Geneesmiddelen

Stofnaam

Geneesmiddel

Indicatie

Toediening

azelastine/​fluticason

Dymista

allergische rinitis

nasaal

beclometason

Beclometason nevel Neusspray

allergische rinitis

nasaal

budesonide

Budesonide Neusspray, Rhinocort

allergische rinitis

nasaal

fluticasonfuroaat

Avamys

allergische rinitis

nasaal

fluticasonpropionaat

Flixonase, Fluticason neusspray

allergische rinitis

nasaal

mometason

Mometason neusspray, Nasonex

allergische rinitis

nasaal

triamcinolon

Nasacort

allergische rinitis

nasaal

Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

Werking

Werkingsmechanisme

Nasale corticosteroïden grijpen aan op diverse stadia van (allergische) ontstekingsprocessen in het neusslijmvlies:

  • remmen de accumulatie en influx van ontstekingscellen in de ontstoken nasale mucosa;
  • remmen de afgifte van ontstekingsmediatoren en cytokinen door ontstekingscellen;
  • verminderen de gevoeligheid van weefselreceptoren voor ontstekings- en vasoactieve mediatoren.

Effect

  • Onderdrukking en remming van (allergische) ontstekingsreacties in het neusslijmvlies. Hierdoor verminderen allergische neusklachten zoals congestie, niezen, jeuk en rinorroe.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent (m.n. in het begin en meestal voorbijgaand):

  • irritatie en droogheid van het neusslijmvlies;
  • lichte neusbloeding;
  • hoofdpijn.

Relatief minder frequent:

  • verandering in reuk en/of smaak;
  • zeer zelden neusseptumperforatie;

Meer informatie

Een neusseptumperforatie treedt zeer zelden op; het risico op neusseptumperforatie kan worden verminderd door van het neusseptum af te sprayen, om bloederige wondjes die kunnen leiden tot een neusseptumperforatie te voorkomen. Van het neusseptum af sprayen kan bereikt worden door met de linkerhand in het rechterneusgat te sprayen en vice versa.

Systemische effecten komen nauwelijks voor. Het risico neemt wel toe bij gelijktijdig gebruik van inhalatie- of cutane corticosteroïden. Groeiremming bij kinderen is alleen gemeld bij langdurig gebruik van doseringen boven de maximale therapeutische dosis.

Literatuur:

  1. NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis 2018.
  2. NHG-Standaard Acute rhinosinusitis 2014.
  3. Richtlijn Chronische rhinosinusitis (CRS) en neuspoliepen. Nederlandse Vereniging voor KNO-heelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied 2010.

Zie ook

Indicaties