Samenstelling

Dynastat (als Na-zout) Pfizer bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
40 mg
Verpakkingsvorm
solvens 2 ml

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij de behandeling van postoperatieve pijn wordt in eerste instantie de voorkeur gegeven aan orale of rectale toediening van analgetica. Indien dit niet mogelijk is of indien een snel effect gewenst is komt parenterale pijnstilling in aanmerking. Omdat er onvoldoende gegevens zijn om de werkzaamheid van parecoxib ten opzichte van de in Nederland beschikbare middelen vast te stellen is er vooralsnog geen plaats voor dit middel.

Indicaties

  • Kortdurende behandeling van postoperatieve pijn.

Gerelateerde informatie

Dosering

De kortst mogelijke behandelduur en de laagst effectieve dagdosering toepassen. Er is weinig klinische ervaring met > 3 dagen behandelen.

Klap alles open Klap alles dicht

Postoperatieve pijn:

Volwassenen en ouderen met een lichaamsgewicht > 50 kg:

40 mg i.v. of i.m. (langzaam en diep intragluteaal), gevolgd door 20– 40 mg elke zes tot twaalf uur naar behoefte; max. 80 mg per dag.

Ouderen met een lichaamsgewicht < 50 kg:

Begindosering 20 mg; max. 40 mg per dag.

Bij matige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 7–9): begindosering 20 mg; max. 40 mg per dag.

Bij ernstige nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min) of bij predispositie voor vochtretentie: begindosering 20 mg en de nierfunctie nauwgezet controleren.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid.

Vaak (1-10%): buikpijn, braken, obstipatie, dyspepsie, flatulentie. Perifeer oedeem, hypo- of hypertensie, oligurie, hypokaliëmie, verhoogd plasmacreatinine, respiratoire insufficiëntie. Opwinding, slapeloosheid, hypo-esthesie, duizeligheid, postoperatieve anemie, rugpijn, faryngitis, alveolaire osteïtis, jeuk, overmatig zweten.

Soms (0,1-1%): ulcus pepticum, gastro-oesofageale refluxziekte, droge mond, abnormale maag-darmgeluiden, anorexie, abnormale sternale sereuze wonddrainage, wondinfectie, oorpijn. Bradycardie, toename hypertensie, orthostatische hypotensie, cerebrovasculaire aandoeningen, myocardinfarct, longembolie, verhoging bloedwaarden (CPK, LDH, SGOT, SGPT, ureum), hyperglykemie. Ecchymose, huiduitslag, urticaria, artralgie, asthenie, pijn of reactie op injectieplaats, trombocytopenie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactoïde reactie, pancreatitis, oesofagitis, mondoedeem, acuut nierfalen.

Verder zijn gemeld: circulatoire shock, congestief hartfalen, tachycardie, dyspneu, Stevens–Johnsonsyndroom, erythema multiforme, exfoliatieve dermatitis, nierfalen, overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylaxie en angio-oedeem). Toxische epidermale necrolyse is gemeld bij valdecoxib en kan niet worden uitgesloten voor parecoxib.

Bij andere NSAID's zijn gemeld: bronchospasmen, hepatitis, toxische epidermale necrolyse (TEN). Bij gebruik na CABG is er meer kans op cardiovasculaire/trombo-embolische complicaties (myocardinfarct, beroerte/CVA, pulmonale embolie en diepveneuze trombose) en van sternale wondcomplicaties (infectie, openbarsten van de wond).

Interacties

Bij gelijktijdig gebruik van orale anticoagulantia neemt de kans op bloedingen toe, in het bijzonder tijdens de eerste dagen na start van de behandeling of na een doseringswijziging.

Bij gelijktijdig gebruik van acetylsalicylzuur (ook in lage dosering), glucocorticosteroïden of selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) neemt het risico op gastro-intestinale complicaties toe; gelijktijdig gebruik met andere NSAID's vermijden.

Bij gelijktijdig gebruik met ciclosporine of tacrolimus de nierfunctie controleren.

Bij ouderen, volumeverlies incl. diureticumgebruik, of een gestoorde nierfunctie kan door de combinatie met een RAAS-remmer de nierfunctie verder achteruit gaan, met kans op acuut nierfalen; de patiënt dient goed gehydrateerd te zijn en de noodzaak tot controle van de nierfunctie dient periodiek bekeken te worden.

Het effect van bloeddrukverlagende middelen (RAAS-remmers, β-blokkers en diuretica) kan worden verminderd.

Bij gelijktijdig gebruik met fluconazol (een sterke CYP2C9-remmer) de dosering van parecoxib verlagen.

Wees bedacht op verhoogde plasmaspiegels van CYP2C19 substraten (bv. fenytoïne, diazepam, imipramine) en CYP2D6 substraten met een smalle therapeutische breedte (bv. flecaïnide, propafenon, metoprolol).

Parecoxib kan de plasmaspiegel van lithium verhogen.

De plasmaspiegel van methotrexaat kan toenemen, waardoor toxische verschijnselen kunnen ontstaan.

Zwangerschap

Parecoxib passeert de placenta.
Teratogenese: Epidemiologisch onderzoek suggereert dat gebruik van NSAID's in de vroege fase van de zwangerschap meer kans geeft op een miskraam, cardiale malformatie en gastroschisis. In dierproeven is een verhoogd pre- en post-implantatie verlies, embryo-foetale letaliteit en een verhoogde incidentie van malformaties gezien.
Farmacologisch effect: Bij gebruik tijdens het 3e trimester zijn nadelige farmacologische effecten bij de moeder mogelijk zoals weeënremming en verlenging van de bloedingstijd en bij de foetus voortijdige sluiting van de ductus arteriosus Botalli, pulmonale hypertensie, bloedstollingsstoornis met als gevolg bloeding, gestoorde nierfunctie of nierinsufficiëntie met oligohydramnie.
Advies: Tijdens de eerste twee trimesters uitsluitend gebruiken op strikte indicatie in een zo laag mogelijke dosering en zo kort mogelijk. Controleer het volume van het vruchtwater (en staak de behandeling bij afname van het volume). Gebruik is gecontra-indiceerd tijdens het 3e trimester.
Vruchtbaarheid: Het gebruik van een NSAID kan de vruchtbaarheid nadelig beïnvloeden en wordt ontraden bij vrouwen die zwanger willen worden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor sulfonamiden in de anamnese;
  • ernstige allergische geneesmiddelreacties, vooral ernstig huidreacties in de anamnese;
  • optreden van bronchospasmen, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere NSAID's;
  • actief ulcus pepticum of gastro-intestinale bloeding;
  • inflammatoire darmaandoeningen;
  • ernstige leverfunctiestoornissen (serumalbumine < 25 g/l of Child-Pughscore ≥ 10);
  • congestief hartfalen (NYHA-klasse II-IV);
  • pijnbestrijding na een coronaire bypass-operatie (CABG);
  • ischemische hartziekte, perifeer arterieel vaatlijden en/of cerebrovasculaire aandoeningen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij ouderen, alcoholgebruik en voorgeschiedenis van gastro-intestinale aandoeningen, vanwege meer kans op gastro-intestinale complicaties zoals perforaties, ulcera, bloedingen.

Wees voorzichtig bij matige leverfunctiestoornissen (Child-Pughscore 7–9), ernstige nierfunctiestoornissen, dehydratie, hypertensie, (predispositie tot) oedeem en bij risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte (o.a. diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken). Parecoxib is in verband gebracht met meer kans op cardiovasculaire complicaties.

Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met parecoxib zijn gemeld. De incidentie hiervan is met valdecoxib (metaboliet van parecoxib) hoger dan met andere COX-2 selectieve NSAID's.

Direct na toediening van parecoxib zijn gevallen van ernstige hypotensie gemeld.

Parecoxib kan de symptomen van een infectie maskeren.

De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 18 jaar zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

NSAID. Parecoxib is een prodrug van valdecoxib. Valdecoxib is in het therapeutische doseringsbereik een cyclo-oxygenase-2 (COX-2)-selectieve remmer en heeft geen invloed op de trombocytenaggregatie. Werking: binnen 23–29 minuten, maximaal binnen 2 uur. Werkingsduur: is afhankelijk van de dosis en kan variëren van 6 tot >12 uur.

Kinetische gegevens

OverigParecoxib wordt na toediening via hydrolyse in de lever omgezet in het farmacologisch actieve valdecoxib. De volgende kinetische parameters betreffen valdecoxib.
T maxi.v. ca. 30 min; i.m. ca. 1 uur.
V dca. 0,79 l/kg.
Eiwitbindingca. 98%.
Metaboliseringin de lever door o.a. CYP3A4 en CYP2C9 en door glucuronidering van het sulfonamidedeel. Bij ouderen (m.n. vrouwen) en bij een gestoorde leverfunctie kan de klaring van valdecoxib zijn verminderd.
Eliminatiemet de urine als metabolieten (ca. 70% inactief) en < 5% onveranderd valdecoxib.
T 1/2ca. 8 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

parecoxib hoort bij de groep coxib's.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook