Samenstelling

Valaciclovir drank FNA (als hydrochloride) Formularium der Nederlandse Apothekers

Toedieningsvorm
Drank
Sterkte
20 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Valaciclovir tablet (als hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
250 mg, 500 mg

Zelitrex (als hydrochloride) GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
250 mg, 500 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Een cutane herpes-infectie verloopt in het algemeen niet ernstig en geneest meestal spontaan. Volstaan kan worden met een indrogende crème of gel met zinkoxide of zinksulfaat. Eventueel kan hier lidocaïne aan worden toegevoegd. Ten slotte kan paracetamol of een NSAID als pijnbestrijding worden gebruikt. Orale antivirale behandeling met een nucleoside-analogon (aciclovir, famciclovir of valaciclovir) komt alleen in aanmerking bij ernstige klachten, bij herpes zoster in het hoofd-halsgebied, bij personen vanaf 50 jaar, tijdens de zwangerschap (herpes genitalis) of indien een ernstig beloop te verwachten is, bijvoorbeeld bij immuungecompromitteerde patiënten. Gezien het gebruiksgemak gaat de voorkeur uit naar famciclovir of valaciclovir. Een orale antivirale behandeling is slechts zinvol indien gestart binnen een bepaalde termijn na het verschijnen van de eerste symptomen. De lengte van deze termijn hangt af van het type infectie (herpes simplex of zoster, primo-infectie of recidief) en de immuunstatus van de patiënt. Bij frequent recidiverende herpes-infecties (> 6 per jaar) met veel klachten, kan het meegeven van een aanvalsbehandeling of profylaxe met een oraal nucleoside-analogon worden overwogen. Zie voor meer informatie huidinfectie, (herpes virus).

Omdat dit geneesmiddel voor meerdere indicaties in uiteenlopende doseringen kan worden voorgeschreven én er sprake is van een smalle therapeutische breedte of risico van ernstige bijwerkingen (toxiciteit), dient volgens de Regeling Geneesmiddelenwet de reden van voorschrijven op het recept te worden vermeld.

Indicaties

Behandeling van:

  • herpes zoster en herpes zoster ophthalmicus bij immuuncompetente volwassenen;
  • herpes zoster bij licht tot matig immuungecompromitteerde volwassenen;
  • infecties van huid en slijmvliezen veroorzaakt door Herpes simplex, inclusief de initiële episode en bij recidief van herpes genitalis bij immuuncompetente volwassenen en adolescenten en bij immuungecompromitteerde volwassenen.

Preventie van:

  • recidiverende herpes genitalis bij immuuncompetente volwassenen en adolescenten en bij immuungecompromitteerde volwassenen;
  • cytomegalovirus (CMV)-infectie en -ziekte na solide orgaantransplantaties bij volwassenen en adolescenten.

Behandeling én onderdrukking van:

  • recidiverende oculaire herpes simplex infecties bij immuuncompetente volwassenen en adolescenten en bij immuungecompromitteerde volwassenen.

De FNA drank is bedoeld ter profylaxe en behandeling van infecties met varicella zoster en herpes simplex bij zuigelingen en oudere kinderen.

Gerelateerde informatie

Dosering

Tijdens de behandeling zorgen voor een voldoende vochtinname, vooral bij hogere doseringen, bij verminderde nierfunctie en bij ouderen. De nierfunctie in deze situaties frequent controleren en zonodig de dosering aanpassen.

De valaciclovir FNA-drank heeft een relatieve biologische beschikbaarheid van ca. 91% t.o.v. de tabletten.

Klap alles open Klap alles dicht

Herpes zoster (excl. herpes zoster ophthalmicus of oticus):

Volwassenen:

Volgens de Farmacotherapeutische richtlijn Herpes zoster komt behandeling in aanmerking bij personen ouder dan 50 jaar met ernstige initiële klachten, bij een lokalisatie in het gelaat en daarnaast bij een gestoorde cellulaire immuniteit. Behandeling met een virusstaticum is niet geïndiceerd bij personen onder de (arbitraire grens van) 50 jaar met een normale immuniteit. Bij personen ouder dan 50 jaar met ernstige initiële klachten (veel pijn, uitgebreide eruptie) moet de behandeling binnen 48–72 uur worden begonnen om effect te kunnen bereiken. Bij herpes zoster in het hoofd-halsgebied moet worden behandeld om ernstige (oog)complicaties te voorkomen. Bij een gestoorde immuniteit wordt, ongeacht de locatie van de herpes zoster, bij voorkeur met een intraveneus virusstaticum behandeld om levensbedreigende virusdisseminatie te voorkomen. Zie hiernaast ook de rubriek Advies en huidinfectie, (herpes virus).

Volgens de LCI richtlijn Gordelroos (onderwerp Gordelroos, rubriek 7, behandeling): komt behandeling in aanmerking indien er (anamnestisch) sprake is geweest van prodromale pijn langer dan één week voor het ontstaan van de (typische) huidafwijkingen, bij personen ouder dan 50 jaar, bij locatie in het trigeminusgebied, bij herpes zoster oticus en daarnaast bij ernstige pijn.

De dosis en behandelduur: bij immuuncompetente patiënten: 1000 mg 3x/dag gedurende 7 dagen; de behandeling bij hen binnen 72 uur na verschijning van de huiduitslag beginnen. Bij immuungecompromitteerden: gaat de voorkeur in principe uit naar i.v. therapie. De orale dosis bij immuungecompromitteerden is: 1000 mg 3×/dag gedurende ten minste 7 dagen (tot complete korstvorming op alle laesies) én daarna nog gedurende 2 dagen. Bij immuungecompromitteerden de behandeling beginnen binnen een week na de vorming van de blaasjes of op elk tijdstip vóór de volledige korstvorming van de laesies.

Nierfunctiestoornissen: creatinineklaring 30–49 ml/min: 1000 mg 2×/dag; creatinineklaring 10–29 ml/min: 1000 mg 1×/dag; creatinineklaring < 10 ml/min: 500 mg 1×/dag. Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Herpes zoster ophthalmicus (of oticus):

Volwassenen:

Volgens de Farmacotherapeutische richtlijn Herpes zoster komt behandeling in aanmerking bij lokalisatie in het hoofd-halsgebied. Zie eventueel ook de rubriek Advies en huidinfectie, (herpes virus).

Volgens de LCI richtlijn Gordelroos (onderwerp Gordelroos, rubriek 7, behandeling): komt de behandeling in aanmerking bij locatie in het trigeminusgebied.

De dosis en behandelduur: bij immuuncompetente patiënten: 1000 mg 3×/dag gedurende 7 dagen. Bij een herpes zoster van het hoofd-halsgebied (boven het sleutelbeen) zoals een herpes zoster ophtalmicus (of oticus) ook meer dan 72 uur na het verschijnen van de huiduitslag nog met de behandeling beginnen met oog op het voorkómen van (oog)complicaties. Bij immuungecompromitteerden: gaat de voorkeur in principe uit naar i.v. therapie. De orale dosis bij immuungecompromitteerden is: 1000 mg 3×/dag gedurende ten minste 7 dagen (tot complete korstvorming op alle laesies) én daarna nog gedurende 2 dagen.

Nierfunctiestoornissen: creatinineklaring 30–49 ml/min: 1000 mg 2×/dag; creatinineklaring 10–29 ml/min: 1000 mg 1×/dag; creatinineklaring < 10 ml/min: 500 mg 1×/dag. Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Herpes simplexvirus infecties:

Volwassenen en adolescenten ≥ 12 jaar:

De behandeling van Herpes simplex infecties zo spoedig mogelijk gedurende het prodromale stadium of onmiddellijk na het verschijnen van de eerste symptomen starten; bij immuungecompromitteerden binnen 48 uur.

De dosis en behandelduur: Immuuncompetente patiënten: 500 mg 2×/dag, voor recidiverende episoden gedurende 3–5 dagen, voor eerste infecties zo nodig tot 10 dagen behandelen. Immuungecompromitteerden: 1000 mg 2×/dag, voor recidiverende episoden gedurende ten minste 5 dagen, voor eerste infecties zo nodig tot 10 dagen behandelen.

Nierfunctiestoornissen: creatinineklaring < 30 ml/min: 500 mg 1×/dag (immuuncompetente patiënten) en 1000 mg 1×/dag (immuungecompromitteerden). Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Bij herpes labialis omvat de therapie 2 doses van 2000 mg, waarbij de tweede dosis ca. 12 uur (maar ten minste 6 uur) na de eerste dosis moet worden ingenomen. Bij gebruik van dit doseringsschema mag de behandeling maximaal 1 dag duren, een langere behandeling heeft geen extra klinisch effect.

Nierfunctiestoornissen: bij herpes labialis: de behandelduur is 1 dag; de tweede dosis ca. 12 uur (maar ten minste 6 uur) na de eerste dosis innemen: creatinineklaring 30–49 ml/min: 1000 mg 2× op 1 dag, creatinineklaring 10–29 ml/min: 500 mg 2× op 1 dag, creatinineklaring < 10 ml/min: 500 mg eenmalig. Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Onderdrukken van herpes simplexvirus infecties:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar:

Immuuncompetente patiënten: 500 mg 1×/dag; bij frequente recidieven (≥ 10×/jaar): 250 mg 2×/dag; immuungecompromitteerden: 500 mg 2×/dag. De behandeling na 6–12 maanden staken om de recidiverende frequentie en ernst te herbeoordelen.

Nierfunctiestoornissen: creatinineklaring < 30 ml/min: immuuncompetente patiënten: 250 mg 1×/dag; immuungecompromitteerden: 500 mg 1×/dag. Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Preventie van CMV-infectie en -ziekte:

Volwassenen en kinderen ≥ 12 jaar.:

De behandeling zo spoedig mogelijk na transplantatie beginnen: 2000 mg 4×/dag gedurende 90 dagen, bij patiënten met een groot risico eventueel langer.

Nierfunctiestoornissen: creatinineklaring 50–75 ml/min: 1500 mg 4×/dag; creatinineklaring 25–50 ml/min: 1500 mg 3×/dag; creatinineklaring 10–25 ml/min: 1500 mg 2×/dag en creatinineklaring < 10 ml/min: 1500 mg 1×/dag. Bij intermitterende hemodialyse: de dosis toedienen na afloop van de dialyse.

Bijwerkingen

Zeer vaak (1–10%): hoofdpijn.

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree. Duizeligheid. Huiduitslag, jeuk, fotosensibilisatie.

Soms (0,1–1%): dyspneu. Verwardheid, hallucinaties, verminderd bewustzijn, tremor, agitatie. Nierpijn, hematurie. Urticaria. Trombocytopenie, leukopenie (vooral bij immuungecompromitteerden). Reversibele stijging van leverenzymwaarden en bilirubine.

Zelden (0,01–0,1%): anafylaxie, angio–oedeem. Ataxie, dysartrie, convulsies, encefalopathie, coma, psychotische symptomen, delier. Verminderde nierfunctie, acuut nierfalen (vooral bij ouderen en bij hogere doseringen dan aanbevolen bij reeds verminderde nierfunctie), intratubulaire neerslag van aciclovirkristallen in de nieren.

Interacties

Combinatie van valaciclovir met nefrotoxische geneesmiddelen, in het bijzonder immunosuppressiva zoals ciclosporine, tacrolimus en mycofenolaatmofetil, dient met zorg te gebeuren, vooral bij een verminderde nierfunctie. Dit geldt ook voor aminoglycosiden, platinaverbindingen, gejodeerde contrastmiddelen, methotrexaat, foscarnet en pentamidine.

Aciclovir wordt voornamelijk onveranderd in de urine uitgescheiden door actieve renale tubulaire secretie; gelijktijdig toegediende geneesmiddelen die eveneens gebruik maken van dit mechanisme voor eliminatie of dit mechanisme remmen (bv. cimetidine, tenofovir en mycofenolaatmofetil) kunnen de aciclovirspiegels verhogen.

Zwangerschap

Teratogenese: Beperkte ervaring bij de mens heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor meer kans op aangeboren afwijkingen. Bij dieren is bij supratherapeutische doses het bestanddeel aciclovir schadelijk gebleken voor moeder en foetus.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja (aciclovir), 0,5–2,3× de corresponderende serumconcentratie bij de moeder. De zuigeling krijgt echter een hoeveelheid binnen die ver beneden de dosering bij zuigelingen is.
Advies: Kan met voorzichtigheid worden gebruikt.

Waarschuwingen en voorzorgen

Wees voorzichtig bij nierfunctiestoornissen; afhankelijk van de creatinineklaring de dosering aanpassen en, m.n. bij ouderen, zorgen voor een adequate vloeistoftoediening. Bij ouderen en bij patiënten met een verminderde nierfunctie is er meer kans op het optreden van neurologische stoornissen.

Bij een gecompliceerde herpes zoster (zoals een gedissemineerde herpes zoster, met viscerale betrekking, motorische neuropathieën, encefalitis en cerebrovasculaire complicaties) en bij immuungecompromitteerde patiënten met herpes zoster ophthalmicus; alleen intraveneuze antivirale therapie geven.

Valaciclovir bij transplantatiepatiënten met een groot risico op een cytomegalovirus infectie alleen geven indien valganciclovir of ganciclovir niet kunnen worden toegepast. Na herhaalde behandeling kunnen zich bij immuungecompromitteerde patiënten resistente virussen ontwikkelen.

Behandeling van patiënten met herpes genitalis geneest de aandoening niet en elimineert het risico van overdracht niet volledig.

Ervaring: vanwege relatief weinig gegevens is bij een gestoorde leverfunctie, zoals bij vergevorderde cirrose met een verminderd levermetabolisme en bewijs van portale systemische shunt, voorzichtigheid geboden met hoge doses. De werkzaamheid en veiligheid bij kinderen < 12 jaar zijn niet vastgesteld.

Overdosering

Symptomen
misselijkheid, braken, acute nierinsufficiëntie, neurologische symptomen waaronder hallucinaties, agitatie, verminderd bewustzijn, coma.

Therapie
dialyse verwijdert aciclovir.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met valaciclovir contact op met het vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Valaciclovir is een prodrug van aciclovir (guanine nucleoside-analogon), een antivirale stof met in vitro grote werkzaamheid tegen o.a. herpes simplexvirus (HSV) type 1 en 2, Varicella zostervirus (VZV), cytomegalovirus (CMV), Epstein-Barrvirus (EBV) en humaan herpes virus 6 (HHV-6).

Valaciclovir wordt in de maag-darmwand en de lever snel en bijna volledig omgezet in aciclovir. Bij HSV type 1 en 2, VZV en EBV wordt dit in met virus geïnfecteerde cellen omgezet in het werkzame aciclovirtrifosfaat, door middel van het door het virus geïnduceerde thymidinekinase. Aciclovirtrifosfaat remt competitief het virale DNA-polymerase en voorkomt verdere virale DNA-synthese, met als gevolg blokkering van de virale replicatie. Bij het cytomegalovirus wordt de fosforylering gedeeltelijk in gang gezet door het fosfotransferaseproduct van het gen UL97, eveneens een virusspecifiek enzym.

Kinetische gegevens

Fca. 55% (aciclovir uit valaciclovir). De biologische beschikbaarheid uit de drank is goed (ca. 91% van die uit de tablet).
T maxca. 45 min–2 uur (valaciclovir), 30–100 min (aciclovir).
Overigde liquorpenetratie is ca. 25%.
Metaboliseringdeels tot 9-carboxymethoxymethylguanine, mogelijk verantwoordelijk voor neuropsychiatrische bijwerkingen, m.n. bij een verminderde nierfunctie.
Eliminatiemet de urine, vnl. als aciclovir (> 80%) via actieve tubulaire secretie, deels als metabolieten hiervan en < 1% onveranderd. Dialyse verwijdert aciclovir.
T 1/2elca. 3 uur (aciclovir), bij patiënten in het eindstadium van een nierziekte ca. 14 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd