cystitis bij risicogroepen ouder dan 12 jaar

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken).

Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over, voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne, oraal fosfomycine, trimethoprim en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur. Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start eventueel, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine, cotrimoxazol of amoxicilline/clavulaanzuur en intramuraal met aminoglycosiden en i.v.-cefalosporinen.

Behandelplan

  1. Start antibioticum

  2. Eerste keus

    Waarschuwing: niet toepassen < 30 dagen voor de bevalling.

  3. Tweede keus

    Bij zwangeren:

    Bij overige risicogroepen:

  4. Pas beleid aan

    Zet op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon de initiële 'empirische' behandeling voort of pas deze aan, zo mogelijk naar een antibioticum met een smaller werkingsspectrum.

Achtergrond

Definitie

Een cystitis is een infectie die zich beperkt tot het oppervlak van de blaasmucosa, zonder tekenen van weefselinvasie; bij risicogroepen bestaat de kans op een gecompliceerd beloop met weefselinvasie. Risicogroepen bij cystitis zijn:

  • mannen,
  • zwangeren,
  • patiënten met:
    • afwijkingen aan nieren of urinewegen;
    • neurologische blaasstoornissen;
    • een verblijfskatheter;
    • andere aandoeningen met een verminderde weerstand, zoals diabetes mellitus.

Symptomen

Klachten van een cystitis bestaan vooral uit een pijnlijk of branderig gevoel bij het plassen en verder een loze aandrang en frequent plassen. Andere symptomen zijn pijn in de buik en onderrug, hematurie en veranderde vaginale afscheiding.

Behandeldoel

Doel van de behandeling is het verminderen van klachten en het voorkomen van recidieven en weefselinvasie.

Uitgangspunten

Personen met een cystitis die behoren tot een risicogroep, lopen een groter risico op falen van de behandeling of het ontwikkelen van complicaties; behandeling met een antibioticum is daarom altijd geïndiceerd.

Neem voor het begin van de behandeling altijd urine af voor een kweek en resistentiebepaling. Start voordat de uitslag hiervan bekend is met een antibioticum uit het stappenplan in de daarbij aangegeven behandelduur. Is er sprake van een chronische infectie dan moet de behandelduur worden verlengd, bij een chronische cystitis bij mannen naar zes weken. De keuze van het antibioticum is vooral gebaseerd op actuele data over de resistentieontwikkelingen zoals vermeld in de jaarlijkse rapportages van RIVM/SWAB in de NethMap [3]. Zet op geleide van de uitslag van de kweek en het resistentiepatroon de initiële 'empirische' behandeling voort of pas deze aan, zo mogelijk naar een antibioticum met een smaller werkingsspectrum.

Geneesmiddelen

aminoglycosiden Toon kosten

antibacteriële middelen, overige Toon kosten

carbapenems Toon kosten

cefalosporinen Toon kosten

fluorochinolonen Toon kosten

glycopeptiden Toon kosten

penicillinen Toon kosten

sulfonamiden en trimethoprim Toon kosten

Literatuur

  1. NHG. NHG-Standaard Urineweginfecties (derde herziening). Huisarts Wet 2013; 56: 270–80. Let op: de meest recente richtlijn is nog niet verwerkt in deze tekst; zie hiervoor de NHG-Standaard Urineweginfecties (2020).
  2. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). Guidelines for antimicrobial therapy of complicated urinary tract infections in adults. Nijmegen, 2013. Let op: de meest recente richtlijn is nog niet verwerkt in deze tekst; zie hiervoor de SWAB-richtlijn Urineweginfecties / 2020.
  3. RIVM/SWAB. NethMap/Maran 2020. Consumption of antimicrobial agents and antimicrobial resistance among medically important bacteria in the Netherlands. Bilthoven, 2020.
  4. Nederlandse Vereniging voor Obstetrie & Gynaecologie. Urineweginfectie in de zwangerschap versie 2.0. Utrecht, 2011.

Vergelijken

Zie ook

Geneesmiddelgroep