enalapril/​lercanidipine

Samenstelling

Lertec Recordati Ireland Ltd.

Toedieningsvorm
Tablet '10/10', omhuld

Bevat per tablet: enalapril (maleaat) 10 mg en lercanidipine (hydrochloride) 10 mg.

Toedieningsvorm
Tablet '20/10', omhuld

Bevat per tablet: enalapril (maleaat) 20 mg en lercanidipine (hydrochloride) 10 mg.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

enalapril/​lercanidipine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Hypertensie: Diuretica, β-blokkers, calciumantagonisten (dihydropyridinen), ‘angiotensine converting enzyme’(ACE)-remmers en angiotensine receptor-blokkers (ARB’s) verlagen de bloeddruk effectief en verminderen het tienjaarsrisico op cardiovasculaire mortaliteit en morbiditeit. Comorbiditeit en specifieke patiëntkarakteristieken bepalen welke groepen en welke middelen als eerste in aanmerking komen. De voorkeur gaat uit naar middelen met een 24-uurs werkzaamheid. Als één middel onvoldoende effectief is bij de aanbevolen dosering, is het toevoegen van een middel uit een andere groep effectiever dan het ophogen van de dosering; tevens beperkt dit de dosisafhankelijke bijwerkingen. Een vaste combinatie in de juiste dosisverhouding heeft om reden van therapietrouw de voorkeur.

Indicaties

  • Essentiële hypertensie indien de bloeddruk niet voldoende onder controle kan worden gebracht door enalapril alleen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Voorafgaande individuele dosistitratie van beide componenten is aan te bevelen.

Klap alles open Klap alles dicht

Essentiële hypertensie:

Volwassenen:

Eén tablet per dag bij voorkeur 's morgens ten minste 15 minuten vóór de maaltijd.

Deze tablet niet innemen met grapefruitsap.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): duizeligheid, hoofdpijn. Hoest.

Soms (0,1-1%): hypotensie, hartkloppingen, tachycardie. Vertigo. Vermoeidheid, asthenie, warm gevoel, perifeer oedeem. Artralgie. Misselijkheid, buikpijn, obstipatie. Pollakisurie. Erytheem. Angst. Trombocytopenie. Hyperkaliëmie. Verhoging van ALAT en ASAT.

Zelden (0,01-0,1%): circulatoire collaps. Tinnitus. Droge keel/mond, keelpijn, gingivitis. Lipoedeem. Diarree. Polyurie, nocturie. Erectiestoornis. Overgevoeligheidsreacties, angio-oedeem. Urticaria, oedeem in het gezicht, dermatitis. Verlaagd hemoglobine.

Meer informatie:

Interacties

Gelijktijdig gebruik met sterke CYP3A4-remmers (bv. ketoconazol, itraconazol, erytromycine, ritonavir), grapefruitsap en ciclosporine is gecontra-indiceerd; de plasmaconcentratie van lercanidipine kan in combinatie met deze CYP3A4-remmers sterk verhoogd zijn.

Cimetidine gaf in een dosis van 800 mg geen interactie; bij hogere doses kunnen de biologische beschikbaarheid en het bloeddrukverlagend effect van lercanidipine toenemen.

Gelijktijdige behandeling met een ACE-remmer en een ARB vermeerdert de kans op hypotensie, syncope, hyperkaliëmie en achteruitgang van de nierfunctie; een dubbele blokkade alleen toepassen onder supervisie van een gespecialiseerd arts bij afzonderlijk gedefinieerde patiënten (zonder diabetische nefropathie) bij wie de nierfunctie, bloeddruk en het elektrolytengehalte regelmatig worden gecontroleerd. Bij diabetespatiënten of een verminderde nierfunctie (GFR < 60 ml/min/1,73 m²) is het gebruik van enalapril in combinatie met aliskiren gecontra-indiceerd. Bij andere patiënten wordt de combinatie ontraden; indien de combinatie toch toegepast dient te worden, is periodieke bepaling van de nierfunctie, bloeddruk en serumelektrolyten aanbevolen.

CYP3A4-inductoren (fenytoïne, carbamazepine, rifampicine) verminderen door de versnelde metabolisering van lercanidipine het antihypertensief effect; tevens kunnen interacties optreden met andere substraten van het CYP3A4 (klasse III-anti-aritmica zoals amiodaron).

Metoprolol en mogelijk ook andere β-blokkers verminderen de biologische beschikbaarheid van lercanidipine met 50%, waarschijnlijk doordat zij de hepatische bloedstroom verminderen; dosisaanpassing kan nodig zijn.

Bij gelijktijdige behandeling met digoxine kan de Cmax van digoxine met een derde toenemen; houd rekening met digoxinetoxiciteit.

Bij toevoeging aan (voorafgaande) therapie met een diureticum kan een versterkte hypotensieve reactie optreden.

Combinatie met kaliumzouten, kaliumsparende diuretica (bv. amiloride, eplerenon, spironolacton, triamtereen), heparine en andere plasmakalium-verhogende geneesmiddelen (bv. ARB's, trimethoprim, tacrolimus, ciclosporine) kan leiden tot hyperkaliëmie, met name bij gestoorde nierfunctie.

In combinatie met NSAID's, corticosteroïden of sympathicomimetica kan de werking van ACE-remmers verminderen; vooral bij een gestoorde nierfunctie of bij volumedepletie kan door deze combinatie de nierfunctie (verder) achteruit gaan en is er meer kans op hyperkaliëmie.

ACE-remmers kunnen de uitscheiding van lithium verminderen; indien combinatie strikt noodzakelijk is, de lithiumspiegel zorgvuldig monitoren.

Combinatie van ACE-remmers met insuline en/of orale bloedglucoseverlagende middelen kan leiden tot een toegenomen bloedglucoseverlaging met risico van hypoglykemie, met name gedurende de eerste weken en bij gestoorde nierfunctie; gedurende de eerste maand van het gebruik van deze combinatie de bloedglucosespiegel nauwkeurig volgen.

In combinatie met allopurinol zijn ernstige overgevoeligheidsreacties gemeld zoals Stevens-Johnsonsyndroom, anafylaxie, koorts en artralgie; echter een oorzakelijk verband is niet aangetoond.

Het risico van hematologische reacties is vergroot bij combinatie met geneesmiddelen die een negatieve invloed hebben op het bloedbeeld (bv. allopurinol, immunosuppressiva waaronder corticosteroïden, cytostatica).

Het risico van (orthostatische) hypotensie is groter bij combinatie met tricyclische antidepressiva, antipsychotica, alcohol, anesthetica, baclofen, β-blokkers, α–blokkers, calciumantagonisten en nitraten.

Er is meer kans op een nitritoïde reactie, als gevolg van intraveneuze toediening van aurothiomalaat bij gelijktijdige inname van ACE-remmers. Nitritoïde reacties, welke vrij ernstig kunnen zijn, worden gekenmerkt door roodheid in het gezicht, misselijkheid, duizeligheid en hypotensie.

Zwangerschap

Enalapril passeert de placenta.
Teratogenese: Er lijkt niet meer kans op aangeboren afwijkingen na blootstelling aan ACE-remmers in het 1e trimester te zijn, echter gebruik van ACE-remmers tijdens het tweede en derde trimester is schadelijk zich uitend in neonatale longhypoplasie, intra-uteriene groeivertraging, persisterende ductus arteriosus en schedelhypoplasie. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid (lercanidipine), bij gebruik van andere dihydropyridinen in hoge doseringen is wel schadelijkheid bij dieren waargenomen.
Farmacologisch effect: Gebruik van ACE-remmers tijdens het tweede en derde trimester kan leiden tot foetale en/of neonatale toxiciteit zoals gestoorde nierfunctie, nierfalen, oligohydramnion, hypotensie en hyperkaliëmie. Oligohydramnion kan leiden tot longhypoplasie en dysmorfologie (schedel- en craniofaciale afwijkingen, ledemaats­afwijkingen). Bij dieren is bij het gebruik van dihydropyridinen in relatief hoge dosering uitstel van de partus waargenomen.
Advies: Gebruik tijdens het eerste trimester wordt niet aanbevolen; gebruik tijdens het tweede en derde trimester is gecontra-indiceerd.
Vruchtbaarheid: Vermindering van mannelijke fertiliteit is beschreven bij gebruik van sommige calciumkanaalblokkers (reversibel).
Overig: Bij kinderwens instellen op een veiliger therapie; aangeraden wordt de patiënte bij het begin van de behandeling al hierop te wijzen. Als inmiddels zwangerschap is vastgesteld de patiënt onmiddellijk overzetten op een veiliger behandeling. Bij blootstelling vanaf het tweede trimester wordt bij de foetus/neonaat een echoscopie van de nieren en schedel aanbevolen en de neonaat dient nauwlettend te worden gecontroleerd op hypotensie, oligurie en hyperkaliëmie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in zeer lage concentraties (enalapril). Waarschijnlijk, vanwege de hoge lipofiliteit (lercanidipine).
Farmacologisch effect: Mogelijk op hart, bloedvaten en nieren.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • angio-oedeem in de anamnese (al dan niet in verband met een ACE-remmer);
  • instabiele angina pectoris;
  • onbehandeld hartfalen;
  • obstructie van het uitstroomkanaal van het linker ventrikel (bv. aortastenose);
  • binnen 1 maand na een myocardinfarct;
  • ernstig gestoorde nierfunctie (creatinineklaring < 30 ml/min), dialyse;
  • ernstig gestoorde leverfunctie;
  • overgevoeligheid voor dihydropyridinederivaten of ACE–remmers.

Zie voor meer contra-indicaties de rubrieken Zwangerschap en Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Vanwege het risico van een ernstige hypotensieve reactie is grote voorzichtigheid geboden bij geringe cardiale reserve, ernstig hartfalen, acuut hartfalen, ernstige volume- en/of zoutdepletie, ernstige renine-afhankelijke hypertensie en indien een aanzienlijke bloeddrukdaling riskant is zoals bij ischemische hartziekten en cerebrovasculaire aandoeningen. Om het risico van een ernstige hypotensieve reactie te minimaliseren een bestaande diuretische therapie bij voorkeur 2–3 dagen vóór instelling op een ACE-remmer staken.

Tevens voorzichtig zijn bij sick-sinussyndroom (zonder pacemaker) en stoornissen aan de linkerventrikel, aortastenose en hypertrofische cardiomyopathie.

Wees voorzichtig bij een milde tot matige leverfunctiestoornis vanwege een versterking van het bloeddrukverlagende effect. Bij ontwikkeling van icterus of stijging van leverenzymwaarden de behandeling staken.

Er is meer kans op hyperkaliëmie bij een leeftijd > 70 jaar, diabetes mellitus, een gestoorde nierfunctie of plotseling verminderende nierfunctie, dehydratie, metabole acidose, acuut hartfalen en cel-afbraak (ischemie, trauma, rabdomyolyse).

Bij mild tot matig gestoorde nierfunctie regelmatig de kalium- en creatininespiegel controleren. Bij ernstig hartfalen, renovasculaire hypertensie, gestoorde nierfunctie en in het bijzonder bij bilaterale stenose van de arteriae renales of bij unilaterale stenose bij slechts één functionerende nier – zoals na een niertransplantatie – rekening houden met (acute) achteruitgang van de nierfunctie en de behandeling klinisch instellen.

Vanwege de kans op neutropenie de patiënt aanraden om gedurende de eerste drie maanden van de behandeling bij tekenen van infecties (keelpijn, koorts of algehele malaise) onmiddellijk de arts te waarschuwen. Vooral bij verminderde nierfunctie en vooral indien deze gepaard gaat met collageenziekten of behandeling met immunosuppressiva dient het bloedbeeld, in het bijzonder het aantal leukocyten, te worden gecontroleerd vanwege het vergrote risico van neutropenie.

Indien bij stabiel coronair vaatlijden gedurende de eerste maand van de behandeling instabiele angina pectoris optreedt, de behandeling alleen voortzetten na een zorgvuldige inschatting van het voordeel tegenover het risico.

Bij desensibilisatiebehandeling met dierlijke gifstoffen zijn anafylactische reacties beschreven; wees voorzichtig met ACE-remmers. Bij dialyse met 'high flux' membranen en bij LDL-aferese via dextransulfaatabsorptie gelijktijdig gebruik van ACE-remmers vermijden vanwege de kans op anafylactoïde reacties.

Hypotensie die tijdens anesthesie/operatie optreedt als gevolg van geblokkeerde angiotensine II-vorming kan worden gecorrigeerd door volumevergroting.

Bij optreden van angio-oedeem de toediening onmiddellijk staken; indien de zwelling de tong, glottis of larynx betreft en er kans is op luchtwegobstructie, tevens zo snel mogelijk 0,5 mg adrenaline (epinefrine) i.m. toedienen. Ook bij alleen een zwelling van de tong (zonder ademnood) de patiënt langdurig observeren omdat de behandeling met antihistaminica en corticosteroïden mogelijk niet afdoende is.

ACE-remmers zijn minder effectief tegen hypertensie bij negroïde dan bij niet-negroïde mensen.

Niet toepassen bij kinderen < 18 jaar en na een recente niertransplantatie, omdat de veiligheid en effectiviteit hierbij niet zijn onderzocht.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling de monografie op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Combinatie van een ACE-remmer en een calciumantagonist met dihydropyridinestructuur. Werking: na 1 uur. Werkingsduur: bloeddrukverlaging ten minste 24 uur.

Meer informatie:

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

enalapril/lercanidipine hoort bij de groep ACE-remmer met calciumantagonist.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links