Samenstelling

Clindamycine capsule (als hydrochloride) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
150 mg, 300 mg, 600 mg

Clindamycine infuus/injectie (als fosfaat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
150 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 2 ml, ampul 4 ml

Conserveermiddel: benzylalcohol.

Dalacin C capsule, orale suspensie (als hydrochloride) Pfizer bv

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
300 mg

Dalacin C capsule, orale suspensie (als palmitaathydrochloride) Pfizer bv

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie
Sterkte
15 mg/ml
Verpakkingsvorm
80 ml

Conserveermiddel: ethylparahydroxybenzoaat. Bevat tevens: saccharose 380 mg/ml.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor een community-acquired pneumonie (CAP) komt clindamycine pas als behandeling in aanmerking op basis van onderzoek naar de aard en de gevoeligheid van de verwekker; dit onderzoek is noodzakelijk bij onvoldoende effect van de middelen die geadviseerd worden voor de initiële empirische behandeling. Bij nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een smalspectrum penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur.

Kijk in acute rinosinusitis voor de behandeling van een sinusitis.

Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij (recidiverende) cellulitis en erysipelas, wondinfecties en bij een niet genezend furunkel is clindamycine (ook) een alternatief bij penicilline-allergie.

Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline de voorkeur; bij kinderen < 13 jaar is clindamycine een alternatief bij penicilline-allergie.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Offlabel: Bij het bestrijden van malaria staat voorkómen van muggenbeten en primaire profylaxe voorop. De keuze van de profylactische behandeling wordt bepaald door de reisbestemming, karakteristieken van de persoon en de duur van het verblijf. De GGD's en gespecialiseerde centra beschikken over de meest recente gegevens van resistentie in malariagebieden en meest recente richtlijnen voor malariaprofylaxe. In sommige gevallen kan het gewenst zijn een noodbehandeling mee te nemen. De behandeling van malaria wordt bepaald door de ernst van de ziekte en gebeurt in overleg met een gespecialiseerd centrum. In combinatie met kinine kán clindamycine hierbij ingezet worden voor de behandeling van een minder ernstige malaria tropica (ongecompliceerde Plasmodium falciparum-infectie); bij zwangeren in het 1e trimester heeft deze combinatie de voorkeur.

Indicaties

(Ernstige) infecties (uitgezonderd cerebrospinale) veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor clindamycine; bij aerobe infecties alleen indien andere minder toxische middelen ongeschikt zijn.

  • Infecties van de onderste luchtwegen (zoals pneumonie, longabces, aspiratiepneumonie, necrotiserende pneumonie en empyeem en bij polybacteriële infecties in combinatie met een antibioticum met een goede werking tegen mogelijk aanwezige Gram–negatieve bacteriën);
  • Infecties van de huid en weke delen (zoals bij een dierenbeet, of als zelfbehandeling bij recidiverende cellulitis);
  • Infecties in het kleine bekken en van de vrouwelijke geslachtsorganen (zoals PID, endometritis, perivaginale infecties, abcessen in de eileiders of eierstokken, salpingitis, cellulitis van het bekken) in combinatie met een antibioticum met een goede werking tegen Gram–negatieve bacteriën;
  • Bot- en gewrichtsinfecties (zoals osteomyelitis en septische artritis);
  • Intra-abdominale infecties (zoals buikabces, peritonitis) in combinatie met een antibioticum met een goede werking tegen Gram–negatieve bacteriën;
  • Chronische sinusitis veroorzaakt door anaerobe bacteriën, tonsillitis;
  • Offlabel: behandeling van niet-ernstige malaria tropica.

Gerelateerde informatie

Dosering

Let op!: β-Hemolytische streptokokkeninfecties ten minste 10 dagen behandelen om het vóórkomen van polyarthritis rheumatica en glomerulonefritis te beperken.

Klap alles open Klap alles dicht

Intra-abdominale infecties, infecties van het kleine bekken bij de vrouw en andere ernstige infecties:

Volwassenen:

Oraal: 150–450 mg iedere 6 uur.

I.m. of i.v.: 1800–2700 mg per dag verdeeld over 2–4 gelijke doses. Bij minder gecompliceerde infecties door meer gevoelige micro-organismen kan 1200–1800 mg per dag verdeeld over 3–4 gelijke doses voldoende zijn. Bij zeer ernstige intra–abdominale infecties mag de i.v.-dosering tot 4,8 g per dag worden verhoogd. NB. i.m. toediening van meer dan 600 mg/keer is af te raden.

Infectie van het kleine bekken (salpingitis):

Volwassenen:

I.v. volgens de fabrikant: 900 mg iedere 8 uur gecombineerd bij een normale nierfunctie met bijvoorbeeld gentamicine (i.v. 2 mg/kg, gevolgd door 1,5 mg/kg iedere 8 uur) gedurende ten minste 4 dagen. Indien klinische verbetering optreedt deze therapie nog 2 dagen voortzetten, gevolgd door oraal 1800 mg clindamycine per dag, verdeeld over meerdere giften, tot een totale behandelduur van 10–14 dagen.

Infecties algemeen (kinderdosering)

Kinderen > 1 maand:

Oraal: 8–25 mg/kg lichaamsgewicht per dag verdeeld over 3–4 gelijke doses. Bij gebruik van de orale suspensie is dit: tot 10 kg lichaamsgewicht 1½–3 maatlepels (= 7,5–15 ml) per dag, 10–20 kg 3–6 maatlepels (=15–30 ml) per dag, en 20–30 kg 4–8 maatlepels (=20–40 ml) per dag. Eén maatlepel (5 ml) bevat 75 mg clindamycine.

I.v. of i.m.: 20–40 mg/kg lichaamsgewicht per dag verdeeld over 3–4 gelijke doses.

Offlabel: Behandeling van niet-ernstige malaria tropica:

Volwassenen (incl. zwangeren in het 1e trimester):

Volgens de SWAB-richtlijn malaria tropica: is er sprake van een niet ernstige malaria tropica bij asexuele P. falciparum-parasieten in het bloed met een parasitemie-index (aantal geïnfecteerde rode cellen) < 2% en geen delingsvormen in het bloed. Daarnaast zijn er geen complicaties en is er sprake van een niet-brakende patiënt. Clindamycine 10 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag, in combinatie met kinine#doseringen. Behandelduur: gedurende 7 dagen.

Kinderen vanaf 1 maand tot < 8 jaar:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: In combinatie met kinine: oraal 16 mg/kg lichaamsgewicht/dag in 3–4 doses. De behandelduur is volgens SWAB 7 dagen.

Bij ouderen is geen dosisaanpassing vereist op basis van leeftijd alleen.

Bij sterk verminderde nier– of leverfunctie: de fabrikant raadt aan de serumconcentratie van clindamycine te controleren, en afhankelijk van de resultaten een dosisverlaging door te voeren en/of een langere periode tussen de doses aan te houden. Bepaling van de clindamycinespiegel is in Nederland echter niet gebruikelijk (maar in bv. UMC Groningen wel mogelijk). Volgens diverse bronnen (waaronder de SWAB-richtlijn) is het ook niet nodig de dosis aan te passen bij nierfunctiestoornissen. Het Kinderformularium van het NKFK heeft bij een creatinineklaring < 10 ml/min geen algemeen advies.

Toedieningsinformatie: voor i.m. toediening de injectievloeistof onverdund gebruiken. Vanwege de lokale bijwerkingen is een i.m. toediening van > 600 mg in één dosis af te raden.

Voor i.v. toediening de injectievloeistof verdunnen tot een infusievloeistof; de uiteindelijke concentratie mag max. 12 mg/ml bedragen. Afhankelijk van de toe te dienen dosis het infuus gedurende ten minste 10–40 min ingeven (max. 30 mg/min). I.v.-infusie van meer dan 1200 mg in 1 uur is af te raden; als alternatief kan een snellopend infuus van de eerste dosis, gevolgd door een continu i.v. infuus worden toegediend.

Om irritatie van de slokdarm te voorkómen de capsules in staande of zittende houding in hun geheel innemen met een glas water.

Bijwerkingen

Vaak (1–10%): ontsteking van het mondslijmvlies, , oesofagitis, maagpijn, buikpijn, diarree, pseudomembraneuze enterocolitis. Maculopapuleuze huiduitslag. Eosinofilie. Stijging transaminasen in serum. Reacties op de injectieplaats: na i.v. toediening trombo-flebitis en pijn, na i.m.-toediening o.a. irritatie, pijn, verhardingen en steriele abcessen.

Soms (0,1–1%): smaakstoornis, misselijkheid, braken. Trombocytopenie, leukopenie, neutropenie, granulocytopenie. Morbilliform exantheem, jeuk, urticaria, erythema multiforme. Neuromusculair blokkerend effect.

Zelden (0,01–0,1%): na snelle i.v.-toediening hypotensie en cardiopulmonale stilstand. Angio–oedeem, zwelling van de gewrichten. Afschilferende en bulleuze huidontsteking, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), geneeesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom), Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Geneesmiddelenkoorts. Vaginitis.

Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische shock. Polyartritis. Cholestatische hepatitis.

Verder zijn gemeld: reukstoornis, hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid.

Interacties

Antagonisme in vitro werd waargenomen tussen clindamycine en erytromycine; de combinatie is gecontra–indiceerd.

Clindamycine heeft neuromusculair blokkerende eigenschappen zodat de werkzaamheid van spierverslappers kan worden versterkt; hierdoor kunnen onverwachte, levensbedreigende situaties optreden tijdens een operatieve ingreep.

Bij combinatie met vitamine K-antagonisten kan er een verhoogde bloedingsneiging zijn; regelmatig stollingsparameters controleren.

Het metabolisme van clindamycine wordt geremd door HIV-proteaseremmers.

Bij gastro-intestinale aandoeningen (m.n. colitis) in de voorgeschiedenis, het gelijktijdig gebruik van clindamycine met middelen die de darmperistaltiek remmen (zoals parasympathicolytica en opiaten) vermijden, vanwege de toegenomen kans op pseudomembraneuze colitis.

Zwangerschap

Clindamycine passeert de placenta. In het foetale bloed wordt 30-40% van de maternale serumspiegel bereikt.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Een onderzoek met zwangere vrouwen, waarbij ca. 650 neonaten in het 1e trimester van de zwangerschap zijn blootgesteld aan clindamycine, wees niet op een verhoogd aantal misvormingen. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Injectievloeistof: omdat benzylalcohol de placenta kan passeren moet rekening worden gehouden met de mogelijke toxiciteit ervan voor prematuren na toediening vlak vóór of tijdens een bevalling of sectio caesarea. Bij de pasgeborene (met een geboortegewicht < 2,5 kg) kan door benzylalcohol het 'gasping syndrome' optreden met o.a. metabole acidose, 'respiratory distress syndrome' en nierinsufficiëntie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in kleine hoeveelheden.
Farmacologisch effect: Sensibilisatie, diarree en schimmelkolonisatie van de slijmvliezen bij de zuigeling zijn mogelijk.
Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor lincomycinen;
  • injectievloeistof: tevens bij prematuren (vanwege de benzylalcohol).

Zie ook de rubriek Interacties.

Waarschuwingen en voorzorgen

Niet gebruiken bij de behandeling van meningitis vanwege de geringe diffusie in de cerebrospinale vloeistof.

Er bestaat een gedeeltelijke kruisresistentie tussen clindamycine en macroliden.

Overgevoeligheid: In individuele gevallen is anafylaxie waargenomen bij personen met een reeds bestaande allergie voor penicillinen. Ernstige overgevoeligheidsreacties, waaronder ernstige huidreacties met systemische symptomen zijn gemeld. Indien een overgevoeligheidsreactie of ernstige huidreactie optreedt de behandeling staken. Benzylalcohol (injectie-/infusievloeistof) kan toxische en anafylactische reacties veroorzaken bij kinderen tot 3 jaar; prematuren en zuigelingen hebben meer kans om toxiciteit te ontwikkelen zoals het 'gasping syndrome' (symptomen van metabole acidose, gevolgd door epileptische aanvallen, agonale ademhaling, hypotensie, bradycardie en uiteindelijk cardiovasculair collaps en overlijden).

Voorzichtig bij:

  • gastro-intestinale aandoeningen in de voorgeschiedenis (m.n. colitis);
  • nier- en/of leverfunctiestoornissen (in het bijzonder gepaard gaande met ernstige metabole afwijkingen);
  • een verstoorde neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis, M. Parkinson);
  • allergische aandoeningen zoals een atopische ziekte.

De lever- en nierfunctie en het bloedbeeld regelmatig controleren bij langdurig gebruik (> 3 weken) en bij kinderen jonger dan één jaar.

Bij ernstige of aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Deze colitis kan tot 2 à 3 weken na de therapie ontstaan en kan vooral bij ouderen en verzwakte patiënten ernstig verlopen.

Eigenschappen

Clindamycine, een semisynthetisch derivaat van lincomycine, kan bacteriostatisch of bactericide werken, afhankelijk van de bereikte concentratie ter plaatse van de infectie en van de gevoeligheid van het micro-organisme. Voornamelijk bacteriostatische werking tegen Gram-positieve aerobe en een groot aantal anaerobe bacteriën. Clindamycine bindt aan de 50S-subunit van het bacteriële ribosoom en remt daarmee de vroege fase van de bacteriële eiwitsynthese. Tussen clindamycine en macroliden bestaat gedeeltelijke kruisresistentie.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Actinomyces israelii, Staphylococcus aureus (meticilline–gevoelige stammen; MSSA), Streptococcus pneumoniae (uitsluitend de penicilline–gevoelige stammen), Streptococcus pyogenes, Streptococcus agalactiae, Bacillus spp. (waaronder Bacillus anthracis), Bacteroides spp. (uitgezonderd Bacteroides fragilis), Fusobacterium spp., Prevotella spp., Porphyromonas spp., Propionibacterium acnes, Veillonella spp., Chlamydia trachomatis, Chlamydophyla pneumoniae, Gardnerella vaginalis en Mycoplasma hominis.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: coagulase–negatieve stafylokokken (uitgezonderd meticilline–resistente stammen), Staphylococcus aureus (meticilline–resistente stammen; MRSA), Streptococcus pneumoniae (uitgezonderd penicilline–gevoelige stammen), Moraxella catarrhalis, Bacteroides fragilis, Clostridium perfringens en Peptostreptococcus spp.

Ongevoelig zijn: coagulase–negatieve stafylokokken (meticilline–resistente stammen), Enterococcus faecalis, Enterococcus faecium, Listeria monocytogenes, Escherichia coli, Haemophilus influenzae, Klebsiella spp., Neisseria gonorrhoeae, Neisseria meningitides, Pseudomonas aeruginosa, Clostridium difficile, Mycoplasma pneumoniae en Ureaplasma urealyticum.

Kinetische gegevens

Resorptieoraal: snel en vrijwel volledig (90%).
T maxoraal: 45–60 min, i.m.: 1–4 uur.
V dca. 1,1 l/kg
OverigDringt makkelijk door in de meeste lichaamsvloeistoffen en weefsels. In botweefsel wordt ca. 40% van de serumspiegel bereikt, in het synoviaal vocht 50%, in het sputum 30–75%, in peritoneaalvocht 50%, in pus 30%, in de pleurale vloeistof 50–90%. Clindamycine dringt echter niet adequaat door in de liquor cerebrospinalis, ook niet in geval van meningitis.
Eiwitbindingconcentratie-afhankelijk; van 40–94%.
Metaboliseringvnl. in de lever, in relatief sterke mate, tot o.a. werkzame metabolieten.
Eliminatievooral via gal en feces, 10–20% met de urine en ca. 4% met de feces als actieve stof of werkzame metabolieten; het overige als niet-actieve metabolieten. Clindamycine wordt niet effectief door hemodialyse of door peritoneale dialyse verwijderd.
T 1/21½–3½ uur. Langer bij nierinsufficiëntie of matig tot ernstige leverinsufficiëntie.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

clindamycine (systemisch) hoort bij de groep antibacteriële middelen, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook