calcitonine

Samenstelling

Calcitonine (synthetisch zalmcalcitonine) Diverse fabrikanten

Toedieningsvorm
Injectie-/infusievloeistof
Sterkte
100 IE/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

calcitonine vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

De toepassing van calcitonine is aan gespecialiseerde artsen voorbehouden.

Indicaties

Ziekte van Paget, indien alternatieve behandelingen onvoldoende effectief zijn of niet geschikt zijn (bv. bij ernstige nierinsufficiëntie). Hypercalciëmie, ten gevolge van maligniteit. Preventie van acuut botverlies als gevolg van plotseling immobiel worden zoals bij recente osteoporotische fracturen.

Dosering

De behandelduur zo kort mogelijk houden en met de laagst mogelijke werkzame dosis, vanwege de samenhang tussen de toegenomen kans van maligniteiten en langdurig calcitoninegebruik.

Klap alles open Klap alles dicht

Ziekte van Paget:

Volwassenen:

s.c. of i.m 100 IE/dag, individueel aanpassen aan de behoefte van de patiënt. Echter, met een minimum doseringsschema van 50 IE 3×/w. is eveneens klinische en biochemische verbetering bereikt. De behandeling staken zodra de patiënt reageert en de klachten verdwenen zijn. Behandelduur max. 3 maanden, in uitzonderlijke omstandigheden (bv. bij een dreigende pathologische fractuur) eventueel max. 6 maanden. Periodieke herhaling van de behandeling kan worden overwogen. Het effect controleren via de markers van de botombouw: serum alkalinefosfatase, urinair hydroxyproline, deoxypyridinoline.

Hypercalciëmie:

Volwassenen:

s.c. of i.m. 100 IE elke 6–8 uur, evt. via i.v. injectie na voorafgaande rehydratie. Indien de reactie na 1–2 dagen onvoldoende is de dosering verhogen tot maximaal 400 IE elke 6–8 uur. In ernstige gevallen of noodsituaties: 10 IE/ kg lichaamsgewicht in 500 ml NaCl-opl. (9 g/l) als i.v. infusie in ten minste 6 uur. De dosering individueel aanpassen; vooral tijdens begin van de behandeling de klinische respons en laboratoriumwaarde (incl. serumcalcium) frequent controleren. Calcitonine kan adsorberen aan het plastic van infusiesets, waardoor de toegediende dosis mogelijk wordt verminderd.

Preventie van acuut botverlies:

Volwassenen:

s.c. of i.m. 100 IE 1×/dag óf 50 IE 2×/dag. Bij aanvang van (her)mobiliseren kan de dosering worden verlaagd tot 50 IE/dag. Aanbevolen behandelduur: 2 weken, max. 4 weken.

Bij misselijkheid of braken zo nodig de dosis verlagen en/of een anti-emeticum geven.

Toedienen voor het slapengaan en na het eten, om de kans op misselijkheid en braken te verminderen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid en braken (vooral in het begin van de behandeling), blozen in het gezicht en bovenlichaam 10–20 min na toediening; deze effecten zijn dosisafhankelijk en komen vaker voor na i.v. toediening.

Vaak (1-10%): maligniteit bij langdurige behandeling. Duizeligheid, hoofdpijn, smaakverandering. Diarree, buikpijn. Spierpijn, gewrichtspijn. Vermoeidheid.

Soms (0,1-1%): verminderde visus. Polyurie. Gegeneraliseerde huiduitslag, jeuk. Hypertensie. Griepachtige symptomen, oedeem (gezichts-, perifeer en gegeneraliseerd), reactie op de injectieplaats. Overgevoeligheid.

Zelden (0,01-0,1%): ontwikkeling van neutraliserende antilichamen, bij een klein percentage leidend tot een verminderde respons. Hypocalciëmie (m.n. bij hoge bot-remodellering, meestal asymptomatisch, optredend tussen 4 en 6 uur na toediening).

Zeer zelden (< 0,01%): ernstige allergie-achtige reacties zoals bronchospasmen, zwelling van tong en keel, anafylactische reactie.

Verder zijn gemeld: tremor, urticaria.

Interacties

Het effect van digoxine of calciumantagonisten kan worden beïnvloed (dosisaanpassing kan noodzakelijk zijn) omdat calcitonine de serumcalciumconcentratie tijdelijk kan verlagen. Combinatie met bisfosfonaten kan resulteren in additionele calciumverlagende effecten. Gelijktijdig gebruik van lithium kan leiden tot een daling van de lithiumspiegels.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in moedermelk: Ja, bij dieren, waarbij het de lactatie remt.
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

Hypocalciëmie.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij vermoede overgevoeligheid voorafgaande aan de behandeling een huidtest uitvoeren. Na langdurige behandeling kan down-regulering van de calcitoninereceptor zelden leiden tot een verminderde respons. Uit gerandomiseerde, gecontroleerde studies is bij langdurig gebruik van calcitonine (oraal of intranasaal) een toename van kanker variërend van 0,7–2,4% naar voren gekomen, alsmede een toegenomen sterfte daaraan. Met deze kanstoename ook rekening houden bij, met name langdurige, parenterale toediening van calcitonine, aangezien systemische blootstelling hierbij naar verwachting hoger is. Er is onvoldoende bewijs om het gebruik bij pediatrische osteoporose te ondersteunen.

Overdosering

Eenmalige doses (tot 10.000 IE) werden parenteraal toegediend zonder andere bijwerkingen dan misselijkheid, braken en exacerbatie van farmacologische effecten.

Eigenschappen

Synthetisch polypeptide hormoon, dat gelijk is aan calcitonine afkomstig van de zalm (zalmcalcitonine). Het remt de botresorptie door een direct effect op de osteoclasten. Vermindering van de botresorptie is aangetoond, op basis van vermindering van urinair hydroxyproline en deoxypyridinoline. Het calciumverlagend effect wordt veroorzaakt door een verminderde efflux van calcium uit het bot naar de extracellulaire vloeistof en door remming van de tubulaire terugresorptie van calcium. Bij de ziekte van Paget en bij acuut botverlies door plotseling optredend immobiel worden kan het de botombouw verminderen. 1 IE zalmcalcitonine = 0,167 microg zalmcalcitonine.

Kinetische gegevens

OverigF = ca. 66% (i.m.), 71% (s.c.).
T max1 uur (i.m.), ca. 23 min (s.c.).
Metaboliseringhoofdzakelijk en bijna volledig in de nieren tot inactieve metabolieten. De metabole klaring is veel lager bij terminaal nierfalen.
Eliminatiemet de urine als inactieve metabolieten, slechts 0,1% in onveranderde vorm.
T 1/2elca. 1 uur (i.m.), 1–1½ uur (s.c.).

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

calcitonine hoort bij de groep calciumregulerende middelen, overige.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links