cyclopentolaat

Samenstelling

Cyclogyl (hydrochloride) Alcon Nederland bv

Toedieningsvorm
Oogdruppels (1%)
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
15 ml

Conserveermiddel: benzalkoniumchloride. Bevat tevens: boorzuur.

Cyclopentolaat Minims (hydrochloride) XGVS Bausch & Lomb

Toedieningsvorm
Oogdruppels (0,5%)
Sterkte
5 mg/ml
Verpakkingsvorm
0,5 ml
Toedieningsvorm
Oogdruppels (1%)
Sterkte
10 mg/ml
Verpakkingsvorm
0,5 ml

Conserveermiddel: geen.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

cyclopentolaat vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Bij de behandeling van uveïtis anterior kunnen volgens de richtlijn Uveïtis (oogheelkunde.org, 2015, pdf 2,6 MB) naast corticosteroïd-oogdruppels, mydriatica worden ingezet om reeds aanwezige synechieën te trachten op te heffen (kortdurend gebruik) en/of synechiae posteriores te voorkómen en/of pijn te reduceren (gedurende langere tijd; H4, p. 45, 58). Volgens deze richtlijn een uveïtis bij kinderen met juveniele idiopathische artritis (JIA) in eerste instantie behandelen met lokale corticosteroïden en kortwerkende mydriatica zoals tropicamide 0,5% en fenylefrine 2,5% (H8, p. 117-125).

Indicaties

Diagnostisch:

  • als mydriaticum en/of cycloplegicum voor diagnostische doeleinden (bv. refractiemetingen).

Therapeutisch:

  • bij de behandeling van intra-oculaire ontstekingen ter voorkoming van synechieën bij iritis, iridocyclitis, keratitis en choroïditis.
  • in combinatie met miotica om adhesies tussen lens en iris, zoals die kunnen optreden bij ontstekingen van het voorste oogsegment te voorkomen of te behandelen.

Dosering

Kinderen tot ten minste 30 minuten na toediening controleren op tekenen van bijwerkingen.

Klap alles open Klap alles dicht

Als diagnosticum:

Volgens de fabrikant: Cyclogyl oogdruppels 10 mg/ml: Volwassenen en kinderen > 3 maanden: 30–60 minuten voorafgaand aan het onderzoek 1 druppel, indien nodig gevolgd door een tweede druppel na 5 min, om de gewenste cycloplegische en mydriatische effecten te verkrijgen (bv. bij donkere irissen).

Volgens de fabrikant: Cyclopentolaat Minim oogdruppels 10 mg/ml: Volwassenen: 30–60 minuten voorafgaand aan het onderzoek 1-2 druppels. Cyclopentolaat Minim oogdruppels 5 mg/ml: Kinderen > 6 jaar: 1-2 druppels.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: A terme neonaat tot 1 jaar: oogdruppels 5 mg/ml: 30–60 minuten voorafgaand aan het onderzoek 1 druppel, zo nodig herhalen na 5-10 minuten. Kinderen > 1 jaar: oogdruppels 10 mg/ml: 1 druppel, zo nodig herhalen na 5-10 minuten.

Als therapeuticum:

Volgens de fabrikant: Cyclogyl oogdruppels 10 mg/ml: Volwassenen: 1 druppel 1×/dag, en in geen geval vaker dan 2×/dag.

Volgens de fabrikant: Cyclopentolaat Minim oogdruppels 10 mg/ml: Volwassenen: 1-2 druppels iedere 6-8 uur. Cyclopentolaat Minim oogdruppels 5 mg/ml: Kinderen > 6 jaar: 1-2 druppels iedere 6-8 uur.

Volgens het Kinderformularium van het NKFK: Kinderen > 1 jaar: oogdruppels 5 mg/ml: 1 druppel 2×/dag.

Was na gebruik de handen en wangen, zeker bij kinderen, om te voorkomen dat de oogdruppels in contact komen met de mond.

Bij kinderen kan na gebruik van cyclopentolaat oogdruppels voedselintolerantie optreden; bij voorkeur niet laten eten tot 4 uur na het onderzoek.

Druk de traanbuis 1–3 minuten dicht tijdens en direct na toediening; dit voorkomt dat de oogdruppel afvloeit naar de neus- en keelholte wat systemische reacties tot gevolg kan hebben.

Bij gebruik van meerdere soorten oogpreparaten deze toedienen met een interval van ten minste vijf minuten. De oogdruppels die de minste irritatie geven als eerste en viskeuze druppels of oogzalven als laatste toedienen.

Minims bevatten geen conserveermiddel en zijn bestemd voor eenmalig gebruik.

Bijwerkingen

Lokaal: Zeer vaak (> 10% ): irritatie en branderig gevoel na indruppelen (voorbijgaand).

Vaak (1-10%): accommodatiestoornis, wazig zien, fotofobie.

Soms (0,1-1%): verhoogde intra-oculaire druk.

Zelden (0,1-0,01%): beschadiging aan cornea-epitheel, pijn in het oog.

Systemisch: Zelden (0,1–0,01%): tachycardie, overmatig blozen, hypertensie. Psychische en neurologische stoornissen (m.n. bij kinderen en bij hoge doseringen) zoals rusteloosheid, verwardheid, desoriëntatie, hallucinatie, psychotische reactie, convulsies, ataxie, agitatie, duizeligheid, geheugenverlies, spraakstoornis. Verminderde speekselproductie, verminderde maag-darmmotiliteit, obstipatie. Huiduitslag, urticaria.

Zeer zelden (< 0,01%): droge neus, verminderde bronchiale secretie. Verminderd zweten. Urineretentie.

Verder zijn gemeld: hoofdpijn, slaperigheid, retrograde amnesie. Epilepsie bij kinderen. Braken, misselijkheid. Necrotiserende colitis bij vroeggeborenen. Erytheem. Koorts, vermoeidheid. Voedselintolerantie bij kinderen.

Bij kinderen komen convulsies en acute psychose vaker voor. Vooral jonge kinderen en kinderen met het syndroom van Down, een spastische verlamming of hersenschade zijn bijzonder gevoelig voor stoornissen in het CZS en voor cardiopulmonale of gastro-intestinale bijwerkingen. Kinderen met een lichte huid en blauwe ogen kunnen een versterkte reactie en/of een verhoogde gevoeligheid voor bijwerkingen vertonen.

Interacties

De mydriatische werking van cyclopentolaat wordt opgeheven door parasympathicomimetica zoals carbachol of pilocarpine.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Parasympathicolytica (zoals cyclopentolaat) kunnen de hartfrequentie van de foetus beïnvloeden. Gezien de grote interindividuele variatie in systemische absorptie na lokale toediening zijn nadelige effecten bij de foetus niet uit te sluiten.
Advies: Gebruik ontraden.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend.
Farmacologisch effect: Parasympathicolytica (zoals cyclopentolaat) kunnen de hartfrequentie van de zuigeling beïnvloeden. Gezien de grote interindividuele variatie in systemische absorptie na lokale toediening zijn nadelige effecten bij de zuigeling niet geheel uit te sluiten.
Advies: Weeg het risico van het gebruik van dit geneesmiddel in combinatie met het geven van borstvoeding af. Om de systemische resorptie te beperken de traanbuis na het toedienen van de oogdruppel gedurende enkele minuten dichtdrukken.

Contra-indicaties

  • verhoogde intra-oculaire druk;
  • (vermoeden van) nauwe-kamerhoekglaucoom;
  • cardiovasculaire aandoeningen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Controleer voor aanvang van de therapie de intraoculaire druk, m.n. bij ouderen, om een glaucoomaanval te voorkomen. Heftige oogpijn kan wijzen op een acute verhoging van de intra-oculaire druk of op corneale beschadiging; bij het optreden van heftige oogpijn een oogarts raadplegen. Bij optreden van tachycardie of duizeligheid de toediening staken.

Wees voorzichtig, met name bij kinderen, als in het verleden een ernstige systemische reactie is opgetreden na toediening van atropine. Wees voorzichtig bij patiënten, met name kinderen, die blootgesteld zijn geweest aan een verhoogde omgevingstemperatuur of koortsig zijn vanwege de kans op hyperthermie. Wees voorzichtig, vanwege een verhoogde gevoeligheid voor bijwerkingen, bij cardiovasculaire aandoeningen, bij ouderen en bij kinderen. Vooral jonge kinderen en kinderen met het syndroom van Down, een spastische verlamming of hersenschade zijn bijzonder gevoelig voor stoornissen in het CZS en voor cardiopulmonale of gastro-intestinale bijwerkingen. Wees ook voorzichtig bij kinderen met epilepsie.

Cyclopentolaat-oogdruppels kunnen wazig zicht en overgevoeligheid voor licht veroorzaken. Adviseer niet aan het verkeer deel te nemen of anderszins gevaarlijke activiteiten te ondernemen totdat het zicht weer helder is. Indien overgevoeligheid voor licht optreedt, de ogen beschermen met een donkere bril.

Bij droge ogen of een beschadigde cornea is nauwlettend toezicht vereist, omdat het conserveermiddel benzalkoniumchloride bij langdurig gebruik keratitis punctata en/of toxische ulceratieve keratopathie kan veroorzaken. Benzalkoniumchloride kan tevens zachte contactlenzen doen verkleuren. Contactlenzen voor het indruppelen uitnemen en na 15 minuten weer indoen.

Overdosering

Na lokaal gebruik kan systemische toxiciteit optreden, met name bij kinderen. Bij (accidentele) orale inname kunnen ernstige vormen van toxiciteit optreden.

Symptomen
Bij lokale overdosering: rood worden en droogheid van de huid (bij kinderen kan huiduitslag voorkomen), wazig zicht, snelle en onregelmatige hartslag, hypertensie, verhoogde intra-oculaire druk, vasodilatatie, koorts, convulsies, hallucinaties, opzwellen van de buik bij kinderen, urineretentie, verminderde gastro-intestinale motiliteit en verlies aan neuromusculaire coördinatie. Bij accidentele orale inname: ernstige intoxicatie geeft depressie van het centraal zenuwstelsel, circulatiestoornissen, ademhalingsdepressie en coma.

Neem voor verdere informatie over een vergiftiging door cyclopentolaat contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Parasympathicolyticum; veroorzaakt mydriase en cycloplegie. Werking: snel, max. mydriase en cycloplegie na 30–60 min. Werkingsduur: mydriase en cycloplegie tot 24 uur (korter dan van atropine); mydriase kan bij sommigen enkele dagen aanhouden. De werkingsduur kan worden verkort naar 3–4 uur door het indruppelen van 1–2 druppels pilocarpine 1% of 2%.

Kinetische gegevens

ResorptieGrote inter–individuele variatie in snelheid en mate van absorptie vanuit de oogdruppel.
T maxca. 15 min.
T 1/2elca. 2 uur.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

cyclopentolaat hoort bij de groep parasympathicolytica, oculair.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Externe links