Geneesmiddelenoverzicht bisfosfonaten

Deze hoofdrubriek bevat 1 rubrieken:

Meer informatie over Osteoporose. Een volledig overzicht van alle indicaties per geneesmiddel kunt u vinden in de geneesmiddelteksten.

bisfosfonaten

Werking

Werkingsmechanisme

  • Stikstofhoudende bisfosfonaten (alendroninezuur, ibandroninezuur, pamidroninezuur, risedroninezuur, zoledroninezuur) remmen het enzym farnesylpyrofosfaatsynthetase in de osteoclasten. Hierdoor worden de osteoclasten inactief en ondergaan uiteindelijk apoptose;
  • Bisfosfonaten die geen stikstof bevatten (clodroninezuur), worden intracellulair omgezet in niet-hydrolyseerbare ATP-metabolieten die cytotoxisch zijn voor osteoclasten.

Effect

  • vermindering van de botombouw.

Meer informatie

Bisfosfonaten zijn afgeleid van het natuurlijk voorkomende pyrofosfaat, dat de botmineralisatie remt. Ze hebben een remmend effect op de botresorptie door chemische adsorptie aan de hydroxyapatietkristallen in het bot. Ze worden snel in het bot opgenomen en vervolgens langzaam uit het botweefsel uitgescheiden.

Bisfosfonaten worden op grond van hun chemische structuur ingedeeld in stikstofhoudende en niet-stikstofhoudende bisfosfonaten. Ook worden ze op grond van hun ontwikkeling ingedeeld in eerste-, tweede- en derde-generatiebisfosfonaten. Clodroninezuur behoort tot de eerste-generatiebisfosfonaten en bevat minimaal gemodificeerde zijketens; deze bisfosfonaten zijn het minst krachtig. Bisfosfonaten van de tweede generatie (alendroninezuur, ibandroninezuur, pamidroninezuur) bevatten een stikstofatoom in een zijketen; ze zijn 10-100 keer krachtiger dan middelen van de eerste generatie. Bisfosfonaten van de derde generatie (risedroninezuur, zoledroninezuur) bevatten een stikstofatoom in een heterocyclische ring en zijn tot 10.000 keer krachtiger dan middelen van de eerste generatie. [1]

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • maag-darmklachten: zuurbranden, oesofageale irritatie, oesofagitis, buikpijn, diarree (orale toediening);
  • griepachtige symptomen, vooral na de eerste toediening (intraveneuze toediening).

Minder frequent (ernstig):

  • osteonecrose van de kaak;
  • osteonecrose van de uitwendige gehoorgang;
  • atypische subtrochantaire en femurschachtfracturen.

Meer informatie

Klachten van het maag-darmkanaal bij orale toediening kunnen met een zorgvuldige inname (inname met ruim water en niet gaan liggen totdat gegeten is) worden beperkt.

Osteonecrose van de kaak wordt het vaakst gezien bij gebruik van hooggedoseerde intraveneuze bisfosfonaten bij patiënten met maligniteiten (geschatte incidentie van 3–10%) [3]. Bij lager gedoseerde orale bisfosfonaten bij de behandeling van osteoporose wordt dit beeld ook gezien, maar slechts met een incidentie van rond de 0,1% [3]. De aandoening ontstaat soms in relatie tot een invasieve tandheelkundige ingreep, maar kan pas maanden na de ingreep ontstaan. Risicofactoren voor osteonecrose van de kaak zijn:

  • potentie van het middel (zoledroninezuur meest potent, stikstofloze clodroninezuur minst potent), toedieningsweg (meer kans bij i.v. toediening), cumulatieve dosis van botresorptietherapie;
  • maligniteit, comorbiditeit (bv. anemie, stollingsstoornis, infectie), roken;
  • gelijktijdig gebruik van immunosuppressiva, zoals corticosteroïden, angiogeneseremmers en cytostatica; radiotherapie van hoofd en hals;
  • voorgeschiedenis van gebitsaandoening, slechte mondhygiëne, periodontale aandoening, slecht passend kunstgebit, invasieve tandheelkundige ingrepen.

Osteonecrose van de uitwendige gehoorgang is gemeld bij gebruik van bisfosfonaten, vooral bij langdurige behandeling. Mogelijke risicofactoren zijn o.a. gebruik van corticosteroïden, chemotherapie en/of lokale infectie of trauma.

Bij langdurig gebruik van bisfosfonaten zijn atypische subtrochantaire en femurschachtfracturen gemeld na minimaal of geen trauma. Deze fracturen treden in veel gevallen bilateraal op. In tegenstelling tot de gebruikelijke heupfracturen kunnen er langdurig vaak beiderzijds optredende prodromale pijnen aan voorafgaan. Slechte genezing van dergelijke fracturen is gemeld.

Bij de intraveneus toegediende bisfosfonaten pamidroninezuur en zoledroninezuur is er meer kans op het ontstaan of verergeren van nierfunctiestoornissen.

Toepasbaarheid

U kunt de middelen in deze groep filteren op indicatie. Zie bovenaan deze pagina bij ‘Geneesmiddelenoverzicht’ en selecteer een indicatie.

Ouderen

Volgens de productinformatie van de fabrikanten kunnen vrijwel alle bisfosfonaten bij ouderen worden toegepast, zonder dat dosisaanpassing nodig is. Alleen voor pamidroninezuur is voor de toepassing bij ouderen geen informatie beschikbaar.

Bij de intraveneuze toediening van pamidroninezuur en zoledroninezuur bij ouderen is speciale aandacht nodig voor voldoende hydratie. Bij patiënten met een verminderde nierfunctie kan verdergaand nierfunctieverlies optreden.

Nierfunctiestoornis

Volgens de productinformatie:

  • kunnen clodroninezuur en ibandroninezuur (voor preventie van botcomplicaties bij maligniteit) bij een lichte, matige én ernstige nierfunctiestoornis worden toegepast. Er gelden wel dosisreducties, zie hiervoor de geneesmiddelteksten;
  • kunnen alendroninezuur, ibandroninezuur (voor postmenopauzale osteoporose), risedroninezuur en zoledroninezuur bij een lichte of matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring 30–90 ml/min) worden toegepast. Dosisaanpassing is hierbij niet nodig, behalve bij zoledroninezuur, als dit wordt toegepast voor de preventie van botcomplicaties bij maligniteit (zie de geneesmiddeltekst). Pas al deze middelen niet toe bij een ernstige nierfunctiestoornis, wegens onvoldoende gegevens;
  • kan pamidroninezuur bij een lichte of matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring 30–90 ml/min) worden toegepast, maar met een lagere maximale infusiesnelheid. In geval van levensbedreigende tumorgeïnduceerde hypercalciëmie kan dit middel ook bij ernstige nierfunctiestoornis worden toegepast.

Bij de intraveneus toegediende bisfosfonaten pamidroninezuur en zoledroninezuur is er meer kans op het ontstaan of verergeren van nierfunctiestoornissen. Zowel vóór als na toediening is adequate hydratie van belang.

Meer informatie

Bisfosfonaten worden ongeveer voor de helft onveranderd uitgescheiden door de nieren. De andere helft wordt opgenomen door botweefsel. De renale uitscheiding van bisfosfonaten neemt evenredig af met de nierfunctie [1].

Leverfunctiestoornis

Volgens de productinformatie kunnen ibandroninezuur en zoledroninezuur bij een leverfunctiestoornis worden toegepast, zonder dat dosisaanpassing nodig is; pamidroninezuur alleen bij een lichte tot matige leverfunctiestoornis, ook zonder dosisaanpassing. In de productinformatie van de andere bisfosfonaten staat geen advies over toepassing bij een leverfunctiestoornis.

Zwangerschap

Volgens Lareb [4] en de productinformatie wordt het gebruik van bisfosfonaten voorafgaand aan en tijdens de zwangerschap ontraden, vanwege kans op schadelijke effecten bij de foetus.

Volgens de productinformatie van pamidroninezuur mag dit middel tijdens de zwangerschap uitsluitend worden toegepast in geval van levensbedreigende hypercalciëmie.

Meer informatie

Op grond van de farmacologische werking van bisfosfonaten zijn schadelijke effecten bij de foetus mogelijk. Er is weinig ervaring met gebruik van deze middelen bij zwangere vrouwen (ca. 100 zwangerschappen). Bij dieren passeren bisfosfonaten de placenta, stapelen in het foetale skelet, en verminderen de botgroei en het foetale gewicht.

Bij gebruik voorafgaand aan een zwangerschap kunnen deze middelen tijdens de zwangerschap alsnog bij de foetus terechtkomen, omdat ze na opname in het botweefsel gedurende een periode van jaren geleidelijk worden vrijgegeven in de systemische circulatie. De hoeveelheid is afhankelijk van de dosering en de duur van het bisfosfonaatgebruik.

Lactatie

Volgens Lareb [5] en de productinformatie zijn over het gebruik van bisfosfonaten tijdens lactatie onvoldoende gegevens bekend. Het gebruik wordt dan ook ontraden.

Bisfosfonaten die eerder zijn gebruikt en in het botweefsel zijn opgeslagen, kunnen tijdens de borstvoeding weer vrijkomen in de systemische circulatie.

Kinderen

Het Kinderformularium [6] geeft een dosering bij onderstaande indicaties voor de volgende bisfosfonaten:

  • osteogenesis imperfecta: alendroninezuur, pamidroninezuur, risedroninezuur;
  • remming botresorptie: alendroninezuur, risedroninezuur;
  • symptomatische hypercalciëmie: pamidroninezuur.

Hierbij vermeldt het Kinderformularium echter wel dat er weinig wetenschappelijk onderzoek is verricht naar het gebruik van alendroninezuur en risedroninezuur bij kinderen.

Volgens de productinformatie wordt het gebruik van alle bisfosfonaten bij kinderen ontraden, omdat er onvoldoende gegevens zijn over de werkzaamheid en veiligheid.

Literatuur

  1. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.
  2. NHG-Standaard Fractuurpreventie. Tweede herziening. Huisarts Wet 2012; 55: 452-8.
  3. Franken AAM, Blijderveen NJC van, Witjes MJH, al. Bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak. Ned Tijdschr Geneeskd. 2011;155:A3077.
  4. Lareb Bisfosfonaten tijdens de zwangerschap. Geraadpleegd november 2019.
  5. Lareb Bisfosfonaten tijdens de borstvoedingsperiode. Geraadpleegd november 2019.
  6. Het Kinderformularium van het NKFK, geraadpleegd november 2019, via: www.kinderformularium.nl.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

bisfosfonaten vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.