Samenstelling

Zovirax Duo XGVSOTC GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Crème
Verpakkingsvorm
2 g

Bevat per g: aciclovir 50 mg, hydrocortison 10 mg. Bevat tevens propyleenglycol, cetostearylalcohol, natriumlaurylsulfaat.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij herpes labialis lijkt de effectiviteit van een antivirale crème niet veel groter dan van een indifferente crème of gel met zinkoxide of zinksulfaat. Overweeg eventueel aciclovircrème toe te passen in de vroege fase van een recidief, d.w.z. starten zodra de kenmerkende branderigheid optreedt en vóór het stadium van blaasjes- en korstvorming. Het blaasjesstadium wordt gemiddeld met iets minder dan een dag verkort; een effect op de pijnklachten is niet aangetoond. Zie voor meer informatie het stappenplan Herpes simplex/labialis in Huidinfectie, herpes virus.

Voor aciclovir/hydrocortisoncrème is geen advies vastgesteld bij de behandeling van herpes labialis.

Indicaties

  • Behandeling van vroegtijdige tekenen en symptomen van recidiverende herpes labialis, om de progressie van koortsblaasjes tot ulceratieve laesies bij immunocompetente volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar te verminderen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Recidiverende herpes labialis:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar:

Zo spoedig mogelijk na de eerste tekenen van infectie: 5×/dag (met tussenpozen van ca. 3–4 uur, m.u.v. nachtdosering) aanbrengen op de aangedane plekjes op de lippen, met inbegrip van de buitenranden van de laesies, gedurende 5 dagen. Laat de patiënt contact opnemen als 5 dagen na beëindigen van de behandeling de laesies nog aanwezig zijn.

Niet gebruiken in combinatie met afsluitende verbandmiddelen, zoals pleisters of gespecialiseerde koortslippleisters.

Toedieningsinformatie: crème voorzichtig op de laesies aanbrengen en niet uitsmeren, om verspreiding van het virus te voorkomen. Contact met slijmvliezen zoals in de mond of het oog vermijden. Was vóór en na gebruik de handen of gebruik een vingercondoom.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): droge huid of schilfering.

Soms (0,1-1%): voorbijgaand brandend, tintelend of prikkelend gevoel na aanbrengen, jeuk.

Zelden (0,01-0,1%): erytheem, pigmentatieveranderingen, contacteczeem (na aanbrengen onder een occlusief verband, meestal veroorzaakt door hydrocortison of hulpstoffen). Lokale uitslag of irritatie, met jeuk en branderigheid.

Zeer zelden (< 0,01%): onmiddellijke overgevoeligheidsreacties, inclusief angio-oedeem.

Verder is gemeld: wazig zien.

Interacties

Er zijn van dit middel geen interacties bekend.

Zwangerschap

Teratogenese: Ruime ervaring bij de mens met lokaal gebruik van aciclovir en hydrocortison laat geen schadelijke effecten zien. Bij lokaal gebruik van dermate kleine oppervlakken is de resorptie gering en de systemische blootstelling zeer laag.
Advies: Kan worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Aciclovir: ja, in zeer kleine hoeveelheden. Hydrocortison: onbekend.
Farmacologisch effect: Bij beperkt lokaal gebruik is de resorptie via de huid gering en de systemische blootstelling bij de moeder zeer laag. Een effect bij de zuigeling is daarom zeer onwaarschijnlijk.
Advies: Kan worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • huidlaesies veroorzaakt door bacteriële, virale (anders dan het herpes simplexvirus) , parasitaire en schimmelinfecties;
  • overgevoeligheid voor corticosteroïden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Aciclovir/hydrocortisoncrème niet gebruiken bij:

  • genitale herpes;
  • immuungecompromitteerde patiënten, vanwege mogelijke pseudo-opportunistische infecties of geneesmiddelresistente stammen die systemische antivirale therapie vereisen. Overleg bij immuungecompromitteerde patiënten met de behandelend specialist over de gewenste behandeling en preventie.

Bij ernstige recidiverende herpes labialis andere onderliggende aandoeningen uitsluiten.

Overgevoeligheidsreacties kunnen lijken op symptomen waarvoor behandeld wordt. Bij contactallergie (voor hydrocortison of hulpstoffen) wordt zelden een ernstige reactie gezien, omdat het eventueel veroorzakende hydrocortison de reactie gelijktijdig onderdrukt; wees bedacht op contactallergie/overgevoeligheidsreacties indien de laesie niet (meer) reageert op een op zich juiste behandeling. De behandeling staken als ernstige irritatie of overgevoeligheid optreedt.

Zie voor de niet-medicamenteuze adviezen ten aanzien van het voorkómen van virusverspreiding het stappenplan Herpes simplex/labialis in Huidinfectie, herpes virus.

Onderzoeksgegevens: er zijn geen gegevens over aciclovir/hydrocortisoncrème bij de behandeling van herpes labialis met gelijktijdig aanwezige dermatitis van andere oorsprong. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 12 jaar zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Aciclovir is een purine (guanine) nucleoside-analogon. Het is een antivirale stof met in vitro grote selectieve werkzaamheid tegen herpes-simplex-virus type 1 en 2. Aciclovir wordt in de cel omgezet in aciclovirmonofosfaat door virus-geïnduceerd thymidinekinase. Dit aciclovirmonofosfaat wordt door cellulaire enzymen verder omgezet tot het actieve aciclovirtrifosfaat. Aciclovirtrifosfaat remt competitief het virale DNA-polymerase en voorkomt verdere virale DNA-synthese met als gevolg blokkade van de vermenigvuldiging van het virus.

Hydrocortison is een zwakwerkend corticosteroïd; klasse 1. Het onderdrukt de lokale inflammatoire respons in de lip, waardoor lokale ontstekingsverschijnselen verminderen.

Kinetische gegevens

Resorptieaciclovir: gering. Hydrocortison: ca. 1–3 % via de intacte huid. Bij een eczemateuze of ernstig ontstoken huid is de resorptie 2× resp. 5× zo groot.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd