Geneesmiddelen

Stofnaam

Geneesmiddel

Indicatie

Toediening

digoxine

Lanoxin

atriumfibrilleren, frequentiecontrole, hartfalen, chronisch, ritmestoornissen

oraal, oraal vloeibaar, parenteraal (inj/inf)

Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

Werking

Werkingsmechanisme

Het hartglycoside digoxine:

  • verbetert de gevoeligheid van de baroreceptor. Hierdoor neemt de vagale tonus toe en wordt de sympathicus geremd;
  • bindt reversibel aan Na+-K+-ATP-ase op het sarcolemma. Hierdoor wordt de binding van ATP aan Na+-K+-ATP-ase voorkomen. De intracellulaire Na+-concentratie neemt toe, waardoor er meer Na+ beschikbaar is voor uitwisseling met Ca2+ (dat wordt opgeslagen in het sarcoplasmatisch reticulum). Hierdoor komt bij elke actiepotentiaal een grotere hoeveelheid Ca2+ beschikbaar.

Effect

Bij atriumfibrilleren met een hoge hartfrequentie:

  • daling van de hartfrequentie (negatief-chronotroop);
  • remming van de AV-geleiding, verlenging van de refractaire periode van de AV-knoop (negatief-dromotroop).

Bij hartfalen:

  • versterking van de contractiekracht van het hart (positief-inotroop). Hierdoor worden het slagvolume en het hartminuutvolume vergroot; de hartfrequentie neemt af, de verhoogde centraal-veneuze druk daalt en het vergrote hart wordt kleiner.

Typerende bijwerkingen

Omdat deze ‘groep’ uit één geneesmiddel bestaat, zie voor de bijwerkingen de geneesmiddeltekst.