Samenstelling

Reyataz (als sulfaat) Bristol-Myers Squibb bv

Toedieningsvorm
Harde capsules
Sterkte
150 mg, 200 mg, 300 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

De keuze van de verschillende preparaten is afhankelijk van diverse aspecten (zie de richtlijn HIV). Bij de behandeling van een HIV-infectie bij therapie-naïeve patiënten wordt de voorkeur gegeven aan een tripeltherapie bestaande uit twee nucleoside reverse transcriptaseremmers (NRTI) en een derde middel uit één van de volgende groepen: een integraseremmer (INSTI), non-nucleoside reverse transcriptaseremmer (NNRTI) of een gebooste proteaseremmer.

Aan de vergoeding van atazanavir zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

Behandeling van HIV-1 in combinatie met een lage dosering ritonavir (losse combinatie) naast andere anti-retrovirale middelen bij volwassenen en bij kinderen vanaf 6 jaar én met een lichaamsgewicht ≥ 15 kg.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

HIV-1 infectie:

Volwassenen:

300 mg 1×/dag tegelijk innemen met ritonavir 100 mg 1×/dag.

In combinatie met H2-receptorantagonisten: indien een hogere dosis van een H2-receptorantagonist noodzakelijk is (bv. famotidine 40 mg 2×/dag of equivalent) en de patiënt gebruikt géén tenofovir: overweeg een verhoging van atazanavir+ritonavir naar 400+100 mg 1×/dag. Bij patiënten die wel tenofovir erbij gebruiken, de dosis van atazanavir+ritonavir verhogen naar 400+100 mg 1×/dag, en een maximale dosering van de H2-receptorantagonist aanhouden (famotidine 40 mg 2×/dag of equivalent).

In combinatie met protonpompremmers: combinatie met een protonpompremmer wordt niet aanbevolen. Indien de combinatie onvermijdbaar is, de dosis van atazanavir+ritonavir verhogen naar 400+100 mg 1×/dag, en een maximale dosering van de protonpompremmer aanhouden (bv. omeprazol 20 mg 1×/dag of equivalent).

Kinderen 6–18 jaar én met een lichaamsgewicht ≥ 15 kg:

Met een lichaamsgewicht 15–20 kg 150 mg 1×/dag, 20–40 kg 200 mg 1×/dag, en ≥ 40 kg 300 mg 1×/dag. Tegelijk innemen met ritonavir 100 mg 1×/dag.

Innemen met een lichte maaltijd voor een optimale biologische beschikbaarheid. Capsules heel innemen.

Bijwerkingen

Vaak (1–10%): hoofdpijn. Misselijkheid, braken, dyspepsie, buikpijn, diarree. Geelzucht. Vermoeidheid.

Soms (0,1–1%): koorts, malaise, asthenie. Myalgie, artralgie, spieratrofie. Aftoïde stomatitis, droge mond, gastritis, flatulentie, pancreatitis. Hepatitis, cholestase, cholelithiasis. Anorexie, verhoogde eetlust, hyperglykemie, diabetes mellitus, verandering lichaamsgewicht. Hypertensie. Verlengd PQ- en QT-interval (vaker bij kinderen), 'torsades de pointes'. Overgevoeligheid, jeuk, urticaria, alopecia, angio-oedeem, erythema multiforme, toxische huiderupties, geneeesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom). Dyspneu. Duizeligheid, smaakstoornis, slaperigheid, perifere neuropathie, syncope, amnesie. Slaapstoornis, abnormale dromen, angst, desoriëntatie, depressie. Nefrolithiase, pollakisurie, proteïnurie, hematurie, interstitiële nefritis. Gynaecomastie.

Zelden (0,01–0,1%): myopathie. Loopstoornis. Oedeem, hartkloppingen, vasodilatatie. Cholecystitis, hepatosplenomegalie. Nierpijn. Eczeem, vesiculobulleuze huiduitslag, Stevens-Johnsonsyndroom.

Anti-retrovirale combinatietherapie (cART) is in verband gebracht met een herverdeling van lichaamsvet (lipodystrofie), metabole stoornissen (zoals hyperlactatemie, hypertriglyceridemie, hypercholesterolemie, insulineresistentie, hyperglykemie en ontstaan of exacerbatie van diabetes mellitus) en het immuunreconstitutiesyndroom met bijvoorbeeld reactivering van herpesinfecties of auto-immuunziekten (zoals M. Graves). Ook osteonecrose kan voorkomen, vooral bij gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan combinatietherapie.

Verhoogde waarde creatinekinase, myositis en zelden rabdomyolyse zijn gemeld bij proteaseremmers, vooral in combinatie met nucleoside reverse transcriptase remmers (NRTI's).

Bij een aantal hemofiliepatiënten die proteaseremmers gebruikten, zijn spontane bloedingen (subcutane of musculaire hematomen, hemartrosen) opgetreden.

Interacties

Zie voor de interacties van atazanavir en eventuele benodigde dosisaanpassingen de pagina HIV-interacties van de UCSF (University of California).

Zwangerschap

Teratogenese: Beperkte gegevens bij de mens (tot 1000 zwangerschapsuitkomsten) laten geen teratogene effecten zien. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid bij therapeutische doses.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Tijdens het 2e en 3e trimester van de zwangerschap is er bij 300 mg atazanavir + 100 mg ritonavir mogelijk onvoldoende blootstelling aan atazanavir; overweeg 'therapeutic drug monitoring'. Na de bevalling kan de blootstelling aan atazanavir weer toenemen, zelfs tot significant boven die van HIV-geïnfecteerde vrouwen die niet zwanger zijn geweest; volg alle aanbevelingen op (incl. dosering) van die van een niet-zwangere en controleer nauwgezet op bijwerkingen.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Borstvoeding door vrouwen met een HIV-infectie wordt ontraden om overdragen van het HIV te voorkomen.

Contra-indicaties

  • matige tot ernstige leverfunctiestoornissen (Child-Pughscore 7–15);
  • kinderen jonger dan 3 maanden vanwege de kans op kernicterus.

Zie voor contra-indicaties met gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen de link in de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij volwassenen is geen werkzaamheid te verwachten bij ≥ 4 PI-mutaties, bij voorbehandelde kinderen kan zelfs bij minder PI-mutaties dit het geval zijn. Atazanavir in combinatie met hogere doses (> 100 mg/dag) ritonavir is niet onderzocht en wordt afgeraden in verband met een gewijzigd veiligheidsprofiel van atazanavir (effecten op het hart, hyperbilirubinemie). De veiligheid en werkzaamheid van atazanavir+ritonavir zijn niet vastgesteld bij significante onderliggende leverfunctiestoornissen. Reversibele verhogingen van niet-geconjugeerd bilirubine gerelateerd aan glucuronyltransferaseremming is waargenomen. Bij een gelijktijdige stijging van de levertransaminase- en bilirubinewaarden, andere oorzaken onderzoeken. Een andere therapie overwegen indien geelzucht onacceptabel is voor de patiënt. Bij toepassing van antiretrovirale combinatietherapie bij patiënten met chronische hepatitis B of C is er meer kans op ernstige, potentieel fatale leverbijwerkingen. Bij bestaande leverfunctiestoornis de leverfunctie regelmatig controleren; bij verslechtering de behandeling tijdelijk stopzetten of definitief staken.

Nefrolithiase (ook met complicaties zoals nierinsufficiëntie of acuut nierfalen) en cholelithiasis zijn gemeld bij patiënten die atazanavir gebruikten, waarbij soms ziekenhuisopname en aanvullende behandeling noodzakelijk was. Overweeg de behandeling tijdelijk te onderbreken of het gebruik definitief te staken, indien symptomen van cholelithiasis of nefrolithiase optreden.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals bradycardie, relevante hartziekte, hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen en congenitale of verworven QT-verlenging; bij aanwezigheid van niet te behandelen risicofactoren regelmatig elektrolyten en ECG bepalen. Wees ook voorzichtig bij bestaande PQ-verlenging of met geneesmiddelen die PQ-verlenging geven. Bij bestaande PQ-verlenging en andere geleidingsproblemen (tweedegraads AV-blok, atrioventriculair of complex bundeltakblok) atazanavir+ritonavir alleen op strikte indicatie toepassen en op klinische indicatie cardiale controle uitvoeren. Vooral kinderen zijn gevoelig voor geleidingstoornissen.

Lichte tot matige maculopapuleuze huiderupties ontstaan meestal tijdens de eerste 3 weken van de behandeling. Bij verergering van de huidreacties de toediening staken; bij de diagnose Stevens-Johnsonsyndroom of DRESS de behandeling niet meer opnieuw beginnen.

Wees voorzichtig bij ernstige immunodeficiëntie omdat er meer kans is op een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen die tot ernstige klinische ziektebeelden (zoals cytomegalovirus retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie) kunnen leiden. In dit kader kunnen ook auto-immuunreacties (zoals M. Graves) optreden, vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Bij het ontstaan van pijnlijke en/of stijve gewrichten controleren op osteonecrose.

De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen tot 6 jaar zijn niet vastgesteld, er zijn relatief weinig gegevens bij kinderen van 6–18 jaar. Atazanavir+ritonavir wordt niet aanbevolen bij patiënten die hemodialyse ondergaan; de farmacokinetische parameters lijken met 30–50% verlaagd ten opzichte van patiënten met een normale nierfunctie.

Eigenschappen

Antiviraal middel, behorend tot de HIV-1-proteaseremmers. Het is een selectieve remmer van HIV-protease, een essentiële component in de replicatiecyclus van het HIV-virus. Tijdens de replicatiefase splitst HIV-protease virale polypeptideproducten, waardoor essentiële eiwitten en enzymen zoals protease worden gevormd. Door interferentie met dit proces blokkeert darunavir de rijping van het HIV waardoor niet-functionele, onrijpe, niet-infectieuze virussen worden gevormd.

Kinetische gegevens

ResorptieInname met een lichte maaltijd verhoogt de biologische beschikbaarheid.
T maxca. 2½ uur. Vertraagd tot 5 uur na een zware maaltijd.
OverigAtazanavir is in de cerebrospinale vloeistof aangetoond.
Metaboliseringvnl. door CYP3A4.
Eliminatiemet de feces (79%) en met de urine (13%), vnl. in de vorm van metabolieten, deels onveranderd.
T 1/2ca. 12 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

atazanavir hoort bij de groep HIV proteaseremmers.

atazanavir vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook