Geneesmiddelenoverzicht corticosteroïden, systemisch

Deze hoofdrubriek bevat 12 rubrieken:

Toon geneesmiddelen

Toon geneesmiddelen

Meer informatie over misselijkheid en braken bij chemo- en radiotherapie. Meer informatie over ziekte van Crohn. Meer informatie over Tuberculose. Meer informatie over colitis ulcerosa. Meer informatie over psoriasis. Meer informatie over jicht. Meer informatie over Reumatoïde artritis. Meer informatie over COVID-19. Meer informatie over contacteczeem. Meer informatie over COPD, aanvalsbehandeling. Meer informatie over astma, aanvalsbehandeling. Meer informatie over artrose. Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

corticosteroïden, systemisch

Werking

De corticosteroïden worden onderverdeeld in glucocorticoïden en mineralocorticoïden. Alle middelen in deze groep zijn glucocorticoïden, behalve fludrocortison (een mineralocorticoïd).

Werkingsmechanisme

Corticosteroïden binden intracellulair aan de corticosteroïdreceptor en vormen hiermee een complex dat de expressie van mRNA beïnvloedt. Hierdoor wordt de synthese van bepaalde eiwitten geïnduceerd.

Glucocorticoïden hebben een zeer breed werkingsspectrum, analoog aan het endogene cortisol. Ze worden in hogere dosering gebruikt vanwege hun ontstekingsremmende en immunosuppressieve werking.

ontstekingsremmend:

  • stimulering eiwitafbraak, waardoor de vorming van granulatieweefsel wordt geremd;
  • stabiliserende werking op de lysosomenmembraan van leukocyten;
  • vasoconstrictoir en vaatdichtend effect, waardoor het ontstaan van ontstekingsexsudaat en van plaatselijk oedeem wordt verminderd.

immunosuppressief (anti-allergisch):

  • vermindering van de celmigratie en de fagocytaire activiteit van leukocyten en monocyten;
  • vermindering van de activiteit en het volume van het lymfatisch systeem;
  • onderdrukking van de humorale immuniteit (vorming van antistoffen) (alleen bij zeer hoge doses).

Mineralocorticoïden hebben de volgende werking, analoog aan het endogene aldosteron:

  • bevordering van de uitwisseling van Na+-ionen tegen K+- en H+-ionen in de distale niertubulus.

Effect

  • onderdrukking van ontstekingsreacties van verschillende oorsprong, zoals trauma, allergie, auto-immuunziekte (glucocorticoïden in hogere dosering);
  • regulering van de koolhydraat-, eiwit- en vetstofwisseling (glucocorticoïden);
  • regulering van de elektrolytenbalans (mineralocorticoïden).

Meer informatie

Corticosteroïden zijn hormonen die worden geproduceerd door de bijnierschors of synthetische analogen van deze natuurlijke hormonen. Ze vertonen glucocorticoïde en/of mineralocorticoïde activiteit en hebben invloed op bijna alle lichaamssystemen, maar worden hoofdzakelijk toegepast voor hun krachtige anti-inflammatoire en immunosuppressieve effecten en als substitutietherapie.

Mineralocorticoïden hebben voornamelijk invloed op de water- en zouthuishouding.

Aldosteron heeft geen klinische toepassing gevonden vanwege de zeer korte halfwaardetijd (20 min). Fludrocortison (= fluorhydrocortison) evenaart aldosteron in mineralocorticoïde werking, maar heeft een veel langere halfwaardetijd.

Glucocorticoïden hebben een effect op de koolhydraat-, eiwit- en vetstofwisseling. Ze zijn bovendien van belang bij de reactie van het organisme op schadelijke prikkels, stress en bij ziekte.

Cortison en hydrocortison worden glucocorticoïden genoemd, maar tonen ook duidelijk mineralocorticoïde eigenschappen. Ze worden vrijwel uitsluitend toegepast als substitutietherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie, hypopituïtarisme of adrenogenitaal syndroom (AGS).

De semisynthetische derivaten van hydrocortison hebben een sterkere glucocorticoïde en een zwakkere mineralocorticoïde werking dan hydrocortison zelf. De δ-corticoïden (methylprednisolon, prednison, prednisolon) hebben per mg een vier- à vijfmaal zo groot glucocorticoïd effect als het natuurlijke hormoon. De mineraalwerking is echter gereduceerd. De gefluorideerde corticoïden (betamethason, dexamethason, triamcinolon) bezitten nog minder mineraalwerking.

In tabel 1 is de relatieve anti-inflammatoire en mineralocorticoïde werking van de glucocorticoïden ten opzichte van hydrocortison weergegeven.

Geneesmiddel

Relatieve anti-inflammatoire werking

Relatieve mineralocorticoïde werking

Equivalente dosis (mg)

cortison

0,8

0,8

25

hydrocortison

1

1

20

prednis(ol)on

4

0,8

5

methylprednisolon

5

0,5

4

dexamethason

25

0

0,75

betamethason

25

0

0,75

Werking glucocorticoïdenVergroot tabel

Typerende bijwerkingen

Met de volgende bijwerkingen moet rekening worden gehouden bij langdurig gebruik van glucocorticoïden:

  • centripetale vetzucht (gelaat, romp);
  • striae;
  • hirsutisme;
  • acne vulgaris;
  • ecchymosen;
  • osteoporose;
  • aseptische botnecrose (vnl. van het collum femoris);
  • proximale myopathie;
  • seksuele disfunctie;
  • verminderde glucosetolerantie, diabetes mellitus;
  • hyperlipidemie;
  • hypertensie;
  • vocht- en elektrolytstoornissen (afhankelijk van type glucocorticoïd);
  • verhoogde infectiegevoeligheid;
  • vertraagde wondgenezing;
  • mentale stoornissen (o.a. nervositeit, slapeloosheid, stemmingswisselingen, psychose);
  • toename van kans op trombose;
  • cataract;
  • toegenomen oogdruk en glaucoom;
  • groeivertraging bij kinderen;
  • bijnierschorsinsufficiëntie: onvoldoende of afwezige reactie op stress.

Bijwerkingen specifiek voor mineralocorticoïden zijn:

  • hypokaliëmie;
  • alkalose;
  • gewichtstoename;
  • oedeem;
  • hypertensie;
  • hartfalen.

Meer informatie

De twee belangrijkste risico's van langetermijnbehandeling met glucocorticoïden zijn adrenale suppressie en Cushing-achtige veranderingen. De incidentie en ernst van bijwerkingen zijn afhankelijk van de dosering en de duur van de behandeling. Verhoogde plasmaconcentraties van glucocorticoïden resulteren vaak na 2 weken in de eerste tekenen van iatrogeen syndroom van Cushing.

Bij een goed gedoseerde substitutietherapie is er weinig kans op bijwerkingen. De kans op bijwerkingen neemt af bij gebruik van glucocorticoïden met een relatief korte werkingsduur, bij toepassing van een lagere dosis en toedieningsfrequentie, bij een kortere behandelduur en toediening 's morgens. De kans op bijwerkingen kan verder worden verkleind door zo mogelijk gebruik te maken van lokale toedieningsvormen.

De bijwerkingen ten gevolge van de glucocorticoïde werking zijn voornamelijk af te leiden uit de perifere katabole werking, de stimulering van de gluco(neo)genese, de ontstekingsremmende en immunosuppressieve eigenschappen.

De door gebruik van corticosteroïden geïnduceerde osteoporose berust op drie factoren: vergrote eiwitkatabolie (verdwijnen van botmatrix), remming van de osteoblastenactiviteit en beïnvloeding van de calciumresorptie in de darm (waarschijnlijk door verminderde gevoeligheid voor calciferolmetabolieten).

Bij een langdurige corticosteroïdbehandeling is een verhoogde frequentie van cataract beschreven. Bij hiervoor gepredisponeerden (een erfelijke component is aanwezig) kan de oogdruk stijgen en zelfs klinisch manifest glaucoom ontstaan. Dit geldt met name bij lokale toediening via oogdruppels.

Of een ulcus pepticum door corticosteroïdtoediening kan worden veroorzaakt, wordt betwijfeld. Waarschijnlijk wordt wel de genezing van bestaande ulcera vertraagd en neemt de kans op recidieven toe. Het risico bestaat dat door hoge doses corticosteroïden de symptomen van een maagperforatie worden gemaskeerd.

Toepasbaarheid

U kunt de middelen in deze groep filteren op indicatie. Zie bovenaan deze pagina bij ‘Geneesmiddelenoverzicht’ en selecteer een indicatie.

Ouderen

Volgens de productinformatie van de fabrikanten is bij de systemische toepassing van corticosteroïden (in farmacologische dosering) bij ouderen zorgvuldige observatie van belang. Dit omdat de gebruikelijke bijwerkingen (zoals osteoporose, hypertensie, hypokaliëmie, diabetes mellitus, verhoogde gevoeligheid voor infecties en atrofie van de huid) bij hen tot levensbedreigende situaties kunnen leiden.

In de productinformatie van de meeste corticosteroïden staat geen advies over de dosering bij ouderen. Volgens de productinformatie van hydrocortison dient men bij ouderen met een laag lichaamsgewicht de klinische respons te monitoren en zo nodig de dosis te verlagen.

Nierfunctiestoornis

Volgens de productinformatie is bij de toepassing van corticosteroïden bij nierfunctiestoornis voorzichtigheid geboden. Corticosteroïden worden voornamelijk via de urine uitgescheiden [1].

In de productinformatie staat veelal geen advies over de dosering bij een nierfunctiestoornis.

Leverfunctiestoornis

Volgens de productinformatie van de meeste corticosteroïden dient men deze middelen voorzichtig toe te passen bij een leverfunctiestoornis. Het effect kan toenemen bij levercirrose.

In de productinformatie van prednison staat het advies om bij een leverfunctiestoornis bij voorkeur voor prednisolon te kiezen. Bij gebruik van cortison kan volgens de productinformatie een dosisverhoging nodig zijn. Reden hiervoor is dat prednison en cortison prodrugs zijn; ze worden pas farmacologisch actief na omzetting in de lever tot respectievelijk prednisolon en hydrocortison. Bij levercirrose is deze omzetting verminderd.

Healthbase [3] geeft informatie over de toepassing van prednis(ol)on bij de behandeling van auto-immuun hepatitis. Beide middelen kunnen bij deze indicatie veilig worden toegepast, mits de bijwerkingen goed gemonitord worden. Prednisolon heeft wel de voorkeur, vanwege de verminderde omzetting van prednison in prednisolon bij levercirrose.

Zwangerschap

Lareb [4] adviseert om substitutietherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie (met fysiologische doses) te continueren tijdens de zwangerschap. Cortison, fludrocortison en hydrocortison worden hiervoor toegepast. Er worden geen schadelijke effecten verwacht.

Bij de overige indicaties en farmacologische doses, kunnen corticosteroïden volgens Lareb zo nodig worden toegepast tijdens de zwangerschap. De voorkeur gaat uit naar prednis(ol)on, en hydrocortison, omdat deze middelen de placenta in mindere mate passeren dan andere corticosteroïden. Doseer het corticosteroïd zo kort en zo laag mogelijk.

Meer informatie

Bij proefdieren neemt de kans op schisis toe door gebruik van corticosteroïden. Bij de mens wordt in de meeste studies geen verhoogd risico gezien, maar de gegevens zijn niet eenduidig.

Chronisch gebruik van hogere doseringen (> 10 mg prednisonequivalenten per dag) leidt mogelijk tot intra-uteriene groeivertraging. Chronisch gebruik in het 3e trimester kan neonatale bijnierschorssuppressie veroorzaken. Kenmerken hiervan zijn neonatale hypoglykemie, hypotensie, elektrolytverstoringen en verstoring van de immuunrespons.

Prednis(ol)on en hydrocortison passeren de placenta nauwelijks. De foetale serumconcentraties zijn ca. 10% van de maternale concentratie.

Lactatie

Volgens Lareb [5] kan substitutietherapie bij bijnierschorsinsufficiëntie (met fysiologische doses) tijdens de borstvoedingsperiode worden toegepast. Cortison, fludrocortison en hydrocortison worden hiervoor gebruikt.

Bij de overige indicaties en farmacologische doses, geeft Lareb de voorkeur aan prednis(ol)on of methylprednisolon. Bij langer durend gebruik van prednis(ol)on (zoals bij behandeling van een auto-immuunziekte) of kortdurend i.v. gebruik van methylprednisolon is het advies om na de toediening enkele uren te wachten met voeden; zie de geneesmiddelteksten. Bij toepassing van een hogere dosis van deze middelen gedurende langere tijd, de groei en ontwikkeling van de zuigeling extra controleren.

Over het gebruik van de andere corticosteroïden tijdens de borstvoedingsperiode zijn geen gegevens bekend. Volgens Lareb is kortdurend gebruik van betamethason, dexamethason en triamcinolon waarschijnlijk veilig; vermijd langdurig gebruik vanwege het ontbreken van ervaring, de sterke werking en de hoge biologische beschikbaarheid.

Kinderen

Het Kinderformularium [6] geeft bij onderstaande indicaties voor de volgende corticosteroïden kinderdoseringen:

Endocrinologische aandoeningen:

  • Acute bijniercrisis: hydrocortison;
  • Adrenogenitaal syndroom: hydrocortison;
  • Neonataal hypocortisolisme: hydrocortison;
  • Stressdosering bij bijnierschorsinsufficiëntie: dexamethason, hydrocortison, prednisolon;
  • Substitutie bij bijnierschorsinsufficiëntie: fludrocortison, hydrocortison.

Immunologische en hematologische aandoeningen:

  • Ernstige allergische reactie: hydrocortison, prednisolon;
  • Hemolytische auto-immuun anemie: methylprednisolon;
  • Lage of hoge dosis therapie bij immunologische/hematologische ziekte: prednisolon;
  • Pulse-therapie na rejectie donororganen: methylprednisolon;
  • Pulse-therapie bij therapieresistente SLE: methylprednisolon.

Longaandoeningen:

  • Allergische bronchopulmonale aspergillose (ABPA) bij cystische fibrose: prednisolon;
  • Alloreactieve longproblemen: methylprednisolon;
  • Chronische longziekte (CLD): dexamethason, hydrocortison;
  • Profylaxe en behandeling van post-detubatie stridor: dexamethason;
  • Pseudokroep: dexamethason;
  • Status asthmaticus: prednisolon.

Maag-darmaandoeningen:

  • Inflammatoire darmziekte (IBD): prednisolon;
  • Misselijkheid en braken bij chemotherapie en postoperatief: dexamethason.

Neurologische aandoeningen:

  • Hersenoedeem: dexamethason;
  • Idiopathische perifere aangezichtsverlamming: prednisolon;
  • Meningitis: dexamethason;
  • Nektrauma: methylprednisolon.

Spier- en gewrichtsaandoeningen:

  • Artritis: lokale injectie: triamcinolonacetonide, triamcinolonhexacetonide;
  • Juveniele dermatomyositis: methylprednisolon, prednisolon;
  • Juveniele idiopathische artritis (JIA); JIA geassocieerde chronische uveïtis: prednisolon.

Overig:

  • Neonatale shock, hypotensie: hydrocortison;
  • Idiopathisch nefrotisch syndroom: prednisolon.

In de productinformatie van de fabrikanten wordt bij onderstaande indicaties voor de volgende corticosteroïden een kinderdosering gegeven:

  • Adrenogenitaal syndroom met zoutverlies: fludrocortison;
  • Algemene dosering (indicaties niet gespecificeerd): hydrocortison, methylprednisolon, triamcinolonacetonide;
  • Hersenoedeem: dexamethason;
  • Juveniele idiopathische artritis: lokale injectie: triamcinolonhexacetonide;
  • (Peri-)articulaire aandoeningen: lokale injectie: triamcinolonacetonide.

Verder is het advies volgens de productinformatie om bij langdurig gebruik van corticosteroïden nauwlettend de groei en ontwikkeling van kinderen te controleren, vanwege de groeiremmende werking van corticosteroïden. Streef naar een alternerende dosering, om groeiremming te voorkomen (zoals toediening 1× per 2 dagen).

Literatuur

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  2. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  3. Stichting Health Base. Geneesmiddelen bij levercirrose, webpagina Corticosteroïden bij auto-immuun hepatitis (AIH). Geraadpleegd december 2019.
  4. Lareb. Systemische corticosteroïden tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd november 2019.
  5. Lareb. Systemische corticosteroïden tijdens de borstvoedingsperiode. Geraadpleegd november 2019.
  6. Het Kinderformularium van het NKFK, geraadpleegd december 2019.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

corticosteroïden, systemisch vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.