benzylpenicilline

Samenstelling

Natriumbenzylpenicilline (Na–zout) Sandoz bv

Toedieningsvorm
Poeder voor injectie-/infusievloeistof
Sterkte
1 mln. IE, 10 mln. IE

Bevat ca. 39 mg natrium/1.000.000 IE. Bevat geen buffer.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

benzylpenicilline vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Een acute rinosinusitis geneest vrijwel altijd vanzelf. Pijnstillers (paracetamol), stomen en de nasale toediening van een zoutoplossing of een decongestivum kunnen verlichting geven van de klachten. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig. Geef antibiotica bij vermoeden van een bacteriële ontsteking en ernstig ziek zijn en overweeg antibiotica bij een verminderde weerstand en bij koorts die langer dan vijf dagen aanhoudt of opnieuw optreedt. Voor de keuze van antibiotica wanneer deze aangewezen zijn, zie acute rinosinusitis.

Bij de behandeling van otitis media acuta gaat de voorkeur uit naar een afwachtend beleid met adequate pijnbestrijding. Is na drie dagen het effect op pijn en/of koorts onvoldoende dan wordt gestart met een antimicrobiële behandeling met amoxicilline. Bij risicogroepen (zie otitis media acuta, behandelplan) en bij forse algemene ziekteverschijnselen direct beginnen met een antimicrobiële behandeling.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een oraal smalspectrum penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur.

Bij een bacteriële community-acquired pneumonie (CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I–II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse: III–IV) is intraveneuze toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) die op een normale afdeling wordt behandeld is monotherapie met een i.v. cefalosporine (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim) aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) die op een intensivecare-afdeling wordt behandeld is monotherapie met i.v. moxifloxacine dan wel i.v. combinatietherapie van antibiotica aangewezen (ciprofloxacine met ofwel cefotaxim of ceftriaxon of cefuroxim). Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline de voorkeur.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor benzylpenicilline, zoals:

Algemene infecties:

  • sepsis;
  • infecties van huid en weke delen: bv. erysipelas, gasgangreen, wondinfectie;
  • infecties van de (lagere) luchtwegen, vooral veroorzaakt door streptokokken: bv. community-acquired pneumonie (CAP), acute verergering van chronische bronchitis;
  • empyeem;
  • bacteriële endocarditis;
  • peritonitis;
  • bacteriële meningitis (de therapie hierbij bij voorkeur in combinatie met andere therapieën toepassen);
  • hersenabces;
  • osteomyelitis;
  • bij genitale infecties als gevolg van fusobacteriën;

Specifieke infecties:

  • actinomycose;
  • anthrax;
  • complicaties secundair aan gonorroe zoals gonokokken artritis of endocarditis;
  • complicaties secundair aan syfilis zoals endocarditis;
  • congenitale syfilis en neurosyfilis;
  • difterie (naast antitoxine);
  • fusospirochetose;
  • leptospirose;
  • listeriose;
  • Lyme-ziekte/lymeborreliose, vanaf het tweede stadium van de ziekte (meningopolyneuritis, acrodermatitis chronica atrophicans, Lyme-artritis, Lyme-carditis) indien orale behandeling met een penicilline niet meer geïndiceerd is;
  • pasteurellose;
  • rattenbeetziekte;
  • tetanus.

Benzylpenicilline niet gebruiken als monotherapie bij ernstige infecties met een onbekende verwekker.

Gerelateerde informatie

Dosering

Controleer nauwkeurig in de eerste 30 minuten na toediening. Reacties van huid en slijmvliezen treden soms pas na 48 uur op.

Bij infecties door streptokokken (vooral door de β–hemolytische streptokokken van groep A, ookwel GAS), in het algemeen ten minste 10 dagen behandelen om het ontstaan van acuut reuma of glomerulonefritis te voorkomen (aanbeveling WHO).

Klap alles open Klap alles dicht

Infecties (algemeen):

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

In het algemeen, volgens de fabrikant: 'normale' dosering 30.000 IE/kg/dag, equivalent aan ca. 1–5 mln. IE/dag verspreid over 4–6 gelijke doses i.v. of i.m. (bij voorkeur i.v.). 'Hoge' dosering (bij ernstige infecties, ook bij infecties op moeilijk bereikbare locaties of bij minder gevoelige bacteriën): i.v. 300.000 IE/kg/dag, equivalent aan ca. 10–40 mln. IE/dag verspreid over 4–6 gelijke doses.

Volwassenen:

Volgens de SWAB-pagina benzylpenicilline: i.v. minimaal 1 mln. IE 4×/dag tot maximaal 4 mln. IE 6×/dag.

Nierfunctiestoornis: volgens de fabrikant bij volwassenen en adolescenten (vanaf 12 jaar): creatinineklaring 60–100 ml/min en onder de 60 jaar: 40 (tot 60) mln. IE/dag; boven de 60 jaar 10–40 mln. IE/dag, in 3–6 doses; creatinineklaring 40–50 ml/min: 10–20 mln. IE/dag in 3 doses; creatinineklaring 10–30 ml/min: 5–10 mln. IE/dag in 2–3 doses; creatinineklaring < 10 ml/min: 2–5 mln. IE/dag in 1–2 doses.

Volgens SWAB kan bij een creatinineklaring van 10–30 ml/min geen algemeen advies worden gegeven. Bij continue ambulante peritoneale hemodialyse (CAPD): door de verminderde nierfunctie is de halfwaardetijd van benzylpenicilline verlengd. Het effect van peritoneale dialyse op de klaring van benzylpenicilline is onbekend. Bij hemodialyse: bij alle indicaties (uitgezonderd endocarditis) 3 mln. IE/24 uur als continue infusie; bij endocarditis: 6 mln. IE/24 uur als continue infusie.

Volgens het Renal Drug handbook (pdf 4,4 MB, 3e editie): creatinineklaring 20–50 ml/min: doseer als bij een normale nierfunctie; bij 10–20 ml/min: 1–4 mln. IE 4×/dag afhankelijk van de ernst van de infectie; bij < 10 ml/min: 1–2 mln. IE 4×/dag afhankelijk van de ernst van de infectie. Bij CAPD en hemodialyse: doseren als een creatinineklaring van < 10 ml/min.

Leverfunctiestoornis: geen dosisaanpassing nodig.

Bij een combinatie van ernstige lever- en nierfunctiestoornis: de hierboven genoemde doseringen verder verminderen op geleide van de bloedspiegels.

Kinderen van 1 maand tot 18 jaar:

Volgens de fabrikant: kinderen vanaf 1 maand tot 12 jaar: 'normale' dosering (i.m. of i.v. 30.000–100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 gelijke doses. Hoge dosering (bij ernstige infecties, ook bij infecties op moeilijk bereikbare plekken of bij minder gevoelige bacteriën): i.v. 100.000–500.000 (tot max. 1,0 mln.) IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 gelijke doses.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (benzylpenicilline en de SWAB) bij kinderen vanaf 1 maand tot 18 jaar: i.v. 100.000–400.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 doses. Maximaal 4 mln. IE 6×/dag.

Nierfunctiestoornis: volgens de fabrikant vanaf 1 maand tot 12 jaar: creatinineklaring 60–100 ml/min: 30.000–100.000 IE/kg/dag in 4–6 doses; creatinineklaring 10–50 ml/min: 20.000–60.000 IE/kg/dag in 2–3 doses (om de 8–12 uur); creatinineklaring < 10 ml/min: 10.000–40.000 IE/kg/dag in 2 doses (om de 12 uur).

Volgens de SWAB: bij een creatinineklaring van 50–80 ml/min is het toedieningsinterval 6 uur; bij een creatinineklaring 10–50 of < 10 ml/min is het toedieningsinterval 8 uur.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (vanaf 3 maanden tot 18 jaar): bij een creatinineklaring 30–80 ml/min; geen doseringsaanpassing nodig, bij een creatinineklaring 10–30 ml/min of < 10 ml/min afweging maken tussen het beoogde effect, risico van bijwerkingen, overdosering en therapiefalen.

Kinderen tot de leeftijd van 1 maand:

Volgens de fabrikant: pasgeborenen van 2–4 weken: 'normale' dosering (i.m. of i.v. 30.000–100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3–4 gelijke doses. 'Hoge' dosering (bij ernstige infecties, ook bij infecties op moeilijk bereikbare plekken of bij minder gevoelige bacteriën): i.v. 200.000–500.000 (tot max. 1,0 mln.) IE/kg/dag, verdeeld over 3–4 gelijke doses. Bij prematuren en pasgeborenen tot 2 weken: oud is de 'normale' dosering i.m. of i.v. 30.000–100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 gelijke doses. 'Hoge' dosering: i.v. 200.000–500.000 (tot max. 1,0 mln.) IE/kg/dag, verdeeld over 2 gelijke doses; bij deze leeftijdscategorie tot 2 weken, toedienen met een toedieningsinterval van 12 uur vanwege onvolgroeidheid en verminderde uitscheiding van benzylpenicilline.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (benzylpenicilline) en de SWAB: bij kinderen van 1–4 weken met een geboortegewicht < 2 kg : i.v. 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; ≥ 2 kg: i.v. 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij kinderen < 1 week met een geboortegewicht < 2 kg: 50.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; ≥ 2 kg: 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses.

Nierfunctiestoornis: vanwege onvoldoende gegevens over werkzaamheid en veiligheid niet geschikt voor toepassing bij een gestoorde nierfunctie bij deze leeftijdscategorie.

Sepsis:

Volwassenen:

Niet gebruiken als monotherapie bij een onbekende verwekker. Bij een gekweekte verwekker behandelen al naargelang de plaats van de infectie en de verwekker volgens (lokaal) geldende richtlijnen.

Kinderen incl. neonaten van 1–4 wk en < 1 week oud:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (benzylpenicilline): vanaf 1 maand tot 18 jaar: i.v. 100.000–400.000 IE/kg/dag in 4–6 doses, maximaal 24 mln. IE/dag. Bij een leeftijd van 1–4 weken en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; bij ≥ 2 kg: 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij een leeftijd < 1 week en geboortegewicht < 2 kg: 50.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; bij ≥ 2 kg: 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses.

Zie voor neonaten ook het SWAB-advies sepsis door onbekende verwekker; geef bij kinderen leeftijd < 1 week met een 'early-onset' neonatale sepsis (ontstaan < 72 uur na geboorte) benzylpenicilline i.v. in combinatie met i.v. gentamicine; zie het Kinderformularium voor het doseervoorschrift (gentamicine op het NKFK).

Erysipelas:

Volwassenen:

Volgens SWAB-advies erysipelas: i.v. 1 mln. IE, iedere 6 uur. Behandelduur: 10–14 dagen.

Gasgangreen:

Volwassenen:

Volgens huidziekten.nl/gasgangreen: i.v. 2–4 mln. IE 6×/dag in combinatie met i.v. clindamycine 600–900 mg 3×/dag, gedurende minimaal 14 dagen. Dit naast snelle specifieke (operatieve) behandeling.

Community-acquired pneumonie (CAP):

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn CAP (pdf 1MB, 2016): bij een matig-ernstige pneumonie met een onbekende verwekker (op SWAB en zie voor de C(U)RB-scores de rubriek Advies): i.v. 1 mln. IE 4×/dag, gedurende 5 dagen; bij aangetoonde kolonisatie van de luchtwegen met Pseudomonas spp. in combinatie met ceftazidim i.v. 2000 mg 3×/dag óf met ciprofloxacine i.v. 400 mg 2×/dag, waarbij de behandelduur voor een dergelijk geval niet is benoemd.

Volgens de SWAB-richtlijn CAP: bij een ernstige pneumonie met een onbekende verwekker die op zaal wordt behandeld (i.t.t. op een IC-afdeling) waarbij sprake is van aangetoonde kolonisatie van de luchtwegen met Pseudomonas spp.: i.v. 1 mln. IE 4×/dag, in combinatie met ciprofloxacine i.v. 400 mg 2×/dag óf ceftazidim i.v. 2000 mg 3×/dag. De behandelduur (niet genoemd door SWAB) is doorgaans 7–14 dagen. Benzylpenicilline echter niet in genoemde dosering toepassen na recent verblijf in een land met een hoge prevalentie van pneumokokken resistent voor (benzyl)penicilline. Het is dan wél mogelijk (SWAB-richtlijn p. 43, 48) een dosering van 2 mln. IE 6×/dag te gebruiken, of deze dagdosering (12 mln. IE) als continue infusie toe te dienen, óf switch naar een intraveneus cefalosporine, bv. ceftriaxon). Benzylpenicilline ook niet toepassen bij een fulminante pneumonie in aansluiting op influenza.

Bij een milde pneumonie wordt oraal behandeld met andere antibiotica (zie rubriek Advies).

Infecties (in speciale klinische situaties; bijzondere toedieningswegen):

Intrapleurale instillatie: volgens de fabrikant tot 200.000 IE (5.000 IE/ml; = tot 40 ml).

Intra-articulaire injectie: volgens de fabrikant tot 100.000 IE (25.000 IE/ml= tot 4 ml).

Bacteriële endocarditis:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: i.v. 10–80 mln. IE/dag in combinatie met een aminoglycoside; de twee antibiotica wel apart toedienen in verband met hun chemische onverenigbaarheid.

Volgens het SWAB-advies endocarditis: bij een natieve klep (subacuut begin en een langdurig beloop): i.v. 2 mln. IE 6×/dag (gedurende 4 weken), in combinatie met gentamicine i.v. 3 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (gedurende de eerste 2 weken). Niet toepassen bij een acuut begin en fulminant beloop, of bij gebruikers van intraveneuze drugs. Bij een kunstklep volgens de SWAB-richtlijn: benzylpenicilline gedurende 6 weken, in combinatie met gentamicine i.v. 3 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (gedurende de eerste 2 weken). De behandelduur in de hiervoor genoemde voorschriften staat niet op de pagina van het SWAB-advies, maar is te vinden op p. 20 van de SWAB-richtlijn, zie hier iets onder.

Bij hemodialyse: volgens de SWAB-pagina benzylpenicilline bij endocarditis: 6 mln. IE/24 uur als continue infusie.

De behandelduur is afhankelijk van de verwekker, meestal 4–6 weken, in sommige gevallen kan, indien aan een aantal voorwaarden voldaan is, worden volstaan met 2 weken behandeling, zie hiervoor p. 20 en 21 van de SWAB-richtlijn infectieuze endocarditis bij volwassenen (pdf 0,1 MB).

Bacteriële meningitis:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: vanwege de toegenomen gevoeligheid voor convulsies en een Jarisch-Herxheimer-reactie (zie onderaan rubriek Bijwerkingen) maximaal 20–30 mln. IE/dag i.v. toedienen. In geval van een klinisch ernstige manifestatie van meningitis, de eerste dosis langzaam en onder toezicht toedienen, te beginnen met een kwart van de enkelvoudige dosis.

Volgens SWAB-advies: niet toepassen bij een onbekende verwekker. Bij een gekweekte streptokok groep B: i.v. 2 mln. IE 6×/dag óf als continue infusie, gedurende minimaal 14 dagen. Bij een gekweekte én gevoelige meningokok of pneumokok: i.v. 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: meningokok: 7 dagen; pneumokok: minimaal 10 dagen (links naar adult.swabid.nl).

Volgens de richtlijn Bacteriële meningitis (2013, Nederlandse Vereniging voor Neurologie, op richtlijnendatabase.nl): bij een S. agalactiae of L. monocytogenes i.v. 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: S. agalactiae: 14–21 dagen; L. monocytogenes minimaal 21 dagen. Een pneumokokkenmeningitis 10–14 dagen behandelen.

Kinderen vanaf 1 maand tot 18 jaar:

Volgens de fabrikant: vanwege de toegenomen gevoeligheid voor convulsies en een Jarisch-Herxheimer-reactie (zie onderaan rubriek Bijwerkingen) maximaal 12 mln. IE/dag i.v. toedienen. In geval van een klinisch ernstige manifestatie van meningitis, de eerste dosis langzaam en onder toezicht toedienen, te beginnen met een kwart van de enkelvoudige dosis.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: vanaf 1 maand tot 18 jaar: (zonder nadere specificatie van de verwekker) i.v. minimaal 250.000–400.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 doses; maximaal 12 mln. IE/dag.

Volgens SWAB-advies: een gekweekte streptokok groep B en ook Enterobacteriaceae gedurende minimaal 21 dagen behandelen; een pneumokok minimaal 10 dagen, een meningokok ten minste 7 dagen. Deze aanbevelingen komen uit de Opmerkingen in het SWAB-advies primaire menigitis, onbekende verwekker (link naar children.swabid.nl).

Neonaten van 1–4 wk en < 1 week oud:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: bij een leeftijd van 1–4 weken en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 150.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; bij ≥ 2 kg: 200.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij een leeftijd < 1 week en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; bij ≥ 2 kg: 150.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses. Voor de behandelduur zie p. 15 van de SWAB-richtlijn Bacteriële CZS infecties via swab.nl/richtlijnen of p. 44 van de richtlijn Bacteriële meningitis op de website van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.

Intralumbale toediening bij infecties:

Algemeen:

Volgens de fabrikant: Na afname van een overeenkomstige hoeveelheid cerebrospinale vloeistof de steriele oplossing (maximaal 1.000 IE/ml, op lichaamstemperatuur) langzaam (1 ml/min) injecteren. Deze lokale behandeling alleen geven in aanvulling op een systemische behandeling. Voor intralumbale installatie de dosering voor de systemische toediening (i.v., i.m.) overeenkomstig verlagen.

Volwassenen, kinderen vanaf 12 jaar:

Volgens de fabrikant: 10.000 tot max. 20.000 IE.

Kinderen 6–12 jaar:

Volgens de fabrikant: 8.000 IE.

Kinderen 1–6 jaar:

Volgens de fabrikant: 5.000 IE.

Zuigelingen (van 1–23 maanden):

Volgens de fabrikant: 2.500 IE.

Actinomycose:

Volwassenen:

i.v. of i.m. 10–20 mln. IE/dag, gedurende 2 tot 6 weken.

Anthrax:

Volwassenen:

Volgens het SWAB-advies anthrax: bij ernstige cutane infecties en bij de respiratoire en intestinale vormen: i.v. 2 mln. IE, iedere 4 uur. Behandelduur: 10–14 dagen.

Congenitale syfilis:

Neonaten:

Volgens de NHG multidisciplinaire richtlijn SOA (2018, update 2019) p. 114: i.v. 50.000 IE/kg lichaamsgewicht, iedere 12 uur gedurende de eerste zeven dagen, daarna 50.000 IE/kg iedere 8 uur, gedurende 10 dagen.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (benzylpenicilline): bij een à terme neonaat: i.v. 50.000 IE/kg lichaamsgewicht iedere 12 uur gedurende de eerste 7 dagen na de geboorte, daarna 50.000 IE/kg iedere 8 uur, gedurende 3 dagen.

Neurosyfilis:

Volwassenen:

Volgens de NHG multidisciplinaire richtlijn SOA (2018, update 2019) p. 114: i.v. 3–4 mln. IE 6×/dag óf per continue infusie, gedurende 10–14 dagen.

Volgens het SWAB-advies syfilis: 3 mln. IE 6×/dag, gedurende 10–14 dagen.

Listeriose:

Volwassenen:

i.v. 15–20 mln. IE/dag, verdeeld over 4 tot 6 doses.

Neonaten:

i.v. 250.000–400.000 IE/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 4 tot 6 doses.

Ziekte van Lyme:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: bij lymeborreliose: i.v. 20–30 mln. IE/dag in 2–3 doses, gedurende 14 dagen.

Volgens de CBO-richtlijn op p. 145 Lyme-ziekte (2013): bij Lyme-meningitis: 12–20 mln. IE/dag, gedurende 14 dagen.

Volgens het SWAB-advies neuroborreliose: bij (vroege) neuroborreliose: i.v. 2 mln. IE 6×/dag, gedurende 14 dagen.

Kinderen:

Volgens de fabrikant: bij lymeborreliose: i.v. 500.000 IE/kg/dag in 2–3 doses, gedurende 14 dagen.

Volgens de CBO-richtlijn Lyme-ziekte: bij Lyme-meningitis of een geïsoleerde aangezichtsverlamming, conform het Kinderformularium van het NKFK (benzylpenicilline; bij de omschrijving vroege neuroborreliose): bij kinderen < 9 jaar: i.v. 200.000–400.000 IE/kg lichaamsgewicht per dag, verdeeld over 6 doses (max. 6× 3 mln. IE). Bij kinderen ≥ 9 jaar bij Lyme-meningitis: i.v. 12–20 mln. IE/dag, verdeeld over 6 doses. Behandelduur: 14 dagen.

Volgens SWAB-advies neuroborreliose: bij (vroege) neuroborreliose bij kinderen vanaf 8 tot 18 jaar (met een contra-indicatie voor ceftriaxon): i.v. 2 mln. IE 6×/dag, gedurende 14 dagen. Bij kinderen van 12 maanden tot 8 jaar (met een contra-indicatie voor ceftriaxon): 200.000 IE/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 6 doses, gedurende 14 dagen.

Pasteurellose:

Volwassenen:

Volgens het SWAB-advies Pasteurella multocida (regionaal): bij sepsis hierdoor: benzylpenicilline 4 mln. IE 6×/dag óf 24 mln. IE/24 uur (continu, na een oplaaddosis van 1 mln. IE). Behandelduur: minimaal 14 dagen. Volgens een Scandinavian Journalreview van Engelse literatuur is de gemiddelde behandelduur 14 dagen. Volgens UpToDate.com bij een Pasteurella multocida-meningitis 21 dagen behandelen.

Peritonitis:

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

I.v. (of i.m.): 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: afhankelijk van oorzaak en klinische presentatie, 5 tot 14 dagen.

Rattenbeetziekte:

Volwassenen en kinderen:

De dosering en behandelduur hangen af van de ernst van de ziekte, neem voor de dosering en behandelduur contact op met een infectioloog.

Voor doseringsaanbevelingen bij nier- en leverfunctiestoornissen zie het bovenste doseringsvoorschrift 'Infecties (algemeen)'. NB: bij leverinsufficiëntie is een dosisaanpassing niet nodig zolang er niet tevens sprake is van nierinsufficiëntie.

De behandelduur bedraagt tenzij anders aangegeven minimaal 7 dagen en dient in het algemeen nog 2–3 dagen te worden voortgezet na het verdwijnen van de symptomen. Bij meningitis, of indien de penetratie wordt bemoeilijkt (o.a. door purulent exsudaat) zijn hoge doses i.v. gedurende meestal minimaal 14 dagen noodzakelijk.

Toedieningsinformatie: Het poeder oplossen en verdunnen (in glucose 5%, water voor injecties of natriumchloride 0,9%) tot een concentratie van 100.000 IE/ml (i.v. en i.m.).

I.v.-toediening: doses > 2 mln. IE langzaam injecteren (0,5 mln. IE/min), om verstoring van de elektrolytenbalans en convulsies te voorkomen. Doseringen > 10 mln. IE i.v. toedienen als een kortlopend infuus (20–30 min.), of als continu infuus (dagdosering/gedurende 24 uur toedienen); hierbij de toedieningsplaats om de dag wisselen om tromboflebitis en superinfecties te voorkomen. Over het algemeen niet in één infuus mengen met andere geneesmiddelen in verband met de vele onverenigbaarheden in oplossing (bv. niet mengen met een aminoglycoside, omdat dan inactivering van de aminoglycoside kan optreden).

I.m.-toediening: verdunning tot 100.000 IE/ml wordt het beste getolereerd; tot 1 mln. IE/ml is mogelijk, maar pijnlijk. Vermijd de i.m.-toediening van > 10 mln. IE. Per injectieplaats max. 5 ml injecteren; herhaalde injecties afwisselend links en rechts toedienen. Diep intramusculair toedienen in het bovenste, buiten kwadrant van de gluteus maximus of het ventrogluteale gebied. Bij zuigelingen kunnen ernstige lokale reacties optreden; bij hen benzylpenicilline alleen i.v. toedienen.

Zie voor gedetailleerde informatie over benzylpenicilline van de huidige fabrikant Sandoz, de officiële productinformatie CBG/EMA (via 'Zie ook').

Bijwerkingen

Zeer vaak (>10 %): bij behandeling van (neuro)syfilis: de Jarisch-Herxheimer reactie (zie voor meer informatie onderaan deze rubriek).

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem, oedeem van de larynx, serumziekte, (allergische) vasculitis, urticaria, maculopapuleuze uitslag; koorts, eosinofilie. Na i.m.-toediening: lokaal spiernecrose, pijn en ontsteking; na i.v.-toediening: tromboflebitis.

Soms (0,1-1%): glossitis, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree.

Zelden (0,01-0,1%): overige allergische reacties incl. anafylactische shock. Convulsies (met name bij epilepsie-patiënten, meningitis, hersenoedeem, bij/na hartchirurgische ingrepen met de hart-long-machine, bij hoge doseringen (> 20 mln. IE/dag) of de snelle injectie van > 5 mln. IE en bij gestoorde nierfunctie). Candidiase. Bij hoge i.v.-doseringen: oligurie of anurie (meestal spontaan reversibel binnen 2 dagen), interstitiële nefritis (vanaf ca. 12 mln. IE/dag). Veranderingen in het bloedbeeld (hemolytische anemie, leukopenie, granulocytopenie (neutropenie), agranulocytose, trombocytopenie, vooral bij hoge doseringen (bv. behandeling bacteriële endocarditis). Een hemolytische anemie kan nog tot 8 weken na het staken aanhouden. Voorbijgaande verhoging van LDH en serumtransaminasewaarden (m.n. ASAT). Bij snelle infusie van hoge doseringen (> 10 mln. IE): elektrolytstoornissen.

Zeer zelden (< 0,01%): adenopathie, lupus. Pseudomembraneuze colitis. Klinische tekenen van acute longziekte met koorts (Löffler-syndroom). Neurologische en psychiatrische stoornissen; bv. polyneuropathie, perifere neuropathie, vooral na hoge doseringen, voorts hallucinaties, verwardheid, agitatie, depressie, ernstige en soms fatale encefalopathie. Hepatitis, cholestase. Spier- en gewrichtspijn, bij gestoorde nierfunctie zijn bij hoge doseringen ook myoklonieën gemeld. Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, exfoliatieve dermatitis. Pancytopenie.

Verder zijn gemeld: arteriële occlusie. Hallucinaties, slaperigheid. Pemfigoïd. Vooral bij congestieve hartaandoeningen kunnen bij hoge doseringen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden. Verlenging van de bloedingstijd (bij hoge doseringen; > 10 mln. IE/dag bij uremie, > 40 mln. IE/dag bij normale nierfunctie); deze kan tot enkele dagen na het staken van de therapie aanhouden. Ernstige lokale reacties bij zuigelingen (bij de i.m.-toediening).

De Jarisch-Herxheimer reactie (met koorts, koude rillingen, tachycardie, bloeddrukdaling, myalgie, zere keel en hoofdpijn) kan bij de behandeling van syfilis en andere infecties met spirocheten (bv. lymeborreliose en leptospirose) optreden binnen 2–12 uur na toediening van de eerste dosis. Deze reactie (van voorbijgaande aard) wordt vooral gezien bij syfilis met een hoge 'bacterial load', zoals bij een hoge VDRL-titer en in het tweede stadium. De symptomen kunnen worden onderdrukt met antipyretica. Bij zwangere vrouwen kan deze reactie een vroegtijdige partus en foetale nood veroorzaken; echter dit is geen reden om hen de syfilisbehandeling te onthouden, wel dient er tijdens de zwangerschap gekozen te worden voor een ander geneesmiddel (zie ook rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Interacties

De werking van penicillinen wordt in vitro geantagoneerd door bacteriostatische antibiotica zoals tetracyclinen, sulfonamiden en chlooramfenicol; het klinisch belang hiervan is alleen aannemelijk gemaakt bij levensbedreigende infecties zoals meningitis, endocarditis, sepsis en daarnaast bij patiënten met een ernstige neutropenie. Bij gelijktijdig gebruik van aminoglycosiden kan een synergistisch effect optreden, echter bij menging in één infuus kan inactivering van de aminoglycoside optreden.

Indometacine en acetylsalicylzuur (hoge doses) verlengen de plasmahalfwaardetijd door vermindering van de tubulaire secretie.

Benzylpenicilline verlaagt de klaring van methotrexaat door competitie om renale tubulaire secretie, met meer kans op toxiciteit van methotrexaat. De combinatie bij voorkeur vermijden, indien dit niet mogelijk is dosisverlaging van methotrexaat overwegen en de methotrexaatspiegel controleren.

Zwangerschap

Benzylpenicilline passeert de placenta. In het amnionvocht wordt 25–30% van de maternale bloedconcentratie bereikt. In het foetale serum worden 1–2 uur na toediening gelijke concentraties aan die in het maternale serum bereikt.
Teratogenese: Bij de mens ruime ervaring; geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Kan worden gebruikt. Benzylpenicilline is echter niet geïndiceerd voor de behandeling van syfilis (in welk stadium dan ook) tijdens de zwangerschap (zie ook rubriek Waarschuwingen en voorzorgen).

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate (ca. 5–10% van de maternale bloedconcentratie).
Farmacologisch effect: Sensibilisatie van de zuigeling door benzylpenicilline is theoretisch mogelijk. De kans op het ontstaan van een allergische reactie wordt echter minimaal geacht. In theorie is het ook mogelijk dat de darmflora van de zuigeling wordt beïnvloed, dit leidt hooguit tot wat dunnere ontlasting of diarree.
Advies: Kan worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • bekende overgevoeligheid voor penicillinen;
  • voorgeschiedenis van een ernstige, onmiddellijk optredende overgevoeligheidsreactie (bv. anafylaxie) op een ander β-lactamantibioticum (bv. cefalosporine, carbapenem, monobactam).

Waarschuwingen en voorzorgen

Kruisovergevoeligheid/-resistentie: tussen penicillinen onderling en (in mindere mate) penicillinen en andere β–lactamantibiotica zoals cefalosporinen kan zowel kruisovergevoeligheid (frequentie in de literatuur voor cefalosporinen 5–10%) als kruisresistentie voorkomen. Het gebruik bij overgevoeligheid voor penicillinen is gecontra-indiceerd; wees voorzichtig bij overgevoeligheid voor andere β-lactamantibiotica zoals cefalosporinen of carbapenems.

Huidreacties: Wees voorzichtig bij een allergische diathese (bv. hooikoorts) of astma of eerdere ernstige allergische reacties in de voorgeschiedenis. Controleer nauwkeurig in de eerste 30 minuten na toediening. Reacties van huid en slijmvliezen kunnen soms pas na 48 uur optreden. In dit geval de therapie staken en adequate therapie instellen (bv. antihistaminica). Bij patiënten met een dermatomycose zijn para-allergische reacties mogelijk, gezien er vaak sprake is van een gemeenschappelijke antigeniciteit tussen penicillinen en dermatofyte metabolieten. Bij een bestaande mononucleose-infectie (EBV-infectie) en ook bij een begeleidende infectie bij een acute lymfatische leukemie is er meer kans op huidreacties.

Controle tijdens de behandeling: bij een behandeling van meer dan 5 dagen met hoge doseringen het bloedbeeld, de nierfunctie en elektrolyten controleren. Bij hoge doses rekening houden met de natriumbelasting, met name bij congestief hartfalen en bij een verminderde nierfunctie. Hierbij kunnen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden.

Neuro- en nefrotoxiciteit: bij gestoorde nierfunctie geen hoge doses toedienen wegens gevaar van neurotoxiciteit (zich bv. uitend in convulsies), tubulusnecrose en anurie, voor dosisaanpassingen zie de rubriek Dosering. Bij meningitis, epilepsie of hersenoedeem is er bij hoge doseringen (> 20 mln. IE/dag) een toegenomen kans op convulsies.

Bij syfilis is periodieke controle en serologische (waar nodig van de liquor) follow-up aangewezen. Volgens de NHG multidisciplinaire richtlijn SOA (2018 update 2019): liquoronderzoek na 6–12 maanden en daarna elke 6 maanden tot een normale uitslag (p. 108). Bij zwangere vrouwen kan de Jarisch-Herxheimer reactie (zie rubriek Bijwerkingen) een vroegtijdige partus en foetale nood veroorzaken; echter dit is geen reden om hen de syfilisbehandeling te onthouden, wel dient er tijdens de zwangerschap volgens de multidisciplinaire richtlijn SOA gekozen te worden voor een ander geneesmiddel (p. 113).

Ernstige en aanhoudende diarree: Overweeg de diagnose pseudomembraneuze colitis bij ernstige en persisterende (bloederige-slijmerige of waterdunne) diarree gedurende of na de therapie. Bij een vermoeden hiervan de behandeling met benzylpenicilline staken en een gepaste behandeling instellen.

Beïnvloeding diagnostische testen: hoge doses penicillinen kunnen bij het aantonen van urobilinogeen, bepaling van 17-ketosteroïden, bij een aantal testen op glucose in de urine (Benedict, Clinitest) en bij de directe antiglobuline(Coombs-)test, fout-positieve reacties veroorzaken; de directe antiglobulinetest kan nog 6–8 weken positief blijven.

Overdosering

Symptomen
convulsies, nefrotoxiciteit, effecten op bloedstolling, hematologische en cardiovasculaire effecten. Anafylaxie.

Therapie
convulsies: diazepam. Hemodialyse is effectief in het verwijderen van benzylpenicilline.

Voor meer informatie over symptomen en de behandeling van overdosering van benzylpenicilline neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Benzylpenicilline (ookwel penicilline G) is een semisynthetisch, penicillinase-/β-lactamase-gevoelig, bactericide β–lactam antibioticum. Het remt de crosslinking van peptidoglycanen in de celwand, wat uiteindelijk leidt tot lysis en celdood. Het werkingsspectrum is relatief smal en omvat vooral Gram-positieve bacteriën en Gram-negatieve diplokokken.

Doorgaans gevoelig zijn o.a.: sommige stammen van Actinomyces (o.a. A. israelii), Corynebacterium diphtheriae, Clostridium perfringens, Cl. tetani, Erysipelothrix rhusiopathiae, Eubacterium, Fusobacterium nucleatum, Fusobacterium necrophorum, Gardnerella vaginalis, Peptococcus, Peptoniphilus spp., Peptostreptococcus spp., Streptobacillus moniliformis, streptokokken (o.a. S. pneumoniae, S. agalactiae, S. dysgalactiae (subsp. equisimilis) (groep C en G), S. pyogenes, S. viridans indien deze verwekkers penicillinase-negatief zijn), Veillonella parvula, Neisseria meningitidis, Pasteurella multocida, sommige spirillen en spirocheten (o.a. Spirillum minus, Borrelia burgdorferi, Treponema pallidum en Leptospira).

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij o.a.: Enterococcus faecalis (van nature meestal intermediair gevoelig), bij enkele stafylokokken (S. aureus, S. epidermidis, S. haemolyticus, S. hominis) is de resistentie in minstens één regio > 50%; Eikenella corrodens, Haemophilus influenza en Neisseria gonorrhoeae (zijn alle 3 van nature meestal intermediair gevoelig); Bacillus anthracis, Listeria monocytogenes, Streptococcus pneumoniae, B. pertussis, doorgaans resistent zijn alle Enterobacteriaceae (incl. Escherichia coli, Salmonella, Shigella, Enterobacter, Klebsiella, Proteus, Raoultella, Citrobacter spp.).

Relatief vaak ongevoelig zijn o.a: de penicillinasevormende micro-organismen (waaronder stammen van Staphylococcus. aureus, S. epidermidis, Neisseria gonorrhoeae en Haemophilus influenza), Acinetobacter spp., Brucella spp., mycobacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Inherent resistent zijn: Enterococcus faecium, Nocardia asteroides, Legionella pneumophila, Moraxella catarrhalis, Pseudomonas aeruginosa, Bacteroides spp., Chlamydia spp., Chlamydophila spp., Mycoplasma spp.

Benzylpenicilline is zuur-gevoelig en kan daarom alleen parenteraal worden toegediend.

Kinetische gegevens

Resorptiei.m. zeer goed.
T maxi.m.: 15–30 min, waarschijnlijk vertraagd bij patiënten met diabetes mellitus.
V dvolwassenen: 0.53–0.67 l/kg (normale nierfunctie), bij neonaten: 0,41–0,64 l/kg.
Overigbij hoge doseringen effectieve concentraties in lichaamsweefsels en -vloeistoffen, waaronder ook slecht toegankelijke weefsels zoals hartkleppen en bot. Bij ontstoken meninges tevens in de liquor (tot ca. 10% van de piek plasmaconcentratie). Bij hoge doseringen worden bij empyeem voldoende therapeutische concentraties bereikt.
Metaboliseringin de lever voor 15–30%, vnl. tot inactief penicilloïnezuur dat allergene eigenschappen heeft.
Eliminatievoornamelijk via de nieren, grotendeels (ca. 85–95%) via actieve tubulaire secretie, in mindere mate met de gal (ca. 5%). Binnen 12 uur ca. 65% van de dosis onveranderd en ca. 15% als penicilloïnezuur. Hemodialyse is effectief in het verwijderen van benzylpenicilline.
T 1/2el30 min, in het eindstadium van nierinsufficiëntie verlengd tot 6–20 uur. Neonaten 1–4 weken en < 2 kg: 2–3 uur; ≥ 2 kg: 0,5–2 uur. Neonaten < 1 weken en < 2 kg: 4–6 uur; ≥ 2 kg: 2–3 uur. Vanaf 1 maand: 0,5–1,2 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

benzylpenicilline hoort bij de groep penicillinen.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links