Samenstelling

Clobazam tabletten Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg

Frisium Sanofi-Aventis

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
10 mg, 20 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Bij alle vormen van focale (voorheen partiële) epilepsie zijn carbamazepine, lamotrigine en verder levetiracetam, oxcarbazepine en valproïnezuur middelen van eerste keus als onderhoudsbehandeling.

Bij gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen zonder myoklonieën zijn lamotrigine, levetiracetam en valproïnezuur middelen van eerste keus als onderhoudsbehandeling. Levetiracetam en valproïnezuur zijn middelen van eerste keus bij gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen met myoklonieën. Clobazam (alleen als ‘add on’) en topiramaat zijn bij gegeneraliseerde epilepsie alternatieven bij contra-indicaties voor de eerstekeusmiddelen.

Clobazam (alleen als ‘add on’) en topiramaat zijn bij gegeneraliseerde epilepsie alternatieven bij contra-indicaties voor de eerstekeusmiddelen. Clobazam heeft als adjuvans een plaats bij de behandeling van focale (voorheen partiële) epilepsie en bij primair gegeneraliseerde aanvallen en absences indien de middelen van eerste keus onvoldoende werkzaam zijn of vanwege bijwerkingen niet worden verdragen.

Bij een angststoornis met een geringe ziektelast volstaan voorlichting en zelfhulpadviezen. Bij onvoldoende effect daarvan of bij ernstige ziektelast zijn cognitieve gedragstherapie, een antidepressivum of beide aangewezen. Er is een lichte voorkeur voor SSRI’s boven serotonerge TCA’s vanwege een geringere kans op ernstige bijwerkingen. Bij sociale fobie komen TCA’s niet in aanmerking. Na herstel van de angststoornis is begeleiding bij het stoppen van het antidepressivum en terugvalpreventie belangrijk. Bij examenangst/plankenkoorts kan incidenteel propranolol gegeven worden. Indien de antidepressiva en cognitieve gedragstherapie niet voldoende effectief zijn, hebben benzodiazepinen een beperkte plaats in de onderhoudsbehandeling van sociale angststoornissen en paniekstoornissen. Daarnaast kunnen benzodiazepinen bij de start van een behandeling met antidepressiva kortdurend worden toegevoegd (maximaal 2-4 weken) om de initieel toenemende angst op te vangen.

Aan de vergoeding van clobazam zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Pathologische angst en spanning die ernstig of invaliderend is of waaraan de patiënt extreem lijdt.
  • Als adjuvans bij epilepsie, indien de patiënt met andere anti-epileptica alleen, niet voldoende kan worden gestabiliseerd.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Anxiolyse:

Volwassenen:

10 mg 2 à 3×/dag òf 20 mg 1×/dag bij voorkeur 's avonds; bij behandeling van psychiatrische patiënten: max. 60 mg/dag. De behandeling is zo kort mogelijk, in het algemeen korter dan 8–12 weken, inclusief de periode van afbouwen. De patiënt na een behandelperiode van max. 4 weken en regelmatig daarna onderzoeken om de noodzaak van verdere behandeling vast te stellen.

Bij epilepsie als adjuvans:

Volwassenen:

begindosering 5–15 mg per dag, indien nodig langzaam verhogen; max. 80 mg per dag. De patiënt na een behandelperiode van max. 4 weken en regelmatig daarna onderzoeken om de noodzaak van verdere behandeling vast te stellen. Als de werkzaamheid na verloop van tijd vermindert kan (tijdelijk) stopzetten van de behandeling nuttig zijn.

Kinderen ≥ 6 jaar:

begindosering 5 mg/dag; gebruikelijke onderhoudsdosering 0,3–1,0 mg/kg lichaamsgewicht/dag. De patiënt na een behandelperiode van max. 4 weken en regelmatig daarna onderzoeken om de noodzaak van verdere behandeling vast te stellen. Dosisverhogingen geleidelijk uitvoeren onder toezicht.

De tabletten zijn niet geschikt voor een veilige en nauwkeurige dosering bij kinderen < 6 jaar.

De Frisium-tabletten kunnen worden gemalen en gemengd in appelmoes. De tabletten van 10 mg kunnen in gelijke helften van 5 mg worden verdeeld.

Bij ouderen en bij een lever- of nierfunctiestoornis moet een lagere begindosering worden gegeven, met geleidelijke dosisverhogingen onder toezicht.

Bijwerkingen

Gemeld zijn: sedatie, verwardheid, vermoeidheid, verminderd bewustzijn, hoofdpijn, duizeligheid, ataxie, tremor (vingers), vertraagde spraak, onduidelijke spraak, instabiele gang, verminderen van andere motorische functies, neiging tot vallen, spierspasmen, spierzwakte, emotionele afvlakking, verminderd libido, inslaap- en doorslaapproblemen, afgenomen reactiesnelheid, psychische en lichamelijke afhankelijkheid, tolerantie, depressie, urticaria, exantheem, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, droge mond, slikstoornis, misselijkheid, braken, obstipatie, diarree.

Met name bij hoge dosering: anterograde amnesie (met onaangepast gedrag), diplopie en nystagmus (reversibel), ademhalingsdepressie (bij risicogroepen), toegenomen of afgenomen eetlust, gewichtstoename.

Bij kinderen en bij ouderen: paradoxale reacties, zoals rusteloosheid, agitatie, agressie, wanen, hallucinaties, psychoses, nachtmerries, suïcidale gedachten.

Interacties

Alcohol en andere centraal dempende stoffen versterken het centrale effect van benzodiazepinen; gelijktijdig gebruik met alcohol kan de biologische beschikbaarheid van clobazam met 50% verhogen. Bij gebruik voor epilepsie is interactie met andere anti-epileptica mogelijk; clobazam kan de bloedspiegels van valproaat doen toenemen en de toxiciteit van fenytoïne versterken. Stiripentol (een CYP3A- en CYP2C19-remmer) verhoogt de plasmaspiegel van clobazam en het actieve N-desmethylclobazam; controle van serumspiegels wordt aanbevolen vóór starten met stiripentol en 2 weken later, wanneer de nieuwe steady-state-concentratie is bereikt. Clobazam is een zwakke CYP2D6-remmer, dosisaanpassingen van geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP2D6 (zoals dextromethorfan, pimozide, paroxetine, nebivolol) kan noodzakelijk zijn. Sterke en matige CYP2C19-remmers (zoals fluconazol, fluvoxamine, omeprazol) kunnen leiden tot een verhoogde blootstelling aan de actieve metaboliet N-desmethylclobazam. De euforie en daardoor de psychische afhankelijkheid van opioïden kan worden versterkt.

Zwangerschap

Clobazam passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens.
Farmacologisch effect: Hypothermie, hypotonie, ademhalingsdepressie en voedingsproblemen bij pasgeborenen (floppy-infant-syndroom) kunnen optreden, vooral na langdurig gebruik tijdens het laatste trimester. Bovendien kan bij de pasgeborene afhankelijkheid zijn opgetreden en bestaat het risico van onthoudingsverschijnselen in de postnatale periode.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja.
Farmacologisch effect: De halfwaardetijd van benzodiazepinen is bij zuigelingen en jonge kinderen veel langer dan bij volwassenen. Jonge kinderen en zuigelingen zijn extra gevoelig voor benzodiazepinen. Clobazam geeft bij langdurig gebruik meer kans op accumulatie bij de zuigeling en dus meer kans op het optreden van bijwerkingen.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden. Bij gelijktijdige borstvoeding de pasgeborene controleren op ongewenste sedatie, braken en slecht drinken.

Contra-indicaties

  • myasthenia gravis;
  • slaapapneusyndroom;
  • ernstige respiratoire insufficiëntie;
  • ernstige leverinsufficiëntie;
  • overgevoeligheid voor benzodiazepinen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Indien clobazam wordt gebruikt als anti-epilepticum, dient de dosering nauwkeurig te worden vastgesteld (onder andere met serumspiegelbepaling en EEG) aangezien interactie met andere anti-epileptica mogelijk is. Ouderen zijn gevoeliger voor de sedatieve effecten van benzodiazepinen, bovendien is bij hen het gevaar van cumulatie groter. Vooral bij ouderen, bij hoge dosering en bij bestaande ademhalingsfunctiestoornissen of hersenletsel kan na langdurig gebruik in zeldzame gevallen bewustzijnsvermindering, soms met ademhalingsstoornis optreden. Ouderen hebben als gevolg van de sederende effecten meer kans op vallen. Bij chronische of acute respiratoire insufficiëntie de respiratoire functie controleren en lager doseren wegens de kans op ademhalingsdepressie. Na herhaald gebruik gedurende enkele weken kan tolerantie voor de hypnotische werking optreden. Ook is tolerantie voor het anti-epileptisch effect waargenomen; dosisverhoging of overgaan op intermitterend doseren kan dan van nut zijn. Bij langdurig gebruik kan afhankelijkheid optreden; daarom het gebruik bij voorkeur beperken. Om mogelijke onthoudings- en/of rebound-verschijnselen te voorkomen dient men bij staken van de behandeling en bij overschakeling van een lang- op een kortwerkend benzodiazepine het oorspronkelijke middel uit te sluipen in de loop van enkele weken. Bij langdurig gebruik de nier- en leverfunctie regelmatig controleren. Wees terughoudend bij alcohol- en/of drugsmisbruik in de anamnese.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen; vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Overdosering

Overdosering is alleen levensbedreigend in combinatie met andere centraal dempende middelen.

Therapie
symptomatisch; antidotum: flumazenil.

Eigenschappen

Benzodiazepine, toegepast als anxiolyticum en als anti-epilepticum.

Kinetische gegevens

Resorptiesnel en uitgebreid.
T max0,5–4 uur.
V d1,46 l/kg
Metaboliseringin de lever vnl. via CYP3A4 en in mindere mate door CYP2C19 tot o.a. zwak actief N-desmethylclobazam. Kan cumuleren.
T 1/2elclobazam: 18–30 uur, metaboliet: ca. 50 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

clobazam hoort bij de groep benzodiazepine agonisten.

Zie ook