Geneesmiddelenoverzicht fibraten

Deze hoofdrubriek bevat 1 rubrieken:

fibraten

Werking

Werkingsmechanisme

Fibraten voeren hun werking uit waarschijnlijk via de volgende mechanismen:

  • stimulatie van de vetzurenoxidatie door binding aan PPAR-α ('peroxisome proliferator-activated receptor α');
  • toename van de lipoproteïnelipasesynthese. Hierdoor neemt de klaring van triglyceridenrijke lipoproteïnen toe en daalt de productie van VLDL-triglyceride;
  • remming van de apoC-III vorming. Hierdoor neemt de klaring van VLDL toe;
  • stimulatie van apoA-I en apoA-II via PPAR-α. Hierdoor neemt de HDL-concentratie toe.

Effect

  • daling van de triglyceridenconcentratie;
  • daling van het VLDL en LDL;
  • verhoging van de HDL-concentratie;
  • daling van de totale cholesterolspiegel (gering).

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • gastro-intestinale bijwerkingen: misselijkheid, dyspepsie, buikpijn, flatulentie, diarree;
  • centrale bijwerkingen: hoofdpijn, duizeligheid.

Minder frequent:

  • myotoxiciteit: myopathie, stijging creatinekinasewaarde, spierpijn, spierzwakte, myositis, rabdomyolyse (zie onder ‘meer informatie’);
  • hepatotoxiciteit: afwijkende leverenzymwaarden, hepatitis;
  • bloedbeeldafwijkingen zoals anemie, leukopenie en trombocytopenie;
  • cholelithiasis (zie onder 'meer informatie');
  • acuut nierfalen;
  • seksuele disfunctie: verminderde libido, erectiestoornis.

Meer informatie

Fibraten worden over het algemeen goed verdragen. Maag-darmstoornissen zijn meest voorkomende bijwerkingen van deze groep middelen.

Fibraten hebben myotoxische eigenschappen kunnen myopathie met progressie tot rabdomyolyse veroorzaken. Het risico hierop is groter als er sprake is van een predispositie voor myopathie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan patiënten met nierinsufficiëntie, hypothyreoïdie, een positieve (familie)anamnese van erfelijke spierziekten en myotoxiciteit door statinegebruik in de voorgeschiedenis. Daarnaast komen spiergerelateerde bijwerkingen vaker voor bij combinaties met statinen. Voor de combinatie van statinen met fenofibraat geldt dit minder. Zie ook statine met fibrinezuurderivaat.

Fibraten veranderen de samenstelling van gal en verhogen het vermogen tot galsteenvorming.

Literatuur:

  1. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  2. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

fibraten vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.