Advies

Bij contacteczeem primair de betreffende contactstoffen (allergisch, irritatief) identificeren en deze zoveel mogelijk vermijden. Vaak betreffen het milde reacties (schilfering, geringe roodheid) waarbij toepassing van een indifferent middel enkele keren per dag zal voldoen. Bij ernstigere contactreacties is toevoeging van dermatocorticosteroïden aangewezen, of eventueel een kortdurende behandeling met prednis(ol)on oraal. Indien het eczeem tot rust is gekomen kan het dermatocorticosteroïd geleidelijk worden afgebouwd. Houd rekening met eventuele lokale en systemische bijwerkingen bij het gebruik van (dermato)corticosteroïden.

Behandelplan

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    Bij verdenking op contacteczeem, de contactfactoren identificeren en zoveel mogelijk elimineren.

    Niet-medicamenteuze adviezen dienen te worden gecombineerd met medicamenteuze behandeling.

    Toelichting

    Het afnemen van een anamnese is de belangrijkste stap bij het identificeren van contactfactoren. Hierbij (niet exclusief) de aandacht richten op lokale therapeutica, huidverzorgende middelen, de beroepssituatie en eventuele hobby’s.

  2. Start medicamenteus beleid

    Kies een van de drie onderstaande behandelingen, afhankelijk van de ernst van het contacteczeem.

  3. Mild contacteczeem

    Kies één van de volgende indifferente middelen (emolliens) in volgorde van oplopende vethoudendheid:

    • cetomacrogolcrème FNA (nattend eczeem)
    • lanettecrème FNA
    • vaselinecetomacrogolcrème FNA
    • vaselinelanettecrème FNA
    • koelzalf FNA
    • cetomacrogolzalf FNA
    • lanettezalf FNA (droog eczeem)

    Smeer enkele malen per dag (na handen wassen of douchen).

    Toelichting

    Het gebruik van een indifferent middel kan preventief werken en daarmee het gebruik van een dermatocorticosteroïd onnodig maken. Respectievelijk minder intensief contact met contactfactoren en het gebruik van een indifferent middel zal de klachten binnen enkele dagen tot weken doen verminderen.

    Van belang is de vethoudendheid van het indifferent middel. Indien het middel te veel water bevat, droogt het de huid uit, waardoor eczeem en jeuk kunnen verergeren.

  4. Matig tot ernstig contacteczeem

    Kies één van de volgende klasse 1 of 2 dermatocorticosteroïden:

    Combineer met een indifferent middel.

    Bij dermatocorticosteroïdresistent contacteczeem

    Overweeg één van de volgende lokale calcineurineremmers:

    Let op

    Het gebruik van dermatocorticosteroïden kan lokale en systemische bijwerkingen veroorzaken. Zie voor veilig gebruik de richtlijn Dermatocorticosteroïden3.

    Langdurig gebruik van sterke dermatocorticosteroïden maakt de huid dun en daardoor meer doorgankelijk voor contactstoffen.

    Toelichting

    De keuze van de sterkte en de basis van het preparaat is afhankelijk van de ernst en de fase waarin het eczeem zich bevindt (acuut, subacuut, chronisch).

    Klasse 3 en klasse 4 dermatocorticosteroïden reserveren voor de behandeling van een ernstig acuut contacteczeem in de tweedelijnszorg.

    Dagelijks gebruik van een dermatocorticosteroïd gedurende enkele weken geeft doorgaans geen bijwerkingen. Bij verbetering dient het dagelijkse gebruik te worden afgebouwd, aanvankelijk tot om de dag en vervolgens tot enkele malen per week, alvorens het te staken. Eventueel kan bij verbetering worden overgegaan op een zwakker werkend dermatocorticosteroïd. Bij een toename van de klachten kan de frequentie van het gebruik weer worden verhoogd. Langdurig dagelijks gebruik van met name de (zeer) sterk werkende dermatocorticosteroïden vermijden.

    Lokale calcineurineremmers zijn geregistreerd voor de behandeling van constitutioneel eczeem. Het betreft ontstekingsremmende middelen zonder de atrofiërende effecten van de lokale dermatocorticosteroïden.

  5. Zeer ernstig contacteczeem

    Geef bij onvoldoende effect of intolerantie (pijn) van lokale therapie een stootkuur met:

    Vul de behandeling aan met indrogende indifferente therapie bij nattende afwijkingen en met een indifferente (vet)crème indien de huidafwijkingen zijn ingedroogd en/of bij veel kloven. Voeg aan het eind van de stootkuur een dermatocorticosteroïd toe.

    Toelichting

    Met name aan het einde van de stootkuur dient een dermatocorticosteroïd te worden geïntroduceerd om recidief van de klachten na het staken van de prednis(ol)on te voorkomen.

  6. Overweeg alternatief in de tweedelijnszorg

    Bij therapieresistent (contact)eczeem kan worden behandeld met foto(chemo)therapie of immuunsuppressiva (azathioprine, methotrexaat, ciclosporine). Voor meer details: NVDV richtlijn contacteczeem.

    Bij patiënten met chronisch therapieresistent contacteczeem aan de handen kan behandeling met alitretinoïne overwogen worden.

    Bij patiënten met therapieresistent hyperkeratotisch contacteczeem van de handen kan acitretine worden overwogen. Voor meer details: NVDV richtlijn contacteczeem.

Achtergrond

Definitie

Bij contacteczeem is sprake van een contactallergie of van een irritatieve (niet-immunologische) reactie.

Bij een allergisch contacteczeem is bij eerder contact een sensibilisatie opgetreden voor de betreffende stof. Het betreft een vertraagde reactie (type IV-allergie volgens Gell en Coombs). Belangrijke contactallergenen zijn metalen (nikkel, chromaat), parfumgrondstoffen en conserveermiddelen (bijvoorbeeld in crèmes).

Irritatief contacteczeem wordt veroorzaakt door de herhaalde beschadigende inwerking van zwakke irritatieve factoren. Deze kunnen van chemische, maar ook van fysische aard zijn. Er is geen sprake van een immunologische reactie. Het optreden van een irritatief contacteczeem is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de fysisch-chemische eigenschappen van de stof, duur en frequentie van expositie, de dosis van de irriterende factor, de barrièrefunctie van de huid en omgevingsfactoren. Het risico van irritatief contacteczeem is individueel bepaald. Patiënten met een (voorgeschiedenis van) constitutioneel eczeem hebben meer kans op een irritatief (hand)eczeem. Een belangrijke irritatieve prikkel is veelvuldig contact met water (natte werkzaamheden).

Symptomen

Contacteczeem kan over het gehele lichaam voorkomen, maar wordt voornamelijk gezien op plaatsen van frequente en intensieve blootstelling aan contactstoffen, zoals de handen en in mindere mate de voeten en het hoofd-halsgebied.

Contactreacties kunnen zich manifesteren als: een acuut eczeem, waarbij sprake is van roodheid, zwelling en blaasjes, als een subacuut eczeem dat wordt gekenmerkt door roodheid en papels en ten slotte als een chronisch eczeem, waarbij sprake is van roodschilferende afwijkingen. De verschillende fasen kunnen in tijd en plaats afwisselen. Het eczeem is doorgaans niet scherp begrensd. Er kunnen afwijkingen op enige afstand ontstaan van het contact (strooireacties).

Op basis van het klinisch beeld is het onderscheid tussen irritatief en allergisch contacteczeem niet altijd te maken. Vaak is er sprake van een combinatie van verschillende vormen van eczeem (allergisch, irritatief, constitutioneel; zie ook achtergrondinformatie constitutioneel eczeem).

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het zoveel mogelijk vermijden van de oorzakelijke contactfactoren en het verlichten van de symptomen.

Uitgangspunten

Bij de behandeling van contacteczeem staat het vermijden van de oorzakelijke contactfactoren op de voorgrond. Dit is echter vaak niet of slechts gedeeltelijk mogelijk. Bovendien is de huid beschadigd, daardoor extra kwetsbaar en verhoogd doorgankelijk, waardoor er een vicieuze cirkel kan ontstaan.

Veelvoorkomende contactreacties betreffen licht irritatieve reacties aan de handen bij nat werk en licht irritatieve reacties op huidverzorgingsmiddelen. Minder intensief contact met water en zeep, resp. het mijden van het betreffende huidverzorgingsmiddel en daarbij het gebruik van een indifferent middel zal de klachten binnen enkele dagen tot weken doen verminderen. Bij ernstigere reacties kunnen de klachten weken tot maanden aanhouden. Ook kan het eczeem een voortslepend verloop hebben, met name indien de contactfactor niet kan worden geëlimineerd en/of er naast de contactfactor ook een constitutioneel eczeem aanwezig is.

Contacteczeem kan tegelijkertijd optreden met een andere huidaandoening. De oorspronkelijke huidaandoening is vaak pas goed te herkennen en/of te behandelen nadat de contactfactor is geëlimineerd.

In milde gevallen bestaat de medicamenteuze behandeling uit het gebruik van een indifferent middel (emolliens). Indien de klachten daartoe aanleiding geven, wordt overgegaan op het aanbrengen van een dermatocorticosteroïd. De keuze van de sterkte en de basis van het preparaat is afhankelijk van de ernst en de fase waarin het eczeem zich bevindt (acuut, subacuut of chronisch). Zodra de ernst van het eczeem dat toelaat, wordt het gebruik afgebouwd tot enkele malen per week, alvorens te worden gestaakt. De behandeling wordt aangevuld met het gebruik van een indifferent middel (emolliens), bij voorkeur enkele malen per dag (na handenwassen, na douchen).

Nadeel van het gebruik van sterkwerkende lokale corticosteroïden is het negatief effect op de barrièrefunctie van de opperhuid, waardoor bij gebruik langer dan enkele weken het positieve effect op de ontsteking moet worden afgewogen tegen de mogelijk verhoogde opname van irritantia door de verdunnende opperhuid. Wanneer het contacteczeem niet vermindert of zelfs toeneemt bij gebruik van lokale corticosteroïden, moet men rekening houden met sensibilisatie voor het dermatocorticosteroïd of bestanddelen van de basis, zoals wolvet(-afgeleiden) of het conserveermiddel.

Wanneer de huid na enkele weken niet verbetert of indien op basis van de anamnese (huidverzorging, risicoberoep) een allergische factor mogelijk relevant is, een contactallergologisch onderzoek (plakproef) overwegen. Eventueel kan gestart worden met intensievere vormen van behandeling.

Raad aan contact op te nemen met de bedrijfsarts in geval van beroepsgebonden contacteczeem.

Geneesmiddelen

calcineurineremmersToon kosten

corticosteroïden, cutaanToon kosten

corticosteroïden, systemischToon kosten

retinoïden, systemischToon kosten

Literatuur

  1. NHG-standaard Eczeem. Huisarts Wet 2014;57:240-52.
  2. Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Contacteczeem. 2013.
  3. Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie. Richtlijn Dermatocorticosteroïden. Utrecht, 2000.

Zie ook