follitropine alfa

Samenstelling

Zie voor hulpstoffen de productinformatie van CBG/EMA of raadpleeg een apotheker.

Bemfola XGVS Gedeon Richter Benelux Sprl.

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
600 IE/ml
Verpakkingsvorm
pen 0,125 ml = 75 IE, 0,25 ml = 150 IE, 0,375 ml = 225 IE, 0,5 ml = 300 IE

Gonal-F XGVS Merck bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
600 IE/ml
Verpakkingsvorm
pen 0,5 ml = 300 IE, 0,75 ml = 450 IE, 1,5 ml = 900 IE
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
75 IE
Verpakkingsvorm
met solvens 1 ml
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
450 IE
Verpakkingsvorm
met solvens 0,75 ml
Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
1050 IE
Verpakkingsvorm
met solvens 1,75 ml

Ovaleap XGVS Theramex Ireland Limited

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
600 IE/ml
Verpakkingsvorm
patroon 0,5 ml = 300 IE, 0,75 ml = 450 IE, 1,5 ml = 900 IE

Voor gebruik in combinatie met een pen-injector (Ovaleap Pen).

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

follitropine alfa vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Kunstmatige voortplantingstechnieken (zoals IVF of ICSI) kunnen een uitkomst bieden voor ongewenst kinderloze personen en vinden plaats in de tweede- of derdelijnszorg. Hormoonbehandeling is hier een essentieel onderdeel van. Voor meer informatie wordt verwezen naar de richtlijnen en kwaliteitsnormen van de NVOG en de NICE-richtlijn.

Indicaties

Bij vrouwen

  • gecontroleerde ovariumhyperstimulatie voor de ontwikkeling van meerdere follikels bij vrouwen die geassisteerde voortplantingstechnieken (ART) ondergaan, zoals in vitro fertilisatie (IVF) of intracytoplasmatische sperma-injectiecyclus (ICSI);
  • anovulatie (ook ten gevolge van het polycysteus ovariumsyndroom, PCOS), indien behandeling met clomifeen faalt;
  • bij ernstige LH- en FSH-deficiëntie (endogene LH-spiegel < 1,2 IE/l) in combinatie met LH voor stimulatie van de follikelgroei.

Bij mannen

  • deficiënte spermatogenese door congenitaal of verworven hypogonadotroop hypogonadisme, in combinatie met humaan choriongonadotrofine (hCG).

Gerelateerde informatie

Dosering

Bij de vrouw individueel doseren op geleide van de follikelgrootte en de estradiolconcentratie.

Klap alles open Klap alles dicht

Gecontroleerde ovariële hyperstimulatie bij kunstmatige voortplantingstechnieken

Volwassenen

Behandeling beginnen op dag 2 of 3 van de cyclus: s.c. 150–225 IE per dag. De behandeling voortzetten tot een adequate follikelgroei is verkregen, waarbij de dosis wordt aangepast op geleide van de respons (in het algemeen tot een maximum van 450 IE per dag). In het algemeen wordt een adequate follikelgroei bereikt op gemiddeld de tiende behandeldag (spreiding 5–20 dagen). 24–48 uur na de laatste toediening van follitropine α een enkelvoudige injectie van 250 microg r-hCG of 5.000–10.000 IE hCG toedienen om volledige follikelrijping te bewerkstelligen.

Om de endogene LH-piek te onderdrukken en de verhoogde LH-spiegels onder controle te houden worden GnRH-agonisten of -antagonisten toegepast. In dat geval is het gebruikelijk om 14 dagen na het begin van de behandeling met de agonist tevens 150–225 IE follitropine α s.c. toe te dienen gedurende de eerste 7 dagen; daarna de dosering aanpassen op geleide van de ovariële respons.

Anovulatie

Volwassenen

Bij menstruerende vrouwen starten binnen de eerste 7 dagen van de menstruele cyclus. Gebruikelijke begindosis: s.c. 75–150 IE per dag. Daarna afhankelijk van de respons zo nodig de dosering verhogen met tussenpozen van 7, bij voorkeur 14 dagen met 37,5 of 75 IE per dag, in principe tot maximaal 225 IE per dag. Indien de reactie na 4 weken onvoldoende is de behandeling afbreken en de volgende behandelcyclus met een hogere begindosis starten. Bij een optimale reactie de toediening van follitropine α staken en binnen 24–48 uur de ovulatie opwekken met een enkele injectie van 250 microg r-hCG of 5.000–10.000 IE hCG, waarbij wordt aangeraden om gemeenschap te hebben op zowel de dag van hCG toediening als de dag erna. Intra-uteriene inseminatie vormt hierbij een alternatief.

Anovulatie door ernstige LH- en FSH-deficiëntie

Volwassenen

Begindosis s.c. 75–150 IE per dag, in combinatie met lutropine α 75 IE per dag. Zo nodig de dosering verhogen met intervallen van 7–14 dagen en met stappen van 37,5–75 IE follitropine α per dag. Een verlenging van de behandelduur tot 5 weken is aanvaardbaar. Bij een optimale reactie de toediening van follitropine α en lutropine α staken en binnen 24–48 uur de ovulatie opwekken met een enkele injectie van 250 microg r-hCG of 5.000–10.000 IE hCG, waarbij wordt aangeraden om gemeenschap te hebben op zowel de dag van hCG-toediening als de dag erna. Intra-uteriene inseminatie vormt hierbij een alternatief. Eventueel ondersteuning van de luteale fase overwegen, omdat een tekort aan stoffen met luteotrope activiteit (LH/hCG) na de ovulatie kan leiden tot prematuur falen van het corpus luteum. Bij een excessieve respons de behandeling staken en geen hCG geven; in de volgende cyclus beginnen met een lagere dosis FSH.

Deficiënte spermatogenese

Volwassenen

S.c. 150 IE 3×/week, gelijktijdig met hCG, gedurende minimaal 4 maanden. Semenanalyse wordt 4–6 maanden na het begin van de behandeling aanbevolen. Behandelduur: na ten minste 3–4 maanden kan pas enige verbetering worden verwacht; een behandeling van ≥ 18 maanden kan nodig zijn om spermatogenese te bewerkstelligen.

Toediening

  • Subcutaan toedienen elke dag op hetzelfde tijdstip.
  • De eerste injectie onder directe medische supervisie geven; na adequate instructie kan de toediening worden uitgevoerd door de patiënt zelf.
  • De injectieplaats dagelijks afwisselen om lipo-atrofie te voorkomen.

Bijwerkingen

Bij vrouwen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Ovariumcysten. Reacties op de injectieplaats (bv. pijn, erytheem, hematoom, zwelling, irritatie).

Vaak (1-10%): buikpijn, opgezette buik, misselijkheid, braken, diarree. Milde tot matige vorm van ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS).

Soms (0,1-1%): ernstig OHSS.

Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische reactie en shock. Exacerbatie van astma. Trombo-embolie.

Een milde tot matige vorm van OHSS kan samengaan met buikklachten, misselijkheid, braken, diarree en cysteus vergrote ovaria.

Ernstige OHSS kan samengaan met sterke vergroting van de ovaria, gewichtstoename, dyspneu, oligurie, hypovolemie, hemoconcentratie, verstoring van de elektrolytenbalans, ascites, pleura-effusie of acuut longlijden. Zeer zelden ovariumtorsie of trombo-embolische voorvallen.

Bij mannen

Zeer vaak (> 10%): reacties op de injectieplaats (bv. pijn, erytheem, hematoom, zwelling, irritatie).

Vaak (1-10%): acne. Gynaecomastie, varicocele. Gewichtstoename.

Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheidsreacties, waaronder anafylactische reactie en shock. Exacerbatie van astma.

Interacties

Bij gelijktijdig gebruik van een GnRH-agonist of -antagonist om de hypofyse te desensitiveren kan een hogere dosis follitropine nodig zijn om een adequate respons te bereiken.

Gelijktijdig gebruik met clomifeen kan de follikelreactie versterken.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Teratogenese: Er zijn geen aanwijzingen dat gonadotrope hormonen meer kans op aangeboren afwijkingen geven. Gegevens over toediening tijdens een al bestaande zwangerschap zijn niet bekend, waardoor het niet mogelijk is de eventuele risico's hiervan in te schatten.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend. Gonadotrofinen zijn grote moleculen; opname in de moedermelk lijkt daarom niet waarschijnlijk. Daarbij worden deze middelen slecht tot niet opgenomen uit het maag-darmkanaal van de zuigeling.

Farmacologisch effect: Gonadotrofinen remmen mogelijk de borstvoeding.

Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af.

Contra-indicaties

Bij vrouwen

  • hypofyse- of hypothalamustumor;
  • ovarium-, uterus- of mammacarcinoom;
  • primaire gonadale insufficiëntie;
  • misvormingen van de geslachtsorganen of baarmoedermyomen die zwangerschap in de weg staan;
  • vergroting van de ovaria of cysten, anders dan door polycysteus ovariumsyndroom;
  • onverklaarde vaginale bloedingen.

Bij mannen

  • hypofyse- of hypothalamustumor;
  • testiscarcinoom;
  • primaire gonadale insufficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Algemeen

Onderzoek vooraf op aanwezigheid van niet-gonadale endocrinologische afwijkingen (bv. ziekten van schildklier, bijnier of hypofyse) en behandel deze.

Controleer patiënten met (een familiaire geschiedenis van) porfyrie zorgvuldig; overweeg bij achteruitgang of een eerste symptoom van deze aandoening, de toediening te staken.

Hulpstoffen: Benzylalcohol, in sommige injectievloeistoffen, in grote hoeveelheden kan zich ophopen in het lichaam en metabole acidose veroorzaken; wees voorzichtig tijdens zwangerschap, lactatie en bij een verminderde lever- of nierfunctie.

Bij vrouwen

Het ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) kan optreden bij stimulering van follikelgroei. Beoordeel vóór en regelmatig tijdens de behandeling de follikelontwikkeling door echoscopie en bepaling van de serum-oestradiolspiegel. Risicofactoren voor het ontwikkelen van OHSS zijn een laag lichaamsgewicht bij een leeftijd < 35 jaar, polycysteus-ovariumsyndroom, hogere doses exogene gonadotrofinen, hoge absolute of snel stijgende serumspiegels van estradiol, een groot aantal ontwikkelende ovariële follikels en eerdere episoden van OHSS. Bij aanwijzingen voor ongewenste ovariële hyperstimulatie tijdens de behandeling, geen humaan choriongonadotrofine (hCG) toedienen en de patiënt adviseren ten minste 4 dagen geen gemeenschap te hebben of barrière-contraceptiemethoden te gebruiken. OHSS kan snel verergeren en treedt meestal op na het stoppen van de behandeling, met als hoogtepunt ca. 7 tot 10 dagen na de behandeling; daarom de patiënt ten minste gedurende 2 weken na de hCG-toediening volgen. Bij ernstige OHSS de behandeling met gonadotrofine staken (indien nog gaande); ziekenhuisopname is aangewezen.

Risico's bij ART: De kans op een meerlingzwangerschap na ovulatie-inductie is toegenomen en daarmee het risico op maternale en perinatale complicaties; volg daarom de ovariële respons zorgvuldig. Er is meer kans op een miskraam en extra-uteriene graviditeit gerapporteerd; dit risico hangt niet direct samen met gebruik van gonadotrofinen maar met de onderliggende aandoening.

Trombose: Wees voorzichtig bij vrouwen met risicofactoren voor trombose, zoals een trombose in de (familie)anamnese, overgewicht (BMI > 30) of trombofilie, vanwege de toegenomen kans op trombo-embolische voorvallen bij behandeling met gonadotrofinen.

Tumoren: Zowel benigne als maligne tumoren van de ovaria of andere delen van het reproductiesysteem zijn gemeld bij vrouwen die veelvuldig therapie kregen voor behandeling van onvruchtbaarheid. Het is onduidelijk of behandeling met gonadotrofinen de kans op dit soort tumoren vermeerdert bij onvruchtbare vrouwen.

Bij mannen

Een verhoogde concentratie endogeen FSH wijst op primaire testiculaire deficiëntie; in dat geval heeft behandeling met follitropine/hCG geen zin.

Het effect van de behandeling vier tot zes maanden na het begin van de behandeling met behulp van semenanalyse beoordelen.

Eigenschappen

Recombinant humaan follikelstimulerend hormoon (r-hFSH) geproduceerd door middel van DNA-recombinanttechniek in ovariumcellen van de Chinese hamster (CHO cellen). FSH is noodzakelijk voor normale follikelgroei en -rijping en voor de gonadale steroïdproductie.

Kinetische gegevens

F ca. 70%.
V d ca. 0,14 l/kg.
Eliminatie 1/8 deel met de urine.
T 1/2el ca. 24 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

follitropine alfa hoort bij de groep gonadotrofinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links