golimumab

Samenstelling

Simponi XGVS Merck Sharp & Dohme bv

Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
voorgevulde pen 0,5 ml, voorgevulde pen 1 ml
Toedieningsvorm
Injectievloeistof
Sterkte
100 mg/ml
Verpakkingsvorm
wegwerpspuit 0,5 ml

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

golimumab vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Start een NSAID ter vermindering van pijn- en stijfheidsklachten en verwijs een patiënt met een vermoeden van reumatoïde artritis zo snel mogelijk naar de reumatoloog; snel starten met antirheumatica geeft veel gezondheidswinst en verbetert de prognose aanzienlijk. Behandel in de tweedelijnszorg direct volgens de ‘step-up’- of ‘step-down’-strategie, met methotrexaat in beide gevallen als basis. Intensieve monitoring is van belang zodat tijdige aanpassing van de strategie kan plaatsvinden. Voeg een conventionele DMARD (sulfasalazine, leflunomide) en evt. een glucocorticoïde toe of bouw deze middelen af. Schakel bij onvoldoende effect of intolerantie over op methotrexaat i.c.m. een biological DMARD (TNF-a-blokker, tocilizumab, abatacept, rituximab). Overweeg als laatste keus, bij refractaire reumatoïde artritis, methotrexaat i.c.m. een alternatieve conventionele DMARD, zoals ciclosporine, anakinra, azathioprine, cyclofosfamide of aurothiomalaat.

Bij de behandeling van colitis ulcerosa is de keuze van het geneesmiddel afhankelijk van de locatie, uitgebreidheid en ernst van de ontsteking, het verwachte beloop en de respons op eerdere medicatie. Corticosteroïden worden toegepast voor remissie-inductie en immunosuppressiva als onderhoudsbehandeling. Aminosalicylaten en TNF-α-blokkers kunnen in beide fasen van de behandeling worden gebruikt.

Adalimumab, golimumab en infliximab zijn vergelijkbaar effectief; persoonlijke ervaring, wijze van toediening, patiëntkarakteristieken en voorkeur van de patiënt zijn in de praktijk bepalend voor de keuze.

Indicaties

  • Reumatoïde artritis (RA) bij volwassenen in combinatie met methotrexaat (MTX):
    • matige tot ernstige actieve reumatoïde artritis (RA) die onvoldoende verbeterde op behandeling met DMARD's (waaronder methotrexaat);
    • ernstige, actieve en progressieve RA waarvoor niet eerder methotrexaat gegeven is.
  • Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis (pJIA) in combinatie met methotrexaat bij kinderen met een lichaamsgewicht van ten minste 40 kg, die onvoldoende reageerden op eerdere behandeling met methotrexaat.
  • Actieve en progressieve artritis psoriatica (PsA), alleen of gecombineerd met methotrexaat, bij volwassenen die onvoldoende reageren op eerdere behandeling met DMARD's.
  • Axiale spondylartritis bij volwassenen:
    • ernstige actieve spondylitis ankylopoetica (AS, ziekte van Bechterew) die onvoldoende verbeterde op de conventionele behandeling;
    • ernstige actieve niet-radiografische axiale spondylartritis (nr-axiale SpA) bij volwassenen met objectief aangetoonde tekenen van ontsteking, die onvoldoende verbeterde op NSAID's of waarbij NSAID's niet verdragen werden.
  • Matige tot ernstige colitis ulcerosa bij volwassenen met onvoldoende reactie op, contra-indicatie voor of niet verdragen van conventionele therapie met inbegrip van corticosteroïden en azathioprine of 6-mercaptopurine.

Gerelateerde informatie

Dosering

Klap alles open Klap alles dicht

Artritis psoriatica, reumatoïde artritis en spondylitis ankylopoetica of nr-axiale spondylartritis:

Volwassenen:

50 mg subcutaan 1× per maand; altijd op dezelfde dag van de maand toedienen. (Bij reumatoïde artritis combineren met methotrexaat.) Bij patiënten met een lichaamsgewicht > 100 kg bij onvoldoende respons na 3 à 4 doses een verhoging van de dosis overwegen naar 100 mg 1× per maand. Heroverweeg de behandeling als na 3 à 4 extra doses van 100 mg nog steeds geen therapeutisch effect optreedt.

Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis:

Kinderen met een lichaamsgewicht ≥ 40 kg:

50 mg subcutaan 1× per maand; altijd op dezelfde dag van de maand toedienen. Combineren met methotrexaat.

Colitis ulcerosa:

Volwassenen:

Lichaamsgewicht < 80 kg: startdosis 200 mg subcutaan, gevolgd door 100 mg op week 2. Bij voldoende respons 50 mg op week 6 en daarna 50 mg elke 4 weken. Bij onvoldoende respons overweeg voortzetting 100 mg op week 6 en daarna 100 mg elke 4 weken; lichaamsgewicht ≥ 80 kg: startdosis 200 mg subcutaan, gevolgd door 100 mg op week 2 en daarna 100 mg elke 4 weken. Corticosteroïden kunnen tijdens onderhoudsbehandeling worden afgebouwd volgens klinische richtlijnen.

Bij onvoldoende respons binnen 12–14 behandelweken (3 à 4 doses), het voortzetten van de behandeling heroverwegen.

Bij een gemiste dosis de volgende richtlijn aanhouden: wanneer < 2 weken na de geplande dosis, de vergeten dosis injecteren en het oorspronkelijke schema voor maandelijkse toediening blijven volgen; wanneer > 2 weken na de geplande dosis, de vergeten dosis injecteren en vanaf de dag van deze injectie een nieuw schema voor de maandelijkse toediening hanteren.

Als meerdere injecties nodig zijn deze op verschillende plekken toedienen.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): infecties van bovenste luchtwegen, zoals (naso)faryngitis, laryngitis, rinitis.

Vaak (1-10%): hypertensie. Bacteriële of virale infecties, onderste luchtweginfecties (zoals pneumonie), bronchitis, sinusitis, oppervlakkige schimmelinfecties, abces. Allergische reacties, huiduitslag, jeuk, alopecia, dermatitis. Astma en gerelateerde symptomen. Duizeligheid, hoofdpijn, depressie, slapeloosheid. Paresthesie. Dyspepsie, maag- en buikpijn, misselijkheid, ontstekingen van maag of darmen, stomatitis. Koorts, asthenie, reacties op de injectieplaats (vooral erytheem). Botbreuken. Anemie, leukopenie (waaronder neutropenie). Stijging van ALAT en ASAT.

Soms (0,1-1%): aritmie, ischemische coronaire aandoeningen, diepveneuze en aortische trombose, blozen. Interstitiële longziekte. Sepsis, septische shock. Neoplasmata (huidkanker, plaveiselcelcarcinoom, kwaadaardige moedervlek). Slapeloosheid. Evenwichtsstoornis. Problemen met zien, conjunctivitis, jeuk en irritatie aan het oog. Gastritis, reflux-oesofagitis, colitis, obstipatie. Cholelithiase, leveraandoeningen. Blaasaandoeningen, nierafwijkingen, pyelonefritis. (Verergering van) psoriasis, cutane vasculitis. Menstruatiestoornissen, borstaandoeningen. Bulleuze huidreacties, urticaria. Leukopenie, trombocytopenie, pancytopenie. Schildklieraandoeningen (hypo- en hyperthyreoïdie, struma), hyperglykemie, hyperlipidemie.

Zelden (0,01-0,1%): (verergering van) hartfalen, Raynaudfenomeen. Hepatitis B-reactivering, tuberculose, opportunistische infecties zoals invasieve schimmelinfecties, bacteriële artritis, infectieuze bursitis. Lymfoom, melanoom, Merkel-celcarcinoom, leukemie. Aplastische anemie, agranulocytose. Lupusachtig syndroom. Hematologische reacties. Ernstige systemische overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylactische reacties), exfoliatieve dermatitis, systemische vasculitis. Sarcoïdose. Verminderde wondgenezing. Smaakstoornis, demyelinisatie (centraal en perifeer).

Gemeld is: hepatosplenisch T-cellymfoom (waargenomen bij andere TNF-blokkers).

Interacties

Gelijktijdige toediening van TNF-α-blokkerende middelen met anakinra heeft een hogere incidentie van ernstige infecties en neutropenie en met abatacept een hogere frequentie van algemene en ernstige infecties. Gebruik van TNF-α-blokkerende middelen met anakinra, abatacept en andere biologische DMARD's (biologicals) wordt afgeraden.

Gelijktijdig gebruik van azathioprine of 6-mercaptopurine bij adolescenten en jonge mannen zorgvuldig afwegen vanwege een potentieel risico op hepatosplenisch T–cellymfoom.

Levend verzwakte vaccins niet tijdens behandeling met golimumab geven. Gebruik van levende vaccins bij zuigelingen die in utero zijn blootgesteld aan golimumab wordt niet aanbevolen gedurende 6 maanden na de laatste injectie bij de moeder tijdens de zwangerschap.

Therapeutische infectieuze agentia (zoals BCG-vaccin als blaasinstallatie) niet gelijktijdig toedienen.

Zwangerschap

Golimumab passeert de placenta.
Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren geen aanwijzingen voor schadelijkheid.
Farmacologisch effect: Op grond van de TNF-α blokkerende werking kan toediening de normale immuunreactie van het kind aantasten, waardoor deze kinderen gevoeliger zijn voor infecties. Na gebruik door de moeder is golimumab tot 6 maanden na de geboorte detecteerbaar in het bloed van de zuigeling.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.
Overig: Een vruchtbare vrouw dient adequate anticonceptieve maatregelen te nemen gedurende en tot ten minste 6 maanden na de laatste behandeling. Toediening van levende vaccins aan zuigelingen die in utero zijn blootgesteld aan golimumab wordt niet aanbevolen gedurende 6 maanden na de laatste injectie aan de moeder tijdens de zwangerschap.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend (bij de mens), ja (bij dieren). Het is bekend dat humane IgG immunoglobulinen in de moedermelk worden uitgescheiden.
Advies: Gebruik ontraden; geen borstvoeding geven tot minimaal 6 maanden na behandeling.

Contra-indicaties

  • actieve tuberculose of andere ernstige infecties als sepsis en opportunistische infecties;
  • matig of ernstig hartfalen (NYHA-klasse III/IV).

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij toediening bij chronische infecties of een voorgeschiedenis van terugkerende infecties is voorzichtigheid geboden. Voorafgaand, tijdens en tot 5 maanden na behandeling met golimumab zorgvuldig controleren op infecties (waaronder tuberculose). Vóór aanvang van de behandeling dient screening op tuberculose plaats te vinden met een thoraxfoto en een tuberculine huid– of bloedtest. Bij latente tuberculose profylactisch anti-tuberculosetherapie starten alvorens tot behandeling met golimumab over te gaan. Bij latente of actieve tuberculose in de voorgeschiedenis waarvan niet zeker is of deze adequaat is behandeld en ook bij de aanwezigheid van meerdere of significante risicofactoren voor tbc en een negatieve uitslag op de test voor latente tuberculose, profylactische anti-tuberculosetherapie overwegen. Verder: bij aanwezigheid of ontwikkeling van een ernstige infectie de behandeling staken.

Reactivering van hepatitis B (soms met dodelijke afloop) is opgetreden bij patiënten die chronische dragers van dit virus waren. Risicopatiënten screenen op hepatitis B voor aanvang van de behandeling. Bij reactivering van hepatitis B de behandeling staken; dragers van het virus die behandeling met golimumab nodig hebben tijdens de behandeling tot enkele maanden erna zorgvuldig monitoren op symptomen van actieve ziekte.

Endemische mycosen: bij patiënten die gewoond of gereisd hebben in gebieden die een groot risico van endemische mycosen (zoals histoplasmose, coccidioïdomycose of blastomycose) opleveren, de voor- en nadelen van behandeling met golimumab afwegen, alvorens de therapie te starten.

Maligniteiten: het is niet bekend welke invloed behandeling met TNF-blokkers kan hebben op de ontwikkeling van maligniteiten; meer kans op het ontwikkelen van lymfomen, leukemie en andere maligniteiten kan niet worden uitgesloten. Er zijn meldingen van melanomen en Merkel-celcarcinomen bij behandeling met een TNF–α-blokker; daarom wordt periodiek huidonderzoek aanbevolen, vooral bij risicopatiënten. Wees voorzichtig bij astma, COPD en zware rokers vanwege meer kans op maligniteiten (vooral van de longen en het hoofd-halsgebied). Het is niet bekend welke invloed behandeling met TNF-blokkers kan hebben op de ontwikkeling van colondysplasie of coloncarcinoom bij colitis ulcerosa; risicopatiënten vóór en tijdens de behandeling regelmatig screenen.

Bij symptomen van bloeddyscrasieën (aanhoudende koorts, blauwe plekken, bloedingen, bleekheid) de behandeling heroverwegen.

Wees voorzichtig bij mild hartfalen (NYHA-klasse I en II); bij uitbreiding of toename van de symptomen de toediening staken.

Demyelinisatie van het CZS: zoals bij andere TNF-α-blokkers kunnen nieuwe, of exacerbatie van klinische symptomen optreden en/of kunnen de op röntgenfoto's aantoonbare klachten van aandoeningen die gepaard gaan met demyelinisatie van het CZS optreden, zoals multipele sclerose en perifere demyeliniserende aandoeningen. Wees zeer voorzichtig bij bestaande demyeliniserende aandoeningen. Bij nieuw optreden of verergering van zo'n aandoening de behandeling staken.

Tijdens de behandeling kunnen zich auto-immuunantilichamen ontwikkelen. Bij optreden van een lupusachtig syndroom in combinatie met anti-DNA-antilichamen de behandeling staken.

Bij overstappen van een andere biological beducht zijn op bijwerkingen, waaronder infecties, door overlappende biologische activiteit.

Vaccinaties: Het wordt aanbevolen om, indien mogelijk, bij pediatrische patiënten alle vaccinaties bij te werken volgens de huidige richtlijnen alvorens de behandeling met golimumab te beginnen. Zie verder ook de rubriek Interacties.

Onderzoeksgegevens: de werkzaamheid en veiligheid bij de andere indicaties dan pJIA, zijn niet vastgesteld bij kinderen (< 18 j.). Er is geen doseringsadvies voor gebruik bij gestoorde lever- of nierfunctie.

Eigenschappen

Humaan monoklonaal IgG1κ -antilichaam met een hoge affiniteit voor zowel de oplosbare als transmembrane bioactieve vormen van humaan TNF-α. Door de vorming van stabiele complexen kan TNF-α zich niet meer binden aan de TNF-α-receptoren. Toediening leidt tot een significante vermindering van de serumconcentraties van interleukine (IL)-6, intracellulair adhesiemolecuul (ICAM)-1, matrixmetalloproteïnase-3 (MMP-3) en vasculair-endotheliale groeifactor (VEGF). Bij patiënten met progressieve artritis psoriatica (PsA) neemt de concentratie van IL-8 af.

Kinetische gegevens

Fca. 51%.
T maxs.c. 2–6 dagen.
V dca. 0,1–2 l/kg.
Overigsteady-state-dalconcentratie van golimumab is ca. 30% hoger wanneer toegepast in combinatie met methotrexaat.
T 1/2elca. 12 ± 3 dagen.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

golimumab hoort bij de groep TNF-alfa-blokkers.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links