levofloxacine (systemisch)

Samenstelling

Levofloxacine infusievloeistof (als hemihydraat) XGVS Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml

Levofloxacine tablet (als hemihydraat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet, omhuld
Sterkte
250 mg, 500 mg

Tavanic (als hemihydraat) XGVS Sanofi SA

Toedieningsvorm
Infusievloeistof
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
flacon 100 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

levofloxacine (systemisch) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij een bacteriële community-acquired pneumonie (CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I-II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur; als er echter een vermoeden is dat Legionella de veroorzaker is, is levofloxacine het middel van voorkeur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse: III-IV) is intraveneuze toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen; bij overgevoeligheid hiervoor is levofloxacine één van de alternatieven van voorkeur. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) die op een normale afdeling wordt behandeld is monotherapie met een i.v. cefalosporine (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim) aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) die op een intensivecare-afdeling wordt behandeld is monotherapie met i.v. moxifloxacine dan wel i.v. combinatietherapie van antibiotica aangewezen (ciprofloxacine met ofwel cefotaxim of ceftriaxon of cefuroxim). Moxifloxacine heeft als fluorchinolon de voorkeur boven levofloxacine in verband met betere effectiviteit bij pneumokokken, gunstige farmacodynamische eigenschappen en goede weefselpenetratie. Indien bekend is of vermoed wordt dat Legionella de verwekker is, heeft levofloxacine wél de voorkeur. Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

De behandeling van een latente tuberculose-infectie (LTBI) en de preventieve behandeling van personen die nauw contact hebben gehad met een open–longtuberculosepatiënt, maar bij wie geen infectie is aangetoond (primaire profylaxe), bestaat uit isoniazide, rifampicine of combinatietherapie. De standaardbehandeling van actieve tuberculose bestaat uit een behandelschema van minimaal 6 maanden met isoniazide, rifampicine, pyrazinamide en ethambutol. Laat ethambutol achterwege als, of zodra bekend is dat het om een goed gevoelige M. tuberculosis gaat. Levofloxacine in voldoende hoge dosis wordt aanbevolen als onderdeel van een behandelschema bij rifampicine-resistente of multidrug-resistente (MDR-)tuberculose bij volwassenen en kinderen. Het starten van levofloxacine bij tuberculose is voorbehouden aan een tuberculosedeskundige.

Levofloxacine komt pas voor behandeling van bacteriële huidinfecties, een sinusitis of urineweginfecties in aanmerking op basis van onderzoek naar de aard en de gevoeligheid van de verwekker; dit onderzoek is noodzakelijk bij onvoldoende effect van de middelen die geadviseerd worden voor de initiële empirische behandeling (zie bacteriële huidinfecties, acute rinosinusitis of urineweginfecties).

De medicamenteuze behandeling van soa's is afhankelijk van het type verwekker en het resistentiepatroon. Maak de keuze voor een middel daarom op geleide van de diagnose. Geef voorlichting over veilig vrijen en partnerwaarschuwing. Eerste keus bij urogenitale en/of cervicale chlamydia-infectie is azitromycine. Tweede keus is doxycycline. Bij contra-indicaties komen amoxicilline, levofloxacine of ofloxacine in aanmerking. Bij rectale infectie is doxycycline eerste keus.

Indicaties

Behandeling van:

  • luchtweginfecties (acute bacteriële sinusitis, acute bacteriële exacerbatie van chronische bronchitis, pneumonie verkregen buiten het ziekenhuis (CAP));
  • gecompliceerde urineweginfectie (incl. pyelonefritis), chronische bacteriële prostatitis, ongecompliceerde cystitis);
  • infecties van huid en weke delen veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor levofloxacine;
  • offlabel: bij cervicale en/of urethrale infecties veroorzaakt door Chlamydia trachomatis.

Profylaxe en curatieve behandeling van:

  • inhalatie-anthrax na blootstelling.

Bij een ongecompliceerde cystitis of acute exacerbatie van chronische bronchitis mag levofloxacine uitsluitend worden gebruikt, indien andere antibiotica die doorgaans worden aanbevolen ongeschikt zijn of niet effectief zijn gebleken.

Gerelateerde informatie

Dosering

De orale dosis is gelijk aan de intraveneuze dosis.

De toedieningswijze en -frequentie worden bepaald door de ernst van de infectie, de toestand van de patiënt en de gevoeligheid van het betreffende micro-organisme.

Klap alles open Klap alles dicht

Acute sinusitis:

Volwassenen:

500 mg 1×/dag gedurende 10–14 dagen.

Acute exacerbatie van chronische bronchitis:

Volwassenen:

500 mg 1×/dag gedurende 7–10 dagen.

Pneumonie verkregen buiten het ziekenhuis (CAP):

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: 500 mg 1–2×/dag gedurende 7–14 dagen.

Volgens de SWAB-richtlijn CAP (2016, pdf 1 MB, p. 50): een Legionella-infectie bij een goede respons gedurende 7–10 dagen behandelen (dosis = 500 mg 2×/dag), bij immuungecompromitteerde patiënten wordt in dit geval een behandelduur van 21 dagen aangeraden.

Voor een pneumonie veroorzaakt door Coxiella burneti (Q-koorts) zie het SWAB-advies Q-koorts.

Multidrugresistente tuberculose (MDR-tbc)

Volwassenen en kinderen:

Pro memori; dosering volgt. Zie in de tussentijd de WHO-richtlijn MDR-tbc.

Gecompliceerde urineweginfecties (incl. pyelonefritis):

Volwassenen:

500 mg 1×/dag gedurende 7–14 dagen.

Ongecompliceerde urineweginfecties:

Volwassenen:

250 mg 1×/dag gedurende 3 dagen.

Chronische prostatitis:

Volwassenen:

500 mg 1×/dag gedurende 28 dagen.

Gecompliceerde infectie van huid en weke delen:

Volwassenen:

500 mg 1–2×/dag gedurende 7–14 dagen.

Offlabel: Cervicale en/of urethrale infecties veroorzaakt door Chlamydia trachomatis:

Volwassenen:

Volgens de multidisciplinaire richtlijn Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (2018, pdf 2,3 MB, p. 75) oraal: 500 mg 1×/dag gedurende 7 dagen.

Inhalatie-anthrax:

Volwassenen:

500 mg 1×/dag gedurende 8 weken.

Verminderde nierfunctie: creatinineklaring 20–50 ml/min: bij een gebruikelijke dosis van 250 mg/dag, eenmaal 250 mg gevolgd door 125 mg 1×/dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 1×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 250 mg 1×/dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 2×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 250 mg 2×/dag. Creatinineklaring 10–19 ml/min: bij een gebruikelijke dosis van 250 mg/dag, eenmaal 250 mg gevolgd door 125 mg om de dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 1×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 125 mg 1×/dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 2×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 125 mg 2×/dag. Bij een creatinineklaring < 10 ml/min (incl. hemodialyse en CAPD): bij een gebruikelijke dosis van 250 mg/dag, eenmaal 250 mg gevolgd door 125 mg om de dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 1×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 125 mg 1×/dag; bij een gebruikelijke dosis van 500 mg 2×/dag, eenmaal 500 mg gevolgd door 125 mg 1×/dag.

Verminderde leverfunctie: geen dosisaanpassing nodig gezien levofloxacine niet in relevante mate door de lever wordt gemetaboliseerd en vnl. renaal wordt uitgescheiden.

Toedieningsinformatie: de infusievloeistof langzaam i.v. toedienen, inlooptijd ten minste 30 minuten voor een dosis van 250 mg of 60 minuten voor een dosis van 500 mg. Bij initiële i.v.-behandeling na enkele dagen, afhankelijk van de conditie van de patiënt, overstappen op orale toediening met gelijkblijvende dosering. De tablet zonder kauwen innemen met voldoende vloeistof. De tablet mag wel gehalveerd worden op de breukstreep om de dosis aan te passen.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree. Duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid. Stijging van leverenzymwaarden. Bij de injectievloeistof tevens: reacties op de injectieplaats, flebitis.

Soms (0,1-1%): superinfectie met schimmels. Dyspneu. Anorexia, dyspepsie, flatulentie, obstipatie, buikpijn. Angst, verwardheid, nervositeit. Slaperigheid, tremor, dysgeusie. Vertigo. Asthenie. Artralgie, myalgie. Jeuk, huiduitslag, urticaria, hyperhidrose. Eosinofilie, leukopenie, stijging van serumcreatinine en bilirubine in bloed.

Zelden (0,01-0,1%): hypotensie, tachycardie, palpitaties. Overgevoeligheid, angio-oedeem. Acuut nierfalen. Paresthesieën, convulsies. Depressie, psychotische reacties, agitatie, abnormale dromen, nachtmerries. Visusstoornissen zoals wazig zien. Oorsuizen. Peesaandoeningen incl. tendinitis. Spierzwakte. Koorts. Neutropenie, trombocytopenie. Hypoglykemie (vooral bij diabetes mellitus).

Verder zijn gemeld: ventriculaire aritmieën, verlenging QT-interval, 'torsade de pointes'. Anafylactische of anafylactoïde shock. Bronchospasme, allergische pneumonitis. Pancreatitis. Icterus en ernstige leverbeschadiging (incl. acuut leverfalen, vooral bij ernstige onderliggende ziekten), hepatitis. Sensorische/sensomotorische perifere neuropathie, Parosmie (incl. anosmie), ageusie, syncope, benigne intracraniële hypertensie, extrapiramidale stoornis. Tijdelijk visusverlies, uveïtis. Verminderd gehoor. Gedrag waarbij de patiënt zichzelf in gevaar brengt, inclusief suïcidale neigingen of handelingen. Toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom, erythema multiforme, leukoclastische vasculitis, fotosensibilisatie, stomatitis. Bloederige diarree die uiterst zelden kan duiden op enterocolitis, incl. pseudomembraneuze colitis. Peesruptuur, ligamentruptuur, spierruptuur, rabdomyolyse, artritis, pijn in rug, borst en ledematen. Hemolytische anemie, agranulocytose, pancytopenie. Hypoglykemisch coma, hyperglykemie. In verschillende studies is meer kans op aorta-aneurysma en -dissectie waargenomen na behandeling met fluorchinolonen.

In sommige gevallen kunnen bepaalde bijwerkingen op de spieren en het zenuwstelsel ernstig, invaliderend en langdurig (maanden tot jaren) en mogelijk irreversibel zijn, zie voor meer informatie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Bij andere fluorchinolonen is verder nog gemeld: aanval van porfyrie bij porfyriepatiënten.

Interacties

Aluminium- of magnesiumbevattende antacida, sucralfaat, ijzer- of zinkzouten verminderen de resorptie van oraal toegediend levofloxacine; bij gelijktijdige toediening een interval van ten minste twee uur toepassen. Denk hierbij ook aan multivitaminepreparaten.

Gelijktijdig gebruik van levofloxacine met theofylline, NSAID's of andere middelen die de convulsiedrempel verlagen kan de kans op stimulatie van het centrale zenuwstelsel en convulsies vermeerderen.

Wees voorzichtig met de combinatie met geneesmiddelen die QT-verlenging geven (zoals klasse Ia- en III-anti-aritmica, antipsychotica, tricyclische antidepressiva, sommige andere antibiotica (o.a. macroliden), sommige antimycotica, niet-sederende antihistaminica) vanwege het risico van het optreden van 'torsade de pointes'.

De kans op een peesruptuur neemt toe bij gelijktijdig gebruik van corticosteroïden.

De bloedspiegel van ciclosporine kan belangrijk toenemen.

De kans op hypoglykemie neemt toe bij de combinatie met bloedglucoseverlagende middelen (insuline, orale middelen).

Bij gelijktijdig gebruik met vitamine K-antagonisten kan de INR-waardetoenemen; controleer deze daarom regelmatig(er).

Bij toediening van hogere doses rekening houden met wederzijdse nadelige beïnvloeding van de eliminatie en met een stijging van de serumspiegels bij combinatie met andere geneesmiddelen die in relevante mate worden uitgescheiden via de renale tubuli (bv. cimetidine, furosemide en methotrexaat).

Zwangerschap

Teratogenese: De beperkte hoeveelheid gegevens over het gebruik van fluorchinolonen tijdens het 1e trimester laat geen kanstoename zien van ernstige misvormingen of van andere nadelige effecten op de zwangerschap. Bij dieren kunnen chinolonen kraakbeen- en gewrichtsafwijkingen veroorzaken. Dergelijke effecten zijn bij de mens tot nu toe niet gemeld. Er is echter te weinig ervaring met fluorchinolonen in het 2e en 3e trimester om een goede risico-inschatting te maken.
Advies: Gebruik is gecontra–indiceerd.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Fluorchinolonen (waaronder ofloxacine en diens actieve stereo-isomeer levofloxacine) gaan over in de moedermelk.
Farmacologisch effect Bij dieren blijken fluorchinolonen een nadelige invloed te hebben op het kraakbeen in dragende gewrichten tijdens de groeifase. Artropathie en andere ernstige toxiciteit bij de zuigeling zijn niet uit te sluiten.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding is gecontra-indiceerd.

Contra-indicaties

  • epilepsie of een verhoogde neiging tot het ontwikkelen van epileptische aanvallen;
  • peesaandoeningen of andere ernstige bijwerkingen in de voorgeschiedenis, gerelateerd aan het gebruik van (fluor)chinolonen;
  • overgevoeligheid voor (fluor)chinolonen;
  • kinderen en jongeren in de groeifase (omdat bij dieren in de groei afwijkingen in het kraakbeen van de groeischijf zijn waargenomen).

Voor meer contra-indicaties zie de rubrieken Zwangerschap en Lactatie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Het gebruik van levofloxacine vermijden indien de patiënt eerder ernstige bijwerkingen heeft ervaren door het gebruik van (fluor)chinolonen. In dit geval de behandeling pas starten indien er geen andere behandelingsopties zijn en na afweging van de voordelen en risico's.

Wees voorzichtig met de toepassing bij:

  • een verminderde leverfunctie (vanwege de bijwerkingen op de lever);
  • een psychiatrische aandoening (ook in de voorgeschiedenis);
  • myasthenia gravis (ook in de voorgeschiedenis, vanwege de kans op respiratoire insufficiëntie);
  • risicofactoren voor verlenging van het QT–interval (zoals bradycardie, aritmie, hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, ernstig hartfalen, comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen (zie rubriek Interacties), congenitale of verworven QT-verlenging);
  • G6PD-deficiëntie (i.v.m. risico van hemolytische anemie).

Bij een opvallende bloeddrukdaling tijdens de infusie, het infuus onmiddellijk stopzetten om circulatoire collaps te voorkomen.

Risico op langdurige, invaliderende bijwerkingen: Laat de patiënt zich melden bij de eerste tekenen van ernstige bijwerkingen op de spieren (zoals een peesontsteking, gescheurde pees, spierpijn of -zwakte, zwelling van of pijn in een gewricht en bij loopstoornissen) of bijwerkingen op het zenuwstelsel (zoals zenuwpijn, slapeloosheid, depressie, vermoeidheid, geheugenstoornis, vermindering van het zicht, de smaak, reuk en/of het gehoor). Dit vanwege langdurige (maanden of jaren), invaliderende en potentieel irreversibele bijwerkingen op de spieren en het zenuwstelsel. Overweeg om deze reden bij patiënten met vergroot risico op deze bijwerkingen eerst andere behandelopties.

Neuropathie: de behandeling staken bij het optreden van tekenen van neuropathie (pijn, branderig of doof gevoel, tintelingen of zwakte) om irreversibele effecten te voorkómen. Dit omdat sensorische of sensomotorische neuropathie resulterend in paresthesie, hyperesthesie, dysesthesie en zwakte zijn gemeld bij patiënten die (fluor)chinolonen kregen.

Vanwege kanstoename op door fluorchinolonen geïnduceerde tendinitis en peesruptuur extra voorzichtig zijn met de toepassing:

  • bij ouderen (> 60 jaar);
  • bij patiënten met een nierfunctiestoornis;
  • van doses levofloxacine ≥ 1000 mg per dag;
  • na een (solide orgaan)transplantatie;
  • bij comedicatie met corticosteroïden.

De behandeling onmiddellijk staken bij vermoeden van een tendinitis (bv. pijnlijke zwelling, ontsteking), vanwege de kans op een peesruptuur (meestal betreft dit de achillespees, soms bilateraal). Tendinitis en peesruptuur kunnen optreden binnen 48 uur na het begin van de behandeling tot verschillende maanden na staken ervan. Behandel betrokken ledemaat/ledematen op gepaste wijze (bv. immobilisatie). Gebruik geen corticosteroïden meer als zich tekenen van tendinopathie voordoen.

Tevens de behandeling staken bij het optreden van tekenen van een epileptisch insult, de neiging tot automutilatie of suïcide en bij symptomen van verminderde leverfunctie.

De kans op aorta-aneurysma en -dissectie neemt toe door systemische of geïnhaleerde fluorchinolonen, vooral bij ouderen. Instrueer de patiënt om onmiddellijk spoedeisende medische hulp in te roepen bij plotseling optredende ernstige pijn in de buik, borst of rug. Overweeg andere behandelopties bij patiënten met een pre-existent vergroot risico hierop. Mogelijke (andere) oorzaken van aorta-aneurysma en -dissectie zijn: hypertensie, atherosclerose, (familiaire) voorgeschiedenis van aorta-aneurysma of -dissectie, M. Behçet, M. Marfan, arteriitis gigantocellularis, Takayasu-arteriitis, vasculair Ehlers-Danlossyndroom.

Bij ontstaan van visusafwijkingen of enig ander effect op de ogen onmiddellijk een oogarts consulteren.

Fotosensibilisatie: Gedurende de behandeling en gedurende 48 uur erna blootstelling aan natuurlijk of kunstmatig zonlicht vermijden, vanwege de kans op fotosensibilisatie.

Verstoring van de bloedglucoseregulatie komt voor, vooral bij oudere diabetespatiënten die behandeld worden met orale antidiabetica of insuline. Zowel hypo- als hyperglykemie kan optreden; bewaak zorgvuldig de bloedglucosespiegel.

Bij ernstige of aanhoudende diarree tijdens of na de behandeling de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Levofloxacine kan fout-positieve resultaten veroorzaken bij laboratoriumbepalingen van opiaten in de urine en fout-negatieve resultaten geven bij de bacteriologische diagnose van tuberculose.

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Levofloxacine is de actieve stereo-isomeer (L-isomeer) van het racemisch mengsel ofloxacine. Chinolonen hebben een bactericide werking en beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase en topo-isomerase IV.

Doorgaans gevoelig zijn: Bacillus anthracis, Staphylococcus aureus (meticilline-gevoelig; 'MSSA'), Staphylococcus saprophyticus, Streptococci groep C en G, Streptococcus agalactiae, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes, Eikenella corrodens, Haemophilus influenzae, Haemophilus para-influenzae, Klebsiella oxytoca, Moraxella catarrhalis, Pasteurella multocida, Proteus vulgaris, Providencia rettgeri, Peptostreptococcus spp., Chlamydophila pneumoniae, Chlamydophila psittaci, Chlamydia trachomatis, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, Mycoplasma hominis, Ureaplasma urealyticum.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Enterococcus faecalis, Staphylococcus aureus (meticilline-resistent; 'MRSA'), coagulase-negatieve Staphylococcus spp., Acinetobacter baumannii, Citrobacter freundii, Enterobacter aerogenes, Enterobacter cloacae, Escherichia coli, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Proteus mirabilis, Providencia stuartii, Pseudomonas aeruginosa, Serratia marcescens en Bacteroides fragilis.

Inherent resistent is: Enterococcus faecium.

Kinetische gegevens

Resorptieoraal snel en nagenoeg volledig.
Fnagenoeg 100%.
T maxoraal 1–2 uur.
V dca. 1,43 l/kg.
Overiguitgebreide distributie in weefsels en lichaamsvocht (o.a. penetratie in bronchiale mucosa, epitheelvloeistof, alveolaire macrofagen, longweefsel, huid (blaarvocht), prostaatweefsel en de urine), maar slechte penetratie door de bloed-hersenbarrière (cerebrospinaal vocht).
Metaboliseringnauwelijks; metabolieten zijn desmethyl-levofloxacine en levofloxacine-N-oxide.
Eliminatievnl. (> 85%) met de urine, als onveranderde stof; < 5% als metabolieten.
T 1/2el6–8 uur, bij ernstige nierfunctiestoornis 35 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

levofloxacine (systemisch) hoort bij de groep fluorochinolonen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links