brolucizumab

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Beovu Aanvullende monitoring Novartis Pharma bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof voor intraoculair gebruik
Sterkte
120 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,165 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

brolucizumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Zie voor een plaatsbepaling bij de behandeling van leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD) en voor aanbevelingen bij de toepassing: Brolucizumab- Standpunt Werkgroep Medische Retina NOG (2020) op oogheelkunde.org.

Indicaties

  • Neovasculaire ('natte') leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD), bij volwassenen.

Dosering

Let op: de wegwerpspuit bevat een overmaat aan vloeistof; voorafgaand aan de injectie de overmaat verwijderen.

Uitsluitend toedienen na toepassing van geschikte anesthesie en een lokaal breed-spectrum antisepticum, onder aseptische omstandigheden, en door een oogarts met ervaring met intravitreale injectie.

Brolucizumab niet starten bij een intraoculaire druk van ≥ 30 mmHg.

Klap alles open Klap alles dicht

Neovasculaire (natte) leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD):

Volwassenen (incl. ouderen):

Intravitreale injectie: 6 mg (= 1 injectie van 0,05 ml) 1× per 4 weken (maandelijks) in het aangetaste oog gedurende 3 opeenvolgende maanden. Daarna de behandelintervallen individueel aanpassen op basis van de ziekteactiviteit (d.w.z. gezichtsscherpte en/of anatomische parameters). Een beoordeling van de ziekteactiviteit wordt aanbevolen 16 weken (4 maanden) na aanvang van de behandeling. Overweeg bij patiënten zonder ziekteactiviteit toediening elke 12 weken (3 maanden) en bij patiënten met ziekteactiviteit elke 8 weken (2 maanden). Indien er geen effect (meer) optreedt de behandeling staken.

Controleer direct na toediening de intraoculaire druk; zie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Lever- of nierinsufficiëntie: geen dosisaanpassing nodig.

Toedieningsinformatie: Uitsluitend voor eenmalig gebruik en voor de behandeling van één oog.

Bijwerkingen

De meeste bijwerkingen kunnen worden toegeschreven aan de oculaire injectieprocedure.

Lokaal:

Vaak (1-10%): verhoogde intraoculaire druk, cataract, oogpijn, loslating van het glasvocht, retinale bloeding, retinascheur, retinale pigment-epitheelscheur, uveïtis, iritis, 'mouches volantes', keratitis punctata, abrasie van de cornea, conjunctivale bloeding, conjunctivitis, wazig zien.

Soms (0,1-1%): blindheid, endoftalmitis, retinaloslating, retinale arteriële vaatocclusie, loslating van het retinale pigmentepitheel, vitritis, glasvochtbloeding, iridocyclitis, ontsteking in en/of 'flare' van de voorste oogkamer, cornea-oedeem, conjunctivale hyperemie, verhoogde traanproductie.

Verder zijn gemeld: retinale vaatocclusie, retinale vasculitis.

Intraoculaire ontstekingsverschijnselen treden vaker op bij patiënten met verhoogde antilichaamvorming; zie voor meer informatie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Systemisch:

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties zoals huiduitslag, urticaria, jeuk en erytheem.

Bij gebruik van intravitreale VEGF-remmers zijn niet-oculaire bloedingen en arteriële trombotische complicaties gemeld. Er is een theoretisch risico van arteriële trombo-embolische aandoeningen, waaronder het optreden van een hersen- of myocardinfarct, na intravitreaal gebruik van brolucizumab ten gevolge van systemische VEGF-remming; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Interacties

Over gelijktijdig gebruik met andere anti-VEGF-geneesmiddelen (systemisch of oculair) zijn geen gegevens beschikbaar; dergelijk gelijktijdig gebruik wordt ontraden.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij mens en dier, onvoldoende gegevens. Op grond van het werkingsmechanisme van VEGF-remmers is er een potentieel risico voor wat betreft de embryo-/foetale ontwikkeling. De verwachte systemische blootstelling na intraoculaire toediening is echter zeer laag.

Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en tot ten minste 1 maand na staken van de therapie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend, zowel bij mens als dier. Een nadelig effect bij de zuigeling kan daarom niet worden uitgesloten.

Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel óf het geven van borstvoeding ontraden. Het geven van borstvoeding ontraden tot ten minste 1 maand na staken van de therapie.

Contra-indicaties

  • actieve of vermoede (peri)oculaire infectie;
  • actieve intraoculaire ontsteking.

Waarschuwingen en voorzorgen

Reacties gerelateerd aan de intravitreale injectie: Controleer de patiënt in de week na de intravitreale injectie, zodat bij het optreden van een infectie vroegtijdige behandeling mogelijk is. De patiënt instrueren om mogelijke symptomen van endoftalmitis of van overige reacties samenhangend met de intravitreale injectie (intra-oculaire ontsteking, glasvochtbloeding, retinaloslating en/of scheur, traumatisch cataract) direct te melden. Daarbij direct contact laten opnemen bij de volgende klachten: oogpijn of toegenomen ongemak, toename van de roodheid van het oog, wazig of verminderd zicht, een toegenomen aantal kleine deeltjes in het zicht, of een verhoogde gevoeligheid voor licht (fotofobie).

Het risico op een intra-oculaire ontsteking (vaak gepaard gaande met retinale vasculitis en/of retinale vaatocclusie) na intravitreale injectie met brolucizumab is in de eerste 6 maanden van behandeling het grootst. Volgens het NOG–Standpunt Brolucizumab–Standpunt Werkgroep Medische Retina (2020) het oog controleren op intra-oculaire ontsteking gedurende de eerste 6 maanden elke 14–30 dagen na iedere injectie (voorafgaand aan de volgende injectie), funduscopie verrichten om vasculitis uit te sluiten, en bij twijfel een fluorescentie-angiogram verrichten. De patiënt instrueren om zich extra te laten controleren bij klachten (zoals floaters, visusklachten, scotoom of gevoelige ogen). Bij het optreden van een intra-oculaire ontsteking, retinale vasculitis en/of retinale vaatocclusie dit onmiddellijk behandelen en toepassing van brolucizumab staken.

Immunogeniciteit door antilichaamvorming kan zich ook uiten in (een toename van de ernst van) een intraoculaire ontsteking (zie bovenstaande alinea). Na langdurige toediening (88 weken) werden bij 23–25% van de patiënten antilichamen tegen brolucizumab gedetecteerd en een groter aantal bijwerkingen met betrekking tot intraoculaire ontsteking waargenomen. Antilichamen tegen brolucizumab werden niet geassocieerd met een veranderde klinische werkzaamheid.

De behandeling staken bij regmatogene retinale loslating of stadium 3 of 4 maculaire gaten. Loslating van het retinapigment-epitheel (RPE) met een grote afmeting en/of hoge intensiteit is een risicofactor voor het ontwikkelen van een scheur in het RPE-blad.

Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van een TIA, beroerte of myocardinfarct in de voorafgaande 3 maanden vanwege de kans op arteriële trombo-embolie. Er zijn relatief weinig gegevens over de veiligheid bij de behandeling van deze patiënten met intravitreale VEGF-remmers; zie ook de rubriek Bijwerkingen.

Toename intraoculaire druk: controleer direct na toediening de intraoculaire druk wegens het mogelijk optreden van toename van de intraoculaire druk binnen 30 minuten na de injectie. Wees voorzichtig bij patiënten met slecht gereguleerd glaucoom; controleer zowel de intraoculaire druk als de perfusie van de oogzenuw (papil). Injecteer geen brolucizumab als de intraoculaire druk ≥ 30 mmHg bedraagt. Steriele paracentese-uitrusting dient uit voorzorg beschikbaar te zijn.

De dosis niet geven en de behandeling niet beginnen eerder dan de volgende ingeplande behandeling bij:

  • een afname in de best gecorrigeerde gezichtsscherpte (BCVA) van ≥ 30 letters vergeleken met de laatste beoordeling;
  • een intraoculaire druk ≥ 30 mmHg;
  • een retinascheur;
  • een subretinale bloeding in het centrum van de fovea óf als de bloeding ≥ 50% van het totale laesie-oppervlak is;
  • een intraoculaire operatieve ingreep in de afgelopen of komende 28 dagen.

Onderzoeksgegevens: De veiligheid en werkzaamheid van toediening in beide ogen tegelijkertijd en bij kinderen is niet onderzocht. Brolucizumab is niet onderzocht bij een verminderde leverfunctie; naar verwachting heeft een leverfunctiestoornis geen invloed op de (zeer geringe) systemische blootstelling, omdat het metabolisme niet afhangt van de leverfunctie; zie ook de rubriek Kinetische gegevens. Een lichte tot matig-ernstige nierfunctiestoornis heeft geen invloed op de totale systemische blootstelling. Brolucizumab is niet onderzocht bij een ernstige nierfunctiestoornis.

Overdosering

Controleer in geval van overdosering (toediening van een groter dan aanbevolen injectievolume) de intraoculaire druk en behandel deze indien nodig.

Eigenschappen

Brolucizumab is een gehumaniseerd monoklonaal Fv-antilichaamfragment bestaande uit één keten (scFv). Het bindt met een hoge affiniteit aan VEGF-A-isovormen en voorkomt daarmee dat VEGF-A bindt aan de receptoren (VEGFR-1 en VEGFR-2). Door de binding van VEGF-A te remmen, onderdrukt brolucizumab endotheliale celproliferatie, waardoor pathologische neovascularisatie wordt verminderd en de vasculaire doorlaatbaarheid afneemt.

Kinetische gegevens

T max < 1 dag (plasma).
Metabolisering niet afhankelijk van de lever- (of nier)functie; naar verwachting via proteolyse.
Eliminatie passief via de urine.
T 1/2el 4,4 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

brolucizumab hoort bij de groep maculadegeneratiemiddelen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links