Voor de behandeling van acute bacteriële infectie van de urinewegen wordt een onderscheid gemaakt in:

Ongecompliceerde urineweginfectie: cystitis bij gezonde, niet-zwangere vrouwen.

Gecompliceerde urineweginfectie: infectie met een groter risico van een complicatie of op het falen van de behandeling: 1) cystitis bij risicogroepen > 12 jaar; 2) urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie, zoals een pyelonefritis en een acute prostatitis; 3) urineweginfectie bij kinderen < 12 jaar.

Voor de behandeling van urineweginfecties is een algemeen standaardadvies opgesteld en voor iedere vorm een apart stappenplan.

ongecompliceerde urineweginfectie

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken).

Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over, voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur. Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start eventueel, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine, cotrimoxazol of amoxicilline/clavulaanzuur en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Behandelplan

Cystitis bij gezonde, niet-zwangere vrouw (eenmalig)

  1. Wacht af

    • Veel drinken en indien nodig pijnstilling

    Toelichting

    Mogelijk geneest een cystitis vanzelf binnen een week. Wacht daarom de noodzaak van het gebruik van antibiotica eerst af. Verstrek eventueel wel een uitgesteld antibioticumrecept, zodat de vrouw op basis van de klachten zelf kan beslissen om te beginnen met het gebruik.

  2. Geef een antibioticum

  3. Eerste keus

    Toelichting

    Nitrofurantoïne is eerste keus omdat er nog weinig resistentie van E. coli voor nitrofurantoïne is waargenomen in de open populatie. E. coli is de belangrijkste verwekker van urineweginfecties.

  4. Tweede keus

    Toelichting

    De resistentie van E. coli voor fosfomycine is gering, net als voor nitrofurantoïne. Niet bekend is hoe de resistentie van Extended Spectrum Beta-Lactamase-producerende bacteriën (vaak ESBL's genoemd, hoewel ESBL zelf eigenlijk staat voor het enzym) tegen fosfomycine zich heeft ontwikkeld. Tegen nitrofurantoïne bestaat geen toegenomen resistentie, daarom is dit middel eerste keus. ESBL’s zijn steeds vaker de oorzaak van urineweginfecties in de algemene populatie.

    Fosfomycine heeft als voordeel de eenmalige toediening, maar belangrijk is wel de patiënt erop te wijzen dat de klachten niet al na één dag zijn verdwenen.

  5. Derde keus

    Toelichting

    Trimethoprim is derde keus. Er is meer resistentie waargenomen van E. coli voor trimethoprim dan voor nitrofurantoïne en fosfomycine.

    Er is veel ervaring met het gebruik van trimethoprim, maar het klinisch onderzoek is schaars.

Recidiverende cystitis bij gezonde, niet-zwangere vrouw

  1. Bespreek niet-medicamenteus beleid

    • Veel drinken, goed leegplassen, bij aandrang mictie niet uitstellen en spoedig urineren na de coïtus.
    • Indien relevant het gebruik van condooms/pessaria met spermadodende glijmiddelen vermijden.
    • Gebruik cranberry’s (tabletten en drank), zie toelichting.

    Toelichting

    Onderzoek geeft enige grond voor de opvatting dat de volgende factoren het optreden van urineweginfecties bevorderen: coïtus, onvoldoende drinken, uitstel van mictie in het algemeen en na de coïtus in het bijzonder, en het gebruik van pessaria en condooms in combinatie met een spermadodend middel. Onderzoek waaruit blijkt dat een wijziging in deze gewoontes leidt tot minder urineweginfecties is niet voorhanden, maar het lijkt zinvol patiënten erop te wijzen dat een verandering gunstig kan werken.

    Voor de effectiviteit van cranberryproducten (tabletten of drank) bestaat weinig bewijs. Voordeel is dat het gebruik hiervan niet bijdraagt aan de ontwikkeling van bacteriële resistentie.

  2. Geef medicamenteuze profylaxe

  3. Continue antibioticaprofylaxe

    Kies één van de volgende middelen:

    Adviseer inname voor de nacht.

    Staak de profylaxe na 6–12 maanden.

    Let op

    Bij langdurig gebruik van nitrofurantoïne kunnen zeldzame, potentieel ernstige bijwerkingen optreden, zoals polyneuropathie (eerste verschijnsel paresthesieën) en pulmonair syndroom (kortademigheid en prikkelhoest).

    Toelichting

    Continu antibioticagebruik kan het aantal recidieven aanmerkelijk beperken, ook in het jaar na staken van de profylaxe.

    De keuze voor nitrofurantoïne of trimethoprim is mede afhankelijk van de reactie op de initiële behandeling van de cystitis.

  4. Postcoïtumprofylaxe

    Kies één van de volgende middelen:

    Adviseer inname binnen 2 uur na iedere coïtus, maximaal één dosering per dag.

    Staak de profylaxe na 6–12 maanden.

    Let op

    Bij langdurig gebruik van nitrofurantoïne kunnen zeldzame potentieel ernstige bijwerkingen optreden, zoals polyneuropathie (met als eerste verschijnsel paresthesieën) en pulmonair syndroom (kortademigheid en prikkelhoest).

    Toelichting

    Continu antibioticagebruik kan het aantal recidieven aanmerkelijk beperken, ook in het jaar na staken van de profylaxe.

    De keuze voor nitrofurantoïne of trimethoprim is mede afhankelijk van de reactie op de initiële behandeling van de cystitis.

  5. Bij postmenopauzale vrouwen

    Staak de profylaxe na 6 maanden.

    Toelichting

    Estriol vaginaal is niet geregistreerd voor de profylaxe van urineweginfecties bij postmenopauzale vrouwen. De werkzaamheid berust mogelijk op het tegengaan van slijmvliesatrofie, wat indirect leidt tot een verbetering van de vaginale flora en afname van de kans op kolonisatie van uropathogenen. Voor een gunstig effect is enig bewijs beschikbaar uit klinisch onderzoek.

Achtergrond

Definitie

Een ongecompliceerde urineweginfectie is een cystitis bij een vrouw die niet zwanger is, niet immunogecompromitteerd is, geen anatomische en/of functionele afwijkingen van het urogenitale kanaal heeft en geen tekenen vertoont van weefselinvasie (pyelonefritis) en systemische infectie. Bij een cystitis beperkt de infectie zich tot het oppervlak van de blaasmucosa.

Symptomen

Klachten van een ongecompliceerde urineweginfectie bestaan vooral uit een pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen en verder een loze aandrang en frequent plassen. Andere symptomen zijn pijn in buik en onderrug, hematurie en veranderde vaginale afscheiding.

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het verminderen van klachten en het voorkomen van recidieven.

Uitgangspunten

De oorzaak van een ongecompliceerde urineweginfectie is vaak een infectie met Escherichia coli, een Gram-negatieve bacterie.

Een cystitis bij een gezonde niet-zwangere vrouw kan vanzelf overgaan. Het onbehandeld laten van een cystitis leidt zelden tot weefselinvasie. Wacht de noodzaak van het gebruik van antibiotica daarom eerst af.

De behandeling met antibiotica geschiedt vaak blind, d.w.z. zonder dat de verwekker en het resistentiepatroon bekend zijn. Verricht een urineonderzoek en verstrek een alternatief middel indien aangewezen, wanneer de klachten drie tot vijf dagen na aanvang van de kuur niet duidelijk zijn afgenomen. Laat een kweek en resistentiebepaling uitvoeren als de klachten na een tweede kuur aanhouden.

Op een primaire cystitis volgen nogal eens recidieven, de kans op een weefselinvasie is hierbij gering. Een recidief kan een terugval zijn, maar de meest voorkomende oorzaak is een herinfectie. Overweeg profylaxe bij drie of meer urineweginfecties binnen één jaar. Treedt tijdens de profylaxe opnieuw een cystitis op, kies dan een ander antibioticum dan gebruikt als profylacticum.

Geneesmiddelen

antibacteriële middelen, overigeToon kosten

cefalosporinenToon kosten

fluorochinolonenToon kosten

oestrogenenToon kosten

penicillinenToon kosten

sulfonamiden en trimethoprimToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard Urineweginfecties (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 270-80.

Zie ook

cystitis bij risicogroepen ouder dan 12 jaar

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken).

Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over, voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur. Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start eventueel, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine, cotrimoxazol of amoxicilline/clavulaanzuur en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Behandelplan

  1. Start antibioticum

  2. Eerste keus

    Waarschuwing: niet toepassen < 30 dagen voor de bevalling.

  3. Tweede keus

    Bij zwangeren:

    Bij overige risicogroepen:

  4. Pas beleid aan

    Op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon de initiële 'empirische' behandeling voortzetten of aanpassen en daarbij indien nodig of mogelijk kiezen voor een smalspectrum antibioticum.

Achtergrond

Definitie

Een cystitis is een infectie die zich beperkt tot het oppervlak van de blaasmucosa, zonder tekenen van weefselinvasie; bij risicogroepen bestaat de kans op een gecompliceerd beloop met weefselinvasie. Risicogroepen bij cystitis zijn:

  • mannen,
  • zwangeren,
  • patiënten met afwijkingen aan nieren of urinewegen,
  • patiënten met neurologische blaasstoornissen,
  • patiënten met een verblijfskatheter,
  • patiënten met andere aandoeningen met verminderde weerstand, zoals diabetes mellitus.

Symptomen

Klachten van een cystitis bestaan vooral uit een pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen en verder een loze aandrang en frequent plassen. Andere symptomen zijn pijn in buik en onderrug, hematurie en veranderde vaginale afscheiding.

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het verminderen van klachten en het voorkomen van recidieven en weefselinvasie.

Uitgangspunten

Personen met een cystitis die behoren tot een risicogroep, lopen een groter risico op falen van de behandeling of het ontwikkelen van complicaties.

Neem voor het begin van de behandeling urine af voor een kweek en resistentiebepaling. Start voordat de uitslag hiervan bekend is met een antibioticum uit het stappenplan in de daarbij aangegeven kuurduur. Is er sprake van een chronische infectie dan moet deze worden verlengd, bij een chronische cystitis bij mannen naar zes weken. De keuze van het antibioticum is vooral gebaseerd op actuele data over de resistentieontwikkelingen zoals vermeld in de jaarlijkse rapportages van RIVM/SWAB in de NethMap. Op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon kan de initiële 'empirische' behandeling worden voortgezet of aangepast en daarbij indien nodig of mogelijk versmald.

Geneesmiddelen

aminoglycosidenToon kosten

antibacteriële middelen, overigeToon kosten

carbapenemsToon kosten

cefalosporinenToon kosten

fluorochinolonenToon kosten

glycopeptidenToon kosten

penicillinenToon kosten

sulfonamiden en trimethoprimToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard Urineweginfecties (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 270-80.
  2. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. Guidelines for antimicrobial therapy of complicated urinary tract infections in adults. Nijmegen, 2013.
  3. RIVM/SWAB. NethMap 2014 Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands. Bilthoven, 2014.
  4. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie. Urineweginfectie in de zwangerschap versie 2.0. Utrecht, 2011.

Zie ook

urineweginfectie met weefselinvasie (pyelonefritis, acute prostatitis)

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken).

Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over, voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur. Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start eventueel, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine, amoxicilline/clavulaanzuur of cotrimoxazol en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Behandelplan

  1. Start antibioticum

  2. Geef oraal antibioticum

    Eerste keus:

    bij vrouwen gedurende 7 dagen, bij mannen gedurende 14 dagen

    Tweede keus:

    bij vrouwen gedurende 10 dagen, bij mannen gedurende 14 dagen

    Derde keus:

    bij vrouwen gedurende 10 dagen, bij mannen gedurende 14 dagen

    Let op

    Gebruik van fluorchinolonen bij zwangerschap wordt ontraden.

    Toelichting

    De fluorchinolonen ciprofloxacine, levofloxacine en ofloxacine hebben een goede weefselpenetratie en trefkans bij blinde behandeling. In de praktijk wordt ciprofloxacine het frequentst toegepast.

    Met amoxicilline/clavulaanzuur kunnen effectieve weefselspiegels worden bereikt. Dit middel vormt de tweede keus na ciprofloxacine omdat de resistentiecijfers iets minder gunstig zijn.

    Op basis van de resistentiecijfers vormt cotrimoxazol derde keus bij de behandeling van een gecompliceerde urineweginfectie en is het middel een goed alternatief bij overgevoeligheid voor penicillinen.

  3. Geef een intraveneus antibioticum (bij opname in het ziekenhuis)

    Kies één van de volgende opties:

    gedurende 10 -14 dagen

    Bij zwangeren:

    gedurende 10 -14 dagen

    Toelichting

    Een patiënt met het vermoeden van een gecompliceerde urineweginfectie ontvangt in het ziekenhuis aanvankelijk intraveneuze antibiotica, waarna men overgaat op een orale behandeling op basis van klinische omstandigheden.

    Amoxicilline, amoxicilline/clavulaanzuur en cotrimoxazol zijn niet geschikt voor een dergelijke empirische behandeling. Op basis van de resistentiepatronen kiest men voor gebruik van amoxicilline met een aminoglycoside of een cefalosporine, al of niet in combinatie met een aminoglycoside.

    Bij zwangeren gaat de voorkeur uit naar het gebruik van een derde generatie cefalosporine, omdat hierbij geen bijwerkingen op de foetus zijn beschreven.

  4. Pas beleid aan

    Zet op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon de initiële 'empirische' behandeling voort of pas deze aan en kies daarbij indien nodig of mogelijk voor een smalspectrum antibioticum.

Voor de behandeling van urineweginfecties met tekenen van weefselinvasie is een goede weefselpenetratie een vereiste, nitrofurantoïne, fosfomycine (oraal) en norfloxacine zijn daarom voor deze indicatie ongeschikt. Fosfomycine (intraveneus) is wel geregistreerd voor een acute pyelonefritis.

Achtergrond

Definitie

Een pyelonefritis en acute prostatitis zijn urineweginfecties met tekenen van een weefselinvasie; bij een pyelonefritis is de infectie gelokaliseerd in het nierbekken en het nierweefsel en bij een acute prostatitis in de prostaat.

Symptomen

Tekenen van een weefselinvasie zijn koorts, rillingen, algemeen ziek zijn, flank- of perineumpijn en acute (toename van) verwardheid/delier. Koorts is een gebruikelijk symptoom, maar kan vroeg in de ziekte of bij ouderen ontbreken.

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het verminderen van klachten en het voorkomen van recidieven en complicaties van weefselinvasie.

Uitgangspunten

Een pyelonefritis of een acute prostatitis kan ernstig verlopen, een behandeling met antibiotica is daarom noodzakelijk. Het onderscheid tussen beide infecties bij mannen is moeilijk te maken op basis van klinische symptomen zoals flankpijn en perineumpijn. Het onderscheid is niet van belang voor de behandeling.

Neem urine af aan het begin van de behandeling, voor een kweek en resistentiebepaling. Start voordat de uitslag hiervan bekend is met een antibioticum uit het stappenplan. De keuze van het antibioticum is vooral gebaseerd op actuele data over resistentieontwikkeling in huisartsenpraktijk en ziekenhuis, zoals vermeld in de jaarlijkse rapportages van RIVM/SWAB in de NethMap. Op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon kan de initiële 'empirische' behandeling worden voortgezet of aangepast en daarbij indien nodig versmald.

Voor de behandeling is een antibioticum met voldoende weefselpenetratie noodzakelijk. Een kuur met hetzelfde antibioticum is voor mannen en vrouwen respectievelijk veertien en zeven dagen. Bij een chronische prostatitis moet de behandelduur ten minste vier weken zijn.

Geneesmiddelen

aminoglycosidenToon kosten

antibacteriële middelen, overigeToon kosten

carbapenemsToon kosten

cefalosporinenToon kosten

fluorochinolonenToon kosten

glycopeptidenToon kosten

penicillinenToon kosten

sulfonamiden en trimethoprimToon kosten

tetracyclinenToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard Urineweginfecties (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 270-80.
  2. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid. Guidelines for antimicrobial therapy of complicated urinary tract infections in adults. Nijmegen, 2013.
  3. RIVM/SWAB. NethMap 2014 Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands. Bilthoven, 2014.
  4. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie. Urineweginfectie in de zwangerschap versie 2.0. Utrecht, 2011.

Zie ook

urineweginfectie bij kinderen jonger dan 12 jaar

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken).

Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over, voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne, fosfomycine, trimethoprim en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur. Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start eventueel, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine, cotrimoxazol of amoxicilline/clavulaanzuur en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Behandelplan

Cystitis bij kinderen jonger dan 12 jaar

  1. Start een antibioticum

  2. Eerste keus

    Toelichting

    Nitrofurantoïne is eerste keus omdat er nog weinig resistentie van E. coli voor nitrofurantoïne is waargenomen. E. coli is de belangrijkste verwekker van urineweginfecties.

  3. Tweede keus

Urineweginfectie met weefselinvasie bij kinderen jonger dan 12 jaar

  1. Start een antibioticum

  2. Eerste keus

    Toelichting

    Met amoxicilline/clavulaanzuur kunnen voldoende effectieve weefselspiegels worden bereikt.

  3. Tweede keus

    Toelichting

    Met cotrimoxazol kunnen voldoende effectieve weefselspiegels worden bereikt. Op basis van de resistentiecijfers is het middel tweede keus en bij overgevoeligheid voor penicillinen een goed alternatief.

  4. Pas beleid aan

    Op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon de initiële 'empirische' behandeling voortzetten of aanpassen en daarbij indien nodig of mogelijk kiezen voor een smalspectrum antibioticum.

Achtergrond

Definitie

Urineweginfecties bij jonge kinderen kunnen een groter risico geven van een complicatie of het falen van de behandeling; dit geldt ook voor een cystitis die zich beperkt tot het oppervlak van de blaasmucosa, zonder tekenen van weefselinvasie.

Bij jonge kinderen kan de oorzaak een anatomische afwijking zijn, zoals vesico-ureterale reflux (VUR), verdubbelingsanomalieën van de urinewegen, hydronefrose, mega-ureter, en urethrale obstucties. Ongeveer een derde van de kinderen met een cystitis heeft VUR. Bij de meeste kinderen verdwijnt deze VUR spontaan. VUR blijkt familiair voor te komen.

Symptomen

Bij niet-zindelijke kinderen uit een urineweginfectie zich vooral in algemeen ziekzijn, koorts en buikpijn; bij zindelijke kinderen vaker in buikpijn, een pijnlijke of branderige mictie en/of een toegenomen mictiefrequentie.

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het verminderen van de klachten en het voorkomen van recidieven en weefselinvasie of complicaties daarvan.

Uitgangspunten

Bij jonge kinderen is voor de diagnose een positieve kweek vereist. Hiervoor is een niet-gecontamineerd urinemonster nodig. Bij niet-zindelijke kinderen is dit lastig te verkrijgen; de urine wordt bij hen daarom bij voorkeur verzameld door middel van ‘clean catch’, een methode waarbij de middenstroomurine direct wordt opgevangen zonder gebruik te maken van een plaszakje.

Een niet-herkende of niet-behandelde urineweginfectie bij jonge kinderen kan leiden tot een acute klinische verslechtering en op de lange termijn tot nierschade. Belangrijk is om direct met een antibiotische behandeling te beginnen, wanneer een infectie is aangetoond. De meeste kinderen herstellen met de juiste behandeling snel en zonder restverschijnselen.

Stem de keuze van de behandeling af op de verschijnselen, zet bij tekenen van weefselinvasie een andere behandeling in dan bij symptomen die wijzen op een cystitis.

Vaak wordt een cystitis met antibiotica behandeld zonder dat de verwekker en het resistentiepatroon bekend zijn. Voer wel een kweek en resistentiebepaling uit bij een cystitis, als de klachten na een tweede kuur aanhouden. Is sprake van weefselinvasie, neem dan urine en bloed af voor kweek en resistentiebepaling. Start met een antibioticum uit het stappenplan voordat de uitslag hiervan bekend is. De keuze van het antibioticum is vooral gebaseerd op actuele data over resistentieontwikkeling in huisartsenpraktijk en ziekenhuis, zoals vermeld in de jaarlijkse rapportages van RIVM/SWAB in de NethMap. Op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon kan de initiële 'empirische' behandeling worden voortgezet of aangepast en daarbij indien nodig versmald.

Geneesmiddelen

aminoglycosidenToon kosten

antibacteriële middelen, overigeToon kosten

carbapenemsToon kosten

cefalosporinenToon kosten

fluorochinolonenToon kosten

penicillinenToon kosten

sulfonamiden en trimethoprimToon kosten

Literatuur

  1. NHG-Standaard Urineweginfecties (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 270-80.
  2. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Richtlijn urineweginfecties bij kinderen. Utrecht, 2010.

Zie ook

Het Farmacotherapeutisch Kompas gebruikt analytische cookies om het gebruik van de website te analyseren en daarmee de website te kunnen verbeteren.
Lees meer over cookies en hoe u cookies kunt uitschakelen