Samenstelling

Penicilline G-Natrium (Na-zout) Eureco Pharma B.V.

Toedieningsvorm
Poeder voor injectie/infusievloeistof
Sterkte
1 mln. IE, 10 mln. IE

Flacon bevat natrium 39–48 mg/1.000.000 IE. Wordt geleverd als vervanger van Natrium-penicilline G (Astellas Pharma BV), een middel dat langdurig niet beschikbaar is. In tegenstelling tot het product van Astellas bevat dit product geen buffer.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Een acute rinosinusitis geneest vrijwel altijd vanzelf. Pijnstillers (paracetamol), stomen en de nasale toediening van een zoutoplossing of een decongestivum kunnen verlichting geven van de klachten. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig. Geef antibiotica bij vermoeden van een bacteriële ontsteking en ernstig ziek zijn en overweeg antibiotica bij een verminderde weerstand en bij koorts die langer dan vijf dagen aanhoudt of opnieuw optreedt. Voor de keuze van antibiotica wanneer deze aangewezen zijn, zie acute rinosinusitis.

Bij de behandeling van otitis media acuta gaat de voorkeur uit naar een afwachtend beleid met adequate pijnbestrijding. Is na drie dagen het effect op pijn en/of koorts onvoldoende dan wordt gestart met een antimicrobiële behandeling met amoxicilline. Bij risicogroepen (zie otitis media acuta#stappenplan) en bij forse algemene ziekteverschijnselen direct starten met een antimicrobiële behandeling.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immuundeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een oraal smalspectrum penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur.

Bij een pneumonie is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (C(U)RB-65 score: 0–1, PSI-klasse: I-II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse: III-IV) is parenterale toediening van benzylpenicilline of amoxicilline aangewezen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) is monotherapie met moxifloxacine of levofloxacine dan wel combinatietherapie van antibiotica aangewezen (één van de combinaties van voorkeur is benzylpenicilline (of amoxicilline) met ciprofloxacine). Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

Probeer met hygiënische maatregelen uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is chirurgisch ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrumpenicilline de voorkeur. Macroliden zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrumpenicilline de voorkeur.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Indicaties

Infecties veroorzaakt door micro-organismen die gevoelig zijn voor benzylpenicilline, zoals:

Algemene infecties:

  • sepsis;
  • bacteriële meningitis, bij voorkeur in combinatie met andere therapieën;
  • hersenabces;
  • infecties van het KNO-gebied, met name infecties veroorzaakt door streptokokken: bv. mastoïditis, acute sinusitis, otitis-media, acute tonsillitis;
  • infecties van de (lagere) luchtwegen, vooral veroorzaakt door streptokokken: bv. pneumonie, acute verergering van chronische bronchitis;
  • bacteriële endocarditis;
  • peritonitis, na identificatie van het micro-organisme;
  • bij genitale infecties, bij de vrouw tevens bij andere infecties in het gynaecologisch bereik;
  • osteomyelitis;
  • infecties van huid en weke delen: bv. erysipelas, gasgangreen, wondinfectie;

Specifieke infecties:

  • actinomycosis;
  • anthrax;
  • complicaties secundair aan gonorroe zoals gonokokken artritis of endocarditis;
  • complicaties secundair aan syfilis zoals endocarditis;
  • congenitale syfilis en neurosyfilis;
  • difterie;
  • leptospirose;
  • listeriose;
  • Lyme-ziekte;
  • pasteurellose;
  • rattenbeetziekte;
  • tetanus.

Benzylpenicilline niet gebruiken als monotherapie bij ernstige infecties met een onbekende verwekker.

Gerelateerde informatie

Dosering

Controleer nauwkeurig in de eerste 30 minuten na toediening. Reacties van huid en slijmvliezen kunnen soms pas na 48 uur optreden.

Bij infecties door (α-hemolytische) streptokokken in het algemeen ten minste 10 dagen behandelen, om het ontstaan van acuut reuma of glomerulonefritis te voorkomen.

Klap alles open Klap alles dicht

Infecties (algemeen):

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

In het algemeen: 1–6 mln. IE/dag verspreid over 4–6 gelijke doses i.v. of i.m. (bij voorkeur i.v.); bij ernstige infecties tot 24 mln. IE/dag verspreid over 4–6 gelijke doses.

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn: i.v. minimaal 1 mln. IE 4×/dag tot maximaal 4 mln. IE 6×/dag.

Bij nierfunctiestoornissen: volgens de SWAB-richtlijn kan een algemeen advies niet worden gegeven. Voor richtlijnen voor dosisaanpassingen bij nierfunctiestoornissen zie de officiële productinformatie van de betreffende fabrikant (rubriek 4.2). Let op, voorschriften verschillen tussen fabrikanten.

Volgens het Renal Drug handbook (3e editie): creatinineklaring 20–50 ml/min: doseer als bij een normale nierfunctie; creatinineklaring 10-20 ml/min: 1–4 mln. IE 4×/dag afhankelijk van de ernst van de infectie; creatinineklaring <10 ml/min: 1–2 mln. IE. 4×/dag afhankelijk van de ernst van de infectie. Bij CAPD en hemodialyse: doseren als een creatinineklaring van <10 ml/min.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij CAPD: i.v. minimaal 1 mln. IE 4×/dag tot maximaal 1 mln. IE 6×/dag. Bij hemodialyse: op de dialysedag na dialyse toedienen.

Volgens de Nederlandse fabrikant (Astellas Pharma BV): kan benzylpenicilline ook aan de peritoneale dialysevloeistof toegevoegd worden; de dosis is gewoonlijk 50.000 IE/liter dialysaat (concentratie: 50 IE/ml). Dit resulteert bij continue toediening in bloedspiegels van ca. 25–30% van deze concentratie.

Bij een combinatie van ernstige lever- en nierfunctiestoornissen: de hierboven genoemde doseringen verder verminderen op geleide van de bloedspiegels. Eén van de fabrikanten vermeldt een dosering van 0,5 mln. IE iedere 8 uur.

Kinderen van 1 maand tot 18 jaar:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK (en de SWAB-richtlijn): i.v. 100.000-400.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 doses. Maximaal 4 mln. IE 6×/dag.

Bij nierfunctiestoornissen: volgens de SWAB-richtlijn: bij een creatinineklaring van 50–80 ml/min is het toedieningsinterval 6 uur; bij een creatinineklaring 10–50 of < 10 ml/min is het toedieningsinterval 8 uur. Volgens het Kinderformularium van het NKFK (vanaf 3 maanden tot 18 jaar): bij een creatinineklaring 30-80 ml/min; een doseringsaanpassing is niet nodig, bij een creatinineklaring 10–30 ml/min of < 10 ml/min afweging maken tussen het beoogde effect, risico van bijwerkingen, overdosering en therapiefalen.

Kinderen tot de leeftijd van 1 maand:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: bij kinderen van 1–4 weken met een geboortegewicht < 2 kg : i.v. 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; ≥ 2 kg: i.v. 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij kinderen < 1 week met een geboortegewicht < 2 kg: 50.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; ≥ 2 kg: 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses.

Bij nierfunctiestoornissen vanwege onvoldoende gegevens over werkzaamheid en veiligheid niet geschikt voor toepassing bij nierfunctiestoornissen bij deze leeftijdscategorie.

Sepsis:

Volwassenen:

Niet gebruiken als monotherapie bij een onbekende verwekker. Bij een gekweekte verwekker behandelen al naar gelang de plaats van de infectie en de verwekker volgens (lokaal) geldende richtlijnen.

Kinderen incl. neonaten:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: vanaf 1 maand tot 18 jaar: i.v. 100.000-400.000 IE/kg/dag in 4–6 doses, maximaal 24 mln. IE/dag. Bij een leeftijd van 1–4 weken en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; bij ≥ 2 kg: 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij een leeftijd < 1 week en geboortegewicht < 2 kg: 50.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; bij ≥ 2 kg: 75.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij kinderen leeftijd < 4 weken < 3 dagen opgenomen op HC/IC met een onbekende verwekker: i.v. in combinatie met i.v. gentamicine; geen gespecificeerd voorschrift.

Bacteriële meningitis:

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijnen: niet toepassen bij een onbekende verwekker. Bij een gekweekte streptokok groep B: i.v. 2 mln. IE 6×/dag óf als continue infusie, gedurende minimaal 14 dagen. Bij een gekweekte én gevoelige meningokok of pneumokok: i.v. 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: meningokok: 7 dagen; pneumokok: minimaal 10 dagen.

Volgens de richtlijn Bacteriële meningitis (NVN, 2013): bij een S. agalactiae of L. monocytogenes i.v. 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: S. agalactiae: 14–21 dagen; L. monocytogenes minimaal 21 dagen. Een pneumokokkenmeningitis 10–14 dagen behandelen.

Kinderen vanaf 1 maand tot 18 jaar:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: vanaf 1 maand tot 18 jaar: (zonder nadere specificering van de verwekker) i.v. min. 250.000–400.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4–6 doses; maximaal 24 mln. IE/dag.

Volgens de SWAB-richtlijnen: een gekweekte streptokok groep B gedurende minimaal 14 dagen behandelen; een pneumokok minimaal 10 dagen, een meningokok 7 dagen.

Neonaten:

Volgens het Kinderformularium van het NKFK én conform de SWAB-richtlijn: bij een leeftijd van 1–4 weken en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 150.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses; bij ≥ 2 kg: 200.000 IE/kg/dag, verdeeld over 4 doses. Bij een leeftijd < 1 week en geboortegewicht < 2 kg: i.v. 100.000 IE/kg/dag, verdeeld over 2 doses; bij ≥ 2 kg: 150.000 IE/kg/dag, verdeeld over 3 doses. Volgens de SWAB-richtlijn: een gekweekte streptokok groep B gedurende minimaal 14 dagen behandelen.

Community acquired pneumonie (CAP):

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn: bij een ernstige pneumonie (zie C(U)RB-scores in de rubriek Advies) met een onbekende verwekker: i.v. 1 mln. IE 4×/dag, in combinatie met ciprofloxacine i.v. 400 mg 2×/dag. De behandelduur (niet genoemd in SWAB) is doorgaans 7–14 dagen. Niet toepassen na recent verblijf in een land met een hoge resistentie van pneumokokken voor benzylpenicilline; ook niet toepassen bij een fulminante pneumonie in aansluiting op influenza. Bij een matig-ernstige pneumonie met een onbekende verwekker: i.v. 1 mln. IE 4×/dag, gedurende 5 dagen; bij aangetoonde kolonisatie met Pseudomonas spp. in combinatie met ceftazidim i.v. 1000 mg 3×/dag óf met ciprofloxacine i.v. 400 mg 2×/dag. Bij een milde pneumonie wordt oraal behandeld met andere antibiotica.

Bacteriële endocarditis:

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn: bij een natieve klep (subacuut begin en een langdurig beloop): i.v. 2 mln. IE 6×/dag, (gedurende 4 weken), in combinatie met gentamicine i.v. 3 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (gedurende eerste 2 weken). Niet toepassen bij een acuut begin en fulminant beloop, of bij gebruikers van intraveneuze drugs. Bij een kunstklep: benzylpenicilline gedurende 6 weken, in combinatie met gentamicine i.v. 3 mg/kg lichaamsgewicht 1×/dag (gedurende de eerste 2 weken).

Behandelduur: is afhankelijk van de verwekker meestal 4–6 weken, in sommige gevallen kan, indien aan een aantal voorwaarden voldaan is, volstaan worden met 2 weken behandeling (zie SWAB-richtlijn infectieuze endocarditis bij volwassenen, genummerde pagina's 20 en 21).

Erysipelas:

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn: i.v. 1 mln. IE, iedere 6 uur. Behandelduur: 10–14 dagen.

Gasgangreen:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: i.v. of i.m. 20 mln. IE/dag, naast specifieke (chirurgische) behandeling. Een dosering tot 72 mln. IE/dag kan nodig zijn bij zich snel verspreidend gasgangreen.

Actinomycosis:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: i.v. of i.m. 10–20 mln. IE/dag, gedurende 2 tot 6 weken.

Anthrax:

Volwassenen:

Volgens de SWAB-richtlijn: bij ernstige cutane infecties en bij de respiratoire en intestinale vormen: i.v. 2 mln. IE, iedere 4 uur. Behandelduur: 10–14 dagen.

Congenitale syfilis:

Neonaten:

Volgens de 'Multidisciplinaire richtlijn SOA voor de tweede lijn': i.v. 50.000 IE/kg lichaamsgewicht, iedere 12 uur gedurende de eerste zeven dagen, daarna 50.000 IE/kg iedere 8 uur, gedurende 10 dagen.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: bij een à terme neonaat: i.v. 50.000 IE/kg lichaamsgewicht iedere 12 uur gedurende de eerste 7 dagen na de geboorte, daarna 50.000 IE/kg iedere 8 uur, gedurende 3 dagen.

Neurosyfilis:

Volwassenen:

Volgens de 'Multidisciplinaire richtlijn SOA voor de tweede lijn': i.v. 3–4 mln. IE 6×/dag óf per continue infusie, gedurende 10–14 dagen.

Volgens de SWAB-richtlijn: 3 mln. IE 6×/dag, gedurende 10–14 dagen.

Listeriose:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: i.v. 15–20 mln. IE/dag, in 4 tot 6 doses.

Neonaten:

Volgens de fabrikant: i.v. 250.000–400.000 IE/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 4 tot 6 doses.

Ziekte van Lyme:

Volwassenen:

Volgens de Lyme LCI-richtlijn: bij Lyme-meningitis: 12–20 mln. IE/dag, gedurende 14 dagen.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij (vroege) neuroborreliose: i.v. 2 mln. IE 6×/dag, gedurende 14 dagen.

Kinderen:

Volgens de Lyme LCI-richtlijn bij Lyme-meningitis of een geïsoleerde facialisparese, conform het Kinderformularium van het NKFK: (bij de omschrijving vroege neuroborreliose): bij kinderen < 9 jaar: i.v. 200.000–400.000 IE/kg lichaamsgewicht per dag, verdeeld over 6 doses (max. 6× 3 mln. IE). Bij kinderen ≥ 9 jaar bij Lyme-meningitis: i.v. 12–20 mln. IE/dag, verdeeld over 6 doses. Behandelduur: 14 dagen.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij (vroege) neuroborreliose bij kinderen vanaf 8 tot 18 jaar (met een contra-indicatie voor ceftriaxon): i.v. 2 mln. IE 6×/dag, gedurende 14 dagen. Bij kinderen van 12 maanden tot 8 jaar (met een contra-indicatie voor ceftriaxon): 200.000 IE/kg lichaamsgewicht/dag, verdeeld over 6 doses, gedurende 14 dagen.

Pasteurellose:

Volwassenen:

Volgens de fabrikant: bij sepsis of meningitis door Pasteurella: i.v. of i.m. 4–6 mln. IE/dag, gedurende 4–6 weken.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij sepsis door Pasteurella multocida: benzylpenicilline 4 mln. IE 6×/dag of 24 mln. IE/24 uur (continu). Behandelduur: minimaal 14 dagen. Volgens een Scandinavische review van Engelstalige literatuur is de gemiddelde behandelduur 14 dagen. Volgens UpToDate bij een Pasteurella meningitis 21 dagen behandelen.

Peritonitis:

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

I.v. (of i.m.): 2 mln. IE 6×/dag. Behandelduur: afhankelijk van oorzaak en klinische presentatie, 5 tot 14 dagen.

Rattenbeetziekte:

Volwassenen en kinderen:

De dosering en behandelduur hangen af van de ernst van de ziekte, neem voor de dosering en behandelduur contact op met een infectioloog.

Voor doseringsaanbevelingen bij nier- en leverfunctiestoornissen zie het bovenste doseringsvoorschrift 'Infecties (algemeen)'.

De behandelduur bedraagt tenzij anders aangegeven minimaal 7 dagen en dient in het algemeen nog 2 dagen te worden voortgezet na het verdwijnen van de symptomen. Bij meningitis, of indien de penetratie wordt bemoeilijkt (o.a. door purulent exsudaat) zijn hoge doses i.v. gedurende meestal minimaal 14 dagen noodzakelijk.

I.v.-toediening: doseringen ≥ 10 mln. IE i.v. toedienen, als bolus in 3–5 min, of als een kortlopend infuus (20–30 min.), of als continu infuus (dagdosering/gedurende 24 uur toedienen). I.v.: verdunnen tot 100.000 IE/ml; bij doses > 2 mln. IE langzaam injecteren (0,5 mln. IE/min), om convulsies te voorkómen. Niet in één infuus mengen met een aminoglycoside, omdat dan inactivering van de aminoglycoside kan optreden.

I.m.-toediening: verdunning tot 100.000 IE/ml wordt het beste getolereerd; tot 1 mln. IE/ml is mogelijk, maar pijnlijk. Vermijd de i.m.-toediening van > 10 mln. IE.

Zie voor meer gedetailleerde informatie over benzylpenicilline de officiële productinformatie CBG/EMA (via het menu aan de onderzijde).

Bijwerkingen

Zeer vaak (>10 %): bij behandeling van (neuro)syfilis: de Jarisch-Herxheimer reactie (zie voor meer informatie onderaan deze rubriek).

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem, oedeem van de larynx, serumziekte, (allergische) vasculitis, urticaria, maculopapuleuze uitslag; koorts, eosinofilie. Na i.m.-toediening: lokaal spiernecrose, pijn en ontsteking; na i.v.-toediening: tromboflebitis.

Soms (0,1-1%): glossitis, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree.

Zelden (0,01-0,1%): overige allergische reacties incl. anafylactische shock. Convulsies (met name bij epilepsie-patiënten, meningitis, hersenoedeem, bij/na cardiochirurgische ingrepen met de hart-long-machine, bij hoge doseringen of de snelle injectie van > 5 mln. IE en bij nierfunctiestoornissen). Candidiasis. Bij hoge i.v.-doseringen: oligurie of anurie (meestal spontaan reversibel binnen 2 dagen), interstitiële nefritis (vanaf ca. 12 mln. IE/dag). Veranderingen in het bloedbeeld (hemolytische anemie, leukopenie, granulocytopenie (neutropenie), agranulocytose, trombocytopenie, vooral bij hoge doseringen (bv. behandeling bacteriële endocarditis). Een hemolytische anemie kan nog tot 8 weken na het staken aanhouden. Voorbijgaande verhoging van LDH en serumtransaminasewaarden (m.n. ASAT). Bij snelle infusie van hoge doseringen (>10 mln. IE): elektrolytstoornissen.

Zeer zelden (< 0,01%): adenopathie, lupus. Pseudomembraneuze colitis. Klinische tekenen van acute longziekte met koorts (Löffler syndroom). Neurologische en psychiatrische stoornissen; bv. polyneuropathie, perifere neuropathie, vooral na hoge doseringen, voorts hallucinaties, verwardheid, agitatie, depressie, ernstige en soms fatale encefalopathie. Hepatitis, cholestase. Spier- en gewrichtspijn, bij nierfunctiestoornissen zijn bij hoge doseringen ook myoklonieën gemeld. Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, exfoliatieve dermatitis. Pancytopenie.

Verder zijn gemeld: arteriële occlusie. Hallucinaties, slaperigheid. Pemfigoïd. Vooral bij congestieve hartaandoeningen kunnen bij hoge doseringen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden. Verlenging van de bloedingstijd (bij hoge doseringen; > 10 mln. IE/dag bij uremie, > 40 mln. IE/dag bij normale nierfunctie); deze kan tot enkele dagen na het staken van de therapie aanhouden.

De Jarisch-Herxheimer reactie (met koorts, koude rillingen, tachycardie, bloeddrukdaling, myalgie, zere keel en hoofdpijn) kan bij de behandeling van syfilis en andere infecties met spirocheten (bv. Lyme-borreliose en leptospirose) optreden binnen 2–12 uur na toediening van de eerste dosis. De reactie wordt vooral gezien bij syfilis met een hoge 'bacterial load', zoals bij een hoge VDRL-titer en in het tweede stadium. Bij zwangere vrouwen kan dit een vroegtijdige partus en foetale nood veroorzaken; echter dit is geen reden om hen de syfilisbehandeling te onthouden. De symptomen kunnen worden onderdrukt met antipyretica.

Interacties

De werking van penicillinen wordt geantagoneerd door bacteriostatische antibiotica zoals tetracyclinen, sulfonamiden en chlooramfenicol. Bij gelijktijdig gebruik van aminoglycosiden kan een synergistisch effect optreden, echter bij menging in één infuus kan inactivering van de aminoglycoside optreden.

Indometacine en acetylsalicylzuur (hoge doses) verlengen de plasmahalfwaardetijd door vermindering van de tubulaire secretie.

Benzylpenicilline verlaagt de klaring van methotrexaat door competitie om renale tubulaire secretie, met meer kans op methotrexaattoxiciteit. De combinatie bij voorkeur vermijden, indien dit niet mogelijk is dosisverlaging van methotrexaat overwegen en de methotrexaatspiegel controleren.

Zwangerschap

Benzylpenicilline passeert de placenta (in het amnionvocht wordt 25–30% van de maternale bloedconcentratie bereikt).
Teratogenese: Bij de mens geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja (ca. 5–10% van de maternale bloedconcentratie). Sensibilisatie van de zuigeling door benzylpenicilline is theoretisch mogelijk.
Advies: Kan (voor zover bekend zonder gevaar) volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • overgevoeligheid voor penicillinen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Tussen penicillinen onderling en (in mindere mate) penicillinen en andere β–lactamantibiotica zoals cefalosporinen kan zowel kruisovergevoeligheid als kruisresistentie voorkomen. Het gebruik bij overgevoeligheid voor penicillinen is gecontra-indiceerd; wees voorzichtig bij overgevoeligheid voor andere β-lactamantibiotica zoals cefalosporinen. Wees eveneens voorzichtig bij astma of eerdere ernstige allergische reacties in de voorgeschiedenis. Controleer nauwkeurig in de eerste 30 minuten na toediening. Reacties van huid en slijmvliezen kunnen soms pas na 48 uur optreden. In dit geval de therapie staken en adequate therapie instellen (bv. antihistaminica).

Bij een behandeling van meer dan 5 dagen met hoge doseringen het bloedbeeld, de nierfunctie en elektrolyten controleren.

Bij hoge doses rekening houden met de natriumbelasting, met name bij congestief hartfalen en bij een verminderde nierfunctie. Hierbij kunnen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden.

Bij nierfunctiestoornissen geen hoge doses toedienen wegens gevaar van neurotoxiciteit (zich bv. uitend in convulsies), tubulusnecrose en anurie.

Bij meningitis, epilepsie of hersenoedeem is er bij hoge doseringen (> 20 mln. IE/dag) een toegenomen kans op convulsies.

Bij een bestaande mononucleose-infectie en ook bij een begeleidende infectie bij een acute lymfatische leukemie is er meer kans op huidreacties.

Bij syfilis is periodieke controle en serologische (waar nodig van de liquor) follow-up aangewezen. Volgens de multidisciplinaire richtlijn SOA voor de tweedelijnszorg: liquoronderzoek na 6 maanden en daarna elke 6 maanden tot een normale uitslag.

De diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen bij ernstige en persisterende (bloederige-slijmerige of waterdunne) diarree gedurende of na de therapie. Bij een vermoeden hiervan de behandeling met benzylpenicilline staken en een gepaste behandeling instellen.

Hoge doses penicillinen kunnen bij het aantonen van urobilinogeen, bepaling van 17-ketosteroïden, bij een aantal testen op glucose in de urine (Benedict, Clinitest) en bij de directe antiglobuline(Coombs-)test fout-positieve reacties veroorzaken; de directe antiglobulinetest kan nog 6–8 weken positief blijven.

Overdosering

Symptomen
convulsies, nefrotoxiciteit, effecten op bloedstolling, hematologische en cardiovasculaire effecten. Anafylaxie.

Therapie
convulsies: diazepam. Hemodialyse is effectief in het verwijderen van benzylpenicilline.

Voor meer informatie over symptomen en behandeling van een vergiftiging met benzylpenicilline neem contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Bactericide β–lactam antibioticum. Remt de crosslinking van peptidoglycanen in de celwand, wat uiteindelijk leidt tot lysis en celdood. Het werkingsspectrum is relatief smal en omvat vooral Gram-positieve bacteriën en Gram-negatieve diplokokken.

Doorgaans gevoelig zijn o.a.: sommige stammen van Actinomyces (o.a. A. israelii), Corynebacterium diphtheriae, Clostridium perfringens, Cl. tetani, Eubacterium, Fusobacterium nucleatum, Fusobacterium necrophorum, Peptococcus, Peptostreptococcus spp., Staphylococcus aureus (penicillinase negatief), Streptobacillus moniliformis, streptokokken (o.a. S. pneumoniae, S. pyogenes, S. viridans), Neisseria gonorrhoeae (penicillinase-negatief), Neisseria meningitidis, Pasteurella multocida, sommige spirillen en spirocheten (o.a. Spirrilum minus, Borrelia burgdorferi, Treponema pallidum en Leptospira).

Resistentie kan een probleem zijn bij o.a.: Bacillus anthracis, L. monocytogenes, S. pneumoniae, B. pertussis, doorgaans resistent zijn Enterobacteriaceae (incl. E. Coli, Salmonella, Shigella, Enterobacter, Klebsiella, Proteus, Raoultella, Citrobacter spp.), E. faecalis en H. Influenza.

Ongevoelig zijn o.a:. penicillinasevormende micro-organismen (waaronder stammen van S. aureus, S. epidermidis, N. gonorrhoeae en H. influenza), Acinetobacter spp., Bacteroides spp., Brucella spp., Chlamydia spp., Chlamydophilia spp., Enterococcus faecium, Moraxella catarrhalis, Pseudomonas spp., Legionella pneumophilia, mycobacteriën, Mycoplasmataceae, schimmels, virussen en gisten.

Benzylpenicilline is gevoelig voor penicillinase. Benzylpenicilline is zuur-gevoelig.

Kinetische gegevens

Resorptiei.m. zeer goed.
T max15–30 min.
V dvolwassenen: 0.53–0.67 l/kg (normale nierfunctie), bij neonaten: 0,41–0,64 l/kg.
Overigbij hoge doseringen effectieve concentraties in lichaamsweefsels en -vloeistoffen, waaronder de liquor, vooral bij ontstoken meninges (tot ca. 10% van de piek plasmaconcentratie).
Metaboliseringin de lever voor 15–30%, vnl. tot inactief penicilloïnezuur dat allergene eigenschappen heeft.
Eliminatievoornamelijk via de nieren, grotendeels (ca. 80–90%) via actieve tubulaire secretie. Binnen 12 uur ca. 65% van de dosis onveranderd en ca. 15% als penicilloïnezuur. Hemodialyse is effectief in het verwijderen van benzylpenicilline.
T 1/2el30 min, in het eindstadium van nierinsufficiëntie verlengd tot 6–20 uur. Neonaten 1–4 wk. en < 2 kg: 2–3 uur; ≥ 2 kg: 0,5–2 uur. Neonaten < 1 wk. en < 2 kg: 4–6 uur; ≥ 2 kg: 2–3 uur. Vanaf 1 maand: 0,5–1,2 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

benzylpenicilline hoort bij de groep penicillinen.

Zie ook