somapacitan

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Sogroya XGVS Aanvullende monitoring Novo Nordisk bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof '5'
Sterkte
3,33 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 1,5 ml

De pen levert doses van 0,025 mg (0,0075 ml) tot en met 2 mg (0,6 ml) in stapjes van 0,025 mg.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof '10'
Sterkte
6,67 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 1,5 ml

De pen levert doses van 0,05 mg (0,0075 ml) tot en met 4 mg (0,6 ml) in stapjes van 0,05 mg.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof '15'
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
pen 1,5 ml

De pen levert doses van 0,10 mg (0,01 ml) tot en met 8 mg (0,8 ml) in stapjes van 0,10 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

somapacitan vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld.

Indicaties

  • Vervanging van endogeen groeihormoon bij kinderen ≥ 3 jaar en adolescenten met groeiachterstand als gevolg van groeihormoondeficiëntie (pediatrische GHD) en bij volwassenen met groeihormoondeficiëntie (volwassen GHD).

Doseringen

Klap alles open Klap alles dicht

Pediatrische GHD

Kinderen 3–17 jaar

Begindosis: voor niet eerder behandelde patiënten en patiënten die overstappen van een ander groeihormoon: s.c. 0,16 mg/kg lichaamsgewicht/week.

Dosistitratie: pas de dosis aan op basis van de groeisnelheid, bijwerkingen, het lichaamsgewicht en de serumconcentratie IGF-1. Streef naar een gemiddelde IGF-1 standaarddeviatiescore (SDS) binnen het normale bereik, dat wil zeggen tussen -2 en +2 (bij voorkeur dicht bij nul). Als de IGF-1 > 2 SDS is, deze opnieuw beoordelen bij de volgende toediening. Als de waarde > 2 SDS blijft, de dosering verlagen met 0,04 mg/kg/week. Meer dan één dosisverlaging kan nodig zijn. Als na dosisverlaging de groei achterblijft, de dosis geleidelijk verhogen tot max. 0,16 mg/kg/week. Verhoog de dosis met stappen van maximaal 0,02 mg/kg/week.

Staak de behandeling als de uiteindelijke lengte is bereikt, d.w.z. bij een groeisnelheid < 2 cm/jaar en een botleeftijd > 14 jaar bij meisjes en > 16 jaar bij jongens, wat overeenkomt met de sluiting van de epifysaire groeischijven. Als de groeihormoondeficiëntie aanhoudt nadat de groei is voltooid, de behandeling voortzetten met de dosering voor volwassenen om volledige lichamelijke ontwikkeling te bereiken.

Volwassen GHD

Volwassenen

Begindosis: Als niet eerder behandeld: volwassenen tot < 60 jaar: 1,5 mg/week; gebruikers van orale oestrogenen (ongeacht leeftijd): 2 mg/week; ouderen ≥ 60 jaar: 1 mg/week. Bij overstappen van dagelijks groeihormoon: volwassenen tot < 60 jaar: 2 mg/week; gebruikers van orale oestrogenen (ongeacht leeftijd): 4 mg/week; ouderen ≥ 60 jaar: 1,5 mg/week.

Dosistitratie: verhoog de dosis geleidelijk in stappen van 0,5–1,5 mg tot max. 8 mg/week met intervallen van 2–4 weken op basis van de klinische respons en bijwerkingen. Streef naar IGF-1-spiegels binnen het voor leeftijd gecorrigeerde bovenste referentiebereik, tussen 0 en +2 standaarddeviatiescore (SDS). IGF-1-spiegels binnen het streefbereik worden gewoonlijk binnen 8 weken na dosistitratie bereikt. Bij een enkele patiënt kan een langere dosistitratie nodig zijn. Overweeg andere behandelopties als het streefbereik niet binnen 12 maanden wordt bereikt, of bij onvoldoende klinische respons.

Bepaal de IGF-1-serumconcentratie 3–4 dagen na toediening, ten behoeve van dosistitratie.

Bij verminderde nierfunctie is geen aanpassing van de begindosis nodig. Vervolgens de dosis individueel afstemmen.

Bij verminderde leverfunctie is geen aanpassing van de begindosis nodig. Vervolgens de dosis individueel afstemmen. Wees voorzichtig bij ernstige leverinsufficiëntie, vanwege gebrek aan gegevens.

Bij overstappen van een ander wekelijks groeihormoon naar somapacitan: zet de toediening voort op de wekelijkse toedieningsdag. Bij overstappen van dagelijks groeihormoon naar somapacitan: kies een voorkeursdag voor wekelijkse toediening en injecteer de laatste dosis van het dagelijkse middel de dag vóór, of ten minste 8 uur vóór, de eerste wekelijkse dosis van somapacitan.

Een gemiste dosis zo snel mogelijk alsnog toedienen binnen 3 dagen na de gemiste dosis, en daarna het gebruikelijke doseerschema hervatten. Als meer dan 3 dagen verstreken zijn, de gemiste dosis overslaan.

Flexibiliteit toedientijdstip: als de injectie op de geplande toedieningsdag niet mogelijk is, kan somapacitan worden toegediend tot 2 dagen vóór of 3 dagen na de geplande dag, zolang de tijd tussen twee doses ten minste 4 dagen (96 uur) is. De volgende dosis geven op de gebruikelijke toedieningsdag.

Toediening

  • Subcutaan injecteren in buik, dijbeen, bil of bovenarm. De injectieplaats elke week afwisselen om lokale lipoatrofie te voorkomen;
  • De dosis 1×/week toedienen, elke week op dezelfde dag, op een willekeurig tijdstip.

Bijwerkingen

Pediatrische GHD

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn.

Vaak (1-10%): hypothyroïdie, bijnierschorsinsufficiëntie. Hyperglykemie. Gewrichtspijn, pijn in de extremiteiten. Perifeer oedeem, vermoeidheid, reacties op de injectieplaats (hematoom, pijn, zwelling).

Volwassen GHD

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn.

Vaak (1-10%): hypothyroïdie, bijnierschorsinsufficiëntie. Hyperglykemie. Paresthesie. Huiduitslag, urticaria. Gewrichtspijn, spierpijn, spierstijfheid. Perifeer oedeem, vermoeidheid, asthenie, reacties op de injectieplaats.

Soms (0,1-1%): carpale-tunnelsyndroom. Lipohypertrofie, jeuk. Stijve gewrichten.

Interacties

Bij gelijktijdige glucocorticoïdsubstitutie voor hypo-adrenalisme kan verhoging van de onderhouds- of stressdosis glucocorticoïden nodig zijn na start van groeihormoonbehandeling.

Orale oestrogenen kunnen de respons op somapacitan verminderen. Overweeg om de toedieningsweg van het oestrogeen te veranderen (bv. transdermaal, vaginaal) of in geval van anticonceptie een andere anticonceptiemethode te kiezen. Als toch een oraal oestrogeen wordt gebruikt, geef dan een hogere begindosis somapacitan; zie rubriek Doseringen. Ook kan er een langere titratieperiode nodig zijn.

De dosis van bloedglucoseverlagende middelen (incl. insuline) moet mogelijk worden aangepast bij starten met somapacitan, omdat de insulinegevoeligheid kan afnemen.

Door gelijktijdige behandeling met andere hormonen, bv. testosteron en schildklierhormoon, kunnen de metabole effecten van somapacitan worden beïnvloed.

De blootstelling aan CYP3A4-substraten, zoals geslachtssteroïden, corticosteroïden, anti-epileptica en ciclosporine, zou kunnen dalen door een toegenomen klaring. De klinische relevantie hiervan is onbekend.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren in hoge dosering schadelijk gebleken (o.a. verminderde foetusgroei).

Advies: Gebruik ontraden.

Overige: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende de behandeling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend bij de mens. Ja, bij dieren. Een nadelig effect bij de zuigeling kan niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • tumoractiviteit. Een intracraniële tumor moet inactief zijn en tumorbehandeling voltooid vóór het starten met groeihormoon;
  • acute levensbedreigende ziekte, zoals bij complicaties na open–hartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma na een ongeval of acute ademhalingsdeficiëntie;
  • longitudinale groeibevordering bij kinderen met gesloten epifysen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Overweeg evaluatie van de behandeling bij kinderen elke 6 tot 12 maanden, aan de hand van groeiparameters, biochemie (IGF-1-, hormoon-, glucose- en lipidespiegels) en puberteitsstadium. Overweeg frequentere evaluaties tijdens de puberteit. Zodra de epifysen zijn vergroeid, dan klinisch opnieuw beoordelen op de noodzaak van behandeling met groeihormoon.

Evalueer de onderhoudsbehandeling bij volwassenen elke 6 tot 12 maanden, aan de hand van biochemie (IGF-1-, glucose- en lipidespiegels), lichaamssamenstelling en BMI.

Invloed geslacht: mannen vertonen in de loop van de tijd een toenemende IGF-1-gevoeligheid; daarom is er een risico dat zij overbehandeld worden. Vrouwen, vooral degenen die oraal oestrogeen gebruiken, hebben mogelijk hogere doses en een langere titratieperiode nodig dan mannen.

Het serumcortisol kan dalen door behandeling met groeihormoon; eerder niet-gediagnosticeerd centraal (secundair) hypoadrenalisme kan worden vastgesteld, en glucocorticoïdensubstitutie kan nodig zijn. Controleer op een verlaagde serumcortisolspiegel en/of op de noodzaak voor verhoging van de glucocorticoïddosis bij bekend hypoadrenalisme.

Controleer de schildklierfunctie regelmatig en geef zo nodig substitutietherapie met schildklierhormoon, omdat hypothyroïdie de werking van groeihormoon verstoort. Een beginnende hypothyroïdie kan aan het licht komen, omdat groeihormoon de extrathyroïdale omzetting van T4 naar T3 verhoogt.

Benigne intracraniële hypertensie (IH) is gemeld bij behandeling met groeihormoon. Bij ernstige of terugkerende hoofdpijn, visuele symptomen, misselijkheid en/of braken, wordt een fundoscopie voor papiloedeem aanbevolen. Overweeg de diagnose IH en staak zo nodig de groeihormoonbehandeling. Hervatten van de therapie na herstel van eerdere IH is niet onderzocht; zorgvuldige controle is nodig.

Groeihormoon kan de insulinegevoeligheid verminderen. Eerder niet-gediagnosticeerde diabetes mellitus of verstoorde glucosetolerantie kan aan het licht komen. Monitor de glucosespiegel periodiek bij alle patiënten, vooral bij risicofactoren voor diabetes zoals obesitas of een familiegeschiedenis van diabetes mellitus. Monitor patiënten met bestaande diabetes mellitus nauwgezet tijdens de behandeling; de dosis van bloedglucoseverlagende middelen moet mogelijk worden aangepast bij starten met groeihormoonbehandeling.

Bij een eerdere maligne aandoening zorgvuldig controleren op een mogelijk recidief. Bij een reeds bestaande tumor of groeihormoondeficiëntie door een intracraniële laesie, regelmatig onderzoeken op progressie van de aandoening. Bij een voorgeschiedenis van jeugdkanker is er meer kans op een tweede neoplasma door behandeling met groeihormoon; vooral intracraniële tumoren kunnen optreden bij patiënten die aan het hoofd zijn bestraald voor hun eerste neoplasma.

Bij patiënten met acute levensbedreigende ziekte, die werden behandeld met een hoge dosering groeihormoon, is een verhoogde mortaliteit aangetoond ten opzichte van placebo. Het betrof patiënten met complicaties van openhartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma veroorzaakt door een ongeval of acute ademhalingsinsufficiëntie. Daarom somapacitan niet gebruiken bij deze patiënten. Er zijn geen gegevens over de veiligheid van het continueren van groeihormoonsubstitutie bij een gelijktijdige acute levensbedreigende aandoening.

Houd rekening met pancreatitis bij optreden van ernstige buikpijn. Er is een klein aantal meldingen hiervan bij behandeling met andere GH-geneesmiddelen.

Test op aanwezigheid van antilichamen tegen somapacitan bij patiënten die niet reageren op de behandeling. Bij sommige kinderen zijn antilichamen aangetoond, maar ze waren niet neutraliserend en hadden geen invloed op het klinisch effect.

Gebruik is niet onderzocht bij ernstige leverinsufficiëntie. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 3 jaar zijn niet vastgesteld.

Er is weinig ervaring bij ouderen > 60 jaar en bij patiënten met volwassen GHD die langer dan vijf jaar worden behandeld.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met somapacitan contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Somapacitan is een langwerkend recombinant humaan groeihormoonderivaat, geproduceerd in Escherichia coli. Het bestaat uit 191 aminozuren vergelijkbaar met endogeen humaan groeihormoon, waaraan een albuminebindende groep is gehecht. De werking vindt plaats ofwel direct via de groeihormoonreceptor en/of indirect via IGF-1 aangemaakt in weefsels in het lichaam, maar hoofdzakelijk in de lever. Er wordt een normalisering van lichaamssamenstelling (d.w.z. afgenomen lichaamsvetmassa en toegenomen vetvrije lichaamsmassa) en van metabole werking bereikt. Somapacitan stimuleert skeletgroei bij kinderen met GHD als gevolg van het effect op de epifyses van botten. Omdat het reversibel bindt aan endogeen albumine is de halfwaardetijd van somapacitan langer dan van natuurlijk groeihormoon en is wekelijkse toediening mogelijk.

Kinetische gegevens

T max 4–25,5 uur.
Overig De 'steady state'-plasmaconcentratie wordt bereikt na 1–2 weken.
Eiwitbinding > 99%.
V d 1,7 l bij kinderen en 14,6 l bij volwassenen.
Metabolisering in hoge mate door proteolytische degradatie en splitsing van de hechtingssequentie tussen de peptide- en de albuminebinder.
Eliminatie met de urine 81%, met de feces 13% (als metabolieten).
T 1/2el ca. 2–3 dagen bij 'steady state'.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

somapacitan hoort bij de groep somatropine-agonisten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links