Samenstelling

Fixaprost Théa Pharma bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels 'Minim'
Verpakkingsvorm
0,2 ml

Bevat per ml: latanoprost 50 microg (0,005%), timolol (als maleaat) 5 mg (0,5%). Conserveermiddel: geen. Bevat tevens: macrogolglycerolhydroxystearaat (polyoxyl 40 gehydrogeneerde ricinusolie).

Latanoprost/Timolol Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Oogdruppels
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat per ml: latanoprost 50 microg (0,005%), timolol (als maleaat) 5 mg (0,5%). Conserveermiddel: benzalkoniumchloride. Bevat tevens: fosfaat(buffer).

Xalacom Pfizer bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat per ml: latanoprost 50 microg (0,005%), timolol (als maleaat) 5 mg (0,5%). Conserveermiddel: benzalkoniumchloride. Bevat tevens: fosfaat(buffer).

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Behandeling van glaucoom dient door een oogarts te gebeuren. Glaucoom wordt medicamenteus vooral behandeld met plaatselijk toegediende middelen.

Bij open-kamerhoekglaucoom zijn oogdruppels met timolol of een prostaglandine-analogon de eerstekeusbehandeling. Bij onvoldoende effect of bij intolerantie voor een van beide middelen wordt eerst het andere middel van de eerstekeusbehandeling als monotherapie aanbevolen. Alternatieven voor bovenstaande monotherapie zijn monotherapie met een lokale koolzuuranhydraseremmer, een andere β-blokker of α2-agonist. Wanneer monotherapie onvoldoende effect heeft, worden geneesmiddelen met verschillende aangrijpingspunten gecombineerd. Als er meer dan twee middelen nodig zijn, is een laserbehandeling of operatie te overwegen.

Bij nauwe-kamerhoekglaucoom kiest men voor een laserbehandeling en/of een operatie, ondersteund door een medicamenteuze behandeling.

Indicaties

Verlaging van de intra-oculaire druk, als lokale β-blokkers of prostaglandine-analoga onvoldoende werkzaam zijn bij:

  • Open-kamerhoekglaucoom;
  • Oculaire hypertensie.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Open-kamerhoekglaucoom en oculaire hypertensie:

Volwassenen (incl. ouderen):

1 druppel 1×/dag in het aangedane oog, bij voorkeur 's avonds. Dit is tevens de maximale dosis.

Als een dosis wordt vergeten, behandeling volgens schema voortzetten met de volgende dosis.

Wanneer wordt overgeschakeld van een ander antiglaucoommiddel naar dit middel, het gebruik van het andere middel staken en de volgende dag starten met dit middel.

De oogdruppels 'Minim' bevatten geen conserveermiddel en zijn bestemd voor eenmalig gebruik.

Toedieningsinformatie: druk de traanbuis 1–3 minuten dicht tijdens en direct na toediening; dit voorkomt dat de oogdruppel afvloeit naar de neus- en keelholte wat systemische reacties tot gevolg kan hebben. Bij gebruik van meerdere soorten oogpreparaten deze toedienen met een interval van ten minste vijf minuten. De oogdruppels die de minste irritatie geven als eerste en viskeuze oogdruppels of oogzalven als laatste toedienen.

Bijwerkingen

Lokaal: Zeer vaak (> 10%): versterkte irispigmentatie (kan irreversibel zijn).

Vaak (1–10%): oogirritatie (met inbegrip van prikkend -, brandend -, jeukend - en corpus-alienumgevoel), pijnlijke ogen.

Soms (0,1–1%): wazig zien, afwijkingen van de cornea, conjunctivitis, hyperemie van het oog, toegenomen traanafscheiding, blefaritis.

Systemisch: Soms (0,1-1%): hoofdpijn. Jeuk, huiduitslag.

Meer informatie: latanoprost#bijwerkingen en timolol#bijwerkingen.

Interacties

Bij gelijktijdig gebruik van (lokale en systemische) β-blokkers, calciumantagonisten, middelen die catecholaminedepletie veroorzaken, digoxine, klasse I anti-aritmica, amiodaron en parasympaticomimetica kan een additief effect optreden met onder andere hypotensie en/of bradycardie tot gevolg.

CYP2D6-remmers (zoals kinidine, fluoxetine en paroxetine) kunnen de plasmaconcentratie van timolol verhogen.

β-Blokkers kunnen het hypoglykemisch effect van bloedglucoseverlagende middelen versterken en de symptomen van hypoglykemie maskeren.

β-Blokkers voor oculair gebruik kunnen de werking van systemische β–agonisten zoals adrenaline blokkeren. Een enkele keer is mydriase vermeld na gelijktijdige toediening met adrenaline (epinefrine).

Paradoxale verhoging van intraoculaire druk kan optreden bij lokaal gebruik van twee prostaglandine-analoga. Het gebruik van twee of meer prostaglandinen wordt daarom ontraden.

Zwangerschap

Teratogenese: Latanoprost: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij een klein aantal gevolgde zwangerschappen (< 20) waarbij latanoprost gebruikt werd in het 1e trimester had geen van de kinderen een aangeboren afwijking, wel was er één spontane miskraam. Timolol: Bij ca. 100 beschreven zwangerschappen waarbij timolol gebruikt werd (m.n. in case series), is geen toegenomen risico op aangeboren afwijkingen gezien. Bij dieren bij systemische hoge dosering schadelijk gebleken (vruchtverlies na implantatie, foetotoxiciteit). Er zijn geen aanwijzingen voor een groter risico op aangeboren afwijkingen bij systemisch gebruik van β-blokkers.
Farmacologisch effect: Systemisch toegepaste prostaglandinen verhogen de tonus van de uterus en kunnen de uteroplacentaire doorbloeding verminderen. Systemisch toegepaste β-blokkers kunnen in het laatste trimester of tijdens de partus bij foetus of pasgeborene farmacologische effecten geven zoals bradycardie, hypoglykemie en hypotensie. Bij gebruik van de oogdruppels is de systemische blootstelling gering, desondanks zijn de beschreven effecten niet uit te sluiten.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. Controleer op farmacologische effecten bij de foetus of pasgeborene, zoals bradycardie, hypoglykemie en hypotensie. Door de traanbuis korte tijd (1–3 minuten) dichtgedrukt te houden na toediening van de oogdruppel, kan de systemische resorptie beperkt worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Latanoprost: ja (incl. metabolieten). Timolol: ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: De systemische blootstelling aan latanoprost en timolol bij de moeder vanuit de oogdruppel is laag, waardoor nadelige effecten bij de zuigeling via de moedermelk onwaarschijnlijk zijn.
Advies: Kan waarschijnlijk veilig worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • reactieve luchtwegaandoeningen met inbegrip van (actuele of doorgemaakte) astma en andere ernstige obstructieve longaandoeningen (COPD);
  • manifest harfalen, cardiogene shock, tweede- en derdegraads AV-blok zonder pacemaker, sinusbradycardie, sick-sinus-syndroom, sinoatriaal blok;
  • overgevoeligheid voor andere β–blokkers.

Waarschuwingen en voorzorgen

Oogveranderingen:

  • Permanente kleurverandering iris: latanoprost kan de kleur van het oog geleidelijk irreversibel veranderen (bij ca. 33 %). Patiënten vóór aanvang van de behandeling informeren over de mogelijkheid van versterkte irispigmentatie in het oog (toename bruin pigment). Wanneer één oog wordt behandeld kan dit leiden tot een (blijvend) verschil in het uiterlijk van beide ogen. Pigmentatieverandering treedt voornamelijk op bij irissen van gemengde kleur (m.n. geel-bruin, ook blauw-bruin, grijs-bruin, of groen-bruin) en meestal binnen de eerste acht maanden van behandeling, zelden nog na het eerste behandeljaar. Bij homogene blauwe, grijze, groene of homogene bruine ogen is slechts zelden een verandering opgetreden gedurende twee jaar behandeling. Accumulatie van pigment in het trabeculaire netwerk of elders in de voorste oogkamer is niet waargenomen, echter patiënten regelmatig controleren.
  • Wimper en donshaarveranderingen: latanoprost kan de wimpers en het donshaar rondom het oog geleidelijk veranderen (toename lengte, dikte, pigmentatie of aantal). Wimperveranderingen zijn reversibel na staken.
  • Periorbitale huidverkleuring (reversibel) is waargenomen.

Bij ernstige cardiovasculaire stoornissen (zoals coronaire hartziekte, Prinzmetal-angina-pectoris en hartfalen) en hypotensie is kritische evaluatie noodzakelijk. Wees voorzichtig bij een eerstegraads AV–blok vanwege een negatief effect op de AV–geleiding. Cardiale reacties en, in zeldzame gevallen, dood geassocieerd met hartfalen, zijn gemeld na toediening van timolol.

Niet gebruiken bij astma en ernstige COPD (zie ook de rubriek Contra-indicaties). Wees voorzichtig bij lichte/matige COPD. Overlijden door bronchospasmen bij astma is waargenomen na toediening van sommige oculaire β-blokkers.

β-Blokkers kunnen de symptomen van hypoglykemie en hyperthyreoïdie maskeren. Wees voorzichtig bij labiele diabetes/spontane hypoglykemie. Patiënten die vermoedelijk thyreotoxicose ontwikkelen nauwlettend observeren.

Wees voorzichtig bij ernstige perifere circulatiestoornissen zoals ernstige vormen van het fenomeen van Raynaud.

(Cystoïd) macula-oedeem is gerapporteerd bij de behandeling met prostaglandine F–analogen, waarbij in voorkomende gevallen meestal sprake was van risicofactoren (afakie, pseudo-fakie met een gescheurd achterste lenskapsel of met voorste oogkamerlenzen). Wees voorzichtig bij deze en andere bekende risicofactoren voor cystoïde macula-oedeem.

Bij een voorgeschiedenis van atopie of ernstige anafylactische reactie op allergenen kan tijdens gebruik van een β-blokker een versterkte reactie optreden bij herhaalde blootstelling aan die allergenen. Een opgetreden anafylaxie is vaak matig of slecht te beïnvloeden met de gebruikelijke hoeveelheid adrenaline.

Bij algehele anesthesie de anesthesist informeren over het gebruik van oogdruppels met timolol. β-Blokkers voor intra–oculair gebruik kunnen de werking van systemische β–agonisten zoals adrenaline blokkeren.

Herpes simplex keratitis: wees voorzichtig bij een geschiedenis van herpetische keratitis. Vermijd gebruik bij met actieve herpes simplex gerelateerde keratitis en bij een voorgeschiedenis van recidiverende herpetische keratitis die met prostaglandineanalogen samenhangt.

Andere glaucoomvormen: er is geen ervaring met latanoprost bij acute aanvallen van nauwe-kamerhoekglaucoom, inflammatoire, neovasculaire, chronische nauwekamerhoek - of congenitaal glaucoom, open-kamerhoekglaucoom bij pseudofakie-patiënten en bij pigmentair glaucoom.

Na glaucoomingrepen is bij toepassing van kamerwaterremmende therapie (timolol, acetazolamide) loslating van de choroidea gemeld.

Wees voorzichtig bij droge ogen of een beschadigde cornea, omdat β-blokkers de traanvochtsecretie kunnen verminderen. Het conserveermiddel benzalkoniumchloride kan bij langdurig gebruik keratitis punctata en/of toxische ulceratieve keratopathie veroorzaken. Bij een aanmerkelijk beschadigde cornea, kan het gebruik van fosfaathoudende oogdruppels leiden tot corneacalcificaties.

Contactlenzen: het conserveermiddel benzalkoniumchloride kan irritatie veroorzaken, die aanleiding kan geven tot het minder goed verdragen van contactlenzen. Tevens kan het zachte contactlenzen doen verkleuren. Contactlenzen voor het indruppelen uitnemen en na 15 minuten weer indoen.

De oogdruppels 'Minim' bevatten de hulpstof macrogolglycerolhydroxystearaat 40, waardoor lokale huidreacties rond de ogen kunnen optreden.

De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Neem voor informatie over een vergiftiging met latanoprost en timolol contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Latanoprost: prostaglandine F-analoog en selectieve prostaglandine-FP-receptoragonist. Verlaagt de intraoculaire druk, voornamelijk door bevordering van de uveosclerale afvoer van kamerwater. Enige toename van de uitstroomcapaciteit is ook gerapporteerd. Latanoprost heeft geen effect op de productie van kamerwater. Latanoprost is een prodrug; de werkzame metaboliet latanoprostzuur wordt gevormd tijdens de passage door de cornea.

Timolol: lipofiele, niet-selectieve β-blokker zonder intrinsieke sympathicomimetische activiteit, myocardonderdrukkend effect of membraanstabiliserende werking. Toegediend in het oog verlaagt timolol de oogdruk door remming van de kamerwaterproductie en een lichte vergroting van de uitstroom (zonder pupilvernauwing).

Werking: intraoculaire drukdaling na 3–4 uur, max. na 8–12 uur (latanoprost); intraoculaire drukdaling na ca. 20 min, max. na 1–2 uur (timolol). Werkingsduur: ten minste 24 uur (beide).

Kinetische gegevens

Resorptiegoed door de cornea. Na passage van de cornea wordt de prodrug latanoprost gehydrolyseerd tot de actieve component. Een gedeelte van de dosis (latanoprost, timolol) wordt systemisch geresorbeerd (het zuur van latanoprost; ca. 45%).
T maxin kamerwater na lokale toediening: 2 uur (latanoprost), ca. 1 uur (timolol).
Metaboliseringvnl. in de lever tot inactieve metabolieten (latanoprost, timolol).
Eliminatiemet de urine als metabolieten (latanoprost, timolol) samen met onveranderd timolol. Timolol is niet dialyseerbaar.
T 1/2latanoprost ca. 17 min, timolol ca. 6 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd