Samenstelling

Kineret Swedish Orphan Biovitrum BVBA

Toedieningsvorm
Oplossing voor injectie '100'
Sterkte
150 mg/ml
Verpakkingsvorm
0,67 ml in voorgevulde spuit

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar om de juiste plaats vast te stellen van anakinra bij de behandeling van reumatoïde artritis. Bij onvoldoende respons op ten minste twee DMARD's (waaronder methotrexaat) in optimale dosering of indien het gebruik vanwege bijwerkingen moet worden gestaakt, komen TNF-α-blokkerende middelen in aanmerking. Op basis van een indirecte vergelijking met een TNF-α-blokker is de werkzaamheid van anakinra minder.

Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling van CAPS en ziekte van Still.

Indicaties

  • Reumatoïde artritis bij volwassenen, in combinatie met methotrexaat bij onvoldoende reactie op methotrexaat alleen;
  • Cryopyrinegeassocieerd periodiek koortssyndroom (CAPS) bij volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht, waaronder:
    • Neonataal begonnen inflammatoire multisysteemaandoening (NOMID)/ chronisch infantiel neurologisch cutaan articulair syndroom (CINCA);
    • Muckle-Wells-syndroom (MWS);
    • Familiair koud auto-inflammatoir syndroom (FCAS).
  • Ziekte van Still, waaronder systemische juveniele idiopathische artritis (SJIA) en ‘adult-onset Still’s disease’ (AOSD), als monotherapie of in combinatie met andere anti-inflammatoire geneesmiddelen en DMARD's, bij volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht:
    • met actieve systemische kenmerken van matige tot hoge ziekteactiviteit, of
    • met voortdurende ziekteactiviteit na behandeling met niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID’s) of glucocorticoïden.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Reumatoïde artritis:

Volwassenen:

100 mg (= 0,67 ml) s.c. 1×/dag rond hetzelfde tijdstip.

CAPS:

Volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht:

begindosis s.c. 1–2 mg/kg/dag (alle subtypen). Bij lichte vorm van CAPS (FCAS, licht MWS) kan de begindosering vaak als onderhoud worden gehandhaafd. Bij ernstige CAPS (MWS en NOMID/CINCA) kunnen binnen 1–2 maanden hogere doses nodig zijn; de gebruikelijke onderhoudsdosering is 3–4 mg/kg/dag, tot maximaal 8 mg/kg/dag.

Ziekte van Still:

Volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht:

Bij ≥ 50 kg lichaamsgewicht s.c. 100 mg/dag. Bij < 50 kg lichaamsgewicht begindosis s.c. 1–2 mg/kg/dag. Evalueer na 1 maand; bij persisterende systemische manifestaties dosering bij kinderen aanpassen tot maximaal 4 mg/kg/dag of heroverweeg voortzetting behandeling.

Bij ouderen (≥ 65 jaar) met reumatoïde artritis is geen dosisaanpassing nodig; de gegevens over ouderen met CAPS of ziekte van Still zijn beperkt, naar verwachting zijn er geen aanpassingen nodig.

Nierfunctiestoornissen: geen dosisaanpassing nodig bij lichte nierfunctiestoornis (creatinineklaring 60–89 ml/min); wees voorzichtig bij matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring 30–59 ml/min). Bij een ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) of nierziekte in het laatste stadium, met dialyse, aanbevolen dosering om de dag geven.

Leverfunctiestoornissen: er is geen dosisaanpassing nodig voor matige leverfunctiestoornissen (Child-Pughscore 7–9). Wees voorzichtig bij ernstige leverfunctiestoornissen.

De spuit niet schudden. Minimumdosis is 20 mg; de spuit is niet geschikt voor kinderen < 10 kg.

Aanbevolen wordt de injectieplaats af te wisselen om lokale bijwerkingen te voorkomen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): reactie op de injectieplaats (erytheem, ecchymose, ontsteking en pijn; meestal licht tot matig), hoofdpijn, stijging cholesterolspiegel.

Vaak (1-10%): trombocytopenie, neutropenie, ernstige infecties (meestal van bacteriële oorsprong zoals cellulitis, pneumonie en botinfecties) waarvoor vaak ziekenhuisopname is vereist

Soms (0,1-1%): allergische reacties, zoals anafylactische reacties, angio-oedeem, urticaria, huiduitslag en jeuk. Stijging van leverenzymwaarden.

Verder zijn gemeld: opportunistische infecties, niet-infectieuze hepatitis.

Interacties

Bij toepassing van anakinra in combinatie met TNF-α-blokkerende middelen bij RA is een hogere incidentie van ernstige infecties (7%) en neutropenie gezien dan bij de afzonderlijke stoffen. Gelijktijdige toediening wordt afgeraden.

Geef geen levende verzwakte vaccins tijdens behandeling met anakinra.

De door chronische ontsteking onderdrukte vorming van CYP450-enzymen zou door anakinra kunnen worden genormaliseerd. Voor substraten van CYP450 met een smalle therapeutische breedte, zoals fenytoïne, wordt bij starten en staken van anakinra controle van effect of concentratie en eventuele aanpassing van de dosering aanbevolen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Gebruik ontraden.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptie toe te passen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden, risico voor de zuigeling is niet uitgesloten.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor eiwitten geproduceerd met behulp van E. coli;
  • start van de behandeling bij neutropenie (ANC < 1,5 × 109/l).

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet starten bij een actieve infectie. Voorafgaand aan behandeling de patiënt onderzoeken op latente tuberculose en virale hepatitis. Aanbevolen wordt het aantal neutrofielen te bepalen voor het starten van de behandeling; bij neutropenie (ANC < 1,5 × 109/l) de behandeling niet starten.

Staak de behandeling bij RA-patiënten als een ernstige infectie optreedt. Overweeg voortzetting met zorgvuldige monitoring of staken bij ontwikkeling van een ernstige infectie bij CAPS; bij CAPS-patiënten bestaat het risico van opvlammen van de aandoening bij staken.

Patiënten met de ziekte van Still hebben meer kans op spontane ontwikkeling van het macrofaagactivatiesyndroom (MAS). Bij optreden of vermoeden van MAS, beoordeling en behandeling zo snel mogelijk starten. Wees alert op symptomen van infectie of verergering van de ziekte van Still omdat het triggers zijn voor het MAS. Bij voortzetting behandeling tijdens ernstige infectie, zorgvuldig monitoren om risico op opvlamming van de ziekte te verkleinen.

Aanbevolen wordt het aantal neutrofielen te bepalen, maandelijks gedurende de eerste zes maanden en vervolgens driemaandelijks. Staak de behandeling: bij neutropenie (ANC < 1,5 × 109/l). Staak ook als ernstige allergische reacties, zoals anafylactische reacties en angio-oedeem, optreden.

Wees voorzichtig bij ouderen (meer kans op infecties), matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring 30–50 ml/min), ernstige leverfunctiestoornis, bij recidiverende infecties in de voorgeschiedenis of bij onderliggende ziekten met een predispositie voor infecties zoals gevorderde of slecht gecontroleerde diabetes en astma.

Beoordeel bij ernstig CAPS de ontsteking van het CZS, met inbegrip van het binnenoor (MRI of CT, lumbale punctie en audiologie) en ogen, na de eerste 3 maanden behandeling en daarna om de 6 maanden tot er effectieve doses zijn vastgesteld. Controleer jaarlijks als de patiënt klinisch goed gereguleerd is.

Overweeg leverenzymwaarden routinematig te testen gedurende de eerste maand, vooral bij predisponerende factoren of bij ontstaan van symptomen die wijzen op een leverfunctiestoornis. Hepatische voorvallen zijn gemeld bij patiënten met de ziekte van Still, voornamelijk gedurende de eerste maand van de behandeling, en bij patiënten met predisponerende factoren.

Tijdens de behandeling kunnen zich antilichamen ontwikkelen; ze zijn niet geassocieerd met bijwerkingen of verminderde werkzaamheid.

De veiligheid en werkzaamheid bij reumatoïde artritis bij kinderen (JIA) jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar voor kinderen jonger dan 8 maanden met CAPS of ziekte van Still. De gegevens over ouderen met CAPS of ziekte van Still zijn beperkt.

Overdosering

Voor informatie over een vergiftiging met anakinra neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Anakinra is een humane interleukine-1-receptorantagonist, geproduceerd door middel van recombinant-DNA-technologie in een E. coli-expressiesysteem. Anakinra neutraliseert de biologische activiteit van interleukine-1α (IL-1α) en interleukine-1β (IL-1β) door competitieve remming van hun binding aan de interleukine-1-type-I-receptor (IL-1RI). Interleukine-1 is een belangrijk pro-inflammatoir cytokine in het ontstekingsproces bij reumatoïde artritis, CAPS en de ziekte van Still. Bij reumatoïde artritis treedt de respons op binnen 2 weken na start van de behandeling, houdt aan bij voortzetting van de behandeling en is maximaal binnen 12 weken. Bij CAPS treedt de respons op binnen 10 dagen na de start en deze blijft maximaal 5 jaar aanhouden bij voortdurende behandeling.

Kinetische gegevens

V dca. 0,26 l/kg.
T max3–7 uur.
Eliminatievooral via de nier.
T 1/2el4–6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

anakinra hoort bij de groep interleukine antagonisten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook