estradiol (transdermaal)

Samenstelling

Estradiol pleister Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Pleister met gereguleerde afgifte
Sterkte
50 microg/etmaal, 100 microg/etmaal

De oppervlakte van resp. 20 cm² en 40 cm² bevat 200 microg/cm².

Lenzetto Gedeon Richter Benelux Sprl.

Toedieningsvorm
Spray transdermaal
Sterkte
1,53 mg/dosis
Verpakkingsvorm
flacon 56 doses

Bevat tevens: ethanol.

Systen Janssen-Cilag bv

Toedieningsvorm
Pleister met gereguleerde afgifte
Sterkte
50 microg/etmaal, 75 microg/etmaal, 100 microg/etmaal

De oppervlakte van resp. 16 cm², 24 cm² en 32 cm² bevat 200 microg/cm².

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

estradiol (transdermaal) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Ernstige climacterische klachten (zoals door de vrouw ervaren) kunnen worden behandeld met hormoonsuppletie, waarbij na 3 maanden evaluatie plaatsvindt. Vrouwen zonder uterus worden alleen behandeld met een oestrogeen (estradiol). Kies voor estradiol transdermaal bij vrouwen met meer kans op veneuze trombo-embolie (zoals BMI > 30 kg/m²). Vrouwen met een uterus worden behandeld met een combinatie van een oestrogeen en een progestageen. In de perimenopauze wordt een progestageen cyclisch toegevoegd. In de postmenopauze wordt een continu combinatiepreparaat geadviseerd. Bij urogenitale atrofie bij postmenopauzale vrouwen kan een lokaal oestrogeen worden gebuikt.

Er is geen plaats meer voor oestrogenen bij de preventie van postmenopauzale osteoporose vanwege de ernstige langetermijncomplicaties. Zie Osteoporose voor de keuze van de juiste standaardbehandeling.

Indicaties

Pleister:

  • Hormoonsuppletietherapie (HST) bij symptomen van oestrogeendeficiëntie bij postmenopauzale vrouwen.
  • Preventie van postmenopauzale osteoporose, bij veel kans op fracturen, terwijl andere middelen ter preventie van osteoporose zijn gecontra-indiceerd of niet worden verdragen.

Transdermale spray:

  • Hormoonsuppletietherapie (HST) bij symptomen van oestrogeendeficiëntie bij postmenopauzale vrouwen (vrouwen met ten minste 6 maanden sinds de laatste menstruatie of een operatieve menopauze).

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij vrouwen zonder HST of bij vrouwen die overstappen van een continue gecombineerde HST, kan de behandeling op elke gewenste dag worden begonnen. Bij vrouwen die overstappen van een continue sequentiële HST, de behandeling beginnen op de dag direct na afronding van de voorafgaande cyclus.

Klap alles open Klap alles dicht

Symptomen van oestrogeendeficiëntie:

Volwassenen:

Pleister: 1 pleister 2×/week aanbrengen (= elke 3–4 dagen). Beginnen met een pleister die 50 microg per 24 uur afgeeft. Zo nodig na 2–3 weken de dosering aanpassen, afhankelijk van de effectiviteit en tekenen van intolerantie. Maximale dosis: 100 microg per dag. Bij vrouwen met een intacte uterus of zonder uterus maar met endometriose in de anamnese, moet de behandeling worden aangevuld met een progestageen volgens één van de volgende schema's. Cyclisch: 21 dagen oestrogeenbehandeling waarvan de laatste 12–14 dagen in combinatie met een progestageen, gevolgd door 7 dagen zonder behandeling. Continu sequentieel: het oestrogeen continu toedienen, daarbij per cyclus van 28 dagen gedurende 12-14 dagen een progestageen geven. Tijdens een behandelvrije periode of tijdens gecombineerd gebruik met een progestageen (bij continu sequentiële behandeling) kan een onttrekkingsbloeding optreden. Beoordeel voortzetting van de behandeling ten minste jaarlijks.

Transdermale spray: begindosering 1 verstuiving (= 1,53 mg estradiol) 1×/dag op de onderarm of binnenzijde van de dij. Na onafgebroken gebruik van ten minste 4 weken, de dosering zo nodig op geleide van respons verhogen tot max. 3 verstuivingen (= 4,59 mg estradiol) 1×/dag. Bij vrouwen met een intacte uterus of een voorgeschiedenis van endometriose, de continue oestrogeenbehandeling combineren met een progestageen gedurende 12–14 dagen per cyclus van 28 dagen; in de periode van het gecombineerd gebruik kan een onttrekkingsbloeding optreden. Een nieuwe 28-daagse behandelcyclus begint zonder pauze na de vorige cyclus. Beoordeel voortzetting van de behandeling ten minste jaarlijks.

Preventie postmenopauzale osteoporose:

Volwassenen:

Pleister: 1 pleister 2×/week aanbrengen (= elke 3–4 dagen). Beginnen met een pleister die 50 microg per 24 uur afgeeft. Zo nodig na 2–3 weken de dosering aanpassen. Maximale dosis: 100 microg per dag. Bij vrouwen met een intacte uterus of zonder uterus maar met endometriose in de anamnese, moet de behandeling worden aangevuld met een progestageen volgens één van de volgende schema's. Cyclisch: 21 dagen oestrogeenbehandeling waarvan de laatste 12–14 dagen in combinatie met een progestageen, gevolgd door 7 dagen zonder behandeling. Continu sequentieel: het oestrogeen continu toedienen, daarbij per cyclus van 28 dagen gedurende 12-14 dagen een progestageen geven. Tijdens een behandelvrije periode of tijdens gecombineerd gebruik met een progestageen (bij continu sequentiële behandeling) kan een onttrekkingsbloeding optreden.

Aanbrengen pleister

De pleister op schone, droge, onbeschadigde huid plakken; kies hierbij een plaats die weinig plooien vormt tijdens het bewegen (buik, bovenbeen, bil, lage rugstreek; niet op de borsten). De toedieningsplaats afwisselen. De pleister mag worden gedragen tijdens het baden. Het lichaamsdeel waarop de pleister zich bevindt, niet blootstellen aan direct zonlicht.

Bij vergeten van een pleisterwisseling, de pleister alsnog zo snel mogelijk aanbrengen. De volgende pleister aanbrengen volgens het oorspronkelijke behandelschema. Er is meer kans op onregelmatige bloeding en 'spotting'.

Bij losraken van de pleister, dezelfde pleister opnieuw aanbrengen; zo nodig een nieuwe aanbrengen. De volgende pleister aanbrengen volgens het oorspronkelijke behandelschema.

Aanbrengen transdermale spray

De spray aanbrengen op de droge en intacte huid van de binnenzijde van de onderarm of de binnenzijde van de dij. Bij een dosering van 2 of 3 verstuivingen per dag, deze aanbrengen op aangrenzende, niet-overlappende gebieden van 20 cm². De toedieningsplek ca. 2 minuten laten drogen en daarna bedekken met kleding. Gedurende 1 uur na het aanbrengen de toedieningsplek niet wassen of aan laten raken door anderen. Ook gedurende 1 uur geen zonnebrandcrème aanbrengen.

Een gemiste dosis zo snel mogelijk alsnog aanbrengen, tenzij het bijna tijd is voor de volgende dosis op het gebruikelijke tijdstip. Bij overslaan van een dosis is er meer kans op onregelmatige bloeding en 'spotting'.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): jeuk of huiduitslag op de plaats waar de pleister is aangebracht.

Vaak (1–10%): verandering in lichaamsgewicht. Depressie. Migraine, duizeligheid, hoofdpijn. Visuele stoornissen. Misselijkheid, buikpijn, diarree. Jeuk, huiduitslag. Artralgie. Pijnlijke of gevoelige borsten, onregelmatig vaginaal bloedverlies incl. 'spotting'. Erytheem, oedeem of andere reactie op de plaats waar de pleister is aangebracht.

Soms (0,1-1%): genitale candidiase. Overgevoeligheid. Slapeloosheid. Vertigo. Hartkloppingen, hypertensie. Dyspepsie, flatulentie. Erythema nodosum, urticaria, huidirritatie. Myalgie. Borstvergroting, verkleuring van de borsten, afscheiding uit de borsten, poliepen in de baarmoederhals, endometriumhyperplasie, ovariële cyste, vaginitis, dysmenorroe. (Gegeneraliseerd of perifeer) oedeem, pijn in de oksels. Stijging γ-GT of bloedcholesterol.

Zelden (0,01-0,1%): mammacarcinoom, endometriumcarcinoom. Stemmingswisselingen, angst, verandering in libido. (Verergering van) epilepsie, migraine. Cerebrovasculair accident, myocardinfarct, (diepveneuze) trombose, longembolie. Intolerantie voor contactlenzen. Opgeblazen buik, braken. Cholelithiase. Angio-oedeem, hirsutisme, acne. Spierkrampen. Vaginale afscheiding, PMS-achtige klachten. Vermoeidheid.

Verder zijn gemeld: anafylactische of anafylactoïde reactie, contacteczeem, alopecia, chloasma, huidverkleuring, fibrocysteuze borstaandoening.

Interacties

Gelijktijdig gebruik van leverenzyminducerende stoffen zoals bosentan, sint-janskruid, anti-epileptica (bv. fenobarbital, fenytoïne, carbamazepine) en antibacteriële/antivirale middelen (bv. rifampicine, rifabutine, nevirapine, efavirenz) kan de werkzaamheid doen afnemen. Ritonavir heeft een inducerend effect.

CYP3A4-remmers, zoals ketoconazol en erytromycine, kunnen de blootstelling aan estradiol verhogen.

Oestrogenen verhogen hormoonbindende globulineconcentraties, waaronder corticosteroïdenbindend hormoon, geslachtshormoonbindend globuline en thyroxinebindend globuline.

Gedurende één uur na aanbrengen van de transdermale spray geen zonnebrandcrème aanbrengen, omdat de absorptie van estradiol met 10% kan dalen.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Lactatie

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Contra-indicaties

  • actuele of doorgemaakte veneuze trombo-embolie (diepveneuze trombose, longembolie);
  • actuele of recent doorgemaakte arteriële trombo-embolische aandoening (angina pectoris, myocardinfarct);
  • aanwezigheid van een trombofiele aandoening (bv. proteïne C-, proteïne S-, of antitrombinedeficiëntie);
  • acute leveraandoening (in de anamnese) zolang de leverfunctiewaarden niet zijn genormaliseerd;
  • oestrogeenafhankelijke tumoren (zoals endometriumcarcinoom);
  • mammacarcinoom in de anamnese;
  • onbehandelde hyperplasie van het endometrium;
  • onverklaarde genitale bloeding;
  • acute porfyrie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controle: Beoordeel voortzetting van de behandeling periodiek, op zijn minst jaarlijks. Controleer de patiënt extra bij één van de volgende aandoeningen (i.v.m. terugkeren of verergeren) in de voorgeschiedenis:

  • uterusmyomen of endometriose,
  • endometriumhyperplasie,
  • risicofactoren voor trombo-embolische aandoeningen,
  • risicofactoren voor oestrogeengevoelige tumoren (mammacarcinoom bij eerstegraads familielid),
  • hypertensie,
  • leveraandoening,
  • cholelithiase,
  • diabetes mellitus met of zonder vasculaire symptomen,
  • migraine of ernstige hoofdpijn,
  • systemische lupus erythematodes,
  • epilepsie,
  • astma,
  • otosclerose.

Wees voorzichtig bij een verminderde hart- of nierfunctie, omdat oestrogenen vochtretentie kunnen veroorzaken. Wees voorzichtig bij bestaande hypertriglyceridemie wegens meer kans op pancreatitis. Erfelijk angio–oedeem kan verergeren door exogene oestrogenen. Bij predispositie voor chloasma direct zonlicht vermijden.

Staak de behandeling direct in de volgende gevallen:

  • tekenen van trombose;
  • significante stijging van de bloeddruk;
  • geelzucht of achteruitgang van de leverfunctie;
  • voor het eerst optreden van migraine–achtige hoofdpijn;

Bij oestrogeensuppletie is er meer kans op mammacarcinoom, vooral in combinatie met een progestageen. De toegenomen kans is binnen een paar jaar waarneembaar, neemt toe met een langere behandelduur en gaat na staken van de behandeling binnen vijf jaar terug naar normaal. De radiologische detectie van mammacarcinoom kan worden bemoeilijkt door toename van de dichtheid van mammografische beelden, vooral door gecombineerd oestrogeen-progestageen gebruik.

Gebruik van oestrogeensuppletie gaat tevens gepaard met iets meer kans op ovariumcarcinoom; deze risicotoename is binnen vijf jaar waarneembaar en neemt weer af na staken van de therapie.

Bij hormoonsuppletietherapie neemt de kans op veneuze trombo–embolie toe, met name in het eerste jaar; risicofactoren zijn een toenemende leeftijd, positieve familie-anamnese, immobilisatie, een grote operatieve ingreep, obesitas (BMI > 30 kg/m²), systemische lupus erythematodes, kanker en mogelijk varicosis. Indien na electieve chirurgie langdurige immobilisatie is te verwachten, eventueel de suppletie vier tot zes weken vóór de ingreep onderbreken. Een risico van transdermale toediening is onbekend.

Bij vrouwen met een intacte uterus is er meer kans op endometriumhyperplasie en -carcinoom, wanneer gedurende een langere periode alleen oestrogenen worden gebruikt. Additionele toediening van een progestageen beschermt tegen dit vergrote risico. Als doorbraakbloedingen of 'spotting' optreden na geruime tijd van therapie of aanhouden na het stoppen van de behandeling, dan nader onderzoek verrichten om maligniteit van het endometrium uit te sluiten.

De kans op een ischemisch CVA neemt vooral toe bij een hogere leeftijd.

Er zijn enige aanwijzingen voor een toegenomen kans op dementie bij vrouwen die met HST zijn gestart op een leeftijd > 65 jaar.

Waarschuwingen bij de transdermale spray:

Laat anderen, vooral kinderen, en huisdieren niet in contact komen met de huid waarop de spray is aangebracht; bedek de toedienplek met kleding. Indien een kind toch in contact is gekomen, de blootgestelde huid zo snel mogelijk wassen met water en zeep. Er zijn meldingen van borstontwikkeling en knobbels in de borst bij prepuberale meisjes, vroege puberteit, alsook gynaecomastie en knobbels in de borst bij prepuberale jongens, na onbedoelde secundaire blootstelling aan het oestrogeen in de spray. In de meeste gevallen verdween het na verwijdering van de blootstelling.

Een beperkte hoeveelheid gegevens wijst erop dat de snelheid en mate van opname van estradiol kan verminderen bij overgewicht en obesitas; dosisaanpassing kan nodig zijn.

Wees voorzichtig met het gebruik bij extreme temperaturen, zoals bij het zonnebaden of in de sauna.

De spray bevat alcohol; vermijd open vuur of roken totdat de verstuiving is opgedroogd.

Eigenschappen

Meest actieve natuurlijk oestrogeen. Oestrogenen hebben een gunstige invloed op climacterische klachten en de botmassa.

Kinetische gegevens

Overigdoor de transdermale toediening geen 'first pass'-effect.
Overigsteady-state-concentratie wordt bij gebruik van de transdermale spray na ca. 7–8 dagen bereikt.
Metaboliseringin de lever en andere organen omzetting in minder actieve of inactieve metabolieten, waaronder estron, estriol, catecholoestrogenen en verschillende oestrogeensulfaten en -glucuroniden. Een deel van de metabolieten ondergaat een enterohepatische kringloop.
Eliminatievnl. met de urine, onveranderd en als metabolieten. Na verwijdering van de pleister daalt de estradiolserumconcentratie binnen 24 uur tot de uitgangswaarde; na stopzetten van de transdermale spray duurt dit meer dan één week.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

estradiol (transdermaal) hoort bij de groep oestrogenen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links