tocilizumab

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

RoActemra XGVS Roche Nederland bv

Toedieningsvorm
Concentraat voor infusievloeistof
Sterkte
20 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 4 ml, 10 ml
Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
180 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 0,9 ml (= 162 mg), wegwerpspuit 0,9 ml (= 162 mg)

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

tocilizumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Start bij (een vermoeden van) reumatoïde artritis (RA) in de eerstelijnszorg met een NSAID en verwijs zo snel mogelijk naar de reumatoloog. Behandel in de tweedelijnszorg volgens de ‘treat-to-target’-strategie; pas medicatie aan op basis van intensieve monitoring van de ziekteactiviteit, met als doel het bereiken van remissie of lage ziekteactiviteit. Methotrexaat (MTX) is de hoeksteen van de behandeling, in de initiële fase gecombineerd met een systemisch glucocorticoïd (GC). Switch bij onvoldoende resultaat naar een andere ‘conventional synthetic disease modifying antirheumatic drug’ (csDMARD) of voeg een andere csDMARD, een biological (bDMARD) of een ‘targeted synthetic’ DMARD (tsDMARD) toe. Overweeg onder intensieve monitoring van de ziekteactiviteit om, wanneer het behandeldoel is bereikt, de dosis van geneesmiddelen bij combinatietherapie te reduceren of volledig af te bouwen.

Tociluzumab komt bij RA in aanmerking na falen van een csDMARD, bij voorkeur in combinatie met methotrexaat.

Bij kinderen vanaf 2 jaar met systemische juveniele idiopatische artritis (sJIA) met overwegend systemische ziekteactiviteit en onvoldoende reactie op systemische corticosteroïden, vormt tocilizumab een alternatief voor het in richtlijnen genoemde offlabel-gebruik van anakinra. Bij patiënten met sJIA met actieve artritis (met en zonder systemische kenmerken) en met onvoldoende respons op, of intolerantie voor NSAID's, systemische corticosteroïden en methotrexaat, is van tocilizumab een gunstig effect aangetoond; voor de behandeling van methotrexaat-naïeve patiënten zijn onvoldoende klinische onderzoeksgegevens.

Volgens het standpunt van de NVR Plaatsbepaling tocilizumab bij de behandeling van Giant Cell Arteritis (GCA) (september 2018) is er een indicatie voor tocilizumab bij de behandeling van GCA indien er een indicatie is voor een glucocorticoïd-sparend middel met onvoldoende respons op MTX of bij contra-indicaties voor -dan wel bijwerkingen van MTX.

Uitgangspunt van de behandeling van COVID-19 is optimale ondersteunende zorg, waaronder tromboseprofylaxe. Er is (nog) geen specifieke (antivirale) behandeling voor COVID-19 voor in de eerstelijnszorg, wel worden, in selecte gevallen, tromboseprofylaxe en inhalatiecorticosteroïden (ICS) geadviseerd (bij voorkeur budesonide). ICS verkorten waarschijnlijk de duur van de klachten, en verlagen mogelijk de kans op ziekenhuisopname of overlijden als gevolg van de infectie. In de tweedelijnszorg zijn er eveneens farmacotherapeutische behandelopties die een bijdrage kunnen leveren aan reductie van de mortaliteit en complicaties als gevolg van de infectie, en aan een eerder herstel. Hiertoe behoort ook toepassing van tromboseprofylaxe. Bij een (matig-)ernstige infectie waarbij zuurstoftoediening nodig is, is aangetoond dat dexamethason het risico op intubatie en mechanische ventilatie verlaagt en de mortaliteit als gevolg van de infectie significant vermindert. Een eenmalige gift van een interleukine(IL)-6 remmer (voorkeur tocilizumab, of als alternatief sarilumab) naast de behandeling met dexamethason, bij matig-ernstig en ernstig zieke patiënten, is een behandeloptie die mogelijk de mortaliteit als gevolg van de infectie verder reduceert.

Indicaties

  • Matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) in combinatie met methotrexaat of als monotherapie (indien methotrexaat niet verdragen wordt of niet geschikt is) bij volwassenen met ontoereikende respons op of intolerantie voor één of meerdere andere 'disease modifying antirheumatic drugs' (DMARD’s) of TNF-α-blokkers;
  • Ernstige, actieve en progressieve reumatoïde artritis (RA) in combinatie met methotrexaat of als monotherapie (indien methotrexaat niet verdragen wordt of niet geschikt is) bij volwassenen die niet eerder werden behandeld met methotrexaat;
  • Actieve systemische juveniele idiopatische artritis (sJIA) in combinatie met methotrexaat of als monotherapie (indien methotrexaat niet verdragen wordt of niet geschikt is) bij patiënten ≥ 1 jaar met onvoldoende respons op eerdere behandeling met NSAID's en systemische corticosteroïden;
  • Juveniele idiopathische polyartritis (pJIA), reumafactor positief of negatief en uitgebreide oligoartritis, in combinatie met methotrexaat of als monotherapie (indien methotrexaat niet verdragen wordt of niet geschikt is) bij patiënten ≥ 2 jaar met onvoldoende respons op eerdere behandeling met methotrexaat;
  • Giant Cell Arteritis (GCA, reuscelarteriitis) bij volwassenen;
  • Ernstig of levensbedreigend cytokine-release syndrome (CRS), geïnduceerd door chimerische antigeenreceptor (CAR) T- cellen bij volwassenen en kinderen ≥ 2 jaar.
  • 'Coronavirus disease 2019' (COVID-19) bij volwassenen die systemische corticosteroïden krijgen en die aanvullende zuurstof of mechanische beademing nodig hebben.

Gerelateerde informatie

Dosering

De behandeling niet beginnen bij een actieve infectie en bij een absoluut aantal neutrofielen (ANC) < 2,0 × 109/l .

Klap alles open Klap alles dicht

Reumatoïde artritis

Volwassenen (incl. ouderen)

Intraveneus: 8 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur 1×/4 weken, max. 800 mg per infusie.

Subcutaan (pen of wegwerpspuit): 162 mg 1×/week.

Bij leverenzymafwijkingen: bij ALAT/ASAT > 1–3× ULN, de dosering DMARD's (methotrexaat) aanpassen indien aangewezen; bij aanhoudende stijging binnen dit bereik de dosering tocilizumab verlagen tot 4 mg/kg lichaamsgewicht (infuus) of 162 mg 1×/2 weken (subcutaan). Een alternatief is de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de enzymspiegels zijn genormaliseerd en dan herstarten met 4 mg/kg of indien klinisch verantwoord, 8 mg/kg (infuus) of herstarten met 162 mg 1×/2 weken of indien klinisch verantwoord, 1×/week (subcutaan). Bij ALAT/ASAT > 3–5× ULN, de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de waarde < 3× ULN is en vervolgens het schema bij > 1–3× ULN hanteren. De behandeling staken bij een ALAT of ASAT > 5× ULN, of herhaaldelijk > 3× ULN.

Bij bloedbeeldafwijkingen: laag absoluut aantal neutrofielen (ANC): bij ANC 0,5–1,0 × 10 9/l, de behandeling onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 1,0 × 10 9/l, herstarten met 4 mg/kg en indien klinisch verantwoord verhogen tot 8 mg/kg (infuus) of herstarten met 162 mg 1×/2 weken en indien klinisch verantwoord verhogen tot 1×/week (subcutaan). Laag aantal trombocyten: bij 50–100 × 10 9/l de behandeling onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 100 × 10 9/l, herstarten met 4 mg/kg en indien klinisch verantwoord verhogen tot 8 mg/kg (infuus) of herstarten met 162 mg 1×/ 2 weken en indien klinisch verantwoord verhogen tot 1×/ week (subcutaan). De behandeling staken bij een ANC < 0,5 × 10 9/l of aantal trombocyten < 50 × 10 9/l.

Systemische juveniele idiopatische artritis (sJIA)

Kinderen ≥ 2 jaar

Intraveneus: 8 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur 1×/2 weken bij een lichaamsgewicht van ≥ 30 kg, en 12 mg/kg lichaamsgewicht 1×/2 weken bij een lichaamsgewicht van < 30 kg. Bij elke toediening de dosis berekenen op basis van het lichaamsgewicht.

Kinderen ≥ 1 jaar en lichaamsgewicht ≥ 10 kg

Subcutaan (wegwerpspuit): 162 mg 1×/week bij een lichaamsgewicht van ≥ 30 kg, en 162 mg 1×/2 weken bij een lichaamsgewicht van < 30 kg.

Kinderen ≥ 12 jaar

Subcutaan (pen): 162 mg 1×/week bij een lichaamsgewicht van ≥ 30 kg, en 162 mg 1×/2 weken bij een lichaamsgewicht van < 30 kg.

Bij leverenzymafwijkingen: bij ALAT of ASAT > 1–3× ULN de dosering methotrexaat aanpassen, indien aangewezen; bij aanhoudende stijging binnen dit bereik de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de enzymspiegels zijn genormaliseerd; bij ALAT of ASAT > 3–5× ULN de dosering methotrexaat aanpassen, indien aangewezen, en de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de waarde < 3× ULN is en vervolgens het schema bij > 1–3× ULN hanteren. Staak behandeling bij een ALAT of ASAT > 5× ULN.

Bij bloedbeeldafwijkingen: laag absoluut aantal neutrofielen: bij ANC 0,5–1,0 × 10 9/l, de behandeling met tocilizumab onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 1,0 × 10 9 hervatten. Laag aantal trombocyten: bij 50–100 × 10 9/l de dosering methotrexaat aanpassen, indien aangewezen en de behandeling met tocilizumab onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 100 × 10 9/l hervatten. De behandeling staken bij een ANC < 0,5 × 10 9/l of aantal trombocyten < 50 × 10 9/l.

Juveniele idiopathische polyartritis (pJIA)

Kinderen ≥ 2 jaar

intraveneus: 8 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur 1×/4 weken bij een lichaamsgewicht ≥ 30 kg, en 10 mg/kg lichaamsgewicht gedurende 1 uur 1×/4 weken bij een lichaamsgewicht < 30 kg.

Subcutaan (wegwerpspuit): 162 mg 1×/2 weken bij lichaamsgewicht ≥ 30 kg, en 162 mg 1×/3 weken bij lichaamsgewicht < 30 kg.

Kinderen ≥ 12 jaar

Subcutaan (pen): 162 mg 1×/ 2 weken bij een lichaamsgewicht van ≥ 30 kg, en 162 mg 1×/3 weken bij een lichaamsgewicht van < 30 kg.

Bij leverenzymafwijkingen: bij ALAT of ASAT > 1–3× ULN de dosering methotrexaat aanpassen, indien aangewezen; bij aanhoudende stijging binnen dit bereik de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de enzymspiegels zijn genormaliseerd; bij ALAT of ASAT > 3–5× ULN de dosering methotrexaat aanpassen, indien aangewezen en de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de waarde < 3× ULN is en vervolgens het schema bij > 1–3× ULN hanteren. De behandeling staken bij een ALAT of ASAT > 5× ULN.

Bij bloedbeeldafwijkingen: laag absoluut aantal neutrofielen: bij ANC 0,5–1,0 × 10 9/l, de behandeling met tocilizumab onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 1,0 × 10 9 hervatten. Laag aantal trombocyten: bij 50–100 × 10 9/l de dosering methotrexaat aanpassen en de behandeling met tocilizumab onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 100 × 10 9/l hervatten. De behandeling staken bij een ANC < 0,5 × 10 9/l of aantal trombocyten < 50 × 10 9/l.

Giant cell arteriitis (GCA, reuscelarteriitis)

Volwassenen (incl. ouderen)

subcutaan (pen of wegwerpspuit) 162 mg 1×/week in combinatie met een afbouwende glucocorticoïdenbehandeling en als monotherapie na staken van de glucocorticoïden.

Bij leverenzymafwijkingen: bij ALAT/ASAT > 1–3× ULN, de dosering immunomodulerende middelen aanpassen, indien aangewezen; bij aanhoudende stijging binnen dit bereik, de dosering tocilizumab verlagen naar 162 mg 1×/2 weken (subcutaan) of behandeling met tocilizumab onderbreken tot de enzymspiegels zijn genormaliseerd. Dan herstarten met 162 mg 1×/week of 1×/2 weken. Bij ALAT/ASAT > 3–5× ULN, de behandeling met tocilizumab onderbreken tot de waarde < 3× ULN is en vervolgens het schema bij > 1–3× ULN hanteren. De behandeling staken bij een ALAT of ASAT > 5× ULN, of herhaaldelijk > 3× ULN.

Bij bloedbeeldafwijkingen: laag absoluut aantal neutrofielen (ANC): bij ANC 0,5–1,0 × 10 9/l, de behandeling onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 1,0 × 10 9/l, hervatten met 162 mg 1×/2 weken en indien klinisch verantwoord verhogen tot 1×/week. Laag aantal trombocyten: bij 50–100 × 10 9/l de behandeling onderbreken; als de waarde toeneemt tot > 100 × 10 9/l, hervatten met 162 mg 1×/2 weken en indien klinisch verantwoord verhogen tot 1×/week. De behandeling staken bij een ANC < 0,5 × 10 9/l of aantal trombocyten < 50 × 10 9/l.

Cytokine-release syndrome (CRS)

Volwassenen (incl. ouderen) en kinderen ≥ 2 jaar

intraveneus: 8 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur bij een lichaamsgewicht ≥ 30 kg, en 12 mg/kg lichaamsgewicht gedurende 1 uur bij een lichaamsgewicht < 30 kg. Het kan alleen, of in combinatie met corticosteroïden worden gegeven. Als er geen klinische verbetering optreedt na de eerste dosis, mogen er maximaal 3 extra doses worden gegeven, elk met een interval van ten minste 8 uur. Doseringen > 800 mg per infusie worden niet aanbevolen.

COVID-19

Volwassenen

intraveneus: Volgens de fabrikant eenmalig 8 mg/kg lichaamsgewicht als i.v.-infusie gedurende 1 uur. Als er geen klinische verbetering optreedt mag er 1 extra dosis worden gegeven na ten minste 8 uur. Bij meer dan 100 kg lichaamsgewicht, maximaal 800 mg per infusie. Volgens SWAB i.v. eenmalig 600 mg naast behandeling met dexamethason. Zie voor advies over toepassing van tocilizumab rubriek 4.2.2.1 (IL-6 remmers) of rubriek 3.1 (Tabel 1: Samenvatting advies) van Medicamenteuze behandeling voor patiënten met COVID-19 (infectie met SARS–CoV-2) op swab.nl.

Bij leverenzymafwijkingen: volgens de fabrikant wordt starten van de behandeling ontraden bij ALAT/ASAT ≥ 10× ULN.

Bij bloedbeeldafwijkingen: volgens de fabrikant wordt starten van de behandeling ontraden bij ANC < 1 × 10 9/l of aantal trombocyten < 50 × 10 9/l.

Bij een licht verminderde nierfunctie is een dosisaanpassing niet nodig. Bij een matig tot ernstig verminderde nierfunctie kan geen dosisaanbeveling worden gedaan vanwege onvoldoende gegevens.

Verminderde leverfunctie: er kan geen doseringsaanbeveling worden gedaan vanwege het ontbreken van gegevens.

Bij overstappen van intraveneuze naar subcutane toediening, de eerste subcutane dosis toedienen op het tijdstip van volgende geplande intraveneuze toediening.

Bij een gemiste subcutane dosis binnen 7 dagen voor de geplande volgende dosis: bij gebruik 1×/week de gemiste dosis op het volgende geplande tijdstip toedienen, bij gebruik 1×/2 weken of 1×/3 weken de gemiste dosis meteen toedienen en de volgende dosis op het geplande tijdstip. De aanbevolen injectieplaatsen (buik, dijbeen, bovenarm) afwisselen.

Toediening:

  • Het concentraat voor infusie verdunnen met fysiologisch zout tot 100 ml voor volwassenen en kinderen ≥ 30 kg lichaamsgewicht en tot 50 ml voor kinderen < 30 kg lichaamsgewicht.
  • De voorgevulde pen niet gebruiken bij kinderen < 12 jaar vanwege het potentiële risico van intramusculaire injectie doordat het weefsel van de onderhuid dunner is.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): reacties op de injectieplaats bij subcutane toediening (o.a. erytheem, zwelling, hematoom, pijn, jeuk), bovenste luchtweginfectie, hypercholesterolemie.

Vaak (1-10%): cellulitis, pneumonie, orale herpes simplex, herpes zoster, ulceraties in de mond, buikpijn, gastritis, infusiereacties tijdens of binnen 24 uur na infusie (huiduitslag, jeuk, urticaria, hoofdpijn), duizeligheid, stijging van leverenzymwaarden, stijging totaal bilirubine, gewichtstoename, overgevoeligheidsreacties (veelal bij de tweede tot de vijfde infusie), hypertensie, leukopenie, neutropenie, hypofibrinogenemie, perifeer oedeem, conjunctivitis, hoesten, dyspneu. Bij toepassing bij COVID-19: urineweginfecties, misselijkheid, obstipatie, diarree, angst, slapeloosheid, hypertensie, hypokaliëmie en stijging van ALAT en ASAT.

Soms (0,1-1%): diverticulitis, stomatitis, maagulcus, hypertriglyceridemie, nefrolithiase, hypothyroïdie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie (fataal), Stevens-Johnsonsyndroom, leverschade, hepatitis, geelzucht.

Zeer zelden (< 0,01%): pancytopenie, leverfalen.

Verder zijn gemeld: opportunistische infecties, sepsis, bacteriële artritis, complicatie van diverticulitis (peritonitis, lagere gastro-intestinale perforatie, fistel, abces).

Bepaalde bijwerkingen zijn bij patiënten sJIA of pJIA vaker gemeld dan bij volwassenen, zoals hoofdpijn, nasofaryngitis en daling van het aantal neutrofielen; minder vaak stijging van de cholesterolconcentratie.

Interacties

Tijdens behandeling geen levende en levend verzwakte vaccins geven, vaccinaties verrichten voorafgaand aan de behandeling met tocilizumab.

Tot enkele weken na het staken van de behandeling wordt de door IL-6 verlaagde expressie van hepatische enzymen (CYP1A2, CYP2C9, CYP3A4) genormaliseerd. Van geneesmiddelen die door deze enzymen worden omgezet (o.a. dexamethason, atorvastatine, calciumantagonisten, theofylline, fenytoïne, ciclosporine, benzodiazepinen) kan het nodig zijn dat bij starten of staken van tocilizumab de dosering wordt aangepast.

Combinatie met TNF-α blokkerende middelen en andere biologicals wordt niet aanbevolen wegens het gebrek aan ervaring

Zwangerschap

Monoklonale antilichamen passeren geleidelijk in toenemende mate tijdens het 2e en 3e trimester de placenta.

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bijna 300 gevolgde zwangerschappen laten geen verhoogd risico zien op aangeboren afwijkingen na blootstelling rondom de conceptie en/ of het 1e trimester. Bij dieren veroorzaakten hoge doses een toename van de kans op spontane abortus.

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Overig: Volgens de productinformatie dient een vruchtbare vrouw adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en tot ten minste 3 maanden na staken van de therapie. Bij kinderwens adviseert de NVR in de richtlijn Biologicals (2011) de behandeling met tocilizumab 6 maanden vóór het staken van de anticonceptie te stoppen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Vanwege de molecuulgrootte wordt geen passieve overgang van tocilizumab in de moedermelk verwacht. Het is onbekend of een actieve overgang plaatsvindt.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • actieve, ernstige infecties met uitzondering van COVID-19.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij RA, pJIA en sJIA

  • Tuberculose: voor aanvang van de behandeling, screenen op tuberculose; latente tuberculose eerst behandelen voordat behandeling met tocilizumab kan worden begonnen. Instrueer patiënt om medisch advies te vragen als gedurende of na de behandeling klachten optreden (bv. aanhoudende hoest, gewichtsverlies, lichte koorts) die kunnen wijzen op een tuberculose-infectie.
  • Bij ontwikkeling van sepsis of vermoeden van acute tuberculose, anafylactische reacties, ernstige overgevoeligheidsreacties of ernstige infusiegerelateerde reacties de behandeling staken. Bij symptomen van een allergische reactie na subcutane toediening dient de patiënt of ouder/voogd onmiddellijk medische hulp te zoeken. Bij optreden van ernstige infecties de behandeling onderbreken totdat de infectie onder controle is.
  • Wees voorzichtig bij een actieve leveraandoening of -insufficiëntie, en bij een voorgeschiedenis van chronische of recidiverende infecties, of aandoeningen die predisponeren voor infecties (bv. diverticulitis of intestinale ulcera, diabetes of astma).
  • Levertoxiciteit: voorbijgaande of intermitterende lichte en matige stijgingen van levertransaminasen zijn vaak gemeld. Ernstig geneesmiddel-geïnduceerde leverschade, waaronder acuut leverfalen, hepatitis en geelzucht zijn waargenomen, 2 weken tot meer dan 5 jaar na start behandeling. Gevallen van acuut leverfalen zijn gemeld waarbij een levertransplantatie nodig was. Bij symptomen van leverschade dient de patiënt onmiddellijk medische hulp te zoeken. Wees voorzichtig bij starten bij ALAT- of ASAT-waarden > 1,5× ULN. Niet starten bij > 5× ULN. Controleer elke 4–8 weken gedurende de eerste 6 maanden en daarna elke 12 weken. Voor de aanbevolen dosisaanpassingen, inclusief staken zie Dosering.
  • Hematologische afwijkingen: controleer het absolute neutrofielen aantal (ANC) en het aantal trombocyten voor aanvang van de behandeling; start niet bij een ANC < 2 × 109/l. Wees voorzichtig bij aantal trombocyten < 100 × 109/l. Controleer bij RA het aantal neutrofielen ook 4–8 weken na start van de medicatie en daarna zo nodig; bij sJIA en PJIA bij de tweede toediening en daarna periodiek; staak de behandeling bij een ANC < 0,5 × 109/l of bij een aantal van trombocyten < 50 × 109/l. Zie voor dosisaanpassingen ook Doseringen.
  • Bepaal lipidenparameters 4–8 weken na aanvang van de behandeling; stijging van lipideparameters waaronder totaal cholesterol, LDL, HDL en triglyceriden, zijn waargenomen.
  • Gevallen van diverticulaire perforatie als complicatie van diverticulitis zijn soms gemeld. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van intestinale ulcera of diverticulitis. Laat de patiënt direct contact opnemen bij nieuwe abdominale symptomen zoals aanhoudende pijn met koorts.
  • Bij een sJIA-patiënt kan zich het macrofaagactivatiesyndroom (MAS) ontwikkelen; tocilizumab is niet onderzocht bij patiënten tijdens een episode van een actief MAS.
  • Virale reactivatie (bv. hepatitis B-virus) kan optreden bij behandeling met een biological.
  • Tijdens de behandeling kunnen zich antilichamen tegen tocilizumab ontwikkelen.
  • Het risico op maligniteiten is verhoogd bij patiënten met RA. Immunomodulerende geneesmiddelen, zoals tocilizumab, vermeerderen de kans op maligniteiten.
  • Gebruik als monotherapie bij acute relapsen van GCA is niet toegestaan; de werkzaamheid is niet vastgesteld.
  • Onderzoeksgegevens: tocilizumab is niet onderzocht bij patiënten met matig tot ernstige nierfunctiestoornis, bij deze patiënten de nierfunctie nauwlettend controleren. De veiligheid en werkzaamheid zijn niet onderzocht bij een verminderde leverfunctie en kinderen < 1 jaar.

Bij COVID-19

  • Niet toedienen aan COVID-19-patiënten die geen systemische corticosteroïden krijgen, omdat een toename van overlijden in deze subgroep niet kan worden uitgesloten
  • Infecties: niet toedienen bij een andere gelijktijdige actieve, ernstige infectie hebben. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van terugkerende of chronische infecties of bij onderliggende aandoeningen die predisponerend kunnen zijn voor infecties (bv. diverticulitis, diabetes en interstitiële longziekte).
  • Levertoxiciteit: Controleer ALAT-/ASAT-waarden. Niet toedienen bij verhoogde ALAT- of ASAT-waarden boven 10× ULN.
  • Hematologische afwijkingen: Controleer aantal neutrofielen en trombocyten. Niet toedienen bij ANC < 1 × 109/l of een aantal trombocyten van < 50 × 109/l.
  • De werkzaamheid is niet vastgesteld bij patiënten die geen verhoogde CRP-waarden hebben.

Eigenschappen

Tocilizumab is een interleukine-antagonist. Het is een recombinant gehumaniseerd monoklonaal antilichaam van de IgG1-subklasse en bindt specifiek aan oplosbare en membraangebonden IL-6-receptoren (sIL-6R en mIL-6R). IL-6 is een pro-inflammatoire cytokine die betrokken is bij verschillende fysiologische processen (zoals T-cel-activatie, inductie van Ig-secretie en hepatische acutefase-eiwitsynthese en stimulering van hematopoëse) en bij de pathogenese van onder andere inflammatoire ziekten, osteoporose en neoplasie.

Kinetische gegevens

F 80% (subcutaan).
T max 2,8 dagen (subcutaan).
V d ca. 0,1 l/kg bij volwassenen met RA, ca. 0,125 l/kg bij volwassenen met COVID-19, en ca. 0,06 l/kg bij kinderen met sJIA of pJIA.
Overig T½(infuus) = concentratie-afhankelijk: 6–18 dagen bij RA, tot 16 dagen bij sJIA en pJIA.
Overig T½(subcutaan) = 13 dagen voor wekelijkse toediening en 5 dagen voor toediening om de week.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

tocilizumab hoort bij de groep interleukine-remmers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links