Advies

Als noodanticonceptie na een onbeschermde coïtus heeft levonorgestrel 1,5 mg (inname binnen 72 uur) of een koperspiraal (plaatsing binnen 120 uur) de voorkeur.

Behandelplan

Zie voor situaties waarin noodanticonceptie aan de orde kan zijn de rubriek Uitgangspunten.

  1. Geef noodanticonceptivum

    Kies bij voorkeur levonorgestrel 1,5 mg oraal (morning-afterpil) of een koperspiraal.

  2. levonorgestrel

    Inname bij voorkeur binnen 12 uur en niet later dan 72 uur na onbeschermde coïtus.

    Toelichting

    Levonorgestrel onderdrukt de ovulatie en voorkomt innesteling in het endometrium. De betrouwbaarheid in het voorkómen van te verwachten zwangerschappen neemt af met het toenemen van de tijd na geslachtsgemeenschap, van 95% binnen 24 uur tot 58% bij gebruik na 48–72 uur.

  3. koperspiraal

    Plaats een koperspiraal binnen maximaal 120 uur (5 dagen) na onbeschermde coïtus.

    De koperspiraal kan in situ blijven als regulier anticonceptivum, of verwijderd worden bij optreden van de eerste menstruatie na de insertie.

    Geef bij een groter risico van een soa-infectie een antibioticum voor een chlamydia-infectie vanaf een uur voor de plaatsing:

    Toelichting

    De werking berust voor een belangrijk deel op het voorkómen van innesteling van de bevruchte eicel in de uterus. De betrouwbaarheid is goed; bij slechts 0,2 – 1,0% van de vrouwen treedt een zwangerschap op.

    De dekking voor gonorroe is met de genoemde antibiotica niet volledig; een kweek dient achteraf uitsluitsel te geven.

  4. ulipristal

    Inname tot uiterlijk 120 uur (5 dagen) na een onbeschermde coïtus of falen van anticonceptie.

    Toelichting

    Ulipristal remt of geeft uitstel van ovulatie.

    Er zijn geen redenen om ulipristal te verkiezen boven levonorgestrel (inname tot maximaal 72 uur) of een koperspiraal (plaatsing tot maximaal 120 uur), waarmee veel meer ervaring bestaat.

Achtergrond

Definitie

Noodanticonceptie heeft als doel het voorkómen van zwangerschap na onbeschermde geslachtsgemeenschap.

Uitgangspunten

Een tekort aan de beschermende werking van een hormonaal anticonceptivum kan ontstaan bij het vergeten innemen van het anticonceptivum, of bij problemen tijdens het gebruik door braken of diarree, interacties met bepaalde geneesmiddelen, of door het loslaten van een pleister of het loskomen van de vaginale ring. Maatregelen om de problemen op te lossen zijn afhankelijk van:

  • het anticonceptivum: eenfasepil, meerfasepil, pleister, vaginale ring of pil met alleen progestageen;
  • de fase in de cyclus;
  • het aantal vergeten pillen.

Voor de juiste maatregel per geneesmiddel en per situatie, raadpleeg de geneesmiddeltekst van het anticonceptivum. Bij de eenfase-combinatiepil is veel onderzoek bekend waaruit blijkt dat noodanticonceptie niet altijd nodig is, en met een piladvies kan worden volstaan. Bij het vergeten van één eenfasecombinatiepil bijvoorbeeld, is de kans op zwangerschap minimaal, zelfs als deze pil wordt vergeten in de eerste week van de strip. De pil moet dan alsnog worden ingenomen en de strip worden afgemaakt.

Noodanticonceptie is aan de orde in de volgende situaties:

  • coïtus zonder anticonceptie;
  • vergeten van twee of meer eenfasepillen in de eerste week;
  • vergeten van een meerfasepil;
  • vergeten van een pil met alleen progestageen, langer dan 12 uur na de gebruikelijke inname;
  • plaatsen van vaginale ring later dan drie uur na verwijdering gedurende de drie weken van gebruik, of te laat starten met een nieuwe ring na de stopweek;
  • plaatsen van een hormoonpleister later (> 48 uur) dan het gebruikelijke tijdstip, of te laat starten met een pleister na de stopweek.

Geneesmiddelen

anticonceptiva, progestagenenToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard Anticonceptie. Huisarts Wet 2011; 54: 652-76.

Zie ook