Samenstelling

Lonquex (= recombinant-methionyl humaan granulocyten-koloniestimulerende factor) Pharmachemie bv

Toedieningsvorm
injectievloeistof
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,6 ml

De injectievloeistof bevat sorbitol 50 mg/ml.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Profylactische behandeling met hematopoëtische groeifactoren, zoals lipegfilgrastim, is aangewezen voor patiënten die chemotherapie voor maligniteit ontvangen en bij wie de kans op het optreden van febriele neutropenie 20% of hoger is. Gebruik is met name van waarde bij patiënten die een op curatie gericht hoog-gedoseerd en/of dosis-intensief chemotherapie-regime gaan ontvangen. Een klinisch relevante afname van morbiditeit en mortaliteit door een additionele behandeling met hematopoëtische groeifactoren bij neutropenie en koorts die optreedt na cytostatische chemotherapie is niet aangetoond. In dit geval is primair behandeling met antimicrobiële middelen en andere ondersteunende maatregelen aangewezen. Op basis van de huidige gegevens is voor geen van de (voor deze indicatie geregistreerde) groeifactoren een voorkeur uit te spreken. Gebruik van lipegfilgrastim is in verband gebracht met een progressie van de onderliggende maligniteit. Het is niet uitgesloten dat dit een groepseffect is van de hematopoëtische groeifactoren. Om die reden is aanvullende monitoring op dit effect vereist.

Aan de vergoeding van lipegfilgrastim zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

Ter reductie van de duur van neutropenie en de incidentie van febriele neutropenie bij volwassenen met cytotoxische chemotherapie voor maligniteiten (m.u.v. chronische myeloïde leukemie en myelodysplastisch syndroom).

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Neutropenie ten gevolge van cytotoxische chemotherapie:

Volwassenen:

Circa 24 uur na de cytotoxische chemotherapie: 6 mg (één wegwerpspuit) s.c. (in buik, bovenarm of dij) per chemotherapiecyclus.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): skelet- en spierpijn.

Vaak (1-10%): trombocytopenie. Hypokaliëmie. Hoofdpijn. Huidreacties zoals erytheem en huiduitslag. Pijn op de borst.

Soms (0,1-1%): leukocytose, splenomegalie (meestal asymptomatisch). Overgevoeligheidsreacties (zoals allergische huidreacties, urticaria, angio-oedeem, ernstige allergische reacties). Interstitiële pneumonie, longoedeem, longinfiltraten, longfibrose, ademhalingsstilstand, ARDS (acute respiratory distress syndrome). Reacties op de injectieplaats (verharding, pijn). Stijging van alkalische fosfatase, lactaatdehydrogenase.

Verder is gemeld: capillaire-leksyndroom.

De volgende bijwerkingen zijn gemeld bij G-CSF en derivaten (maar nog niet bij lipegfilgrastim): miltruptuur (soms fataal), sikkelcelcrisis bij sikkelcelanemie, acute febriele neutrofiele dermatose (Sweet-syndroom), cutane vasculitis.

Interacties

Er zijn aanwijzingen dat gecombineerd gebruik met 5-fluoro-uracil of andere antimetabolieten myelosuppressie kan versterken.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij konijnen is een verhoogde incidentie van embryoverlies waargenomen; misvormingen zijn niet geconstateerd.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Advies: Het gebruik van dit middel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Behandeling dient te worden voorgeschreven door en plaats te vinden onder toezicht van artsen die ervaren zijn in de oncologie en/of hematologie. Niet toepassen om de dosis van cytotoxische chemotherapie boven het vastgestelde doseerschema te verhogen. Over gebruik bij myelodysplastisch syndroom, secundaire acute myeloïde leukemie of chronische myeloïde leukemie is onvoldoende bekend.

Bij recente longinfiltraten of pneumonie is er mogelijk meer kans op interstitiële pneumonie. Het staken van de therapie overwegen bij het optreden van pulmonale symptomen zoals hoest, koorts en kortademigheid, gepaard gaande met radiologische kenmerken van longinfiltratie, en achteruitgang van de longfunctie samen met een stijging van het aantal neutrofielen. Deze symptomen kunnen voortekenen zijn van ARDS.

Omdat gevallen van (doorgaans asymptomatische) splenomegalie en (fatale) miltruptuur is gemeld na toediening van granulocyten-koloniestimulerende factoren, de grootte van de milt regelmatig controleren en bij optreden van pijn links boven in de buik of ter hoogte van de schouder de diagnose miltruptuur overwegen.

Regelmatige controle van het aantal trombocyten en de hematocriet wordt aanbevolen, omdat behandeling met lipegfilgrastim het optreden van trombocytopenie en anemie niet uitsluit. Vanwege het risico van leukocytose, leukocytenaantallen regelmatig controleren; indien het aantal leukocyten na de verwachte nadir hoger is dan 50 × 109/l, lipegfilgrastim direct staken. Wees voorzichtig bij sikkelcelanemie, omdat hoge leukocytenaantallen een prognostisch ongunstige factor vormen. Tijdens behandeling van deze patiënten gepaste klinische parameters en laboratoriumgegevens volgen en attent zijn op een mogelijke samenhang met miltvergroting en vaso-occlusieve crisis.

Laat de patiënt direct contact opnemen bij het optreden van symptomen van capillaire-leksyndroom (CLS), zoals bijvoorbeeld hypotensie, hypoalbuminemie, oedeem, bloedindikking.

Bij een ernstige allergische reactie symptomatische behandeling instellen en de behandeling met lipegfilgrastim permanent staken. Vanwege mogelijke kruisovergevoeligheid geen behandeling beginnen bij overgevoeligheid voor G-CSF of andere G-CSF-derivaten.

Bij een lichaamsgewicht > 95 kg is een verminderde werkzaamheid mogelijk. Er zijn onvoldoende gegevens betreffende werkzaamheid en veiligheid bij een leeftijd < 18 jaar.

Overdosering

Neem voor informatie over een lipegfilgrastimvergiftiging contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Langwerkende vorm van filgrastim, vervaardigd door recombinant-DNA-techniek. Het bindt aan de G-CSF-receptor en reguleert de productie en afgifte van functionele neutrofielen door het beenmerg; kan tevens autologe perifere bloedvoorlopercellen ('peripheral blood progenitor cells' = PBPC) mobiliseren uit beenmerg naar het perifere bloed. Er treedt een dosis-afhankelijke stijging van het aantal neutrofielen (met normale of verhoogde functionele activiteit) in het perifere bloed op. Het aantal monocyten en/of lymfocyten stijgt nauwelijks. Bij ernstige chronische neutropenie kan een geringe stijging van het aantal circulerende eosinofiele en basofiele granulocyten optreden. Werking: binnen 24 uur stijgt dosis-afhankelijk het aantal neutrofielen (met normale of verhoogde functionele activiteit) in het perifere bloed.

Kinetische gegevens

T max24–48 uur (1e cyclus); gem. 8 uur (4e cyclus). Na enkelvoudige s.c. injectie, bij leeftijd 2-5 jaar: gem. 23,9 uur, bij 6-11 jaar: gem. 30 uur, bij 6-12 jaar: gem. 95,8 uur.
Metaboliseringinternalisering door neutrofielen (niet-lineair proces) en vervolgens afbraak in de cel door proteolytische enzymen.
T 1/2el28–31 uur (1e cyclus); 34–42 uur (4e cyclus).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

lipegfilgrastim hoort bij de groep koloniestimulerende factoren.

Zie ook