Samenstelling

Amoxicilline/Clavulaanzuur Infusie/Injectie/Suspensie/Tabletten Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof '500/50'
Verpakkingsvorm
flacon

Bevat per flacon: amoxicilline (als Na-zout) 500 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 50 mg.

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof '500/100'
Verpakkingsvorm
flacon

Bevat per flacon: amoxicilline (als Na-zout) 500 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 100 mg.

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof '1000/100'
Verpakkingsvorm
flacon

Bevat per flacon: amoxicilline (als Na-zout) 1000 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 100 mg.

Toedieningsvorm
Poeder voor injectievloeistof '1000/200'
Verpakkingsvorm
flacon

Bevat per flacon: amoxicilline (als Na-zout) 1000 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 200 mg.

Toedieningsvorm
Poeder voor infusievloeistof '2000/200'
Verpakkingsvorm
flacon

Bevat per flacon: amoxicilline (als Na-zout) 2000 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 200 mg.

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie ‘25/6,25’
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat per ml: amoxicilline (als trihydraat) 25 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 6,25 mg. Bevat tevens: aspartaam (hoeveelheid afhankelijk van fabrikant).

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie ‘50/12,5’
Verpakkingsvorm
100 ml

Bevat per ml: amoxicilline (als trihydraat) 50 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 12,5 mg. Bevat tevens: aspartaam (hoeveelheid afhankelijk van fabrikant).

Toedieningsvorm
Tablet '500/125', sommige omhuld

Bevat per tablet: amoxicilline (als trihydraat) 500 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 125 mg.

Toedieningsvorm
Tablet '875/125', omhuld

Bevat per tablet: amoxicilline (als trihydraat) 875 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 125 mg.

Augmentin GlaxoSmithKline bv

Toedieningsvorm
Poeder voor orale suspensie 'suikervrij'
Verpakkingsvorm
30 ml

Bevat per ml: amoxicilline (als trihydraat) 100 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 12,5 mg. Bevat tevens: 3,2 mg/ml aspartaam (overeenkomend met 1,8 mg fenylalanine) Conserveermiddel: benzoëzuur.

Toedieningsvorm
Tablet '500/125'

Bevat per tablet: amoxicilline (als trihydraat) 500 mg, clavulaanzuur (als K-zout) 125 mg.

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

In het algemeen: Er is geen reden voor brede blinde toepassing van de relatief kostbare breed-spectrum penicillinen. Indien behandeling met een breed-spectrum penicilline wél is gewenst, heeft voor orale toediening amoxicilline de voorkeur vanwege de betere resorptie en de lagere frequentie van bijwerkingen zoals diarree en exantheem. De Commissie adviseert de toepassing van amoxicilline/clavulaanzuur te reserveren voor infecties door micro-organismen die resistent zijn tegen amoxicilline, door vorming van clavulaanzuur-gevoelige β-lactamasen.

Een acute rinosinusitis geneest vrijwel altijd vanzelf. Pijnstillers (paracetamol), stomen en de nasale toediening van een zoutoplossing of een decongestivum kunnen verlichting geven van de klachten. Antibiotica zijn doorgaans niet nodig. Geef antibiotica bij vermoeden van een bacteriële ontsteking en ernstig ziek zijn en overweeg antibiotica bij een verminderde weerstand en bij koorts die langer dan vijf dagen aanhoudt of opnieuw optreedt.

Bij acute faryngotonsillitis is bestrijding van de pijn met paracetamol, eerste keus. Antibiotica zijn zelden geïndiceerd. Bij ernstige faryngotonsillitis, bij immunodeficiëntie of op advies van de GGD kan gekozen worden voor een smalspectrum penicilline zoals feneticilline of fenoxymethylpenicilline. Bij een penicilline-overgevoeligheid is azitromycine gedurende drie dagen eerste keus. Bij een peritonsillair infiltraat of bij onvoldoende effect van een behandeling met smalspectrum penicillinen wordt gekozen voor amoxicilline/clavulaanzuur.

Bij de behandeling van otitis media acuta gaat de voorkeur uit naar een afwachtend beleid met adequate pijnbestrijding. Is na drie dagen het effect op pijn en/of koorts onvoldoende dan wordt begonnen met een antimicrobiële behandeling met amoxicilline. Bij risicogroepen en bij forse algemene ziekteverschijnselen wordt direct begonnen met een antimicrobiële behandeling. Indien na 48 uur een effect uitblijft wordt amoxicilline vervangen door amoxicilline/clavulaanzuur.

Bij een pneumonie (community-acquired; CAP) is behandeling met antibiotica altijd aangewezen. De verwekker van een pneumonie is bepalend voor de keuze van het antibioticum, maar bij een onbekende verwekker is de ernst van de pneumonie bepalend voor de keuze van het antibioticum. Bij behandeling van een milde pneumonie (C(U)RB-65 score 0–1, PSI-klasse I–II) heeft orale toediening van amoxicilline de voorkeur; bij een aspiratiepneumonie wel de combinatie amoxicilline/clavulaanzuur. Bij een matig-ernstige pneumonie (CURB-65 score: 2, PSI-klasse: III–IV) is parenterale toediening van benzylpenicilline óf amoxicilline (als monotherapie) aangewezen. Gebruik van breed-spectrum antibiotica als amoxicilline/clavulaanzuur is in dit geval niet rationeel op basis van de verwachte pathogenen. Bij een ernstige pneumonie (CURB-65 score > 2, PSI-klasse: V) is behandeling met moxifloxacine dan wel combinatietherapie van antibiotica aangewezen (cefotaxim, ceftriaxon of cefuroxim met ciprofloxacine). Bij een nosocomiale pneumonie wordt de keuze voor een specifiek antibioticum vooral bepaald door de lokale situatie met betrekking tot de aard en de resistentie van de ziekenhuisflora.

Bij acute urineweginfecties is de farmacotherapie gebaseerd op: de ernst van de aandoening (wel of geen weefselinvasie), lokale resistentiepatronen en specifieke patiëntkenmerken (leeftijd, geslacht, risicokenmerken). Een cystitis bij gezonde niet-zwangere vrouwen gaat mogelijk vanzelf over; voer daarom een afwachtend beleid. Ga echter bij risicogroepen, waaronder kinderen, direct over tot medicamenteuze therapie om complicaties te voorkomen. De belangrijkste middelen zijn: nitrofurantoïne (1e keus, ook bij zwangeren), fosfomycine (2e keus), trimethoprim (3e keus) en bij zwangeren ook amoxicilline/clavulaanzuur (2e keus). Gebruik in geval van weefselinvasie antibacteriële middelen met voldoende weefselpenetratie. Start, in afwachting van een antibiogram, de behandeling met middelen zoals ciprofloxacine (1e keus), amoxicilline/clavulaanzuur (2e keus vanwege minder gunstige resistentiecijfers) of cotrimoxazol (3e keus) en intramuraal met aminoglycosiden en cefalosporinen.

Uitbreiding van bacteriële huidinfecties of besmetting van anderen met hygiënische maatregelen proberen tegen te gaan. Behandel oppervlakkige bacteriële huidinfecties met een lokaal antimicrobieel middel. Bij impetigo en impetiginisatie heeft lokaal fusidinezuur de voorkeur. Bij diepe huidinfecties zijn meestal orale antibiotica geïndiceerd of is operatief ingrijpen noodzakelijk. Bij orale antimicrobiële behandeling heeft een smalspectrum-penicilline de voorkeur. Macroliden zijn een alternatief wanneer bijvoorbeeld penicillinen niet worden verdragen. Bij bijtwonden heeft een breedspectrum-penicilline (zoals amoxicilline/clavulaanzuur, is 1e keus) de voorkeur. Bij paronychia, bij uitbreiding van de infectie na niet-medicamenteuze maatregelen en indien er geen sprake is van abcesvorming, heeft amoxicilline/clavulaanzuur de voorkeur.

Na een tekenbeet kan worden afgewacht of preventief worden behandeld met een eenmalige dosering doxycycline of azitromycine. Erythema migrans behandelen met doxycycline. Amoxicilline (monotherapie) of azitromycine zijn een alternatief indien doxycycline gecontra-indiceerd is.

Indicaties

Infecties door micro-organismen die gevoelig zijn voor de combinatie van amoxicilline en clavulaanzuur, zoals:

  • Acute bacteriële sinusitis;
  • Faryngitis, tonsillitis, peritonsillair abces;
  • Acute otitis media;
  • Acute exacerbaties van chronische bronchitis;
  • Community-acquired pneumonie;
  • Cystitis, pyelonefritis, prostatitis;
  • Infecties van huid (bv. cellulitis, paronychia) en weke-delen;
  • Een zich uitbreidende (faciale) cellulitis bij een ernstig dentaal abces;
  • Infecties door een dierenbeet;
  • Infecties van botten en gewrichten (in het bijzonder osteomyelitis).

De intraveneuze toediening is vooral voor de hierboven genoemde infecties, in ernstige vormen, en tevens bij:

  • Andere ernstige oor-, neus- en keelinfecties;
  • Intra-abdominale infecties;
  • Infecties van de vrouwelijke geslachtsorganen.
  • Profylactisch tegen infecties die samenhangen met ingrijpende operaties zoals van de galwegen, het maag-darmkanaal, bekken, hoofd en nek.

Gerelateerde informatie

Dosering

Let op: de beschikbare preparaten verschillen onderling in de verhouding amoxicilline/clavulaanzuur en in de geschiktheid voor toediening bij kinderen of bij verminderde nierfunctie; houd hier rekening mee wanneer hoge doses amoxicilline nodig zijn, zodat onnodig hoge doses clavulaanzuur worden voorkómen.

Gedurende een hooggedoseerde therapie zorgen voor een adequate urineproductie om kristalurie te voorkómen.

Klap alles open Klap alles dicht

Algemene richtlijn behandeling van infecties:

Volwassenen en kinderen ≥ 40 kg:

Oraal (tabletten of evt. suspensie): 500/125 mg: 3×/dag; óf 875/125 mg: 2×/dag, óf bij de indicaties otitis media, sinusitis, lagere luchtweginfecties en urineweginfecties 875/125 mg 3×/dag; óf (met de suspensie) 1000/125 mg: 3×/dag, bij een niet-ernstige sinusitis of bij infecties van de huid en weke delen 2×/dag.

I.v.: 1000/200 mg: iedere 8 uur; óf 1000/100 mg: iedere 8–12 uur; óf 2000/200 mg: iedere 12 uur, bij zeer ernstige infecties iedere 8 uur.

Nierfunctiestoornissen: bij volwassenen en kinderen ≥ 40 kg, volgens de fabrikanten: oraal: bij een creatinineklaring > 30 ml/min is een dosisaanpassing niet nodig; creatinineklaring 10–30 ml/min: 500/125 mg 2×/dag, < 10 ml/min: 500/125 mg 1×/dag, bij hemodialyse 500/125 mg elke 24 uur èn 500/125 mg tijdens de dialyse én dit (500/125 mg) herhalen aan het einde van de dialysesessie. I.v.: creatinineklaring 10–30 ml/min: begindosering (1×) 1000/200 mg gevolgd door 500/100 mg iedere 12 uur, creatinineklaring < 10 ml/min: begindosering (1×) 1000/200 mg gevolgd door 500/100 mg iedere 24 uur, bij hemodialyse begindosering (1×) 1000/200 mg gevolgd door 500/100 mg iedere 24 uur èn een dosering van 500/100 mg aan het einde van de dialysesessie.

Nierfunctiestoornissen: De Werkgroep Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie van WINAp adviseert in verband met de verlengde halfwaardetijd van zowel amoxicilline als clavulaanzuur én eventuele (ernstige) bijwerkingen van clavulaanzuur het volgende: bij een creatinineklaring 10–30 ml/min: geef amoxicilline/clavulaanzuur elke 12 uur (oraal en intraveneus) en vul aan met amoxicilline tot de de standaarddosering passend bij de indicatie bereikt is. Oraal kan hiertoe gebruik gemaakt worden van de dosering 875/125 mg 2×/dag; dit geeft iets overmaat aan amoxicilline t.o.v. een standaarddosering (van 500/125 3×/dag) maar dit is gezien de therapeutische breedte van amoxicilline niet klinisch relevant. De werkgroep geeft geen algemeen advies voor een dosering bij een creatinineklaring < 10 ml/min.

Leverfunctiestoornis: voorzichtig doseren, regelmatig de leverfunctie controleren.

Kinderen < 40 kg:

Oraal (suspensie of eventueel tabletten): 20/5–60/15 mg per kg lichaamsgewicht per dag in 3 deeldoseringen (er zijn géén gegevens bij kinderen < 2 jaar met > 40/10 mg per kg lichaamsgewicht per dag); óf 25/3,6–45/6,4 mg per kg lichaamsgewicht per dag in 2 deeldoseringen, bij otitis media, sinusitis of lagere luchtweginfecties tot 70/10 mg per kg lichaamsgewicht per dag in 2 deeldoseringen (er zijn géén gegevens bij kinderen < 2 jaar met > 45/6,4 mg per kg lichaamsgewicht per dag en géén gegevens met deze verhouding amoxicilline/clavulaanzuur bij kinderen < 2 maanden); óf 40/5–80/10 mg per kg lichaamsgewicht per dag in 3 deeldoseringen, max. 3000/375 mg/dag.

I.v.: kinderen ≥ 3 maanden: 25/5 mg óf 50/5 mg per kg lichaamsgewicht iedere 8 uur. Kinderen < 3 maanden of met een lichaamsgewicht < 4 kg: 25/5 mg óf 50/5 mg per kg lichaamsgewicht iedere 12 uur.

Nierfunctiestoornissen: bij kinderen < 40 kg volgens de fabrikanten: oraal: bij een creatinineklaring > 30 ml/min is een dosisaanpassing niet nodig; creatinineklaring 10–30 ml/min: 15/3,75 mg per kg lichaamsgewicht 2×/dag (max. 500/125 mg 2×/dag), < 10 ml/min: 15/3,75 mg per kg lichaamsgewicht 1×/dag (max. 500/125 mg 1×/dag), bij hemodialyse 15/3,75 mg per kg lichaamsgewicht elke 24 uur èn 15/3,75 mg per kg lichaamsgewicht vlak vóór de dialyse en dit (15/3,75 mg per kg lichaamsgewicht) herhalen aan het einde van de dialysesessie. I.v.: creatinineklaring 10–30 ml/min: 25/5 mg per kg lichaamsgewicht iedere 12 uur, < 10 ml/min: 25/5 mg per kg lichaamsgewicht iedere 24 uur, bij hemodialyse 25/5 mg per kg lichaamsgewicht elke 24 uur èn daarnaast 12,5/2,5 mg per kg lichaamsgewicht toedienen aan het einde van de dialysesessie.

Nierfunctiestoornissen: De Werkgroep Geneesmiddelen bij verminderde nierfunctie van WINAp adviseert in verband met verlengde halfwaardetijd van zowel amoxicilline als clavulaanzuur en eventuele (ernstige) bijwerkingen van clavulaanzuur in het algemeen het volgende (NB. er is géén specifiek advies voor kinderen met een nierfunctiestoornis): bij een creatinineklaring 10–30 ml/min: geef amoxicilline in de standaarddosering passend bij de indicatie en geef clavulaanzuur elke 12 uur (oraal en intraveneus). De werkgroep geeft geen advies voor een dosering bij een creatinineklaring < 10 ml/min.

Nierfunctiestoornissen: volgens het Kinderformularium van het NKFK: (geen onderscheid tussen oraal en parenteraal) is bij kinderen > 3 maanden bij een creatinineklaring van > 30 ml/min/1.73m² geen aanpassing van de dosering nodig, bij creatinineklaring 10-30 ml/min/m²: 100% van de normale keerdosis, met een dosisinterval van 12 uur, creatinineklaring < 10 ml/min/1.73m²: 100% van de normale keerdosis, met een dosisinterval van 24 uur. Er is geen advies voor kinderen < 3 maanden.

Leverfunctiestoornis: voorzichtig doseren, regelmatig de leverfunctie controleren.

Acute bacteriële sinusitis:

Volwassenen:

Volgens de NHG-standaard Acute rhinosinusitis (conform SWAB richtlijn sinusitis 2014): 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 7 dagen.

Kinderen

Volgens de NHG-standaard Acute rhinosinusitis (2014): 40/10 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 3 doses; maximaal 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 7 dagen.

Acute (streptokokken)tonsillitis of -faryngitis:

Volwassenen:

Volgens de NHG-standaard Acute keelpijn (2015): amoxicilline/clavulaanzuur 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 7 dagen.

Kinderen:

Volgens de NHG-standaard Acute keelpijn (2015): amoxicilline/clavulaanzuur 40/10 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 3 doses (elke 8 uur); maximaal 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 7 dagen.

Acute otitis media:

Volwassenen:

Zie standaarddosering 'Algemene richtlijn behandeling van infecties'.

Kinderen:

Volgens de NHG-standaard 'Acute otitis media bij kinderen' (2014): 40/10 mg/kg lichaamsgewicht verdeeld over 3 doses (elke 8 uur). Behandelduur: 7 dagen.

Community-acquired pneumonie (CAP):

Volwassenen:

Oraal: Volgens de NHG-standaard Acuut hoesten (2013): bij een mogelijke aspiratiepneumonie 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 7 dagen Bij nierfunctiestoornis: bij een creatinineklaring 10–30 ml/min: 500/125 mg 2×/dag.

Volgens de SWAB-richtlijn: bij een milde pneumonie (zie C(U)RB-scores in de rubriek Advies) met een onbekende verwekker: wordt oraal behandeld met andere antibiotica. Een aspiratiepneumonie behandelen met 500/125 mg 3×/dag. Indien bekend is dat de pneumonie veroorzaakt wordt door bepaalde verwekkers (Klebsiella pneumoniae, S. Aureus (non-MRSA), H. influenzae (beta-lactamase positief) of anaeroben) is de orale dosering 500/125 mg 4×/dag. De behandelduur (niet genoemd in SWAB) is doorgaans 5–14 dagen. Een pneumonie veroorzaakt door een S. Aureus ten minste 14 dagen behandelen.

I.v.: Volgens de SWAB-richtlijn: bij een matig-ernstige of ernstige pneumonie (zie CURB-scores in de rubriek Advies) met een onbekende verwekker: alléén in geval van een aspiratiepneumonie 1000/200 mg 4×/dag (elke 6 uur). Indien bekend is dat de pneumonie veroorzaakt wordt door bepaalde verwekkers (Klebsiella pneumoniae, S. Aureus (non-MRSA), H. influenzae (β-lactamase positief) of anaeroben is de intraveneuze dosering 1000/200 mg 4×/dag (elke 6 uur). De behandelduur (niet genoemd in SWAB) is doorgaans 5–14 dagen. Een pneumonie veroorzaakt door een S. Aureus ten minste 14 dagen behandelen. In geval van pleura-empyeem 1000/200 mg 4×/dag (elke 6 uur) gedurende minimaal 2 weken.

Cystitis bij zwangeren:

Zwangere vrouwen (vanaf 12 jaar):

Volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): oraal 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: 5 dagen.

Cystitis bij kinderen < 12 jaar:

Kinderen < 12 jaar:

Volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): oraal 30/7,5 mg/kg lichaamsgewicht verdeeld over 3 doses, maximaal 3000/750 mg per dag. Behandelduur: 3 dagen.

Urineweginfectie met tekenen van weefselinvasie (pyelonefritis, prostatitis):

Volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar:

Volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): oraal 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: niet-zwangere vrouwen gedurende 10 dagen, mannen gedurende 14 dagen. Verwijs zwangeren met tekenen van weefselinvasie naar de tweede lijn. Hetzelfde geldt voor patiënten met koorts of andere tekenen van weefselinvasie die niet verbeteren (of verslechteren, bv. ontwikkelen verwardheid) binnen 48 uur na instelling van de antimicrobiële behandeling óf voor patiënten met een vermoedelijke (uro)sepsis (hypotensie, tachycardie, koude rillingen, verwardheid).

Kinderen < 12 jaar:

Volgens de NHG-standaard Urineweginfecties (2013): oraal 50/12,5 mg/kg lichaamsgewicht per dag verdeeld over 3 doses, maximaal 3000/750 mg per dag. Behandelduur: 10 dagen. Uitgezonderd zijn kinderen jonger dan 1 maand met koorts; zij dienen verwezen te worden naar de tweedelijnszorg. Hetzelfde geldt voor kinderen met een (vermoeden van) een urineweginfectie die ernstig ziek zijn en/of braken óf voor kinderen van 1–3 maanden met koorts zonder focus. Verwijs eveneens indien er geen sprake is van verbetering binnen 48 uur na instelling van de antimicrobiële behandeling.

(Profylaxe van) infecties van huid & weke delen:

Algemeen:

Volgens de NHG-standaard bacteriële huidinfecties (2017) komt amoxicilline/clavulaanzuur in aanmerking bij acuut paronychia en bij een bijtwondinfectie. De preventieve behandeling bij bijtwonden instellen bij een hoog infectierisico; dit is het geval bij mensenbeet of kattenbeet, bijtwond aan hand, pols, been of voet, alle diepe prikbeten die niet afdoende te reinigen zijn, alle kneusbijtwonden waarbij beschadigd weefsel moeilijk te verwijderen is (bv. paardenbeet). Daarnaast is profylaxe van bijtwonden geïndiceerd bij: patiënten zonder milt, een verhoogde kans op endocarditis, een kunstgewricht, of in geval van een verminderde weerstand (bv. diabetes mellitus of gebruik van corticosteroïden). Denk bij bijtwonden ook om de tetanusprofylaxe.

Volwassenen:

Volgens de NHG-standaard bacteriële huidinfecties (2017) komt amoxicilline/clavulaanzuur in aanmerking bij acuut paronychia en bij een (bijt)wondinfectie. Bij uitbreiding van de infectie bij een acuut paronychia (echter zonder abcesvorming) is de dosering 500/125 mg 3×/dag, gedurende 7 dagen. Bij een (bijt)wondinfectie: 500/125 mg 3×/dag. Behandelduur: als behandeling 7 dagen, preventief 5 dagen.

Volgens de SWAB-richtlijn: is de (orale) dosering bij bijtwonden 500/125 mg 4×/dag. Behandelduur: 7 dagen.

Kinderen:

Volgens de NHG-standaard bacteriële huidinfecties (2017) komt amoxicilline/clavulaanzuur in aanmerking bij een (bijt)wondinfectie. Hierbij is de dosering 10/2,5 mg/lichaamsgewicht 3×/dag (maximaal 1500/375 mg/dag). Behandelduur: als behandeling 7 dagen, preventief 5 dagen. Denk bij bijtwonden ook om de tetanusprofylaxe.

Profylaxe van infecties bij operatieve ingrepen:

Volwassenen en kinderen ≥ 40 kg:

Ingrepen < 1 uur: i.v. 1000/100 mg, 1000/200 mg óf 2000/200 mg bij de inductie van de anesthesie.

Ingrepen > 1 uur: i.v. 1000/100 mg, 1000/200 mg of 2000/200 mg bij de inductie van de anesthesie, gevolgd door maximaal 3 vervolgdoseringen van 1000/100 mg óf 1000/200 mg in 24 uur.

Duidelijke klinische tekenen van een infectie tijdens een operatie vereisen postoperatief een gebruikelijke intraveneuze of orale behandeling.

De behandelduur: is in het algemeen afhankelijk van de respons van de patiënt. Zonder controle (zie rubriek Waarschuwingen en voorzorgen) mag de behandelduur nooit langer zijn dan 14 dagen. Sommige infecties (zoals osteomyelitis) vereisen een langere behandelduur.

Toedieningsinformatie: de tabletten héél innemen. De suspensie en tabletten bij voorkeur innemen bij het begin van de maaltijd. Voor kinderen van 2–12 jaar (13–37 kg) is de suspensie beschikbaar. Deze schudden voor gebruik.

Intraveneuze toediening: alle sterkten (behalve 2000/200 mg) toedienen als langzame i.v.-injectie gedurende 3–4 minuten óf als een infuus gedurende 30–40 minuten; de sterkte 2000/200 mg en bij i.v.-toediening bij kinderen < 3 maanden alleen via een infuus toedienen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): diarree.

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken. Candidiasis van huid en slijmvliezen.

Soms (0,1-1%): dyspepsie. Huiduitslag, jeuk, urticaria. Hoofdpijn, duizeligheid. Lichte stijging van leverenzymwaarden (ASAT/ALAT).

Zelden (0,01-0,1%): erythema multiforme. Reversibele leukopenie (incl. neutropenie), trombocytopenie. (Trombo)flebitis bij gebruik van de i.v.-toedieningsvorm.

Verder zijn gemeld: overgroei van niet-gevoelige micro-organismen (bij langdurig gebruik). Met antibiotica-geassocieerde colitis (incl. pseudomembraneuze colitis en hemorragische colitis). Vasculitis, angio-oedeem, anafylaxie, serumziekte-achtig syndroom. Kounissyndroom (acuut allergisch coronair syndroom). Reversibele hyperreactiviteit, convulsies (bij verminderde nierfunctie of bij hoge doses), aseptische meningitis. Hepatitis, cholestatische geelzucht (soms fataal verlopend), cholangitis. Acute gegeneraliseerde met exantheem gepaard gaande pustulosus (AGEP), toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom, dermatitis exfoliativa bullosa. Interstitiële nefritis, kristalurie (vnl. bij parenterale toediening, hoge doses en verminderde urineproductie; kan overgaan in nierfalen). Hemolytische anemie, verlenging van de bloedingstijd en protrombinetijd, reversibele agranulocytose.

Bij orale toediening: zwarte haartong, tandverkleuring.

Interacties

Bij met antibiotica geassocieerde colitis is het gebruik van geneesmiddelen die de darmperistaltiek vertragen gecontra-indiceerd.

De werking van penicillinen wordt geantagoneerd door bacteriostatische antibiotica; het belang hiervan is alleen aangetoond bij levensbedreigende infecties zoals meningitis, endocarditis, sepsis en daarnaast bij ernstige neutropenie.

Amoxicilline vermindert de renale klaring van methotrexaat; dit kan leiden tot het eerder bereiken van toxische waarden van methotrexaat.

De werking van vitamine K-antagonisten kan worden versterkt; een aanpassing van de dosering van de vitamine K-antagonist kán nodig zijn.

Amoxicilline/clavulaanzuur verlaagt de dalspiegel van de actieve metaboliet van mycofenolaatmofetil (mycofenolzuur) met ca. 50%; de patiënt nauwkeurig vervolgen tijdens en vlak na de antibioticumkuur. Dosisaanpassing is pas noodzakelijk bij ontstaan van transplantaatdisfunctie (de veranderde dalspiegel hoeft geen accurate weergave van de totale blootstelling aan mycofenolzuur te zijn).

De kans op ernstige, fataal verlopende hepatische bijwerkingen is groter bij de combinatie met hepatotoxische geneesmiddelen.

Gelijktijdige toediening met allopurinol kan allergische huidreacties opwekken.

Fenylbutazon verlengt de plasmahalfwaardetijd door vermindering van de tubulaire secretie.

Zwangerschap

Amoxicilline en clavulaanzuur passeren de placenta.
Teratogenese: Zowel bij de mens als bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid. Profylactische behandeling met amoxicilline/clavulaanzuur bij vrouwen met voortijdige scheuring van het amnion laat in een enkele studie zien dat amoxicilline/clavulaanzuur samenhangt met meer kans op necrotische enterocolitis bij pasgeborenen.
Advies: Kan volgens het voorschrift worden gebruikt.
Overig: Het gebruik van aspartaambevattende geneesmiddelen wordt ontraden bij zwangere vrouwen met fenylketonurie.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe hoeveelheden (zowel amoxicilline als clavulaanzuur).
Farmacologisch effect: De kans op een allergische reactie bij het kind is minimaal. Wees alert op het ontstaan van schimmelinfectie van de slijmvliezen en diarree bij de zuigeling.
Advies: Kan worden gebruikt.

Contra-indicaties

  • ernstige overgevoeligheid voor penicillinen en cefalosporinen (m.n. eerste en tweede generatie);
  • in de voorgeschiedenis door deze combinatie geïnduceerde:

    • geelzucht;
    • leverfunctiestoornis;
    • acute gegeneraliseerde met exantheem gepaard gaande pustulosus (AGEP).

Waarschuwingen en voorzorgen

Gebruik vermijden indien mononucleosis wordt vermoed in verband met het risico van een morbilliforme huiduitslag.

Vóór toediening zorgvuldig nagaan of de patiënt overgevoelig is voor penicillinen of cefalosporinen, omdat kruisovergevoeligheid kan bestaan met andere penicillinen en cefalosporinen (met name eerste en sommige van de tweede generatie).

Wees voorzichtig bij:

  • atopische patiënten;
  • bij toediening aan zuigelingen van wie de moeder allergisch is voor penicillinen;
  • bij patiënten met een natriumbeperkt dieet indien hoge parenterale doses worden gebruikt;
  • leverfunctiestoornissen.

In geval van langdurige toepassing de nier- en leverfunctie en het bloedbeeld regelmatig controleren. Hepatische bijwerkingen komen vooral voor bij mannen en ouderen bij langdurige behandeling; de symptomen ontstaan meestal gedurende of kort na de behandeling, maar soms pas na enkele weken.

Tijdens toediening van hoge doses amoxicilline zorgen voor een voldoende vloeistofinname en urineproductie om het risico van kristalurie te verminderen. Bij kamertemperatuur kunnen hoge doses amoxicilline neerslaan in de urine; daarom de openingen van verblijfskatheters regelmatig controleren.

Overgroei door niet-gevoelige micro-organismen komt voor; bij langdurige toepassing regelmatig controleren op superinfecties. Bij optreden van ernstige diarree, de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen; in dit geval, evenals bij optreden van hemorragische colitis het gebruik staken.

Ook bij overgevoeligheidsreacties het gebruik staken. Bij optreden van een koortsig gegeneraliseerd erythema met pustula, de diagnose acute gegeneraliseerde met exantheem gepaard gaande pustulosus (AGEP) overwegen en ook dan de behandeling direct staken; AGEP is een contra-indicatie voor toekomstige behandeling met amoxicilline/clavulaanzuur.

Hoge doseringen kunnen de kans op convulsies vergroten bij verminderde nierfunctie, bij een aandoening van de meninges, toevallen in de anamnese of behandelde epilepsie.

Bij homozygote fenylketonurie rekening houden met de hoeveelheid fenylalanine die door aspartaam (in sommige orale suspensies) wordt geleverd.

De oppervlakkige verkleuring van de tanden (m.n. bij de suspensies) kan gewoonlijk worden verwijderd door tandenpoetsen.

Beïnvloeding van testen. Voor het bepalen van glucose in de urine alleen enzymatische testmethoden toepassen. Clavulaanzuur kan een vals-positieve uitslag van de Coombs-test geven. Ook de 'Platelia® Aspergillus EIA'-test (van Bio-Rad Laboratories) kan vals-positief zijn.

Overdosering

Symptomen
vooral bij nierfunctiestoornissen kunnen convulsies optreden. Verstoring van de water- en elektrolytenbalans. Kristalurie met nierfalen.

Therapie
bij convulsies: diazepam. Amoxicilline/clavulaanzuur kan via hemodialyse uit de circulatie worden verwijderd.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met amoxicilline/clavulaanzuur contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

β-Lactam-antibioticum. Bactericide antibioticum uit de groep aminopenicillinen. Remming van één of meerdere enzymen (penicillinebindende eiwitten (PBE's)) in de biosynthese van bacterioglycanen door amoxicilline leidt tot verzwakking van de celwand van de bacterie, vaak gevolgd door cellysis en celdood. Het werkingsspectrum is breed en omvat Gram-positieve en Gram-negatieve micro-organismen. Amoxicilline is gevoelig voor β-lactamasen (penicillinasen). Clavulaanzuur is een β-lactamaseremmer. Door de combinatie met clavulaanzuur wordt amoxicilline beschermd tegen afbraak door de meeste algemeen voorkomende β-lactamasen.

Over het algemeen gevoelig zijn: Bacteroides fragilis, Capnocytophaga spp., Eikenella corrodens, Enterococcus faecalis, Fusobacterium nucleatum, Gardnerella vaginalis, Moraxella catarrhalis, Pasteurella multocida, Prevotella spp., Raoultella spp., Staphylococcus aureus (meticilline-gevoelig), Coagulase negatieve-staphylococci (meticilline-gevoelig), Streptococcus agalactiae, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes en andere β-hemolytische streptococci en Streptococcus viridans spp.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Enterococcus faecium, Escherichia coli, Haemophilus influenzae, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae, Proteus mirabilis en Proteus vulgaris.

Inherent resistent zijn: Acinetobacter spp., Citrobacter freundii, Enterobacter spp., Legionella pneumophila, Morganella morganii, Providencia spp., Pseudomonas spp., Serratia spp., Stenotrophomonas maltophilia, Chlamydia trachomatis, Chlamydophila pneumonia, Chlamydophila psittaci, Coxiella burneti en Mycoplasma pneumoniae.

Kinetische gegevens

Resorptiegoed, optimaal bij inname aan het begin van de maaltijd.
Fca. 70% (amoxicilline, clavulaanzuur).
T maxoraal 1–2½ uur (amoxicilline, clavulaanzuur).
V d0,3–0,4 l/kg (amoxicilline) en 0,2 l/kg (clavulaanzuur).
Overigrelatief slechte penetratie in het CZS, ca. 20% bij ontstoken meninges.
Metaboliseringgedeeltelijk (amoxicilline, ca. 10–25%), uitgebreid (clavulaanzuur). De metaboliet van amoxicilline, penicilloïnezuur, heeft géén antibacteriële activiteit, maar heeft wel allergene eigenschappen.
Eliminatievoor 60–70% (amoxicilline) en 40–65% (clavulaanzuur) onveranderd binnen 6 uur met de urine. Clavulaanzuur wordt ook als metaboliet uitgescheiden met de urine, feces en uitgeademde lucht. Hemodialyse kan amoxicilline/clavulaanzuur uit de circulatie verwijderen; peritoneale dialyse is daar niet toe in staat.
T 1/2ca. 1,1 uur (amoxicilline) en ca. 0,9 uur (clavulaanzuur), bij ernstige nierfunctiestoornissen 6–15 uur (amoxicilline) en 2,6–4 uur (clavulaanzuur). Amoxicilline bij neonaten en zuigeling 3-4 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

amoxicilline/clavulaanzuur hoort bij de groep penicillinen.

amoxicilline/clavulaanzuur vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook