triëntine

Samenstelling

Cuprior (als tetrahydrochloride) XGVS gmp-orphan

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
150 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

triëntine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Voor dit geneesmiddel is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

  • Behandeling van de ziekte van Wilson bij patiënten ≥ 5 jaar die intolerant zijn voor therapie met D-penicillamine.

Dosering

De breukstreep op de tablet is bedoeld om deze in twee gelijke helften te verdelen en/of om het inslikken makkelijker te maken.

Klap alles open Klap alles dicht

Ziekte van Wilson, bij intolerantie voor therapie met D-penicillamine:

Volwassenen (incl. ouderen):

De aanbevolen dosis is 450–975 mg (3–6,5 tabletten) per dag, verdeeld over 2–4 doses. Start laag, ophogen op basis van de klinische respons.

Kinderen ≥ 5 jaar:

De aanvangsdosis bij kinderen is lager dan bij volwassenen en hangt af van leeftijd en gewicht. De dosis bedraagt doorgaans 225–600 mg (1,5–4 tabletten) per dag, verdeeld over 2–4 doses. De dosering aanpassen op basis van de klinische respons.

Nierinsufficiëntie: geen dosisaanpassing nodig, wel is slechts beperkte informatie beschikbaar over toepassing bij deze patiëntencategorie, zie ook rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Toedieningsinformatie: De tablet met water innemen op een lege maag, ten minste één uur vóór of twee uur na de maaltijd én met een interval van één uur tussen inname van een ander geneesmiddel, melk(producten) of voedsel.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): misselijkheid.

Soms (0,1-1%): huiduitslag, jeuk, erytheem.

Verder zijn gemeld: urticaria. Duodenitis, (ernstige) colitis. Anemie op basis van ijzerdeficiëntie.

Interacties

Houd een interval van ten minste één uur aan wanneer ook andere geneesmiddelen worden ingenomen, dit geldt ook voor voedsel (triëntine wel ten minste twee uur ná voedsel innemen) en voor melk(producten). Dit maximaliseert de absorptie en vermindert de kans dat triëntine zich bindt aan metalen in het maag-darmkanaal.

Triëntine en ijzer remmen elkaars absorptie waardoor de serumconcentratie van ijzer kan afnemen, ijzersupplementen kunnen nodig zijn; een ijzersupplement met een interval van ten minste twee uur na inname van triëntine innemen.

Combinatie met zink wordt niet aanbevolen; er zijn weinig gegevens over gelijktijdig gebruik beschikbaar en er kan geen dosisaanbeveling gedaan worden.

Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat calcium- of magnesiumbevattende antacida de werkzaamheid van triëntine veranderen, wordt gelijktijdig gebruik niet aanbevolen; houd indien combinatie noodzakelijk is een zo lang mogelijk interval aan.

Na behandeling met triëntine bij patiënten die eerder met D-penicillamine zijn behandeld zijn lupus-achtige reacties gemeld, een oorzakelijk verband is echter niet vastgesteld.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren is reproductietoxiciteit gebleken (dosisgerelateerde toename aantal resorpties en afwijkende foetussen), mogelijk geïnduceerd door koper- en zinkdeficiëntie.
Farmacologisch effect: Koperdeficiëntie; controleer bij gebruik tijdens de zwangerschap de koperconcentratie in het serum en houd deze binnen het normale bereik.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken; weeg de risico's van de ziekte zelf, andere behandelingen en de mogelijke teratogene effecten af. Controleer na de partus de koperconcentratie in het serum van de pasgeborene.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Een risico voor de zuigeling is niet uitgesloten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Verergering van klachten: Aan het begin van de chelatietherapie kunnen de klinische klachten verergeren (incl. neurologische verslechtering) door een overmaat van vrij koper in het serum tijdens de initiële respons op de behandeling; controleer nauwlettend en pas de dosering en/of verdere behandeling zo nodig aan.

Controle van de koperconcentratie in serum en urine: Controleer de patiënt regelmatig om de juiste regulering van symptomen en van de koperconcentratie te verkrijgen (de concentratie vrij koper is doorgaans 100–150 microg/l), optimaliseer zo nodig de dosering. De meest betrouwbare indicator voor het controleren van de therapie is de bepaling van vrij koper in het serum. De meting van koperuitscheiding in de urine kan nuttig zijn om de therapietrouw te bepalen. Controleer op manifestaties van overbehandeling (koperdeficiëntie), met name wanneer de koperbehoefte kan veranderen, zoals tijdens de zwangerschap en bij kinderen, omdat een passende regulering van de koperconcentratie vereist is om een goede groei en ontwikkeling te verzekeren.

In geval van nierinsufficiëntie is regelmatige medische controle vereist om de symptomen en koperconcentratie onder controle te houden, controleer ook nauwlettend de nierfunctie.

Triëntine kan de ijzerconcentratie in het serum verlagen. In geval van een ijzergebreksanemie kunnen ijzersupplementen nodig zijn; deze op een ander moment innemen (zie rubriek Interacties).

Onderzoeksgegevens: De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen < 5 jaar zijn nog niet vastgesteld.

Overdosering

Symptomen
bij overdosering tot 20 g (n=2; eenmaal 6 g en eenmaal 20 g) zijn geen duidelijke ongewenste effecten gemeld. Chronische overbehandeling echter, kan leiden tot koperdeficiëntie en reversibele sideroblastische anemie.

Voor meer informatie over een vergiftiging met triëntine, neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Triëntine is een koperchelerend middel. Het werkingsmechanisme berust op vorming van een stabiel complex met koper, dat via de urine kan worden uitgescheiden. Ook wordt koper in het maag-darmkanaal gecheleerd waardoor de koperabsorptie wordt geremd.

Kinetische gegevens

Resorptiegering en variabel. De omvang van het effect van voedsel op de absorptie en de systemische blootstelling is onbekend.
T max1,25–2 uur.
Overigover de distributie naar organen en weefsels is weinig bekend.
Metaboliseringwordt geacetyleerd tot twee hoofdmetabolieten; N(1)-acetyltri-ethyleentetramine (MAT) (actief) en N(1),N(10)-diacetyltri-ethyleentetramine (DAT). MAT kan ook bijdragen aan de algehele klinische effectiviteit van triëntine, maar in welke mate is niet bepaald.
Eliminatiesnel in de urine (triëntine en metabolieten). Niet-geabsorbeerd triëntine wordt met de feces geëlimineerd.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

triëntine hoort bij de groep antidota, koperbindende middelen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links