Samenstelling

Diazepam Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 2 ml

Bevat tevens: benzylalcohol, ethanol.

Toedieningsvorm
Rectiole
Sterkte
2 mg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat tevens: benzylalcohol, ethanol.

Toedieningsvorm
Rectiole
Sterkte
4 mg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat tevens: benzylalcohol, ethanol.

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
2 mg, 5 mg, 10 mg

Stesolid Aurobindo Pharma bv

Toedieningsvorm
Rectiole
Sterkte
2 mg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat tevens: benzylalcohol, ethanol.

Toedieningsvorm
Rectiole
Sterkte
4 mg/ml
Verpakkingsvorm
2,5 ml

Bevat tevens: benzylalcohol, ethanol.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij een angststoornis met een geringe ziektelast, volstaan voorlichting en zelfhulpadviezen. Bij onvoldoende effect daarvan of bij ernstige ziektelast, zijn cognitieve gedragstherapie, een antidepressivum of beide aangewezen. Er is een lichte voorkeur voor SSRI’s boven serotonerge TCA’s vanwege een geringere kans op ernstige bijwerkingen. Bij sociale fobie komen TCA’s niet in aanmerking. Na herstel van de angststoornis is begeleiding bij het stoppen van het antidepressivum en terugvalpreventie belangrijk. Bij examenangst of plankenkoorts kan incidenteel propranolol gegeven worden. Indien de antidepressiva en cognitieve gedragstherapie niet voldoende effectief zijn, hebben benzodiazepinen een beperkte plaats in de onderhoudsbehandeling van sociale angststoornissen en paniekstoornissen. Daarnaast kunnen benzodiazepinen bij de start van een behandeling met antidepressiva kortdurend worden toegevoegd (maximaal 2–4 weken) om de initieel toenemende angst op te vangen.

Slapeloosheid vooral niet-medicamenteus behandelen. Voor een geneesmiddel is alleen plaats in uitzonderingsgevallen, zoals bij acute ernstige slapeloosheid of ernstig disfunctioneren overdag, en dan alleen kortdurend gedurende enkele nachten. De voorkeur gaat dan uit naar een kortwerkende benzodiazepine-agonist: lormetazepam, temazepam, zolpidem of zopiclon. Met deze middelen bestaat ruime ervaring en bij gebruik in lage dosering is er weinig kans op nawerking de volgende dag.

Bij de medicamenteuze behandeling van spierspasmen gaat de voorkeur uit naar baclofen of tizanidine. De plaats van diazepam is beperkt tot therapieresistente spierspasmen bij niet-ambulante patiënten met neurologische aandoeningen zoals MS, CVA, ruggenmergletsel of cerebrale parese. Bij lage rugpijn is er geen plaats voor diazepam.

Geef bij een epileptisch insult dat langer dan vijf minuten duurt, midazolam intramusculair, buccaal of nasaal. Herhaal dit wanneer er vijf minuten na toediening nog symptomen zijn en verwijs met spoed naar de tweedelijnszorg. Diazepam rectiole is tweede keus, maar kan als noodmedicatie voor de thuissituatie ook een eerstekeusmiddel zijn.

Er is geen behandeling specifiek voor koortsconvulsies. Coupeer een febriele status epilepticus zoals een ‘reguliere’ status epilepticus met diazepam rectaal of midazolam buccaal/nasaal/intramusculair. Diazepam rectiolen of midazolam nasaal kunnen als noodmedicatie worden meegegeven voor behandeling van een recidieve koortsconvulsie met status epilepticus. Preventief gebruik van antipyretica is niet effectief in het voorkómen van een koortsconvulsie en wordt niet aangeraden.

Behandeling van een alcoholonthoudingsdelier bestaat vooral uit het creëren en waarborgen van een veilige omgeving en het behandelen van de oorzaak (uitlokkende factor). Behandel een alcoholonthoudingsdelier met een benzodiazepine, bij voorkeur lorazepam of chloordiazepoxide. Voeg haloperidol toe indien het delier persisteert.

Geef thiaminesuppletie bij langdurig overmatig alcoholgebruik en behandel matig tot ernstige alcoholonthoudingsverschijnselen met een benzodiazepine, bij voorkeur lorazepam of chloordiazepoxide. Voeg bij een alcoholonthoudingsdelier (ook bij ouderen) haloperidol toe. Terugvalpreventie bestaat uit psychosociale begeleiding, eventueel medicamenteus ondersteund met acamprosaat, disulfiram, nalmefeen of naltrexon. Behandel een acute alcoholintoxicatie volgens het ziekenhuisprotocol.

Aan de vergoeding van diazepam zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

Algemeen:

  • Pathologische angst en spanning, die het normale functioneren verstoort of waaronder ernstig geleden wordt;
  • Kortdurende behandeling van ernstige slaapstoornissen, die het normale functioneren verstoren of waaronder ernstig geleden wordt;
  • Adjuvans bij epilepsie, status epilepticus;
  • Spierspasmen (waaronder cerebrale parese);
  • Koortsconvulsies bij kinderen;
  • Acute onthoudingsverschijnselen na staken van alcoholgebruik;
  • Tetanus.

Obstetrie:

  • Pre-eclampsie en eclampsie.

Anesthesie:

  • Premedicatie, sedatie voor kleinere therapeutische ingrepen en onderzoeken.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Anxiolyse:

Volwassenen:

Oraal: gebruikelijk 2–5 mg 2–3×/dag, max. 30 mg/dag verdeeld over 2–4 doses; de maximale dosering niet langer toepassen dan 4 weken.

I.m./i.v.: bij acute toestanden 0,1–0,2 mg/kg, elke 8 uur herhalen totdat de acute symptomen afnemen.

Rectaal: 5–10 mg 2–3×/dag; max. 60 mg per dag.

Bij ouderen en patiënten met een leverfunctiestoornis: Oraal: beginnen met 2–2,5 mg 1–2×/dag.

Slaapstoornissen:

Volwassenen:

Oraal: 2,5–20 mg 's avonds.

Ouderen en patiënten met een leverfunctiestoornis: oraal 2,5–5 mg.

Bij coupering epilepsie-aanval > 5 min, status epilepticus:

Rectaal: volwassenen bij voorkeur 10 mg/keer, bij onvoldoende werking 20 mg/keer. Zo nodig na 10 min herhalen.

Kinderen > 3 jaar:

Rectaal: 10 mg/keer. Zo nodig na 10 min herhalen.

Kinderen 1–3 jaar

Rectaal: 5 mg/keer. Zo nodig na 10 min herhalen.

Kinderen < 1 jaar:

Rectaal: 0,5 mg/kg lichaamsgewicht/keer. Zo nodig na 10 min herhalen.

Volwassenen:

I.v.: 0,15–0,25 mg/kg, indien nodig na 10–15 min herhalen of als druppelinfuus (max. 30 mg).

Kinderen:

I.v.: 0,1–1 mg/kg.

Spierspasmen:

Volwassenen:

Oraal tot 15 mg/dag verdeeld over 2–4 doses.

I.m./i.v.: 2–20 mg.

Rectaal: 10–20 mg 2–3×/dag.

Kinderen:

I.m/i.v. 0,04–0,2 mg/kg lichaamsgewicht, max. 0,6 mg/kg per 8 uur.

Aandoeningen van de bovenste motorische zenuwcellen (als cerebrale parese):

Volwassenen:

Oraal: Begindosering: 15 mg/dag verdeeld over 2–4 doses, zonodig de dosering verhogen tot max. 60 mg/dag verdeeld over 3–4 doses.

Koortsconvulsie:

Volwassenen:

Rectaal: 0,25–0,5 mg/kg lichaamsgewicht.

20 mg per keer; zonodig na 10 min nog 10 mg; bij ouderen dosering halveren. Vervolgens kan de dosering iedere 12 uur worden herhaald.

I.v.: 0,15–0,25 mg/kg lichaamsgewicht. Indien nodig na 10–15 minuten herhalen of als druppelinfuus.

Kinderen 1–3 jaar:

Rectaal: lichaamsgewicht 10–15 kg: 5 mg (tube tot halverwege inbrengen!). Zonodig na 10 min dosis herhalen. Vervolgens kan de dosering iedere 12 uur worden herhaald.

Kinderen > 3 jaar:

Rectaal: lichaamsgewicht > 15 kg: 10 mg; zonodig na 10 min dosis herhalen. Vervolgens kan de dosering iedere 12 uur worden herhaald.

Kinderen:

I.v.: 0,1–1,0 mg/kg lichaamsgewicht. Indien nodig na 10–15 minuten herhalen of als druppelinfuus.

Alcoholabstinentieverschijnselen:

Oraal: 5–20 mg zo nodig eenmaal herhaald binnen 2–4 uur; of 10 mg 3–4×/dag gedurende de eerste 24 uur, daarna verminderen tot 5 mg 3–4×/dag zolang het nodig is. In ernstiger gevallen: oraal: in een ziekenhuisomgeving: 10 mg elk uur totdat de patiënt enigszins gesedeerd en asymptomatisch is, meestal tot totaal 50–80 mg.

I.v.: bij acute toestanden 0,1–0,2 mg/kg, elke 8 uur herhalen totdat de acute symptomen afnemen.

Rectaal: 20 mg 3×/dag gedurende de eerste 24 uur; daarna 10 mg 3×/dag zolang het nodig is.

Tetanus:

Volwassenen.

Rectaal: 0,25–0,5 mg/kg.

20 mg per keer; zonodig na 10 min nog 10 mg; bij ouderen dosering halveren. Vervolgens kan de dosering iedere 12 uur worden herhaald.

I.v.: 0,1–0,3 mg/kg iedere 1–4 uur of als continu infuus of oraal per sonde; max. 4 mg/kg/dag.

Kinderen:

Rectaal: lichaamsgewicht 10–15 kg: 5 mg (tube tot halverwege inbrengen!); > 15 kg: 10 mg; zonodig na 10 min dosis herhalen. Vervolgens kan de dosering iedere 12 uur worden herhaald.

(Pre-)eclampsie:

Volwassenen:

Initieel 10–20 mg i.v.; verdere toediening naar behoefte i.v. of per continu infuus (tot 100 mg per 24 uur).

Postpartum:

Volwassenen:

10–20 mg i.v.

Premedicatie anesthesie:

Volwassenen:

Oraal: 5–20 mg. Rectaal als rectiole: 0,25–0,5 mg/kg.

Bij ouderen de dosering halveren.

I.m./i.v.: 10–20 mg.

Kinderen:

Rectaal: 10–15 kg: 5 mg (tube tot halverwege inbrengen!); > 15 kg: 10 mg; zonodig na 10 min dosis herhalen.

I.m/i.v.: 0,1–0,2 mg/kg.

De tabletten alleen om dwingende medische redenen toepassen bij kinderen > 6 jaar. Gebruikelijke dosering: oraal: 0,1–0,3 mg/kg lichaamsgewicht/dag verdeeld over 2–4 doses.

Bij ouderen de dosering terugbrengen tot 50% van de gebruikelijke dosering. Startdosering: oraal: 2–2,5 mg 1–2×/dag.

Verlaag de dosering bij patiënten met lichte tot matige leverinsufficiëntie of een chronische respiratoire insufficiëntie (vanwege de kans op ademhalingsdepressie). Bij verminderde nierfunctie is een dosisaanpassing doorgaans niet nodig.

Patiënten met overgewicht hebben een langere behandeltijd nodig voordat de maximale werking van het middel optreedt.

I.v.-injecties langzaam (0,5–1 ml/min) toedienen vanwege de kans op apneu.

Toediening rectiole: Breng het spuitstuk volledig in het rectum (bij kinderen < 15 kg slechts halverwege) en knijp de tube geheel uit. Om terugzuigen te voorkomen, in de tube blijven knijpen tot deze uit het rectum teruggetrokken is. Druk de billen korte tijd tegen elkaar.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): sufheid. Met name in het begin afvlakking van de emoties, verminderde waakzaamheid.

Vaak (1-10%): vermoeidheid, verwardheid, ataxie, verminderde motorische vaardigheid, tremor, onthoudingsverschijnselen.

Soms (0,1-1%): hoofdpijn, duizeligheid, concentratieproblemen, slaperigheid overdag, anterograde amnesie, evenwichtsstoornissen, onduidelijk spreken. Ademhalingsdepressie. Verhoogde speekselvloed, maag-darmstoornissen (misselijkheid, braken, diarree). Allergische huidveranderingen (jeuk, roodheid, uitslag). Myasthenia.

Zelden (0,01-0,1%): psychiatrische en paradoxale reacties (zoals excitatie, rusteloosheid, agitatie, prikkelbaarheid, agressie, woedeaanvallen, waandenkbeelden, hallucinaties, psychosen, geheugenverlies, nachtmerries, gedragsstoornissen), depressie. Dysartrie, insomnia, bewusteloosheid. Droge mond, verhoogde eetlust. Hypotensie, bradycardie, syncope, hartfalen inclusief hartstilstand. Verhoogde bronchiale secretie, ademstilstand. Gynaecomastie. Veranderingen in hepatische parameters (verhoging van ALAT, ASAT, alkalische fosfatase), geelzucht. Urineretentie, incontinentie. Toe- en afname libido, erectiestoornis. Vooral voor bij kinderen en ouderen: paradoxale reacties.

Zeer zelden (< 0,01%): anafylaxie. Leukopenie. Verhoogde transaminasespiegels.

Verder zijn gemeld: reversibele zichtstoornissen: wazig zien, diplopie, nystagmus. Psychische afhankelijkheid kan ontstaan. Na injectie: pijnlijkheid en tromboflebitis op de injectieplaats. In het begin van de behandeling neemt de kans toe op verwondingen door vallen.

Interacties

Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centrale effect van benzodiazepinen. Gelijktijdig gebruik met opioïden is niet aanbevolen, vanwege het risico op sedatie, respiratoire depressie, coma en overlijden; controleer patiënten nauwlettend en geef uitleg over de symptomen (ook aan de directe omgeving). Daarnaast kan euforie en daarmee de psychische afhankelijkheid van opioïden worden versterkt.

Niet gelijktijdig gebruiken met clozapine, vanwege meer kans op ernstige hypotensie, ademhalingsdepressie, bewusteloosheid en hartstilstand.

Bij gelijktijdig gebruik van disulfiram, orale anticonceptiva en stoffen met een remmende invloed op leverenzymen (m.n. CYP3A4, CYP2C19) zoals grapefruitsap, cimetidine, ketoconazol, fluconazol, itraconazol, voriconazol, claritromycine, ciprofloxacine, isoniazide, fluvoxamine, fluoxetine, (es)omeprazol, en antivirale middelen (zoals HIV-proteaseremmers ritonavir, efavirenz, indinavir) rekening houden met een verlengde en versterkte sedatie.

Rifampicine, corticosteroïden, fenytoïne, carbamazepine en fenobarbital kunnen door enzyminductie (CYP3A4) de werking van diazepam verminderen. Laaggedoseerd theofylline kan het metabolisme van diazepam versnellen.

Valproïnezuur kan de concentratie diazepam verhogen.

Bij gelijktijdig gebruik van lithium, bedacht zijn op hypothermie.

Diazepam kan het effect van spierverslappers versterken.

Er zijn aanwijzingen dat de werking van levodopa kan verminderen.

Zwangerschap

Passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren, toegenomen gespleten gehemelte in muizen en vertraagde neurale gedragsontwikkeling in ratten.
Farmacologisch effect: Hypothermie, hypotonie, ademhalingsdepressie en voedingsproblemen bij pasgeborenen ('floppy infant syndrome'), vooral na langdurig gebruik tijdens het laatste trimester. Bovendien kan bij de pasgeborene dan afhankelijkheid zijn opgetreden en bestaat het risico van onthoudingsverschijnselen in de postnatale periode.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken. Kortdurend gebruiken in een zo laag mogelijke dosering.
Overig: Benzylalcohol passeert de placenta en kan daardoor toxiciteit bij prematuren veroorzaken na toediening vlak voor of tijdens een bevalling.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Farmacologisch effect: De halfwaardetijd van benzodiazepinen is bij zuigelingen en jonge kinderen veel langer dan bij volwassenen. Jonge kinderen en zuigelingen zijn extra gevoelig voor benzodiazepinen. Diazepam geeft bij langdurig gebruik meer kans op accumulatie bij de zuigeling en dus meer kans op het optreden van bijwerkingen.
Advies: Het (langdurig) gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden. Een eenmalige dosis is geen reden om de borstvoeding te stoppen. Bij gelijktijdige borstvoeding de pasgeborene controleren op ongewenste sedatie, braken en slecht drinken.

Contra-indicaties

  • myasthenia gravis;
  • ernstige respiratoire insufficiëntie;
  • slaap-apneusyndroom;
  • ernstige leverinsufficiëntie;
  • overgevoeligheid voor benzodiazepinen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Indien minder dan 7–8 uur beschikbaar is om te slapen, is er meer kans op anterograde amnesie gedurende enige tijd. Vanwege de spierverslappende werking hebben ouderen een verhoogde neiging tot vallen en meer kans op heupfracturen.

De kans op afhankelijkheid neemt toe bij hogere doseringen, een langere gebruiksduur en bij alcohol- en/of drugsmisbruik in de voorgeschiedenis. Bij herhaald gebruik gedurende enkele weken kan het hypnotisch effect van benzodiazepinen minder worden (tolerantie). In verband met de kans op afhankelijkheid, tolerantie en centrale bijwerkingen dient het gebruik als anxiolyticum en slaapmiddel zo kort mogelijk te zijn, max. 8–12 weken (incl. afbouwperiode); herbeoordeling dient maximaal na 4 weken plaats te vinden. Om mogelijke onthoudingsverschijnselen (zoals hoofdpijn, spierpijn, angst, prikkelbaarheid, rusteloosheid, doof gevoel in ledematen, overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking, verwardheid, derealisatie, depersonalisatie, hyperacusis, hallucinaties, convulsies) en/of rebound-verschijnselen te voorkomen dient men bij staken van de behandeling en bij overschakeling van een lang op een kortwerkend benzodiazepine het oorspronkelijke middel uit te sluipen. Bij epilepsie of andere vormen van convulsies en bij alcohol- of drugsverslaving kan abrupt staken leiden tot een insult.

Patiënten met overgewicht hebben een langere behandeltijd nodig voordat de maximale werking van het middel optreedt. Patiënten met overgewicht kunnen na staken gedurende een langere periode last hebben van bijwerkingen, waaronder onthoudingsverschijnselen. Benzodiazepinen niet gebruiken als primaire behandeling van psychotische aandoeningen. Bij de behandeling van depressieve aandoeningen moeten benzodiazepinen worden gecombineerd met antidepressiva.

De rectiolen en injectievloeistof bevatten alcohol, wees daarom voorzichtig bij alcoholisme, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en groepen met een groter risico (zoals leveraandoeningen, epilepsie).

Wees voorzichtig bij kinderen; de veiligheid en werkzaamheid bij kinderen < 6 maanden is niet vastgesteld. Benzylalcohol kan toxische en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen < 3 jaar.

Het gebruik heeft een aanzienlijke invloed op het reactie- en concentratievermogen direct na het begin van de behandeling tot enkele dagen na het staken; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij onvoldoende slaapduur is hier meer kans op.

Overdosering

Zie voor symptomen en behandeling www.vergiftigingen.info en www.toxicologie.org/benzodiazepinen.

Eigenschappen

Benzodiazepine, toegepast als hypnoticum, anxiolyticum, spierrelaxans en anticonvulsivum. Klysma's zijn geïndiceerd indien een acute werking is vereist en de i.v. toediening ongewenst of onmogelijk is.

Kinetische gegevens

T maxtablet: ½–1½ uur.
V d1–2 l/kg.
Overigvoedsel vertraagt de resorptie.
OverigStabiele plasmaspiegel na 7–14 dagen.
Eiwitbinding98% (diazepam).
Metaboliseringin de lever via CYP3A4 en CYP2C19 tot actief desmethyldiazepam, temazepam en oxazepam.
Eliminatiehoofdzakelijk in de urine in geconjugeerde vorm; 10% met de feces.
T 1/2el20–48 uur, 42–100 uur (desmethyldiazepam).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

diazepam hoort bij de groep benzodiazepine agonisten.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook