Samenstelling

Cubicin Novartis Pharma bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectie-/infusie-vloeistof
Sterkte
500 mg

Bevat na reconstitutie 50 mg/ml daptomycine.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Voor daptomycine is geen advies vastgesteld over de plaats in de medicamenteuze behandeling.

Indicaties

  • Behandeling van gecompliceerde huid- en weke-deleninfecties (cSSTI);
  • Rechtszijdige infectieuze endocarditis (RIE), veroorzaakt door Staphylococcus aureus.
  • Staphylococcus aureus-bacteriëmie, geassocieerd met rechtszijdige infectieuze endocarditis of met cSSTI;

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

cSSTI zonder S. aureus-bacteriëmie:

Volwassenen:

I.v.: 4 mg/kg lichaamsgewicht 1×/24 uur gedurende 7–14 dagen of totdat de infectie is verdwenen.

Bij nierfunctiestoornis: creatinineklaring < 30 ml/min, hemodialyse of CAPD: 4 mg/kg 1×/48 uur gedurende 7–14 dagen of totdat de infectie is verdwenen. Indien mogelijk op de dagen van de dialyse daptomycine toedienen ná de dialyse.

cSSTI mét S. aureus-bacteriëmie of rechtszijdige infectieuze endocarditis (RIE):

I.v.: 6 mg/kg lichaamsgewicht 1×/24 uur. De therapieduur kan bij cSSTI langer zijn dan 14 dagen, afhankelijk van het risico van complicaties. Zie voor de therapieduur van RIE de officiële aanbevelingen in relevante richtlijnen.

Bij nierfunctiestoornis: creatinineklaring < 30 ml/min, hemodialyse of CAPD: 6 mg/kg 1×/48 uur. De therapieduur kan langer zijn dan 14 dagen, afhankelijk van het risico van complicaties. Indien mogelijk op de dagen van de dialyse, daptomycine toedienen ná de dialyse.

In het algemeen wordt daptomycine toegediend door een intraveneus infuus gedurende 30 min. Ook is een i.v.-injectie gedurende 2 min mogelijk; hiervan zijn echter geen klinische gegevens bij patiënten. Daptomycine mag niet vaker dan eenmaal per dag worden toegediend.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): lokale reacties op plaats van infusie, koorts, asthenie. Duizeligheid, hoofdpijn. Misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, flatulentie, buikpijn. Schimmelinfecties, urineweginfectie. Huiduitslag, jeuk. Pijn in ledematen. Hypertensie, hypotensie. Anemie. Angst, slapeloosheid. Stijging van leverenzymwaarden (ASAT, ALAT, AF) en CK.

Soms (0,1-1%): dyspepsie, glossitis. Urticaria. Vermoeidheid. Paresthesie, smaakstoornis, tremor, vertigo. Supraventriculaire tachycardie, extrasystolen. Spierzwakte, spierpijn, myositis, artralgie, verhoogde waarden serumlactaatdehydrogenase en myoglobine. Gestoorde nierfunctie inclusief nierfalen, verhoogde serumcreatininewaarde. Fungaemie, Vaginitis. Opvliegers. Verminderde eetlust, verstoorde elektrolytenbalans, hyperglykemie. Trombocytemie, eosinofilie, verhoogde INR.

Zelden (0,01-0,1%): geelzucht. Verlengde PT.

Verder zijn gemeld: pseudomembraneuze colitis. Infusiereactie met tachycardie, dyspneu, koorts, spierstijfheid, duizeligheid, syncope en metaalsmaak. Overgevoeligheid met onder meer eosinofiele pneumonie, vesiculobulleuze huiduitslag met betrokkenheid van slijmvliezen en gevoel van orofaryngeale zwelling, angio-oedeem, anafylaxie, geneesmiddelexantheem met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom). Hoest. Perifere neuropathie. Rabdomyolyse.

Interacties

Combinatie met geneesmiddelen die toxisch kunnen zijn voor spierweefsel zoals de statinen, fibraten en ciclosporine vergroot het risico van myopathie en rabdomyolyse; indien mogelijk deze geneesmiddelen tijdelijk staken tijdens de therapie met daptomycine.

Combinatie met geneesmiddelen die de nierfiltratie verminderen (zoals NSAID's en COX-2-remmers) verhoogt de plasmaspiegel van daptomycine (en daarmee van het risico van myopathie) en kan tevens leiden tot vermindering van de nierfunctie. Verder voorzichtig zijn met de combinatie met nefrotoxische geneesmiddelen.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Er zijn relatief weinig klinische gegevens over het gebruik bij de behandeling van RIE, veroorzaakt door Staphylococcus aureus. De werkzaamheid bij prothese-klep infecties door Staphylococcus aureus is niet aangetoond.

Controleer vóór en tijdens de therapie regelmatig de nierfunctie. Controleer de nierfunctie vaker bij gelijktijdig gebruik van nefrotoxische geneesmiddelen. Bij een creatinineklaring < 30 ml/min zijn de dosisaanbevelingen gebaseerd op farmacokinetische studies en modelresultaten (zie Dosering). Bij creatinineklaring < 80 ml alleen de therapie starten als het verwachte klinisch voordeel belangrijker is dan het mogelijke risico.

Vóór aanvang en tijdens de behandeling de plasma creatinekinasewaarde (CK) regelmatig (ten minste 1×/week) controleren en nauwgezet controleren op tekenen van myopathie. Vaker controleren (iedere 2–3 dagen) bij een beginwaarde van CK hoger dan 5× ULN en bij een groter risico van het optreden van myopathie zoals een nierfunctiestoornis of geneesmiddeleninteractie. Daarnaast iedere 2 dagen de CK-waarde controleren bij iedere patiënt die onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid, -zwakte of -krampen krijgt en de therapie staken wanneer de CK-waarde hoger dan 5× ULN wordt.

Bij symptomen van perifere neuropathie stopzetten van de behandeling overwegen

Eosinofiele pneumonie ontstaat veelal na meer dan 2 weken behandeling. Bij optreden van pulmonale verschijnselen de behandeling onmiddellijk staken en de oorzaak opsporen. Heroptreden van eosinofiele pneumonie na nieuwe blootstelling aan daptomycine is gemeld.

Bij ernstige, aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Er zijn te weinig gegevens over de werkzaamheid en de veiligheid bij een BMI > 40 kg/m². Er zijn geen gegevens over de werkzaamheid en veiligheid bij een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15) of bij een leeftijd < 18 jaar of > 65 jaar.

Interferentie van daptomycine met sommige laboratoriumtesten van protrombinetijd of INR is waargenomen tijdens postmarketing onderzoek.

Eigenschappen

Bactericide antimicrobieel middel. Daptomycine is een cyclisch lipopeptide en alleen werkzaam tegen Gram-positieve bacteriën. De werking berust op binding aan de bacteriemembranen van cellen in zowel de groei- als stationaire fase, waardoor depolarisatie van de membranen ontstaat. Het verlies van membraanpotentiaal leidt tot remming van eiwit-, DNA- en RNA-synthese, resulterend in een snelle celdood.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus aureus, Staphylococcus haemolyticus, coagulase-negatieve stafylokokken (CNS), Streptococcus agalactiae, Streptococcus dysgalactiae equisimilis, Streptococcus pyogenes, streptokokkengroep G, Clostridium perfringens en Peptostreptococcus spp.

Inherent ongevoelig zijn Gram-negatieve organismen.

Voor de werkzaamheid van daptomycine tegen infecties door enterokokken, waaronder Enterococcus faecalis en Enterococcus faecium is onvoldoende bewijs; falen van de behandeling met daptomycine bij enterokokkeninfecties (meestal met bacteriëmie) is gemeld.

Kinetische gegevens

V d0,1 l/kg.
Eiwitbindingca. 90%.
Metaboliseringgedeeltelijk. De plaats van metabolisering is onduidelijk. De metabolisering vindt niet plaats via het CYP-enzymsysteem.
Eliminatievoornamelijk met de nieren door middel van filtratie (50% onveranderd).
T 1/2elca. 8 uur, verlengd bij nierfunctiestoornis.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

daptomycine hoort bij de groep antibacteriële middelen, overige.

Zie ook