Samenstelling

Zytiga (acetaat) Janssen-Cilag bv

Toedieningsvorm
Tablet
Sterkte
250 mg, 500 mg

Uitleg symbolen

Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

Advies

Zie voor de behandeling van de betreffende indicatie de geldende behandelrichtlijn.

Indicaties

Gemetastaseerd, castratieresistent prostaatcarcinoom in combinatie met prednison of prednisolon (systemisch), bij volwassen mannen:

  • die asymptomatisch of licht symptomatisch zijn na falen van androgeendeprivatietherapie en voor wie chemotherapie nog niet klinisch geïndiceerd is;
  • bij wie de ziekte progressief was tijdens of na behandeling met een schema dat docetaxel bevat.

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Gemetastaseerd, castratieresistent prostaatcarcinoom:

Volwassenen:

oraal 1000 mg 1×/dag, in combinatie met 10 mg/dag predniso(lo)n. In stress–situaties kan tijdelijk een hogere dosis predniso(lo)n nodig zijn. Indien géén operatieve castratie heeft plaatsgevonden, dan tijdens de behandeling een LHRH-analoog voortzetten (chemische castratie).

Zie voor dosisaanpassingen en richtlijnen voor onderbreking of staken van de behandeling bij (ernstige) bijwerkingen (cardiovasculaire toxiciteit, hypokaliëmie, levertoxiciteit) de officiële productinformatie CBG/EMA (rubriek 4.2 en 4.4).

De tabletten ten minste 1 uur vóór óf 2 uur na een maaltijd in het geheel innemen met water.

Hervat na een gemiste dosis abirateron of predniso(lo)n de volgende dag met de gebruikelijke dagdosis.

Meer details:

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): urineweginfectie. Hypertensie. Perifeer oedeem. Diarree. Hypokaliëmie.

Vaak (1-10%): sepsis. Myocardinfarct, hartfalen, angina pectoris, QT-verlenging, aritmie, atriumfibrilleren, tachycardie. Dyspepsie. Huiduitslag. Botbreuken. Hematurie. Hypertriglyceridemie, verhoogde waarden van ALAT en ASAT.

Soms (0,1-1%): bijnierinsufficiëntie. Myopathie, rabdomyolyse.

Zelden (0,01–0,1%): allergische alveolitis.

Verder is gemeld: verhoogd totaal bilirubine.

Interacties

Wees voorzichtig met de combinatie met andere geneesmiddelen die het QT–interval verlengen zoals amiodaron, kinidine, disopyramide, sotalol, tricyclische antidepressiva, sommige antipsychotica, macrolide antibiotica, chinolonen, enkele antimycotica, selectieve serotonine 5-HT3- receptorantagonisten (granisetron, ondansetron) en methadon.

Wees voorzichtig met de combinatie met andere geneesmiddelen die spiertoxiciteit kunnen veroorzaken zoals statinen, fibraten, ciclosporine en daptomycine.

Gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-inductoren (zoals carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital, rifampicine, sint-janskruid) vermijden omdat deze de plasmaconcentratie van abirateron met ca. 55% kunnen verlagen. Houd er rekening mee dat het enzyminducerende effect nog enkele weken na het staken kan aanhouden. Gelijktijdige toediening van sterke CYP3A4-remmers hebben geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek van abirateron.

Abirateron remt CYP2D6 en CYP2C8. Wees daarom voorzichtig met de combinatie met geneesmiddelen die voor hun klaring sterk afhankelijk zijn van CYP2D6 en tevens een nauwe therapeutische breedte hebben (zoals sommige β–blokkers (o.a. metoprolol, propranolol), antidepressiva, antipsychotica (o.a. haloperidol, risperidon), propafenon, flecaïnide en pijnstillers (codeïne, oxycodon en tramadol)) of van CYP2C8.

Hypokaliëmie (intra- en extracellulair) treedt bij de behandeling zeer vaak op en versterkt de toxiciteit van digoxine.

De belangrijkste metaboliet van abirateron remt in vitro het transporteiwit OATP1B1; mogelijk verhoogt dit de plasmaspiegel van geneesmiddelen die voor een belangrijk deel van dit transporteiwit gebruik maken zoals statinen, valsartan. repaglinide en bosentan.

Predni(sol)on kan hyperglykemie verergeren; een aanpassing van de therapie tegen diabetes mellitus kan nodig zijn.

De werkzaamheid en veiligheid van gelijktijdig gebruik met cytotoxische chemotherapie zijn niet vastgesteld.

Let op: spironolacton verhoogt mogelijk de prostaatspecifiek antigeen (PSA)-niveau's.

Zwangerschap

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.
Teratogenese: Onbekend. Bij dieren effecten op de uitwendige genitaliën en vermindering foetaal gewicht en foetale overleving.
Advies: Gebruik is gecontra-indiceerd.
Overig: Het is niet bekend of abirateron aanwezig zijn in sperma; als de patiënt seksueel verkeer heeft met een vruchtbare vrouw, dient hij een condoom te gebruiken naast andere effectieve anticonceptiemethoden voor de vrouw. Bij dieren heeft abirateron een negatieve invloed op de vruchtbaarheid van de man en vrouw; deze effecten zijn reversibel.

Lactatie

Gezien de geregistreerde indicatie niet van toepassing.

Contra-indicaties

Ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pughscore 10–15).

Waarschuwingen en voorzorgen

Door remming van CYP17 veroorzaakt abirateron een overmaat aan mineralocorticoïden met als (mogelijk) gevolg hypokaliëmie, natrium- en vochtretentie, hypertensie en hartfalen. Dit effect wordt verminderd door de comedicatie met predniso(lo)n. Wees echter voorzichtig bij een voorgeschiedenis van of bestaande hart- en vaatziekten en bij ernstig verminderde nierfunctie. In de klinische onderzoeken waren patiënten met ongecontroleerde hypertensie en/of klinisch relevante hartziekte uitgesloten van deelname. De veiligheid bij een linkerventrikelejectiefractie (LVEF) van < 50% of hartfalen NYHA-klasse II-IV zijn niet vastgesteld. Overweeg vóór de (her)behandeling de hartfunctie te evalueren; vóór de behandeling zonodig de hartfunctie optimaliseren en hypertensie, hypokaliëmie en vochtretentie corrigeren. Tijdens de behandeling deze onder controle houden: in de eerste 3 maanden veertiendaags en daarna maandelijks. Hypokaliëmie is tevens een risicofactor voor QT-verlenging. Staak de behandeling als de hartfunctie klinisch significant afneemt.

Controleer vóór en tijdens de (her)behandeling (in de eerste 3 maanden veertiendaags en daarna maandelijks) de serumaminotransferasen en wanneer geïndiceerd. Bij optreden van levertoxiciteit (ALAT of ASAT > 5× ULN) de behandeling onderbreken tot herstel en eventueel de behandeling hervatten met een lagere dosis. Bij optreden van ernstige levertoxiciteit (ALAT of ASAT > 20× ULN) de behandeling definitief staken. Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik bij matige tot ernstige leverinsufficiëntie. Wees zeer voorzichtig bij matige leverinsufficiëntie en volg de patiënt nauwgezet tijdens de therapie. Gebruik bij ernstige leverinsufficiëntie is gecontra-indiceerd.

Abirateron kan aanleiding geven tot myopathie en rabdomyolyse; adviseer iedere patiënt om bij onverklaarde spierpijn, -gevoeligheid of -zwakte onmiddellijk een arts te waarschuwen. Een bestaande verlaagde botdichtheid kan door predni(sol)on toenemen door de behandeling.

Bij seksueel verkeer met een vruchtbare vrouw moet een condoom worden gebruikt naast een andere effectieve anticonceptiemethode, omdat onbekend is of (metabolieten van) abirateron in sperma aanwezig zijn.

Let op: spironolacton verhoogt mogelijk de prostaatspecifiek antigeen (PSA)-niveau's.

Eigenschappen

CYP17-remmer. Remt selectief het enzym CYP17 dat in de testes, bijnieren en prostaattumoren nodig is voor de synthese van androgenen, zoals testosteron. De celgroei van het prostaatcarcinoom is afhankelijk van androgenen. Behandeling met luteïniserend hormoon 'releasing'-hormoon (LHRH)-agonisten of met orchidectomie verlaagt de androgeenproductie in de testes, maar niet in de bijnieren of de tumor. Toevoeging van abirateron resulteert in een serumtestosteronwaarde onder het detecteerbare niveau. Remming van CYP17 leidt ook tot verhoogde productie van mineralocorticoïden door de bijnieren.

Kinetische gegevens

OverigAbirateronacetaat wordt na inname door hydrolasen snel omgezet in het werkzame abirateron.
OverigAbirateron:
Fbij inname met voedsel verhoogd met een factor 10–17 en zeer variabel. Bij matig gestoorde leverfunctie verhoogd tot 260%.
T maxca. 2 uur.
V dca. 80,4 l/kg.
Eiwitbinding99,8%
Metaboliseringvoornamelijk in de lever via verschillende routes.
Eliminatiemet de feces 88% en met de urine 5%.
T 1/2ca. 15 uur, bij milde tot matige gestoorde leverfunctie 18–19 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

abirateron hoort bij de groep anti-androgenen.

abirateron vergelijken met een ander geneesmiddel

Zie ook