Samenstelling

Hydrocortison FNA Formularium der Nederlandse Apothekers

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
1 mg, 2 mg, 3 mg, 4 mg, 5 mg, 6 mg, 7 mg, 8 mg, 9 mg, 10 mg

Capsulae hydrocortisoni FNA.

Hydrocortison Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
20 mg

Plenadren Shire Netherlands BV

Toedieningsvorm
Tablet met gereguleerde afgifte
Sterkte
5 mg, 20 mg

Solu-Cortef (als Na-succinaat) Pfizer bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof voor i.m.- en i.v.-toediening
Sterkte
100 mg
Verpakkingsvorm
zonder en met solvens ('Act-O-Vial') 2 ml

Conserveermiddel solvens ('Act-O-Vial'): benzylalcohol.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Algemeen: hydrocortisoninjecties en -tabletten kunnen bij de genoemde indicaties worden voorgeschreven.

Zie voor meer informatie over de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie de ‘Clinical Practice Guideline’ via Endocrine Society. De hydrocortisontablet met gereguleerde afgifte (Plenadren) heeft een therapeutisch gelijke waarde ten opzichte van hydrocortison met directe afgifte voor de behandeling van bijnierschorsinsufficiëntie bij volwassenen. Plenadren éénmaal per dag toedienen, hydrocortison met directe afgifte twee- of driemaal per dag toedienen.

Bij een niet-ernstige exacerbatie van astma wordt een kortwerkend β2-sympathicomimeticum gegeven. Bij volwassenen kan bij een niet-ernstige exacerbatie ook een tijdelijke verhoging van de inhalatiecorticosteroïden worden overwogen. Bij een ernstige exacerbatie van astma wordt salbutamol en eventueel ipratropium (via dosisaerosol of verneveling) gegeven. Tevens wordt een kuur met een oraal corticosteroïd (prednisolon) gegeven. Bij patiënten met ernstige dyspneu en slikproblemen, kan éénmalig dexamethason i.m. worden toegediend.

Bij een niet-ernstige exacerbatie van COPD wordt bij onvoldoende effect van luchtwegverwijders in maximale dosering, een oraal corticosteroïd (prednisolon) gegeven. Bij een ernstige exacerbatie van COPD wordt salbutamol en eventueel ipratropium (via dosisaerosol of verneveling) gegeven. Tevens wordt een kuur met een oraal corticosteroïd (prednisolon) gegeven. Bij patiënten met ernstige dyspneu en slikproblemen, kan éénmalig dexamethason i.m. worden toegediend.

Indicaties

Hydrocortison capsule en tablet met directe afgifte:

  • Substitutie bij primaire (ziekte van Addison en adrenogenitaal syndroom) en secundaire bijnierschorsinsufficiëntie (t.g.v. (pan)hypopituïtarisme). Bij primaire bijnierschorsinsufficiëntie in combinatie met een mineralocorticoïd.

Plenadren (tablet mga):

  • Bijnierschorsinsufficiëntie (bijnierschorshypofunctie) bij volwassenen. Bij primaire bijnierschorsinsufficiëntie in combinatie met een mineralocorticoïd.

Solu-Cortef:

  • Substitutie bij primaire (ziekte van Addison en adrenogenitaal syndroom) en secundaire bijnierschorsinsufficiëntie (t.g.v. (pan)hypopituïtarisme). Bij primaire bijnierschorsinsufficiëntie in combinatie met een mineralocorticoïd.
  • Niet als eerste keus: kortdurende stoottherapie bij ernstige exacerbaties van astma of COPD, status asthmaticus en als adjuvans bij ernstig verlopende anafylactische reacties.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Primaire en secundaire bijnierschorsinsufficiëntie:

Volwassenen:

Hydrocortison capsule of tablet met directe afgifte: 20–40 mg per dag: bijvoorbeeld tweederde van de dosis 's ochtends, eenderde in de namiddag. Bij primaire bijnierschorsinsufficiëntie hydrocortison combineren met een mineralocorticoïd. Bij zware fysieke inspanning of stress is het noodzakelijk de dosering tijdelijk te verhogen.

Onderhoudstherapie bijnierschorsinsufficiëntie (Plenadren):

Volwassenen:

Plenadren (tablet mga): veelal 20-30 mg 1×/dag in de ochtend, max. 40 mg/dag. Indien de patiënt nog enige eigen cortisolproductie heeft, kan een lagere dosis voldoende zijn. Bij primaire bijnierschorsinsufficiëntie hydrocortison combineren met een mineralocorticoïd.

Bij overschakelen van 3×/dag hydrocortison naar Plenadren kan dezelfde totale dagdosis worden gegeven; controleer vervolgens de klinische respons, een nadere afstemming van de dosis kan nodig zijn. Het overschakelen van hydrocortison 2×/dag, cortison of synthetische glucocorticoïden op Plenadren is niet onderzocht; aanbevolen wordt om over te gaan op een dagelijkse hydrocortisonequivalente dosis (zie tabel 1 in corticosteroïden, systemisch#werking), een specifieke dosisaanpassing kan nodig zijn.

Bij ernstige stress (bv. ernstige infectie, hoge koorts, ernstig letsel, operatieve ingreep onder narcose): verhoog de dosis direct en vervang de orale toediening door parentale, bij voorkeur i.v. toediening. Bij minder ernstige stress (bv. milde infectie, milde koorts, kleine operatieve procedure): verhoog de dagdosis tijdelijk door de onderhoudsdosis 2 of 3× per dag te geven met tussenpozen van 8 ± 2 uur (dus niet de ochtenddosis verhogen); ga hierbij over op hydrocortisontabletten met directe afgifte, of voeg deze toe aan de behandeling met Plenadren.

Overige indicaties (acute bijnierschorsinsufficiëntie, ernstige exacerbaties van astma of COPD, status asthmaticus en anafylactische reacties):

Volwassenen:

Solu-Cortef: begindosis 100–500 mg i.m. of i.v., soms meer; zo nodig elke 2–6 uur herhalen. Als initiële behandeling van spoedgevallen is i.v. injectie de meest gekozen methode; daarna een langer werkend inspuitbaar of oraal preparaat overwegen. In het algemeen een behandeling met hoge doses alleen voortzetten totdat de toestand van de patiënt is gestabiliseerd. Indien de behandeling met hoge doses langer dan 48–72 uur wordt voortgezet, hydrocortison bij voorkeur vervangen door een glucocorticoïd dat minder natriumretentie veroorzaakt (zoals methylprednisolon).

Kinderen:

dosering afhankelijk van ernst en reactie op de behandeling: minimaal 25 mg i.m. of i.v. per dag geven.

De laagst mogelijke dosis gebruiken en de dosering geleidelijk verminderen zodra dat mogelijk is.

Ouderen: bij een leeftijdgerelateerd laag lichaamsgewicht de klinische respons monitoren en een dosisverlaging kan nodig zijn.

Nier- en leverfunctiestoornis: bij een lichte tot matige nier- of leverfunctiestoornis is dosisaanpassing niet nodig; bij ernstige nier- of leverfunctiestoornis de klinische respons monitoren en een dosisverlaging kan nodig zijn.

I.v.-toediening: de duur van de toediening is afhankelijk van de dosis en varieert van 30 s (bv. 100 mg) tot 10 min (bv. 500 mg of meer).

I.m.-toediening: herhalingsinjecties op dezelfde plaats vermijden, wegens kans op lokale atrofie.

Capsule en tablet met directe afgifte: irritatie van de maag kan worden verminderd door inname vlak voor, tijdens of vlak na het eten. De capsule kan worden opengemaakt en gemengd met chocolademelk.

Tablet mga (Plenadren): na het opstaan ten minste 30 minuten vóór de inname van voedsel innemen, bij voorkeur rechtop en tussen 06.00 en 08.00 uur 's ochtends. De tablet heel innemen met een glas water. Bij meer dan één toediening per dag: de ochtenddosis volgens de instructie geven, latere doses kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen.

Bijwerkingen

Behandeling met glucocorticoïden op lange termijn kan, zelfs in geval van lage doses, aanleiding geven tot de volgende bijwerkingen:

Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie, hartfalen bij daarvoor gevoelige patiënten, kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose, hypertensie, verhoogde calciumuitscheiding.

Bewegingsapparaat: spierzwakte en spieratrofie (steroïdmyopathie), osteoporose met kans op compressiefracturen van de wervels of pathologische fracturen, aseptische botnecrose (vooral van de femur- en humeruskoppen), peesruptuur (vooral van de Achillespees).

Maag-darmstelsel: ulcus pepticum met verhoogde kans op bloeding en (gemaskeerde) perforatie, darmperforatie, pancreatitis, oesofagitis, dyspepsie, misselijkheid, opgezette buik.

Huid: vertraagde wondgenezing, dunne kwetsbare huid, petechiën en ecchymose, rode striae, erytheem van het gezicht, toegenomen transpiratie, verminderde respons bij huidtesten, acne, allergische reacties zoals urticaria, een versnelde groei van Kaposi-sarcoom (waarschijnlijk reversibel).

Bloed en bloedvaten: erytrocytose, granulocytose, lymfo- en eosinopenie, toegenomen trombotisch risico.

Neurologische effecten: intracraniële drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking, convulsies, vertigo en hoofdpijn.

Endocriene effecten: menstruatiestoornissen, erectiestoornis, hirsutisme, ontstaan van het Cushingsyndroom, belemmering van de groei bij kinderen, secundaire remming van hypofyse en bijnierschors, met kans op bijnierschorsinsufficiëntie ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verlaagde glucosetolerantie, waardoor latente diabetes mellitus manifest kan worden.

Oog: subcapsulaire lenscataracten, ,glaucoom, exophthalmus, centrale sereuze chorioretinopathie, wazig zien.

Psychische reacties: variërend van euforie, slapeloosheid, angst, stemmingswisselingen, persoonlijkheidsveranderingen en ernstige depressie tot duidelijke verschijnselen van psychose. Ook kunnen bestaande emotionele instabiliteit en psychotische neigingen verergeren. Psychische bijwerkingen treden met name op aan het begin van de behandeling en tijdens perioden van dosisaanpassing. Ook na staken van de behandeling met corticosteroïden zijn psychische effecten gemeld.

Stofwisseling: negatieve stikstofbalans door eiwitafbraak, gewichtstoename, centripetale vetzucht (gelaat, romp) en zeer zelden reversibele epidurale, mediastinale of epicardiale lipomatose, versterkt door toegenomen eetlust (te beperken door dieetmaatregelen).

Overige: verhoogde gevoeligheid voor infecties (vooral bij hoge dosering). Overgevoeligheid, anafylactische of anafylactoïde reacties. Zeer zelden overgevoeligheidsreacties die zich ontwikkelen tot shock.

Na langdurige therapie kan plotseling staken van de toediening van corticosteroïden een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, met symptomen zoals anorexia, misselijkheid, braken, lethargie, hoofdpijn, koorts, myalgie, artralgie, schilfering van de huid, gewichtsverlies en hypotensie; eventuele bijnierschorsinsufficiëntie lijkt hierbij geen rol te spelen.

Plenadren:

Zeer vaak (≥ 10%): vertigo, hoofdpijn. Diarree. Vermoeidheid.

Vaak (1-10%): bovenbuikpijn, misselijkheid. Jeuk, huiduitslag. Artralgie.

Interacties

Vaccinatie met levende of verzwakte virussen bij gebruik van een immunosuppressieve dosering is gecontra-indiceerd. Toediening van geïnactiveerde virus- of bacteriële vaccins is mogelijk niet effectief.

Enzyminductoren, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, rifabutine en rifampicine, kunnen de plasmaconcentratie van corticosteroïden verlagen. De interactie is alleen relevant bij behandeling langer dan twee weken. Zowel bij starten als bij staken van de enzyminductor de corticosteroïddosering zo nodig bijstellen.

Wees voorzichtig bij gelijktijdige toediening van CYP3A4-remmers (bv. cobicistat, HIV-proteaseremmers, claritromycine, erytromycine, ketoconazol, itraconazol, posaconazol, voriconazol, grapefruitsap), omdat een toename van systemische bijwerkingen van het corticosteroïd kan optreden.

Wees voorzichtig bij combinatie met een ander CYP3A4-substraat zoals cyclofosfamide of tacrolimus; mogelijk treden bijwerkingen van ieder middel eerder op.

Het effect van corticosteroïden kan gedurende 3-4 dagen verminderd zijn na behandeling met mifepriston.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

De respons op anticoagulantia kan veranderen, daarom de INR extra controleren.

De werking van zowel ciclosporine als corticosteroïden kan toenemen bij gelijktijdige toediening; convulsies zijn gemeld.

Bij gelijktijdig gebruik van kaliumonttrekkende diuretica (zoals thiazide-diuretica), amfotericine B, xanthinederivaten of β2-agonisten is er meer kans op hypokaliëmie. Er zijn meldingen dat gelijktijdig gebruik van amfotericine B gevolgd werd door vergroting van het hart en congestief hartfalen.

De toxische grens van digoxine kan eerder worden bereikt.

Gelijktijdig gebruik met NSAID's kan leiden tot een additief ulcerogeen effect.

De behoefte aan insuline of orale bloedglucoseverlagende middelen bij diabetici kan worden verhoogd.

De plasmaspiegel van isoniazide kan dalen.

De eliminatie van salicylaten kan worden versneld; bij het staken van de behandeling neemt de kans op salicylaatintoxicatie toe.

Bij gelijktijdig gebruik van hoge doses corticosteroïden en neuromusculaire blokkers is acute myopathie beschreven.

Het effect van cholinesteraseremmers bij myasthenia gravis kan afnemen.

Zwangerschap

Passeert de placenta nauwelijks. De foetale serumconcentratie is ca. 10% van de maternale concentratie.
Teratogenese: Bij dieren in hoge doses schadelijk gebleken (schisis). Bij de mens geen duidelijke aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Bij chronisch gebruik van corticosteroïden in hogere doseringen is intra-uteriene groeivertraging beschreven. Chronisch gebruik in het 3e trimester kan neonatale bijnierschorssuppressie veroorzaken; kenmerken hiervan zijn neonatale hypoglykemie, hypotensie, elektrolytverstoringen en verstoring van de immuunrespons. Bij substitutietherapie wordt geen neonatale bijnierschorssuppressie of intra-uteriene groeivertraging verwacht.
Advies: Kan worden gebruikt tijdens de zwangerschap, mits zo kort en zo laag mogelijk gedoseerd. Substitutietherapie kan tijdens de zwangerschap worden toegepast; controleer hierbij de dosering nauwgezet.

(Act-O-Vial:) benzylalcohol passeert de placenta en kan daardoor toxiciteit bij (premature) neonaten veroorzaken na toediening vlak voor of tijdens een bevalling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: De doses die worden gebruikt voor suppletietherapie hebben waarschijnlijk geen klinisch significante invloed op het kind. Zuigelingen van moeders die langdurig hoge doses corticosteroïden innemen, lopen het risico op bijniersuppressie.
Advies: Suppletietherapie kan tijdens borstvoeding worden toegepast.

Contra-indicaties

Bij gebruik als substitutietherapie gelden geen contra-indicaties.

Bij overige indicaties:

  • ulcus ventriculi of ulcus duodeni;
  • acute infectieuze processen, m.n. virusinfecties en systemische schimmelinfecties;
  • tropische worminfecties;
  • zie ook de rubriek Interacties.

Voor Solu-Cortef: intrathecale en epidurale toediening.

Voor de Act-O-Vial: neonaten in verband met aanwezigheid benzylalcohol.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij substitutietherapie: Acute bijnierschorsinsufficiëntie (met kans op levensbedreigende bijniercrisis) kan ontstaan als de dagelijkse dosering niet volstaat of in omstandigheden waarbij een verhoogde behoefte aan cortisol bestaat. In stress-situaties moet de dagelijkse vervangingsdosis tijdelijk worden verhoogd. Informeer de patiënt over het handelen in dergelijke omstandigheden en om direct medische hulp te zoeken bij een acute verslechtering; met name in het geval van gastro-enteritis, braken en/of diarree die leiden tot zowel vocht- en zoutverlies als tot ontoereikende absorptie van oraal hydrocortison.

Wees tijdens de behandeling bedacht op een mogelijke verstoring van de schildklierfunctie, omdat zowel hypo- als hyperthyreoïdie de blootstelling aan hydrocortison kan beïnvloeden.

Bij langdurige substitutietherapie met glucocorticoïden kan een verminderde botmineraaldichtheid ontstaan.

Controles: Complicaties van de behandeling met glucocorticoïden zijn afhankelijk van de dosis en de behandelduur. Pas de behandeling aan voor de individuele patiënt, incl. controle van gewicht, bloeddruk en elektrolyten. Bij chronisch gebruik van farmacologische doses glucocorticoïden is regelmatige oogheelkundige controle gewenst, vanwege het risico op cataract en glaucoom. Controleer patiënten met bestaande cardiovasculaire risicofactoren extra bij langdurig gebruik, wegens bijwerkingen op het cardiovasculaire systeem, zoals dyslipidemie en hypertensie.

Endocriene effecten: Langdurige toediening van farmacologische doses corticosteroïden kan resulteren in onderdrukking van de HPA-as (steroïdgeïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie). Vóór, tijdens en ná stress-situaties (zoals operatie, trauma, infectie) de dosering verhogen. Bij patiënten die na glucocorticoïdtherapie worden blootgesteld aan ernstige stress, zorgvuldig controleren op symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie; een tijdelijke bescherming met hydrocortison kan noodzakelijk zijn.

Immunosuppressieve effecten: Glucocorticoïden in hoge doses kunnen de gevoeligheid voor infecties verhogen en kunnen bepaalde symptomen van een infectie maskeren; tevens kan lokalisatie van een infectie moeilijk zijn. Bij bacteriële infecties zo mogelijk eerst de verwekker(s) bepalen en de infectie behandelen alvorens met de toediening van glucocorticoïden te beginnen. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben. Het gebruik bij actieve tuberculose beperken tot die gevallen van fulminerende of gedissemineerde tuberculose en hierbij een adequaat tuberculostaticum geven. Bij latente tuberculose of bij tuberculinereactiviteit chemoprofylaxe geven tijdens langdurige behandeling.

Comorbiditeit: Gebruik glucocorticoïden terughoudend bij aspecifieke colitis ulcerosa, als de kans op een dreigende perforatie, abces of andere pyogene infectie bestaat. Wees ook terughoudend bij diverticulitis, recente darmanastomosen, peptisch ulcus in de anamnese, eerder door glucocorticoïd teweeggebrachte myopathie, feochromocytoom, leveraandoeningen, nierinsufficiëntie, hypothyreoïdie, diabetes mellitus, hypertensie, hartfalen, trombo-embolische aandoeningen, osteoporose, epilepsie, psychiatrische anamnese en oculaire herpes vanwege een mogelijke perforatie van de cornea.

Acute, gegeneraliseerde myopathie van oculaire en respiratoire spieren, eventueel leidend tot tetraparese, is beschreven tijdens gebruik van hoge doses glucocorticoïden, meestal bij bestaande afwijkingen in de neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis) of bij gelijktijdige behandeling met neuromusculaire blokkers. Na staken van de behandeling kan het herstel enkele weken tot jaren duren.

Ouderdom en een laag BMI zijn risicofactoren voor veel voorkomende bijwerkingen van glucocorticoïden, zoals osteoporose, atrofie van de huid, diabetes mellitus, hypertensie en een verhoogde gevoeligheid voor infecties.

Kinderen: De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van glucocorticoïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering.

Gerelateerd aan toedieningsvorm:

Anafylactische en anafylactoïde reacties zijn voorgekomen bij behandeling met parenterale glucocorticoïden. Daarom vóór toediening de aangewezen voorzorgsmaatregelen nemen, in het bijzonder wanneer de patiënt eerder allergisch reageerde op een geneesmiddel.

Solu-Cortef: i.m. toediening niet toepassen bij immuungemedieerde trombocytopenie. Benzylalcohol (aanwezig in Act-O-Vial) kan toxische en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.

Plenadren: tabletten met gereguleerde afgifte worden niet aanbevolen bij een verhoogde maag-darmmotiliteit (chronische diarree), vanwege kans op een verminderde cortisolblootstelling. Monitor de klinische respons bij aandoeningen met een verminderde maag-darmmotiliteit en bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de maaglediging en- motiliteit beïnvloeden. De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij kinderen < 18 jaar.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling de monografie corticosteroïden op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Het belangrijkste natuurlijke corticosteroïd met zowel glucocorticoïde als mineralocorticoïde eigenschappen. De maximale farmacologische werkzaamheid van glucocorticoïden wordt later bereikt dan de piekserumspiegel.

Kinetische gegevens

F> 95% na orale toediening (gewone tablet); neemt af bij hogere doses. De biologische beschikbaarheid van de tablet met gereguleerde afgifte (mga) is 20% lager in vergelijking met dezelfde dagdosis hydrocortison die 3× per dag wordt ingenomen als gewone tablet.
T maxi.m. ca. 30 tot 60 min; oraal ca. 1 uur.
V dca. 0,3-0,6 l/kg.
Eiwitbindingca. 90%.
Metaboliseringin de lever en in perifeer weefsel via 11β-HSD type 1 en 2 (tot o.a. tetrahydrocortison en tetrahydrocortisol) en CYP3A4 (tot 6β-hydroxycortisol).
Eliminatievnl. met de urine als metabolieten.
OverigHydrocortison is dialyseerbaar.
T 1/2elca. 90 min. (i.v.-toediening en gewone tablet); ca. 3 uur (tablet mga).
OverigBiologische halfwaardetijd = 8–12 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

hydrocortison (systemisch) hoort bij de groep corticosteroïden, systemisch.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook