clonidine (bij migraine)

Samenstelling

Clonidine (hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,025 mg

Dixarit (hydrochloride) Boehringer Ingelheim bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
0,025 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

clonidine (bij migraine) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Als profylaxe van episodische migraine is metoprolol het middel van eerste keus. In de tweedelijnszorg heeft candesartan (offlabel) de voorkeur, vanwege minder bijwerkingen waardoor de behandeling moet worden gestaakt. Vervolgens komen β-blokkers (metoprolol, propranolol) of de anti-epileptica, topiramaat of valproïnezuur (alleen bij mannen, offlabel) als tweede keus in aanmerking. Bij chronische migraine in geval van medicatieovergebruikshoofdpijn eerst stoppen met het gebruik van alle hoofdpijnmedicatie gedurende 2–3 maanden (detoxificatie). Herevalueer na detoxificatie de primaire hoofdpijndiagnose en start zo nodig profylaxe voor episodische migraine of, indien toch sprake is van chronische migraine met topiramaat of valproïnezuur.

Clonidine wordt als bewezen niet-effectief beschouwd bij de profylaxe van migraine.

Indicaties

  • Onderhoudsbehandeling van migraine.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Migraine-profylaxe:

Volwassenen:

0,025 mg 2×/dag, zo nodig na 2 weken verhogen tot 0,05 mg 2×/dag; max. 0,075 mg 2×/dag met bij voorkeur een interval van 12 uur.

Bij verminderde nierfunctie: starten met een lagere dosering en dosering langzamer verhogen. Het antihypertensieve effect kan sterk variëren. Bij ernstige nierinsufficiëntie is een dosis 1×/dag soms voldoende.

Bij kinderen: Een dosis advies is niet mogelijk; zie ook de rubriek Waarschuwingen/voorzorgen bij onderzoeksgegevens.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): duizeligheid, sedatie, (orthostatische) hypotensie; droge mond.

Vaak (1-10%): depressie, slaapstoornis, hoofdpijn, misselijkheid, obstipatie, overgeven, pijn in speekselklieren, erectiestoornis, moeheid.

Soms (0,1-1%): waarnemingsstoornissen, hallucinaties, nachtmerries, paresthesie, sinusbradycardie, ziekte van Raynaud, huiduitslag, pruritus, urticaria, malaise.

Zelden (0,01-0,1%): gynaecomastie, verminderde traanvochtproductie, AV-blok, droge neus, pseudo-obstructie van de dikke darm, haaruitval, stijging van de bloedglucosespiegel.

Verder zijn gemeld: verwardheid, verminderd libido, accommodatiestoornis, bradyaritmie.

Interacties

Comedicatie met antihypertensiva (incl. diuretica) of middelen met een nadelig effect op het hartritme is gecontra-indiceerd.

Clonidine versterkt de werking van antihypertensiva, hypnotica, anxiolytica, slaapmiddelen en alcohol. Bij combineren met een β-blokker is het risico van rebound-hypertensie bij staken van de clonidinetoediening vergroot; daarom eerst de β-blokker uitsluipen.

Tricyclische antidepressiva of antipsychotica met α–receptor blokkerende eigenschappen (bv. fentolamine) kunnen de antihypertensieve werking verminderen en orthostatische regulatiestoornissen veroorzaken of verergeren.

Zwangerschap

Clonidine passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens zijn er geen gegevens over gebruik tijdens de eerste helft van de zwangerschap; over gebruik in de tweede helft van de zwangerschap zijn weinig gegevens beschikbaar. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Clonidine kan foetale bradycardie veroorzaken. Na de geboorte kan bij de pasgeborene een tijdelijke hypertensie optreden.
Advies: Alleen gebruiken op strikte indicatie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • ernstige bradyaritmieën (sick-sinussyndroom, tweede of derdegraads AV-blok).

Zie voor meer contra-indicaties de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Patiënten die contactlenzen dragen, kunnen last krijgen van droge ogen.

De medicatie niet abrupt afbreken, maar geleidelijk – binnen enkele dagen – te verminderen wegens de kans op een rebound-effect, dat zich uit in plotselinge stijging van de bloeddruk, gepaard gaande met opwinding, slapeloosheid, tremor, misselijkheid, hoofdpijn en hartkloppingen. Een grote toename van de bloeddruk na staken kan men tegengaan met opnieuw instellen van oraal clonidine of met i.v.-fentolamine.

Voorzichtigheid is geboden bij milde tot matige bradyaritmieën (eerstegraads AV-blok), cerebrale of perifere doorbloedingsstoornissen, depressies, polyneuropathie en obstipatie.

Onderzoeksgegevens: De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 18 jaar is niet aangetoond; gebruik wordt niet aangeraden. Clonidine is onderzocht bij kinderen met migraine, ADHD, Gilles-de-la-Tourettesyndroom en bij stotteren; de effectiviteit is bij deze aandoeningen niet aangetoond. Bij kinderen met hypertensie zijn er wel duidelijke aanwijzingen voor een effect; door methodologische tekortkomingen is een definitieve conclusie over gebruik bij hypertensie echter niet mogelijk.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering

Symptomen
hypotensie, bradycardie, pupilverkleining, hypothermie, coma, apneu.

Therapie
symptomatisch. Met name bij kinderen met ernstige respiratoire depressie en verminderd bewustzijn: naloxon.

Zie voor meer symptomen en de behandeling vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Gemengde centraal aangrijpende imidazoline (I1-) en α2-agonist. Naast het centraal remmende effect op de noradrenerge neurotransmissie bezit het een perifere α2-gestimuleerde werking. Vermindert het effect van vasoconstrictieve en vasodilatatoire stimuli. Bij migraine verlaagt het de frequentie en intensiteit van de aanvallen. Bij plasmaspiegels 0,2-2 ng/ml en een normale nierfunctie is er een anti-hypertensief effect; bij hogere plasmaspiegels neemt dit effect af.

Kinetische gegevens

Fca. 90%.
T max1–3 uur.
Overigde kinetiek is evenredig met de dosering in de range van 0,075-0,3 mg.
Metabolisering50% in de lever.
Eliminatie70% met de urine, onveranderd (40–60%) en als metabolieten; ca. 20% met de feces.
T 1/2elmediaan 15 (5–25) uur, bij ernstige nierfunctiestoornis tot ca. 41 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

clonidine (bij migraine) hoort bij de groep clonidine (groep).

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links