Quillaja saponaria Molina, fractie 21 (QS-21) en 50 microg 3-O-desacyl-4’-monofosforyllipide A (MPL) afkomstig van Salmonella minnesota.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

varicella-zostervaccin (shingrix) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De Gezondheidsraad adviseert in beginsel positief over het vaccineren van ouderen op de leeftijd van 60 jaar tegen gordelroos met dit zostervaccin (Recombinant Zoster Vaccine, RZV). Zie Vaccinatie tegen gordelroos van de Gezondheidsraad, juli 2019.

Indicaties

  • Preventie van herpes zoster (gordelroos) en daaraan gerelateerde postherpetische neuralgie bij volwassenen ≥ 50 jaar (secundaire preventie van Varicella-zosterinfectie).

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Immunisatie tegen herpes zoster

Volwassen ≥ 50 jaar:

i.m. 2 doses à 0,5 ml met 2 maanden (zo nodig tot 6 maanden) tussentijd. De noodzaak voor een boosterdosis is niet vastgesteld. Het kan met hetzelfde schema worden toegediend aan personen die eerder zijn gevaccineerd met levend, verzwakt herpes zoster-vaccin.

Toedieninformatie: uitsluitend i.m. toedienen, bij voorkeur in de deltaspier.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): injectieplaatsreacties (zoals pijn, roodheid, zwelling), vermoeidheid, koude rillingen, koorts. Hoofdpijn. Maag-darmklachten (waaronder misselijkheid, braken, diarree en/of buikpijn). Myalgie.

Vaak (1-10%): jeuk op de injectieplaats, malaise.

Soms (0,1-1%): lymfadenopathie. Artralgie.

Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheidsreacties waaronder huiduitslag, urticaria en angio-oedeem.

Interacties

Kan samen worden gegeven met een geïnactiveerd seizoensgebonden influenzavaccin zonder adjuvans, een 23-valent pneumokokkenvaccin of een difterie–acellulair kinkhoest–tetanusvaccin (DTP). De vaccins moeten op verschillende injectieplaatsen worden toegediend. Gelijktijdig gebruik met andere vaccins wordt niet aanbevolen vanwege gebrek aan gegevens.

De immunogeniciteit van het vaccin kan worden verminderd door een immunosuppressieve behandeling.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie meestal niet van toepassing.

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Gebruik ontraden wegens onvoldoende gegevens.

Lactatie

Gezien de geregistreerde indicatie meestal niet van toepassing.

Overgang in de moedermelk: onbekend.
Advies: Er kan geen advies worden gegeven wegens onvoldoende gegevens over het gebruik tijdens borstvoeding.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Stel de vaccinatie uit bij personen die een acute, ernstige met koorts gepaard gaande ziekte hebben.

De veiligheid en immunogeniciteit bij een beperkt aantal immuungecompromitteerde personen met het humaan immunodeficiëntievirus (hiv) of een hematopoëtisch stamceltransplantaat (HCT) zijn vastgesteld (fase I/II onderzoek met ten minste 1 dosis). Het gebruik bij personen met andere bevestigde of vermoedelijke immunosuppressieve of immunodeficiënte aandoeningen wordt onderzocht; een adequate immuunreactie kan bij deze personen uitblijven.

Voorzichtig zijn bij mensen met trombocytopenie of een coagulatieaandoening; na i.m. toediening kan een bloeding optreden.

Eigenschappen

Recombinant zoster vaccin. Door het varicellazostervirus-specifieke antigeen (gE) te combineren met een adjuvantsysteem (AS01B) geeft het een antigeenspecifieke cellulaire en humorale immuunrespons bij personen met een al bestaande immuniteit tegen varicellazostervirus. Het adjuvantsysteem AS01B geeft een lokale en voorbijgaande activering van het aangeboren immuunsysteem. Antigeen-presenterende cellen transporteren gE-afgeleide antigenen naar de drainerende lymfeklier, wat vervolgens leidt tot de vorming van gE-specifieke CD4+-T-cellen en antilichamen. Het adjuvante effect van AS01B wordt veroorzaakt door interacties tussen 3-O-desacyl-4’-monofosforyllipide A en QS-21 geformuleerd in liposomen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

varicella-zostervaccin (shingrix) hoort bij de groep vaccins.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links