Werking

Werkingsmechanisme

H2-antagonisten:

  • blokkeren reversibel de histamine (H2)-receptoren van pariëtale cellen in de maag;
  • remmen voornamelijk de basale (nachtelijke) maagzuursecretie.

Effect

  • bescherming van het duodenum- en maagslijmvlies tegen irriterende agentia zoals NSAID's en/of maagzuur;
  • vermindering van ernstige klachten van zuurbranden;
  • regressie van duodenum- en/of maagulcera.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • hoofdpijn;
  • duizeligheid;
  • moeheid;
  • spierpijn;
  • obstipatie;
  • diarree.

Minder frequent:

  • centrale bijwerkingen (met name bij ouderen of bij i.v.-toediening), zoals verwardheid, delier, hallucinaties, spraakstoornis;
  • bloeddyscrasieën, zoals trombocytopenie;
  • hypergastrinemie;
  • infecties, zoals pneumonie of C. difficile-infectie;
  • langdurig gebruik: vitamine B12-deficiëntie;
  • na snelle i.v.-toediening: bradycardie, hypotensie en ritmestoornissen.

Meer informatie

Verhoging van de pH in de maag kan leiden tot een verminderde bescherming tegen pathogene micro-organismen en verder inactivatie van pepsine, waardoor opname van vitamine B12 verminderd is.

Hypergastrinemie kan leiden tot rebound-effecten.

Toepasbaarheid

Ouderen

Volgens de productinformatie van de fabrikanten kunnen alle H2-antagonisten bij ouderen worden toegepast, in het algemeen zonder aanpassing van de dosering. Houd bij het bepalen van de dosering wel rekening met een leeftijdsgerelateerde afname van de nierfunctie (zie Nierfunctiestoornis).

De productinformatie van cimetidine en ranitidine vermeldt dat de zeer zeldzame bijwerking reversibele verwardheid met name bij ouderen is gemeld.

Nierfunctiestoornis

Volgens de productinformatie dient bij alle H2-antagonisten de dosering te worden aangepast bij een verminderde nierfunctie, omdat H2-antagonisten voornamelijk via de nieren worden geëlimineerd. Famotidine behoeft volgens de productinformatie alleen dosisaanpassing bij een creatinineklaring < 30 ml/min. Zie voor meer informatie de geneesmiddelteksten.

Leverfunctiestoornis

Volgens Health Base [4] kunnen famotidine en ranitidine worden toegepast bij levercirrose met Child-Pughscore 5-15; er zijn geen nadelige effecten bekend en aanpassing van de dosering is dan ook niet nodig. In de productinformatie van famotidine staat hetzelfde advies; in de productinformatie van ranitidine wordt verder geen uitspraak gedaan.

Healthbase beschouwt het gebruik van cimetidine bij Child-Pughscore 5-15 als onveilig; patiënten met cirrose die cimetidine gebruiken lijken relatief gevoelig te zijn voor de bijwerking geestelijke verwardheid. Omdat er genoeg alternatieven zijn geeft Healthbase hierbij geen doseeradvies. De productinformatie van cimetidine geeft daarentegen aan dat er bij een leverfunctiestoornis geen dosisaanpassing nodig is.

Healthbase vermeldt dat er met nizatidine geen onderzoek is gedaan, en dat de veiligheid bij cirrose onbekend is. In lijn hiermee staat in de productinformatie het advies voorzichtig te zijn bij een leverfunctiestoornis.

Zwangerschap

Lareb [5] geeft aan dat H2-antagonisten in het algemeen gebruikt kunnen worden tijdens de zwangerschap. Famotidine en ranitidine zijn het best onderzocht en hebben daarom de voorkeur.

Volgens Lareb is het gebruik van cimetidine tijdens zwangerschap waarschijnlijk veilig, hoewel cimetidine zwak anti-androgene eigenschappen heeft die in theorie bij mannelijke nakomelingen tot demasculinisatie zouden kunnen leiden. Dit effect is echter tot op heden niet gemeld, terwijl er redelijke ervaring bestaat met het gebruik van cimetidine tijdens de zwangerschap.

Lareb geeft aan dat de risico's van het gebruik van nizatidine onbekend zijn. Het gebruik van nizatidine tijdens de zwangerschap is nauwelijks onderzocht. Volgens de productinformatie dient nizatidine alleen op strikte indicatie gebruikt te worden.

Lactatie

Volgens Lareb [6] kunnen famotidine, nizaditine en ranitidine worden gebruikt tijdens borstvoeding. Ranitidine gaat in grotere hoeveelheden over in de moedermelk dan famotidine en nizatidine en lijkt daar te stapelen, maar het is volgens Lareb niet waarschijnlijk dat dit klinische effecten zal veroorzaken.

Kortdurend gebruik van cimetidine is volgens Lareb waarschijnlijk ook veilig, maar de voorkeur gaat uit naar één van de andere H2-antagonisten. Volgens de productinformatie dient men cimetidine niet te gebruiken tijdens borstvoeding omdat het in hoge concentraties in de moedermelk wordt uitgescheiden. Nadelige effecten op de zuigeling zijn er volgens Lareb echter nog niet gemeld.

Kinderen

Bij kinderen heeft binnen de H2-antagonisten ranitidine de voorkeur:

  • de richtlijn Gastro-oesofageale reflux(ziekte) 0-18 jaar [7] adviseert bij kinderen ≤ 18 maanden met gastro-oesofageale reflux(ziekte) (GERD) waarbij als bij uitzondering zuurremming nodig wordt geacht, ranitidine of protonpompremmers als onderhoudsbehandeling gedurende 3 maanden. Bij kinderen > 18 maanden zijn protonpompremmers eerste keus omdat met GERD gepaard gaande oesofagitis relatief veel vaker voorkomt bij deze leeftijdsgroep en protonpompremmers bij oesofagitis effectiever zijn dan H2-antagonisten.
  • de richtlijn vermeldt dat cimetidine niet meer wordt gebruikt vanwege bijwerkingen. Cimetidine is bovendien alleen verkrijgbaar als tabletten, wat toepassing bij jonge kinderen bemoeilijkt.
  • volgens de productinformatie dienen famotidine en nizatidine niet bij kinderen te worden gebruikt vanwege onvoldoende gegevens.

Het kinderformularium [8] vermeldt doseringen voor ranitidine (neonaten en kinderen > 1 maand) bij:

  • gastro-oesofageale reflux(ziekte);
  • ulcus pepticum -profylaxe van stressulcera;
  • ondersteuning bij de behandeling van gastro-intestinale bloedingen.

De productinformatie geeft doseringen voor ranitidine (kinderen > 6 maanden) bij:

  • gastro-oesofageale reflux(ziekte);
  • reflux-oesofagitis;
  • ulcus pepticum.

Het kinderformularium maakt de kanttekening dat bij gebruik van ranitidine bij premature neonaten met een zeer laag geboortegewicht een significant hogere mortaliteit en een verhoogde incidentie van infecties (met name bij iets hogere doses) is waargenomen. Ook is een verhoogde incidentie van necrotiserende enterocolitis en een langere duur van de ziekenhuisopname waargenomen.

Het kinderformularium vermeldt voor cimetidine (kinderen > 0 maanden) doseringen bij:

  • gastro-oesofageale reflux(ziekte);
  • chronisch erosieve reflux-oesofagitis;
  • therapie-resistente ulcus pepticum.

De productinformatie geeft eveneens doseringen bij kinderen > 0 maanden.

Literatuur

  1. Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  2. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  3. NHG-standaard Maagklachten (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 2-28.
  4. Stichting Health Base. Geneesmiddelen bij levercirrose Histamine-2-antagonisten. Geraadpleegd september 2019.
  5. Lareb. H2 receptorantagonisten bij maagklachten tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd september 2019.
  6. Lareb. H2 receptorantagonisten bij maagklachten tijdens de borstvoedingsperiode. Geraadpleegd september 2019.
  7. Federatie Medisch Specialisten. GORZ bij kinderen van 0–18 jaar. 2012. Geraadpleegd september 2019.
  8. Kinderformularium. Geraadpleegd september 2019.