famotidine

Samenstelling

Famotidine Bijlage 2 Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
20 mg, 40 mg

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

famotidine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De behandeling van eerste-episode maagklachten, functionele maagklachten en gastro-oesofageale refluxziekte bestaat uit het geleidelijk verhogen van de mate van zuurremming met achtereenvolgens een antacidum, een H2-receptorantagonist en een protonpompremmer. Bij voldoende effect wordt de medicatie geleidelijk gestopt. Bij een antacidum gaat de voorkeur uit naar een combinatie van algeldraat met magnesiumhydroxide (werkt sneller en langer), bij een H2-receptorantagonist naar ranitidine en bij een protonpompremmer naar omeprazol; dit in verband met de bredere toepasbaarheid en de prijs.

Voor de behandeling van een endoscopisch aangetoonde oesofagitis zijn protonpompremmers de standaardbehandeling, waarbij de voorkeur uitgaat naar omeprazol. Protonpompremmers zijn hierbij effectiever gebleken dan H2-receptorantagonisten en antacida. Bij oesofagitis graad C en D is het gebruik levenslang.

Door H. pylori veroorzaakte peptische ulcera worden behandeld met de combinatie van een protonpompremmer (omeprazol) en twee antibiotica (amoxicilline en claritromycine). Bij een succesvolle eradicatie, eventueel na een tweede behandeling, is de kans op een recidief klein.

Voor de behandeling van maagklachten als gevolg van NSAID-gebruik komt een protonpompremmer, bij voorkeur omeprazol, in aanmerking. De behandeling van maagklachten als gevolg van andere medicatie bestaat uit het geleidelijk verhogen van de mate van zuurremming met achtereenvolgens een antacidum, een H2-receptorantagonist en een protonpompremmer.

Aan de vergoeding van famotidine zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Ulcera duodeni en ulcera ventriculi;
  • Zollinger-Ellisonsyndroom;
  • Lichte tot matig-ernstige reflux-oesofagitis;
  • Preventie van recidivering van ulcera duodeni.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Ulcera duodeni en ventriculi:

Volwassenen:

40 mg 's avonds gedurende 4–8 weken (óf korter indien door endoscopische controle genezing blijkt, óf nog 4 weken langer als uit endoscopie geen genezing blijkt). Ter preventie van een ulcus duodeni-recidief: onderhoudsdosering 20 mg 's avonds.

Zollinger-Ellisonsyndroom:

Volwassenen:

begindosering 20 mg elke 6 uur, zo nodig verhogen tot max. 800 mg per dag.

Lichte tot matig-ernstige reflux-oesofagitis:

Volwassenen:

20–40 mg 2×/dag gedurende 6–12 weken.

Nierfunctiestoornis: creatinineklaring < 30 ml/min: de dagelijks gebruikelijke dosering halveren. Bij dialysepatiënten famotidine aan het einde van, of na de dialyse laten innemen.

Tablet heel doorslikken met vloeistof.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): hoofdpijn, duizeligheid. Obstipatie, diarree.

Soms (0,1-1%): smaakstoornis, droge mond, misselijkheid, braken, buikpijn, opgezette buik, anorexie, flatulentie. Urticaria, huiduitslag, jeuk. Vermoeidheid.

Zelden (0,01-0,1%): aritmieën, AV-blok en palpitaties. Overgevoeligheidsreacties (zoals anafylaxie, angio-oedeem, bronchospasmen). Reversibele stijging van leverenzymwaarden (transaminasen, γ-GT, alkalische fosfatase, bilirubine), (intrahepatische) cholestatische icterus. Artralgie.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, leukopenie, pancytopenie, neutropenie, agranulocytose. Reversibele psychische stoornissen (zoals depressie, angststoornis, agitatie, desoriëntatie, verwardheid, hallucinaties), paresthesieën, slaapstoornissen, convulsies (bij verminderde nierfunctie). Verminderde libido, erectiestoornis. Soms fatale interstitiële pneumonie. Hepatitis. Alopecia. Stevens-Johnsonsyndroom/ toxische epidermale necrolyse. Beklemd gevoel op de borst. Spierkramp. Verlengd QT-interval.

Verder is gemeld: gynaecomastie.

Interacties

Doordat H2-receptorantagonisten de pH in de maag verhogen, kan de resorptie van andere geneesmiddelen afnemen (bv. ketoconazol, itraconazol). Ketoconazol 2 uur voor famotidine innemen. Antacida remmen de resorptie van famotidine, de famotidine daarom 1–2 uur voor deze geneesmiddelen innemen. Sucralfaat niet binnen 2 uur voor of na famotidine innemen.

Probenecide vertraagt de eliminatie van famotidine.

Gelijktijdig gebruik met calciumcarbonaat kan leiden tot verminderde werkzaamheid van calciumcarbonaat, gebruikt als fosfaatbinder bij hemodialysepatiënten. Gelijktijdig gebruik met atazanavir vermindert de biologische beschikbaarheid van atazanavir op dosisafhankelijke wijze, zie ook atazanavir#doseringen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • bekende overgevoeligheid voor H2-antagonisten.

Waarschuwingen en voorzorgen

Famotidine kan de symptomen van een maligniteit maskeren. Bij duodenale ulcera en goedaardige ulcera ventriculi de Helicobacter pylori-status vaststellen en zo nodig een eradicatietherapie instellen. Voorzichtig zijn bij verminderde nierfunctie. Bij langdurig gebruik van hoge doses het algemeen bloedbeeld en de leverfunctie regelmatig controleren. Bij een langer bestaand ulcus niet abrupt staken na symptoomverbetering. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen zijn niet aangetoond.

Eigenschappen

Competitieve H2-receptorantagonist, die zowel de basale als de gestimuleerde maagzuursecretie remt en de pepsineproductie reduceert. Werking: max. na 1–3 uur. Werkingsduur: 9 uur.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel.
F40–45%.
T max1–3 uur.
Metaboliseringin de lever tot inactieve metaboliet.
Eliminatievnl. via de nieren, deels onveranderd (25–30% van de totale dosis).
T 1/2ca. 3 uur, aanzienlijk langer bij gestoorde nierfunctie.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

famotidine hoort bij de groep H2-antagonisten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links