budesonide (bij allergische rinitis)

Samenstelling

Budesonide nevel Neusspray Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
50 microg/dosis
Verpakkingsvorm
200 doses
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
100 microg/dosis
Verpakkingsvorm
200 doses

Rhinocort AstraZeneca bv

Toedieningsvorm
Nasaal inhalatiepoeder 'Turbuhaler'
Sterkte
100 microg/dosis
Verpakkingsvorm
200 doses
Toedieningsvorm
Neusspray
Sterkte
64 microg/dosis
Verpakkingsvorm
120 doses

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

budesonide (bij allergische rinitis) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Vermijd bij allergische rinitis zoveel mogelijk de prikkels die klachten veroorzaken. Bij gebruik van geneesmiddelen is bij incidentele klachten een niet-sederend antihistaminicum (oraal of nasaal) eerste keus vanwege de snelle werking. Bij intermitterende en milde klachten kan een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal) of een nasaal corticosteroïd worden gebruikt. Bij een verstopte neus en bij persisterende en matig ernstige tot ernstige klachten gaat de voorkeur uit naar een nasaal corticosteroïd dat bij onvoldoende effect kan worden gecombineerd met een antihistaminicum (oraal niet-sederend of nasaal). Faalt ook de combinatietherapie en zijn de klachten ernstig, dan kan een allergeen-specifieke, subcutane immunotherapie in aanmerking komen, na zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen samen met de patiënt.

Bij vasomotorische of idiopathische rinitis kan volgens de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018) een corticosteroïdneusspray worden overwogen indien behandeling met azelastineneusspray gedurende 8 weken geen effect heeft.

Offlabel: Bij andere vormen van niet-allergische rinitis kan volgens de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018) een corticosteroïdneusspray worden overwogen bij: rinitis als gevolg van frequent en langdurig gebruik van decongestiva en meerdere vergeefse pogingen om te stoppen en bij obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie.

Offlabel: volgens de KNO-richtlijn Chronische rinosinusitis en neuspoliep (2009) behoren lokale corticosteroïden tot de eerstelijnsbehandeling bij patiënten met chronische rinosinusitis met of zonder neuspoliepen. Volgens de NHG-Standaard Acute rinosinusitis (2014) kan bij onveranderde klachten die langer dan 14 dagen aanhouden of bij frequente recidieven (> 3–4 episoden per jaar) een corticosteroïd neusspray worden voorgeschreven om de duur of de ernst van de klachten te bekorten.

Alle intranasale corticosteroïden kunnen als gelijkwaardig worden beschouwd; let bij het voorschrijven op de kosten.

Indicaties

  • Seizoensgebonden en niet-seizoensgebonden allergische rinitis;
  • Vasomotorische rinitis (idiopathische rinitis);
  • Milde en matig-ernstige neuspoliepen;
  • Offlabel:

    • Rinitis als gevolg van frequent en langdurig gebruik van decongestiva en meerdere vergeefse pogingen om te stoppen;
    • Obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie;
    • Acute rinosinusitis met klachten die niet verbeteren na 14 dagen of frequente recidieven (> 3–4 episoden per jaar).

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Allergische rinitis en/of vasomotorische (idiopathische) rinitis:

Volwassenen:

Neusspray 50 en 100 microg/dosis: starten met 200 microg (2 verstuivingen van 100 of 4 verstuivingen van 50) in ieder neusgat 1×/dag 's morgens. Na bereiken van het gewenste klinisch effect verlagen tot de minimaal effectieve dosering.

'Turbuhaler': starten met 200 microg (2 verstuivingen) in ieder neusgat 1×/dag 's morgens. Na bereiken van het gewenste klinisch effect verlagen tot de minimaal effectieve dosering.

Volwassenen en kinderen ≥ 6 jaar:

Neusspray 64 microg/dosis: starten met 128 microg (2 verstuivingen van 64) in ieder neusgat 1×/dag 's morgens. Na bereiken van het gewenste klinisch effect verlagen tot de minimaal effectieve dosering.

Milde en matig-ernstige neuspoliepen:

Volwassenen:

Neusspray 64 microg/dosis: 64 microg (1 verstuiving) in ieder neusgat 2×/dag.

'Turbuhaler': 100 microg (1 verstuiving) in ieder neusgat 2×/dag.

Offlabel: Rinitis door decongestiva, obstructieklachten als gevolg van conchahypertrofie:

Volwassenen en kinderen ≥ 6 jaar:

Volgens de NHG-Standaard Allergische en niet-allergische rinitis (2018): neusspray 50 en 100 microg/dosis: 100–200 microg in ieder neusgat 1×/dag. Onderhoudsbehandeling verlagen tot minimaal effectieve dosering.

Behandeling bij rinitis door decongestiva na enkele weken evalueren en proberen het gebruik af te bouwen.

Offlabel: Acute rinosinusitis met onveranderde klachten > 14 dagen of frequente recidieven:

Volwassenen:

Volgens de NHG-Standaard Acute rinosinusitis (2014): neusspray 100 microg/dosis: 100 microg (1 verstuiving) in ieder neusgat 2×/dag. Effect beoordelen na 4 (max. 6) weken. De behandeling continueren tot 1 week na het verdwijnen van de klachten. Indien 4 weken na starten van de medicatie resultaat uitblijft, de diagnose heroverwegen of verwijzen. Bij frequente recidieven beoordelen of het gebruik van de neusspray de duur van de episode verkort. In dat geval bij een volgend recidief direct weer starten met de budesonide neusspray.

Bij de behandeling van seizoensgebonden allergische rinitis duur van de behandeling beperken tot de periode waarin blootstelling aan allergenen plaatsvindt.

Vóór gebruik neus snuiten. Tijdens de verstuiving van het neusseptum àf sprayen en goed opsnuiven (zie ook de rubriek Bijwerkingen).

Vóór gebruik de neusspray goed schudden.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): irritatie van de neus, bloederige afscheiding uit de neus.

Soms (0,1-1%): droge neus, niesaanvallen. Directe en vertraagde overgevoeligheidsreacties (urticaria, huiduitslag, dermatitis, pruritus, angio-oedeem). Spierkramp.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie. Systemische corticosteroïd-effecten zoals bijnierschorssuppressie en groeivertraging. Ulceratie van het neusslijmvlies. Dysfonie.

Zeer zelden (< 0,01%): atrofie van het neusslijmvlies, neusseptumperforatie; het risico op neusseptum-perforatie kan worden verminderd door van het neusseptum af te sprayen. Geur- en smaakverandering, verlies reukvermogen. Candidiasis.

Verder zijn gemeld: wazig zien, cataract, glaucoom.

Interacties

Combinatie met CYP3A4-remmers, zoals ritonavir, cobicistat, ketoconazol en itraconazol, vermijden omdat dit de systemische blootstelling aan budesonide kan verhogen. Na gelijktijdig gebruik van ritonavir en fluticasonpropionaat neusspray zijn sterk verhoogde fluticasonspiegels en bijnierschorssuppressie of syndroom van Cushing gezien; daarom gelijktijdig gebruik van sterke CYP3A4-remmers met budesonide neusspray vermijden. Als vermijden niet mogelijk is, de tijd tussen de toedieningen zo lang mogelijk maken, eventueel de budesonide-dosering verlagen en controleren op systemische corticosteroïdbijwerkingen.

Zwangerschap

Teratogenese: Gegevens uit een groot aantal zwangerschappen duiden niet op schadelijke effecten op de zwangerschap of het kind.
Farmacologisch effect: Bij nasale toediening is de te verwachten systemische blootstelling minimaal.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Ja, in geringe mate.
Farmacologisch effect: Onwaarschijnlijk bij nasale toediening, vanwege minimale systemische blootstelling van budesonide bij de moeder en geringe overgang in de moedermelk.
Advies: Kan volgens voorschrift worden gebruikt.

Contra-indicaties

Er zijn van dit middel geen contra-indicaties bekend.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij onderhoudstherapie het neusslijmvlies regelmatig (ten minste eenmaal per jaar) controleren op het optreden van atrofie.

Wees voorzichtig bij latente of actieve tuberculeuze infecties (respiratoir), schimmel- of virale luchtweginfecties. Bij het optreden van luchtweginfecties het gebruik staken.

Om oogklachten als gevolg van de allergie te verlichten kan soms additionele behandeling nodig zijn.

Overschakelen van systemische naar nasale corticosteroïden: wees voorzichtig bij overschakelen van langdurige behandeling met systemische corticosteroïden naar nasaal budesonide; dit dient geleidelijk en onder zorgvuldige controle te geschieden vanwege de kans op bijnierschorsinsufficiëntie.

Systemische bijwerkingen en bijniersuppressie: bij vooral langdurig gebruik van hoge doseringen, bij leverfunctiestoornissen of bij patiënten die extra gevoelig zijn voor corticosteroïden kunnen systemische bijwerkingen (o.a. klinisch significante bijniersuppressie) optreden. Overweeg het gebruik van een additioneel oraal corticosteroïd gedurende perioden van stress of in geval van electieve chirurgie indien gedurende langere tijd hogere doses nasale corticosteroïden dan aanbevolen zijn gebruikt of bij patiënten die extra gevoelig zijn voor corticosteroïden.

Groeivertraging: geef als langdurig chronisch gebruik van nasale corticosteroïden bij kinderen noodzakelijk is, een zo laag mogelijke dosis. Groeivertraging bij kinderen is gemeld bij gebruik van therapeutische doseringen nasale corticosteroïden; controleer bij langdurig gebruik regelmatig de lengte, vooral bij gecombineerde inhalatietherapie voor astma. Bij groeiremming trachten de dosering te verminderen en verwijzen naar de kinderarts.

Bij verandering in het gezichtsvermogen en een voorgeschiedenis van toegenomen intra-oculaire druk, glaucoom en/of cataract is nauwkeurige controle aangewezen. Ook de zeldzame oogaandoening centrale sereuze chorioretinopathie (CSCR) is gemeld na gebruik van systemische en lokale corticosteroïden. Overweeg bij het optreden van visusstoornissen door te verwijzen naar een oogarts.

Onderzoeksgegevens: de veiligheid en werkzaamheid van de 'Turbuhaler' bij kinderen zijn niet vastgesteld.

Eigenschappen

Corticosteroïd met een lokaal ontstekingsremmende en anti-allergische werking op het neusslijmvlies. Werking: bij allergische rinitis kan effect al optreden op de tweede dag, dit is volledig na enkele dagen, in zeldzame gevallen na twee weken. Volgens de fabrikant van Rhinocort kan bij een droge of verstopte neus een neusspray worden overwogen, bij een loopneus een droog poeder (Turbuhaler).

Kinetische gegevens

F14% (neusspray 50/100 microg/dosis); 22% ('Turbuhaler'); 33% (neusspray 64 microg/dosis).
V d3 l/kg.
Eiwitbinding85–90%.
Metaboliseringin de lever door CYP3A4 tot inactieve metabolieten.
Eliminatievooral via de nieren.
T 1/22–3 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

budesonide (bij allergische rinitis) hoort bij de groep corticosteroïden, nasaal.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links