Samenstelling

Amoxicilline Capsule/Infusie/Injectie/Suspensie/Tablet (als trihydraat) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Capsule
Sterkte
500 mg
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie, suikervrij
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml met maatlepel
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie, suikervrij
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml met maatlepel
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie
Sterkte
25 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml met doseerlepel
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie
Sterkte
50 mg/ml
Verpakkingsvorm
100 ml met doseerlepel
Toedieningsvorm
Poeder voor suspensie
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
20 ml met druppelpipet

Sommige suspensies bevatten aspartaam.

Toedieningsvorm
Tablet 'Disper'
Sterkte
250 mg, 375 mg, 500 mg, 750 mg, 1000 mg

Amoxicilline Capsule/Infusie/Injectie/Suspensie/Tablet (als Na-zout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof
Sterkte
2000 mg

Bevat per 100 mg poeder 24 mg natrium.

Amoxicilline Capsule/Infusie/Injectie/Suspensie/Tablet (als Na-zout) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof
Sterkte
250 mg, 500 mg, 1000 mg

Bevat per 100 mg poeder 6 mg natrium.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Algemeen: Indien behandeling met een breed-spectrum penicilline én orale toediening, gewenst is, is alleen amoxicilline beschikbaar.

Bij otitis media acuta gaat de voorkeur uit naar een afwachtend beleid met adequate pijnbestrijding. Is na drie dagen het effect op pijn en/of koorts onvoldoende dan starten met een antimicrobiële behandeling met amoxicilline. Bij risicogroepen en bij forse algemene ziekteverschijnselen direct starten met een antimicrobiële behandeling.

Zie rinosinusitis voor de initiële therapie.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een smalspectrum penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur.

Bij een pneumonie is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (CRB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I–II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur. In geval van een aspiratiepneumonie heeft de combinatie amoxicilline+clavulaanzuur de voorkeur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CRB-65 score: 2, PSI-klasse: III–IV) is parenterale toediening van benzylpenicilline óf amoxicilline aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CRB-65 score: > 2, PSI-klasse: V) is behandeling met moxifloxacine of levofloxacine dan wel combinatietherapie van antibiotica aangewezen (één van de combinaties van voorkeur is amoxicilline met ciprofloxacine).

Bij urineweginfecties is de farmacotherapie gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken). Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over; voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne (1e keus), fosfomycine, (2e keus) trimethoprim (3e keus) en bij zwangeren ook amoxicilline (alléén in combinatie met clavulaanzuur). Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start, in afwachting van een kweekuitslag met antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine (1e keus), amoxicilline (alléén in combinatie met clavulaanzuur, dan 2e keus) of cotrimoxazol (3e keus) en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Peptische ulcera veroorzaakt door H. pylori behandelen met de combinatie van een protonpompremmer (omeprazol) en twee antibiotica (amoxicilline en claritromycine). Bij een succesvolle eradicatie, eventueel na een tweede behandeling, is de kans op een recidief klein.

Probeer uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan met hygiënische maatregelen. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is chirurgisch ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrumpenicilline de voorkeur. Macroliden zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrumpenicilline (zoals amoxicilline) de voorkeur. Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans of een Borrelia-lymfocytoom behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor amoxicilline, zoals infecties van:

  • de bovenste luchtwegen (bv. otitis media, acute sinusitis, acute tonsillitis) en onderste luchtwegen (bv. acute exacerbatie van chronische bronchitis, pneumonie (incl. 'community acquired' pneumonie, ofwel CAP);
  • de tractus urogenitalis (bv. acute cystitis, gonokokkeninfectie);
  • het maag-darmstelsel (bv. bij de eradicatie van Helicobacter pylori), galblaas en galwegen;
  • bot (bv. osteomyelitis), huid en weke delen.

En daarnaast:

  • Meningitis veroorzaakt door Listeria monocytogenes;
  • Bij erythema migrans, Borrelia-lymfocytoom en de ziekte van Lyme;
  • Als endocarditisprofylaxe bij risicopatiënten.

Gerelateerde informatie

Dosering

De dosering is afhankelijk van leeftijd, lichaamsgewicht en nierfunctie van de patiënt, de ernst en locatie van de infectie en van de verwachte of vastgestelde veroorzakende bacterie.

Parenterale therapie is geïndiceerd als de orale route niet geschikt is of bij urgente behandeling van ernstige infecties.

In het algemeen geldt: de therapie van acute infecties tot 48–72 uur na verdwijnen van de klinische symptomen voortzetten. Een behandelduur van 5–7 dagen zal in het algemeen voldoende zijn, bij streptokokkeninfecties moet deze echter ten minste 10 dagen bedragen.

De behandeling van chronische of ernstige infecties in het algemeen 48 uur voortzetten na verdwijnen van de klinische symptomen.

Klap alles open Klap alles dicht

Algemene richtlijn bij niet-ernstige en matig-ernstige infecties:

Volwassenen en kinderen ≥ 40 kg:

Oraal: 500–750 mg elke 12 uur of 375–500 mg elke 8 uur.

Kinderen < 40 kg:

Oraal: 40–90 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 3 doses; alleen bij hogere doseringen eventueel in 2 doses per dag. Max. 3 g/dag.

Volwassenen en kinderen ≥ 10 jaar:

I.m. of i.v. injectie: 500–1000 mg elke 8 uur.

Kinderen < 10 jaar:

I.m. of i.v. injectie: 20 mg/kg lichaamsgewicht elke 8 uur.

Tonsillitis:

Volwassenen en adolescenten (> 40 kg lichaamsgewicht):

1 g 2×/dag.

Kinderen (< 40 kg lichaamsgewicht):

50 mg/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 2 doses (elke 12 uur).

Acute verergering chronische bronchitis:

Volwassenen:

1 g 2×/dag.

'Community acquired' pneumonie (CAP):

Volwassenen:

Bij een 'milde' pneumonie:

• Volgens de fabrikant: oraal: 1 g elke 8 uur. • Volgens de SWAB richtlijn: bij een 'milde' pneumonie (volgens PSI-klasse of C(U)RB-65 score, of pragmatisch; behandeling 'thuis'): oraal: amoxicilline 500 mg elke 6 uur of 750 mg elke 8 uur, gedurende 5 dagen. • Volgens de NHG-richtlijn Acuut Hoesten: oraal: 500 mg elke 8 uur, gedurende 5 dagen.

Bij een 'matig ernstige' pneumonie (zoals volgens de PSI-klasse of CURB-65 score, of meer pragmatisch; bij behandeling in het ziekenhuis (geen intensivecare-opname)): volgens de SWAB richtlijn: i.v. amoxicilline 1000 mg elke 6 uur; gedurende 5 dagen.

Bij een 'ernstige' pneumonie (zoals volgens PSI-klasse of CURB-65 score, of meer pragmatisch; bij behandeling op een intensivecare-afdeling): volgens de SWAB-richtlijn: i.v.-combinatietherapie; bv. amoxicilline 1000 mg elke 6 uur in combinatie met bv. ciprofloxacine.

Kinderen ≥ 9 j. (mits ≥ 31 kg):

Bij een 'milde' pneumonie:

Volgens de NHG richtlijn Acuut Hoesten (bij een milde pneumonie): oraal: 500 mg elke 8 uur, gedurende 5 dagen.

Vroege ziekte van Lyme:

Volwassenen en kinderen (> 40 kg lichaamsgewicht):

• Volgens de fabrikant bij geïsoleerd erythema migrans (bij volwassenen en kinderen > 40 kg lichaamsgewicht): 500 mg tot 1 g 3×/dag (elke 8 uur) gedurende 14–21 dagen. • Volgens de CBO richtlijn Lymeziekte bij erythema migrans óf Borrelia-lymfocytoom (bij volwassenen en kinderen ≥ 9 j.): 500 mg 3×/dag (elke 8 uur) gedurende 14 dagen.

Kinderen:

• Volgens de fabrikant bij geïsoleerd erythema migrans (bij een lichaamsgewicht < 40 kg): 50 mg/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 3 doses (elke 8 uur), gedurende 14–21 dagen. • Volgens de CBO richtlijn Lymeziekte bij kinderen < 9 jaar bij een erythema migrans óf Borrelia-lymfocytoom: 50 mg/kg/lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 3 doses (elke 8 uur), gedurende 14 dagen.

Eradicatie van Helicobacter pylori:

Volwassenen en adolescenten (> 40 kg lichaamsgewicht):

1 g elke 12 uur, in combinatie met andere geneesmiddelen, gedurende 7–14 dagen. Voor meer informatie zie peptische ulcera.

Chronische, recidiverende en (overige) ernstige infecties:

Volwassenen en kinderen:

Oraal: de dosering verdubbelen.

Volwassenen en kinderen ≥ 10 jaar:

Intraveneus injectie of infusie: 1–2 g elke 8 uur, zonodig tot 5 g per keer.

Kinderen ≥ 1 maand tot 10 jaar:

50–100 mg/kg lichaamsgewicht elke 8 uur.

Zuigelingen tot 1 maand:

35–50 mg/kg lichaamsgewicht elke 8 uur.

Prematuren en neonaten:

6,25–12,5 mg/kg lichaamsgewicht elke 12 uur.

Endocarditisprofylaxe:

Volwassenen:

30–60 min. vóór de ingreep, bij bepaalde ingrepen in de mondholte, de bovenste luchtwegen, het maag-darmkanaal en het urogenitale gebied: i.v.: 2 g. Oraal: volgens de fabrikant: 3 g (bij voorkeur in dispersvorm); indien nodig 6 uur later gevolgd door nog eens oraal 3 g. Volgens de NHG-standaard endocarditisprofylaxe (conform Europese richtlijn): voorafgaand aan een tandheelkundige ingreep: 2 g.

Kinderen:

30–60 min vóór de ingreep: i.v.: 50 mg/kg lichaamsgewicht, max. 2 g. Oraal: 50 mg/kg lichaamsgewicht(bij voorkeur in dispersvorm), max. 3 g. Volgens de NHG-standaard endocarditisprofylaxe (conform Europese richtlijn): voorafgaand aan een tandheelkundige ingreep: max. 2 g.

Gebruik bij verminderde nierfunctie: Volwassenen en kinderen ≥ 40 kg: volgens de werkgroep 'Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie' van de KNMP: oraal en i.v. creatinineklaring 10–30 ml/min: alleen bij een dosering van 4 g of meer per dag is het advies 10 dagen een toedieningsinterval van 12 uur aan te houden. Bij een creatinineklaring < 10 ml/min: oraal max. 500 mg iedere 24 uur; i.v. de dosering verminderen met 15–50%. Bij hemodialyse: de dosis geven na afloop van de dialyse. Bij peritoneale dialyse: oraal max. 500 mg iedere 24 uur. Kinderen < 40 kg: volgens de werkgroep 'Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie' van de KNMP: oraal en i.v.: creatinineklaring 10–30 ml/min: een toedieningsinterval van 12 uur aanhouden; creatinineklaring < 10 ml/min: een toedieningsinterval van 24 uur aanhouden. Bij hemodialyse: de dosis geven na afloop van de dialyse.

De capsule zonder kauwen met wat water innemen. De Disper kan in zijn geheel worden ingenomen met ruim water of worden opgelost in een half kopje water. De suspensie schudden voor gebruik en met een glas water innemen; bij baby's de suspensie onverdund toedienen en daarna melk of thee geven. Bij optreden van maag-darmklachten amoxicilline innemen tijdens de maaltijd.

De injectie langzaam toedienen (ten minste gedurende 3–4 min); de inlooptijd van de i.v.-infusie is 30–60 min.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): diarree.

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, flatulentie, droge mond, smaakstoornis, verminderde eetlust. Enantheem (vooral rond de mond), candidiasis van huid en slijmvliezen. Huidreacties (5–11 dagen na start van de therapie) zoals exantheem, jeuk, urticaria.

Soms (0,1-1%): overige superinfecties en kolonisatie met resistente organismen of gisten (na langdurig en herhaald gebruik). Duizeligheid, hoofdpijn. Indigestie. Voorbijgaande stijging ASAT- en/of ALAT-waarden.

Zelden (0,01-0,1%): larynxoedeem, angio-oedeem, anafylaxie (incl. shock), serumziekte. Hyperkinesie, convulsies (bij gestoorde nierfunctie, meningitis, epilepsie in de voorgeschiedenis en/of bij hoge doses). Erythema multiforme, acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), syndroom van Lyell, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, blaren en exfoliatieve dermatitis. Allergische vasculitis. Reversibele leukopenie (incl. neutropenie), trombocytopenie, eosinofilie, hemolytische anemie. Hepatitis, cholestatische icterus. Acute interstitiële nefritis, kristalurie. Geneesmiddelkoorts. Oppervlakkige verkleuring van de tanden (suspensie), die na tandenpoetsen verdwijnt. Tromboflebitis (intraveneuze toediening).

Zeer zelden (< 0,01%): granulocytopenie (incl. agranulocytose), hemolytische anemie, pancytopenie (allen reversibel na staken). Pseudomembraneuze colitis of met antibiotica-geassocieerde colitis (incl. hemorragische colitis).

Verder is gemeld: serumziekte-achtig syndroom, vasculitis ten gevolge van overgevoeligheid. Reversibele hyperactiviteit. Zwarte (haar)tong. Reversibele verlenging van bloedingstijd en protrombinetijd.

Interacties

Bij colitis die met gebruik van antibiotica samenhangt is het gebruik van geneesmiddelen die de darmperistaltiek vertragen gecontra-indiceerd.

De werking van penicillinen wordt geantagoneerd door bacteriostatische antibiotica.

Amoxicilline vermindert de renale klaring van methotrexaat; dit kan leiden tot het eerder bereiken van toxische waarden van methotrexaat. De werking van vitamine K-antagonisten kan worden versterkt; een aanpassing van de dosering van de vitamine K-antagonist kan nodig zijn.

Fenylbutazon verlengt de plasmahalfwaardetijd door vermindering van de tubulaire secretie. Gelijktijdige toediening van allopurinol kan allergische huidreacties opwekken.

Zwangerschap

Amoxicilline passeert de placenta (de plasmaspiegels van de foetus zijn ca. 25–30% van de maternale plasmaspiegel).
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren, geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Kan voor zover bekend, zonder gevaar, overeenkomstig het voorschrift worden gebruikt.
Overig: Het gebruik van aspartaambevattende amoxicilline preparaten is gecontra-indiceerd bij zwangere vrouwen met fenylketonurie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate (ca. 10% van de maternale serumspiegel).
Farmacologisch effect: Het risico voor het kind is te verwaarlozen, met uitzondering van de mogelijkheid van sensibilisatie. Diarree en kolonisatie van de slijmvliezen door schimmels bij de zuigeling zijn mogelijk.
Advies: Kan worden gebruikt. Borstvoeding staken bij optreden van diarree, candidiasis en/of huiduitslag bij de zuigeling.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor penicillinen of een voorgeschiedenis van een ernstige overgevoeligheidsreactie op andere β-lactam-antibiotica zoals cefalosporinen en carbapenems (waaronder acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose; AGEP);
  • mononucleosis infectiosa of lymfatische leukemie vanwege de sterk toegenomen kans op exantheem;
  • producten die aspartaam bevatten: bij kinderen en zwangere vrouwen met fenylketonurie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Tussen penicillinen onderling en (in mindere mate) de penicillinen en cefalosporinen of carbapenems kan kruisresistentie én kruisovergevoeligheid voorkomen; vóór toediening zorgvuldig nagaan of de patiënt overgevoelig is voor andere β-lactam-antibiotica. Anafylactische reacties komen vaker voor bij overgevoeligheid voor penicillinen in de voorgeschiedenis en bij atopische personen. Bij optreden van een koortsig gegeneraliseerd erytheem met pustels de diagnose acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP) overwegen en de behandeling direct stoppen; dit ook doen bij het – onmiddellijk – optreden van urticaria na toediening.

Overgroei van niet-gevoelige micro-organismen komt voor; bij langdurige toepassing regelmatig controleren op superinfecties. Bij optreden van ernstige diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Het gebruik staken bij het optreden van pseudomembraneuze colitis evenals bij optreden van hemorragische colitis of overgevoeligheidsreacties.

In geval van langdurige toepassing, toepassing bij premature kinderen óf tijdens de neonatale periode het bloedbeeld, de nier- en leverfunctie regelmatig controleren.

Tijdens toediening van hoge doseringen (parenterale) amoxicilline zorgen voor een voldoende vloeistofinname en urineproductie om het risico van kristalurie te verminderen. Bij kamertemperatuur kunnen hoge doses amoxicilline neerslaan in de urine; daarom de openingen van verblijfskatheters regelmatig controleren.

Hepatische bijwerkingen komen vooral voor bij mannen en ouderen bij langdurige behandeling; de symptomen ontstaan meestal gedurende of kort na de behandeling, maar soms pas na enkele weken.

Convulsies: Hoge doseringen kunnen bij verminderde nierfunctie, een aandoening van de meninges, toevallen in de voorgeschiedenis of behandelde epilepsie het risico van convulsies vergroten.

Voorzichtig bij patiënten met een natriumbeperkt dieet indien hoge parenterale doses worden gebruikt. Bij homozygote fenylketonurie rekening houden met de hoeveelheid fenylalanine die door aspartaam (in sommige producten) wordt geleverd.

Bij bepaling van glucose in de urine de enzymatische glucose-oxidasemethodes gebruiken (chemische methoden geven regelmatig fout-positieve bevindingen). Amoxicilline kan de hoeveelheid estriol in de urine van zwangere vrouwen verlagen.

Overdosering

Symptomen
Vooral bij nierfunctiestoornissen kunnen convulsies optreden. Verstoring van de water- en elektrolytenbalans. Kristalurie met nierfalen.

Therapie
Amoxicilline kan via hemodialyse uit de circulatie worden verwijderd.

Zie voor meer informatie over symptomen en behandeling de stofmonografie amoxicilline op vergiftigingen.info.

Eigenschappen

Bactericide β-lactam-antibioticum. Remt de crosslinking van peptidoglycanen in de celwand, wat uiteindelijk leidt tot lysis en celdood. Het werkingsspectrum is relatief breed en omvat Gram-positieve en Gram-negatieve bacteriën.

Doorgaans gevoelig zijn: Bacillus anthracis, Corynebacterium diphtheriae, Enterococcus faecalis, Listeria monocytogenes, Streptococcus agalactiae, Streptococcus bovis, Streptococcus pyogenes, Brucella spp., Helicobacter pylori, Neisseria meningitidis, Vibrio cholerae, Clostridium spp., Peptostreptococcus spp., Borrelia spp.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Corynebacterium spp., Enterococcus faecium, Staphylococcus Aureus, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus viridans, Escherichia coli, Haemophilus influenza, Haemophilus para-influenza, Moraxella catharralis, Neisseria gonorrhoeae, Proteus mirabilis, Prevotella spp., Fusobacterium spp.

Ongevoelig zijn onder andere penicillinasevormende stafylokokken, indol-positieve Proteus-stammen (P. vulgaris), Acinetobacter spp., Citrobacter spp., Enterobacter spp., Klebsiella spp., Legionella spp., Morganella morganii, Providencia spp., Pseudomonas spp., Raoultella spp., Serratia spp., Bacteroides fragilis, Chlamydia, Mycoplasma en Rickettsia.

Amoxicilline is penicillinase-gevoelig. De (inactieve) metaboliet penicilloïnezuur heeft allergene eigenschappen.

Kinetische gegevens

Resorptieoraal snel.
F75–90%.
T maxi.m. 1 uur, oraal 1–2 uur.
Overigblijft extra-cellulair; de concentratie in weefsels is afhankelijk van de doorbloeding en de hoeveelheid extracellulair vocht. In serum, sputum, mucosa, longweefsel, botweefsel, middenoorvocht, oogkamerwater, gal en urine worden therapeutische spiegels bereikt. Penetratie in liquor: slecht; bij ontstoken meninges 20% van de concentratie in het bloed.
Metaboliseringgedeeltelijk; de voornaamste (inactieve) metaboliet is penicilloïnezuur dat allergene eigenschappen heeft.
Eliminatievnl. met de urine, ca. 80% via tubulaire secretie en 20% via glomerulaire filtratie. Amoxicilline is hemodialyseerbaar.
T 1/21–1½ uur; bij creatinineklaring < 15 ml/min 5 tot 20 uur; bij prematuren, neonaten en zuigelingen < 6 mnd. 3–4 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

amoxicilline hoort bij de groep penicillinen.

amoxicilline vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook