Samenstelling

Alutard SQ huisstofmijten 'SQ–503 Huisstofmijt' ALK-Abelló bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'instelkuur'
Verpakkingsvorm
combinatieverpakking

Bevat per verpakking: 4 flacons van 5 ml (nr. 1, 2, 3 en 4) in tienvoudig opklimmende sterkte te beginnen met 100 SQ-E/ml.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'vervolgkuur'
Sterkte
100.000 SQ-E/ml
Verpakkingsvorm
5 ml

Bevat per flacon: Dermatophagoides pteronyssinus; biologisch en immunologisch gestandaardiseerd. Extract aan aluminiumhydroxide geadsorbeerd. Conserveermiddel: fenol.

Alutard SQ huisstofmijten 'SQ–504 D. farinae' ALK-Abelló bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'instelkuur'
Verpakkingsvorm
combinatieverpakking

Bevat per verpakking: 4 flacons van 5 ml (nr. 1, 2, 3 en 4) in tienvoudig opklimmende sterkte te beginnen met 100 SQ-E/ml.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'vervolgkuur'
Sterkte
100.000 SQ-E/ml
Verpakkingsvorm
5 ml

Bevat per flacon: Dermatophagoides farinae; biologisch en immunologisch gestandaardiseerd. Extract aan aluminiumhydroxide geadsorbeerd. Conserveermiddel: fenol.

Alutard SQ huisstofmijten 'SQ–510 Huisstofmijt–2' ALK-Abelló bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'instelkuur'
Verpakkingsvorm
combinatieverpakking

Bevat per verpakking: 4 flacons van 5 ml (nr. 1, 2, 3 en 4) in tienvoudig opklimmende sterkte te beginnen met 100 SQ-E/ml.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof (suspensie) voor s.c. toediening 'vervolgkuur'
Sterkte
100.000 SQ-E/ml
Verpakkingsvorm
5 ml

Bevat per flacon: Dermatophagoides pteronyssinus en Dermatophagoides farinae; biologisch en immunologisch gestandaardiseerd. Extract aan aluminiumhydroxide geadsorbeerd. Conserveermiddel: fenol.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Vermijd bij allergische rinitis zoveel mogelijk de prikkels die klachten veroorzaken. Bij gebruik van geneesmiddelen is bij incidentele klachten een niet-sederend antihistaminicum (oraal of nasaal) eerste keus vanwege de snelle werking. Bij intermitterende en milde klachten kan een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal) of een nasaal corticosteroïd worden gebruikt. Bij een verstopte neus en bij persisterende en matig ernstige tot ernstige klachten gaat de voorkeur uit naar een nasaal corticosteroïd dat bij onvoldoende effect kan worden gecombineerd met een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal). Faalt ook de combinatietherapie en zijn de klachten ernstig, dan kan een allergeen-specifieke, subcutane immunotherapie in aanmerking komen, na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen samen met de patiënt.

Er is weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van allergeenextract met huisstofmijt. De voordelen van de behandeling zijn dan ook nog onzeker, terwijl de behandeling 3–5 jaar duurt, lokale bijwerkingen (zwelling, jeuk) vaak optreden en er een klein risico bestaat van een anafylactische reactie.

Indicaties

  • Behandeling van IgE-gemedieerde allergie voor huisstofmijten bij de overgang van rinitis- naar astma-symptomen, indien de symptomen grotendeels veroorzaakt worden door aantoonbaar specifiek IgE tegen huisstofmijten en er gedurende langere tijd een dagelijkse behoefte bestaat aan geneesmiddelen, met inachtneming van het volgende:
    • bij astma ten gevolge van huisstofmijtenallergie als, ondanks allergeeneliminatie met de voorgeschreven medicatie, de astmasymptomen niet afdoende bestreden kunnen worden;
    • bij rhinoconjunctivitis als, ondanks allergeeneliminatie, gedurende een langere periode behandeling met antihistaminica en/of lokale therapie noodzakelijk is, en de patiënt hier onvoldoende op reageert.

Gerelateerde informatie

Dosering

Hyposensibilisatie met mijtenextract starten na de periode met de meeste expositie (omstreeks januari). De hyposensibilisatie wordt uitgevoerd in twee fasen, een opbouwfase en een onderhoudsfase. De behandelduur is 3–5 jaar. Bij onvoldoende verbetering binnen een bepaalde termijn de behandeling staken.

Behandeling met één enkel preparaat heeft de voorkeur. Bij behandeling met meerdere preparaten de verschillende injecties afzonderlijk geven op verschillende plekken om de reacties goed te kunnen onderscheiden. Bij behandeling op dezelfde dag minstens een interval van 30 minuten aanhouden; bij toediening op verschillende dagen: een interval van 2–3 dagen.

De gegeven doseringsschema's zijn een advies, de dosering moet bij iedere injectie individueel worden vastgesteld en is o.a. afhankelijk van de gevoeligheid van de patiënt (zie ook onder waarschuwingen en voorzorgen).

Klap alles open Klap alles dicht

Alutard:

Volwassenen < 60 jaar en kinderen > 5 jaar:

Het instellen gebeurt door 1×/week gedurende 15 weken een injectie te geven. De injectie langzaam subcutaan toedienen in de strekzijde van de bovenarm. Instelfase: injectie 1: 20 SQ–E, injectie 2: 40 SQ–E, injectie 3: 80 SQ–E, injectie 4: 200 SQ–E, injectie 5: 400 SQ–E, injectie 6: 800 SQ–E, injectie 7: 2000 SQ–E, injectie 8: 4000 SQ–E, injectie 9: 8000 SQ–E, injectie 10: 10.000 SQ-E, injectie 11: 20.000 SQ-E, injectie 12: 40.000 SQ-E, injectie 13: 60.000 SQ-E, injectie 14: 80.000 SQ-E, injectie 15: 100.000 SQ-E. Er is ook een clusterschema (= snel titratieschema) beschikbaar welke alleen uitgevoerd kan worden in het ziekenhuis onder gecontroleerde omstandigheden en aanwezigheid van resuscitatieapparatuur. Onderhoudsfase: bij voorkeur de maximaal te verdragen dosering, max 100.000 SQ-E. Het toedieningsinterval stapsgewijs vergroten (met een week per keer) tot uiteindelijk 4–6 weken.

Vóór gebruik de flacon met injectievloeistof voorzichtig schudden (10–20× omkeren).

Vermijd op de dag van injectie lichamelijke inspanning, warme baden en alcohol.

Bijwerkingen

Zeer vaak: (> 10%): zwelling rondom de injectieplaats, hoofdpijn.

Vaak (1-10%): roodheid, netelroos, jeuk en/of gevoeligheid rondom de injectieplaats. Vermoeidheid (tot ca. 12 uur na de injectie). Piepende ademhaling, dyspneu, hoesten. Blozen. Conjunctivitis, jeukende, rode of tranende ogen. Diarree, braken, misselijkheid, verstoorde spijsvertering. Als late reacties tevens: algemene malaise.

Soms (0,1–1%): anafylactische reactie, rugpijn.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische shock, immuuncomplexreacties (type III), zich uitend in koorts, exantheem, gewrichts– en spierpijn. Frequentie onbekend: duizeligheid, paresthesie, palpitaties, tachycardie, cyanose, hypotensie, bleekheid, ooglidoedeem, angio–oedeem, bronchospasme, verstopte neus, rinitis, droge keel, niezen, astma, zwelling van tong of lippen, beklemd gevoel in de keel, dyspneu, keeloedeem, larynxoedeem, irritatie van de keel, buikpijn, gewrichtspijn en –zwelling, verergering eczeem, erytheem, subcutane noduli op de injectieplaats (reversibel binnen 2–16 weken), jeuk.

Interacties

Gelijktijdig gebruik van β-blokkers is gecontra–indiceerd, omdat deze het effect van adrenaline verminderen, wat wordt gebruikt bij de behandeling van een eventuele anafylactische shock. Ook gelijktijdig gebruik van immunosuppressiva is gecontra–indiceerd.

Tricyclische antidepressiva (zoals amitriptyline) en MAO-remmers kunnen de effecten van adrenaline (gebruikt bij de behandeling van een eventuele anafylactische shock) versterken.

Vaccinaties ten minste 7 dagen vóór of na de allergeeninjectie geven.

Antihistaminica, bronchospasmolytica, cromonen en corticosteroïden kunnen de gevoeligheid voor allergenen beïnvloeden; bij staken van één van deze middelen kan een reductie van de allergeendosis nodig zijn.

Wees voorzichtig bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers vanwege interferentie met bradykininen en neuropeptiden .

Het gebruik van geneesmiddelen die aluminium bevatten (bv. antacida) vermijden bij aan aluminium geabsorbeerd allergeenextract.

Zwangerschap

Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, onvoldoende gegevens.
Advies: Het instellen van een behandeling is gecontra–indiceerd. Een onderhoudsfase mag worden voortgezet, maar overweeg hierbij het risico voor moeder en kind bij het eventueel optreden van een anafylactische shock.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige nierfunctiestoornissen;
  • ernstige hart- en vaataandoeningen (ernstige hypertensie, coronaire ziekten);
  • aandoeningen die de werking van het afweersysteem beïnvloeden, bv. immunodeficiënties, een maligniteit en auto-immuunziektes;
  • medicamenteus moeilijk te behandelen astma, met name bij een FEV1 < 70% van de voorspelde waarde ondanks optimale therapie en bij steroïd-afhankelijkheid;
  • aandoeningen die de therapietrouw negatief beïnvloeden;

Voor meer contra-indicaties zie ook de rubrieken Zwangerschap, Interacties en Waarschuwingen en voorzorgen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet gebruiken bij kinderen < 5 jaar en volwassenen > 60 jaar vanwege het ontbreken van ervaring met de behandeling bij deze patiënten.

Behandeling alleen instellen door artsen met voldoende ervaring in de behandeling van allergische ziekten, bij voorkeur in gespecialiseerde centra met voorzieningen voor behandeling van ernstige allergische reacties. Observeer de patiënt na elke injectie gedurende 30 minuten. Ernstige allergische reacties kunnen worden behandeld met adrenaline (epinefrine). Instrueer de patiënt zich onmiddellijk te melden bij het optreden van ernstige, late reacties.

De behandeling staken bij aanhoudende ernstige lokale reacties, immuuncomplexreacties (type III), ernstige systemische reacties of herhaald optreden van milde systemische reacties. De dosering aanpassen volgens schema fabrikant indien het geadviseerde tijdsinterval is overschreden, bij allergische symptomen 24 uur voor de injectie of bij lokale reacties of lichte tot matig ernstige systemische reacties op de vorige injectie.

Bij patiënten met astma vóór iedere injectie een longfunctiemeting uitvoeren. Bij koorts, infecties incl. acute bronchitis of een acute astma-aanval de behandeling uitstellen tot minimaal 1 week na normalisatie van de toestand.

Eigenschappen

Slechts een fractie van de componenten is als allergeen actief. Het werkingsmechanisme van allergeenextract is niet volledig bekend. Gedurende de behandeling verdwijnt of vermindert de late allergische reactie. Het klinisch effect kan niet worden verklaard door concentratieveranderingen van specifiek IgG of IgE. De in het extract aanwezige allergenen zijn een mengsel van eiwitten en glycoproteïnen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

allergeenextract huisstofmijt (parenteraal) hoort bij de groep allergeenextracten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook