Geneesmiddelenoverzicht gonadoreline-agonisten

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

gonadoreline-agonisten

Werking

Werkingsmechanisme

Gonadoreline-agonisten stimuleren de afgifte van LH en FSH door de hypofysevoorkwab. Dit resulteert in:

  • een stijging van LH- en FSH-spiegels in het begin van de behandeling en tevens bij intermitterend gebruik. Hierdoor stijgt de testosteron- of oestrogeenspiegel;
  • een daling van de LH- en FSH-spiegels bij langdurig (niet-intermitterend) gebruik door desensibilisatie van de hypofyse. Hierdoor daalt de testosteronspiegel bij mannen na circa drie weken tot castratieniveau; bij vrouwen dalen de oestrogeen- en progesteronspiegels tot postmenopauzale waarden; bij kinderen met idiopathische centrale pubertas praecox worden gestimuleerde en basale gonadotrofinen gereduceerd tot prepuberale niveaus.

Effect

  • Bij intermitterend gebruik:
    • inductie van de maturatie van de testes en de spermatogenese bij de man;
    • inductie van de ovulatie bij de vrouw.
  • Bij langdurig (niet-intermitterend) gebruik:
    • afname van de groei van testosteron-gevoelig prostaatcarcinoom;
    • vermindering van de seksuele drift bij mannen;
    • vertraging of stopzetting van de ontwikkeling van de puberteit;
    • afname van de groei van oestrogeen-gevoelig mammacarcinoom;
    • afname van de groei van fibromyomen van de uterus;
    • onderdrukking van endometriosehaarden;
    • preventie van een voortijdige LH-piek ten behoeve van gecontroleerde ovariële hyperstimulatie.

Typerende bijwerkingen

Relatief frequent:

  • bottoxiciteit: verminderde botmineraaldichtheid, osteoporose, verhoogde kans op fracturen;
  • stoornissen van de geslachtsorganen: verminderde libido, vulvovaginale droogheid, erectiestoornis. Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS, zie onder ‘meer informatie’);
  • opvliegers;
  • centrale bijwerkingen: emotionele labiliteit, depressie, hoofdpijn, vermoeidheid;
  • verlies van spiermassa;
  • overgevoeligheid: systemisch en op de injectieplaats (zoals pijn, jeuk, roodheid).

Minder frequent:

  • centrale bijwerkingen: geheugenstoornis, angst, wazig zien;
  • metabole bijwerkingen: verlaging van de glucosetolerantie, diabetes mellitus;
  • anemie;
  • verandering van lipidenprofiel;
  • bij mannen: testisatrofie, gynaecomastie.

Meer informatie

Bij een langdurige behandeling met gonadoreline-agonisten stijgen aanvankelijk de LH- en FSH-spiegels. Hierdoor vindt een tijdelijke stijging van de testosteron- of oestrogeenspiegel plaats en kunnen hieraan gerelateerde symptomen optreden. Daarnaast kan deze opvlamming of ‘flare’ lijken op ziekteprogressie (zoals het verergeren van botpijn bij prostaatcarcinoom).

Bij intermitterend gebruik van gonadoreline-agonisten in het kader van ovulatie-inductie kan het ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) optreden. OHSS wordt onder andere gekenmerkt door vergrote ovaria en ovariumcysten. Daarnaast kan een ernstige vorm van OHSS met ascites of pleurale effusie vóórkomen, en kan OHSS een zeer ernstig beloop hebben met trombo-embolische complicaties zoals longembolie en myocardinfarct.

Bij patiënten met een (ongediagnosticeerd) hypofyse-adenoom kan een behandeling met gonadoreline-agonisten leiden tot een manifestatie van hypofysaire apoplexie. Dit syndroom wordt onder andere gekenmerkt door acute hoofdpijn, visusstoornissen en een tekort aan hypofysehormonen.

Literatuur:

  1. Aronson JK, et al. (eds). Meyler's side effects of drugs. 16th ed. Amsterdam: Elsevier, 2016.
  2. Brunton LL, et al. (eds). Goodman & Gilman’s The pharmacological basis of therapeutics. 12th ed. New York: McGraw-Hill, 2011.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Indicaties

Vergelijken

gonadoreline-agonisten vergelijken met een andere geneesmiddelgroep.