nitrofurantoïne

Samenstelling

Furabid Mercury Pharmaceuticals Ltd

Toedieningsvorm
Capsule met gereguleerde afgifte
Sterkte
100 mg

25 mg macrokristallijn, 75 mg als monohydraat.

Furadantine mc Mercury Pharmaceuticals Ltd

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
50 mg, 100 mg

Nitrofurantoïne mc Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
50 mg, 100 mg

Nitrofurantoïne suspensie LNA Formularium der Nederlandse Apothekers

Toedieningsvorm
Suspensie
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat tevens: saccharose (229 mg/ml)

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

nitrofurantoïne vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De farmacotherapie van acute urineweginfectie is gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken). Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over; voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne (1e keus), oraal fosfomycine (2e keus), trimethoprim (3e keus) en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur (dan 2e keus). Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie (nitrofurantoïne is hierdoor ongeschikt bij deze indicatie). Start, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine (1e keus), amoxicilline/clavulaanzuur (2e keus) of cotrimoxazol (3e keus) en intramuraal met aminoglycosiden en i.v. cefalosporinen. Voor meer informatie zie urineweginfecties.

Indicaties

  • Acute lage urineweginfectie, veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor nitrofurantoïne;
  • Kortdurende profylaxe bij transurethrale ingrepen (katheterisatie, cystoscopie) of na operatieve ingrepen aan de urinewegen;
  • Langdurige behandeling van lage urineweginfecties tot 6 maanden (soms langer); alleen als er geen geschikt alternatief is.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Acute lage urineweginfecties:

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

Volgens de NHG-Standaard Urineweginfecties (2013): gewone capsule, suspensie: 50 mg 4×/dag óf capsule met gereguleerde afgifte: 100 mg iedere 12 uur. Behandelduur: bij gezonde niet-zwangere vrouwen 5 dagen, bij zwangere vrouwen (niet binnen 30 dagen rond de uitgerekende datum of bevalling) 7 dagen, bij mannen of patiënten met diabetes mellitus, een verminderde weerstand of afwijkingen aan nieren of urinewegen (incl. aanwezigheid van een verblijfskatheter en bij neurologische blaasstoornissen) 7 dagen. De effectiviteit van een driedaagse kuur (met 100 mg 4×/dag) is onvoldoende aangetoond (want meer kans op therapiefalen).

Kinderen vanaf 1 maand tot 12 jaar:

Volgens de NHG-Standaard Urineweginfecties (2013): suspensie: 5–6 mg/kg lichaamsgewicht/dag verdeeld over 4 doses, max. 200 mg/dag. Behandelduur: 5 dagen.

Kortdurende profylaxe bij ingrepen:

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

50 mg 4×/dag op de dag van de ingreep en gedurende 3 dagen erna.

Langdurige behandeling van lage urineweginfecties (continue profylaxe):

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

Continue profylaxe: volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): gewone capsule, suspensie: 50–100 mg/dag voor het slapen gaan. Behandelduur is tot 6–12 maanden, waarbij de baten moeten worden afgewogen tegen het risico van ernstige complicaties. Postcoïtum profylaxe bij seksueel actieve vrouwen: volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): gewone capsules, suspensie: 50–100 mg binnen 2 uur na iedere coïtus, max. 1×/dag. Behandeling staken na 6–12 maanden.

Toedieningsinformatie: innemen tijdens of vlak na de maaltijd, of met melk of yoghurt om de biologische beschikbaarheid en de gastro–intestinale tolerantie te optimaliseren. De suspensie schudden voor gebruik.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): superinfectie door schimmel of resistente bacteriën (bv. Pseudomonas) in het urogenitale stelsel. Benigne intracraniële hypertensie. (Kortdurende) alopecia.

Zelden (0,01–0,1%): collaps, cyanose. Cholestatische icterus (bij kortdurende behandeling), chronische actieve hepatitis (bij langdurige behandeling; soms met necrose). Misselijkheid, anorexie. Exfoliatieve dermatitis, erythema multiforme, Stevens–Johnsonsyndroom. Anemie (incl. hemolytische, megaloblastaire of aplastische anemie), leukopenie, agranulocytose, trombocytopenie, eosinofilie.

Verder zijn gemeld: angio–oedeem, anafylactische reactie, lupusachtig syndroom (incl. longreacties). Cutane vasculitis. Interstitiële nefritis. Auto-immuunhepatitis. Pancreatitis. Longreacties (acuut: met koorts, koude rillingen, pijn op de borst, dyspneu, hoest, longinfiltratie met consolidatie of pleurale effusie, en eosinofilie; subacuut: met koorts en eosinofilie; chronisch: met koorts, koude rillingen, hoest en dyspneu). Perifere (poly)neuropathie (sensorisch en/of motorisch, soms irreversibel), optische neuritis, nystagmus, duizeligheid. Depressie, euforie, verwardheid, psychotische reacties, hoofdpijn en slaperigheid. Asthenie, gewrichtspijn. Braken, buikpijn, diarree, sialo–adenitis. Huiduitslag (erythemateus, maculopapuleus), urticaria.

Interacties

Fluorchinolonen en nitrofurantoïne kunnen mogelijk elkaars werking verminderen; combinatie wordt niet aanbevolen.

Het orale buiktyfusvaccin kan onwerkzaam worden.

Alkaliserende middelen (toename pH van de urine) verminderen de werkzaamheid van nitrofurantoïne.

Gelijktijdige toediening van magnesiumtrisilicaat vermindert de resorptie van nitrofurantoïne.

Zwangerschap

Nitrofurantoïne passeert in geringe hoeveelheden de placenta.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Bij toediening rond de periode van de bevalling is er vanwege de nog onrijpe erytrocyt-enzymsystemen het risico van hemolytische anemie bij het kind, vooral bij G6PD-deficiëntie.
Advies: Kan worden gebruikt, behalve in de periode kort (= 30 dagen) vóór de uitgerekende datum tot na de bevalling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: De hoeveelheid in de moedermelk is zó gering, dat het onwaarschijnlijk is dat deze hoeveelheid een hemolytische anemie kan veroorzaken, zelfs bij een G6PD-deficiënte zuigeling.
Advies: Kan worden gebruikt. Hoewel het onwaarschijnlijk is dat de hoeveelheid nitrofurantoïne in de moedermelk een hemolytische anemie kan veroorzaken, is toch het advies om hier alert op te zijn in de eerste maand post partum, en vooral bij prematuren en bij G6PD-deficiënte zuigelingen.

Contra-indicaties

  • nierfunctiestoornis (creatinineklaring < 30 ml/min of een verhoogde serumcreatininewaarde);
  • long- of leverreactie dan wel perifere neuropathie in de anamnese/voorgeschiedenis na eerder gebruik van nitrofurantoïne of andere nitrofuranen;
  • overgevoeligheid voor nitrofuranen;
  • acute porfyrie;
  • G6PD-deficiëntie;
  • pasgeborenen (< 3 mnd.) lopen vanwege nog onrijpe erytrocyt-enzymsystemen het risico van hemolytische anemie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Tijdens de behandeling kunnen zich levensbedreigende long– en levercomplicaties voordoen. Aangezien reeds bestaande aandoeningen deze bijwerkingen kunnen maskeren nitrofurantoïne voorzichtig gebruiken bij bestaande longziekten, leverfunctiestoornissen en allergische aanleg. Vooral bij langdurige behandeling nauwgezet controleren op bijwerkingen op de longen, lever (controleer op tekenen van hepatitis), het bloed (m.n. hemolyse) en perifere zenuwstelsel; bij eerste tekenen hiervan de behandeling onmiddellijk staken. Acute longreacties treden meestal op binnen de eerste week van de behandeling en zijn reversibel. Chronische longreacties gaan soms gepaard met veranderingen in het ECG; de longfunctie kan permanente schade oplopen, zelfs na staken van de behandeling. Vooral bij ouderen kunnen chronische pulmonale reacties (zoals longfibrose en diffuse interstitiële pneumonitis) zich sluipend ontwikkelen.

Wees voorzichtig bij bestaande neurologische aandoeningen. Er is meer kans op neuropathie bij ouderen, en bij aandoeningen zoals een gestoorde nierfunctie, diabetes mellitus, anemie, alcoholisme, verstoringen in de elektrolytenbalans, vitamine B-deficiëntie (vooral folaatdeficiëntie) en aandoeningen die de voorraad vitamine B uitputten.

Nitrofurantoïne kan de urine geel of bruin verkleuren.

De bepaling van glucose in de urine (op koperbasis, zoals Benedict-suikerreactie en Clinitest) kan worden verstoord.

Eigenschappen

Nitrofurantoïne behoort tot de nitrofuranen. Het wordt in de bacteriële cel gereduceerd tot reactieve tussenproducten. Deze remmen enzymen die een rol spelen in het energiemetabolisme van de bacterie zoals de Krebs-cyclus. Hierdoor onderbreken ze de energieaanvoer die nodig is voor normale groei en instandhouding van de bacterie. Ook binden tussenproducten zich op diverse plaatsen van de ribosomen, wat leidt tot een verstoring van de bacteriële eiwitsynthese. Therapeutisch actieve concentraties worden alleen bereikt in de urine; de meeste activiteit is in zure urine; bij een pH van > 8 gaat het grootste deel van de antibacteriële activiteit verloren. Het antibacterieel spectrum omvat het merendeel van de urinewegpathogenen.

Doorgaans gevoelig zijn: Escherichia coli, Staphylococcus saprophyticus, Staphylococcus aureus, Staphylococcus epidermidis en Enterococcus faecalis.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Citrobacter spp., Enterobacter spp., Klebsiella spp. en Raoultella spp.

Doorgaans ongevoelig zijn: Morganella spp.

Inherent resistent zijn: Proteus spp., Serratia spp. en Pseudomonas spp.

Het in de capsule met gereguleerde afgifte aanwezige nitrofurantoïnemonohydraat vormt bij blootstelling aan maag- en darmsappen een gel, waaruit het actieve bestanddeel geleidelijk vrijkomt.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed in het bovenste gedeelte van de dunne darm; voedsel en melk vergroten de biologische beschikbaarheid.
T maxin urine ca. 4 uur; in plasma geen antimicrobiële concentraties.
Metaboliseringca. 60% van de dosis, voornamelijk via enzymatische weg, tot onwerkzame aminofuranen (deze kunnen de urine bruin verkleuren).
Eliminatievia de nieren, ca. 25% onveranderd.
T 1/2ca. 60 min.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

nitrofurantoïne hoort bij de groep antibacteriële middelen, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links