iloprost (inhalatie)

Samenstelling

Ventavis (als trometamol) Bijlage 2 Bayer bv

Toedieningsvorm
Verneveloplossing
Sterkte
10 microg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml

Bevat tevens 0,75 mg/ml ethanol.

Toedieningsvorm
Verneveloplossing
Sterkte
20 microg/ml
Verpakkingsvorm
ampul 1 ml

Bevat tevens 1,50 mg/ml ethanol.

Uitleg symbolen

XGVS Dit geneesmiddel is niet opgenomen in het geneesmiddelen vergoedings systeem (GVS).
OTC 'Over the counter', dit geneesmiddel is een zelfzorgmiddel.
Bijlage 2 Aan de vergoeding van dit geneesmiddel zijn bepaalde voorwaarden verbonden, die zijn vermeld op bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering.
Aanvullende monitoring Dit geneesmiddel is onderworpen aan aanvullende monitoring. Extra aandacht wordt gevraagd voor onverwachte bijwerkingen. Meldt u dit via het meldformulier van het Lareb.

iloprost (inhalatie) vergelijken met een ander geneesmiddel.

Advies

Pulmonale hypertensie (PH) is een zeldzame, complexe aandoening die vraagt om een specialistische, multidisciplinaire behandeling. Het doel van de behandeling is verbetering van de kwaliteit van leven, remming van de ziekteprogressie en het voorkómen van een longtransplantatie. Vasodilatantia worden (vooral) ingezet bij pulmonale arteriële hypertensie (PAH, PH groep 1). Bij de keuze van het geneesmiddel spelen naast de ernst van de ziekte ook individuele patiëntgerichte factoren een rol. Combineren van middelen kan zinvol zijn.

Verneveld iloprost heeft uitsluitend een therapeutische meerwaarde bij patiënten met PAH NYHA klasse III die niet uitkomen met orale therapie en waarbij parenterale toediening van een prostacyclineanaloog als niet noodzakelijk wordt beschouwd of indien parenterale toediening niet mogelijk is vanwege bijwerkingen.

Aan de vergoeding van iloprost zijn voorwaarden verbonden, zie Regeling zorgverzekering, bijlage 2.

Indicaties

  • Primaire pulmonale hypertensie NYHA-klasse III bij volwassenen.

Gerelateerde informatie

Dosering

De vernevelvloeistof mag niet in aanraking komen met de huid en ogen; tijdens vernevelingssessies gebruik van een gezichtsmasker vermijden en alleen een mondstuk gebruiken.

Voor de toediening kunnen de volgende vernevelaars gebruikt worden: Breelib (zowel 10 microg/ml als 20 microg/ml) of I-Neb AAD (zowel 10 microg/ml als 20 microg/ml). De vernevelaars zijn niet onderling uitwisselbaar vanwege verschillen in het fysieke karakter en de afleversnelheid van de oplossing met de verschillende vernevelaars.

Klap alles open Klap alles dicht

Primaire pulmonale hypertensie:

Volwassenen:

Verneveloplossing 10 microg/ml: eerste inhalatie 2,5 microg, gevolgd door een tweede inhalatie van 5,0 microg. Bij slechte tolerantie van de 5,0 microg de dosis reduceren tot 2,5 microg. Onderhoudsdosering is 2,5–5 microg (afhankelijk van de individuele behoefte en tolerantie) 6–9× per dag. De inhalatietijd is afhankelijk van de gebruikte inhalator. Een schatting van de inhalatieduur: met de Breelib inhalator: 3 min, met I-Neb AAD: 3,2 min voor een dosering van 2,5 microg, 6,5 min. voor een dosering van 5 microg.

Bij een onderhoudsdosis van 5 microg per keer waarbij herhaaldelijk verlengde inhalatietijden optreden met als gevolg onvolledige inhalatie, kan de vernevelvloeistof van 20 microg/ml worden toegepast (eerste dosis onder medisch toezicht).

Overstap op een Breelib-vernevelaar: de eerste inhalatie moet uitgevoerd worden met verneveloplossing 10 microg/ml in een dosis van 2,5 microg, ook als de patiënt bij een ander type vernevelaar op 5 microg per keer stond ingesteld, dit in verband met verdraagbaarheid (van de snellere inhalatie met de Breelib).

Bij gestoorde lever- of nierfunctie (creatinineklaring ≤ 30 ml/min): Verneveloplossing 10 microg/ml: initieel 2,5 microg per keer met een toedieningsinterval van 3–4 uur; aanvankelijk max. 6 inhalaties per dag. Bij goede tolerantie het toedieningsinterval daarna voorzichtig verkorten. Indien na verloop van tijd gekozen wordt voor een dosis van 5,0 microg per keer dient dezelfde procedure te worden gevolgd ten aanzien van de lengte van het toedieningsinterval. Bij een creatinineklaring > 30 ml/min is er geen dosisaanpassing nodig.

Bijwerkingen

Zeer vaak (> 10%): vasodilatatie, overmatig blozen. Hoesten. Bloedingen (vooral epistaxis en hemoptoë, soms fatale cerebrale en intracraniële bloedingen). Hoofdpijn. Vervelend gevoel/pijn op de borst. Misselijkheid. Kaakpijn, trismus. Perifeer oedeem (vaak gerelateerd aan de ziekte).

Vaak (1-10%): duizeligheid, syncope (kan ook gerelateerd zijn aan de ziekte), (levensbedreigende) hypotensie. Tachycardie, hartkloppingen. Dyspneu, faryngolaryngeale pijn. Diarree, braken, pijn/irritatie van mond of tong. Huiduitslag.

Verder zijn gemeld: trombocytopenie. Overgevoeligheid. Bronchospasme, piepende ademhaling. Smaakstoornis.

Interacties

Gelijktijdig gebruik van anticoagulantia of van andere middelen die de trombocytenaggregatie remmen (zoals acetylsalicylzuur, NSAID's, clopidogrel, pentoxifylline, anagrelide, abciximab, eptifibatide, tirofiban, defibrotide) vergroot de kans op bloedingen.

Iloprost kan de hypotensieve werking van diuretica, antihypertensiva en andere vasodilaterende middelen (waaronder NO-donoren) versterken.

Zwangerschap

Teratogenese: Bij de mens, onvoldoende gegevens. Bij dieren schadelijk gebleken.
Farmacologisch effect: Bij ratten zijn bij continue intraveneuze toediening anomalieën van tenen van de voorpoten gezien. Deze effecten zijn waarschijnlijk gerelateerd aan groeiretardatie in de late organogenese als gevolg van hemodynamische veranderingen in de foetoplacentaire doorbloeding. Deze retardatie werd mogelijk in de postnatale ontwikkeling gecompenseerd.
Advies: Alleen op strikte indicatie gebruiken.

Lactatie

Overgang in de moedermelk: Onbekend (bij de mens). Ja (bij ratten, in zeer kleine hoeveelheden).
Advies: Het gebruik van dit geneesmiddel of het geven van borstvoeding ontraden.

Contra-indicaties

  • pulmonale arteriële hypertensie gerelateerd aan veno-occlusieve ziekte;
  • aangeboren of verworven hartklepdefecten met klinisch relevante hartfunctiestoornissen die niet zijn geassocieerd met pulmonale arteriële hypertensie;
  • ernstige coronaire hartziekte of instabiele angina pectoris;
  • myocardinfarct in de laatste zes maanden;
  • hartfalen indien niet onder strikte medische supervisie;
  • ernstige aritmie;
  • cerebrovasculaire accidenten (TIA, CVA) in de laatste drie maanden;
  • actieve gastro-intestinale ulcus, intracraniële bloeding, condities die gepaard gaan met bloedingen.

Waarschuwingen en voorzorgen

Gebruik wordt niet aanbevolen bij instabiele pulmonale hypertensie met een gevorderde vorm van rechter hartfalen. Bij achteruitgang van rechter hartfalen een andere therapie overwegen.

Voorzichtig bij acute pulmonale infecties, COPD of ernstig astma, een gestoorde leverfunctie en/of een gestoorde nierfunctie met noodzaak voor dialyse.

Vóór aanvang van de behandeling de bloeddruk controleren; bij een lage systemische bloeddruk, orthostatische hypotensie of combinatie met bloeddrukverlagende middelen iloprost met extra voorzichtigheid toepassen. Bij een systolische bloeddruk ≤ 85 mmHg de therapie staken of niet starten.

Indien syncope is opgetreden tijdens de behandeling, ongebruikelijke belasting zoals lichamelijke inspanning vermijden, eventueel inhaleren voorafgaand aan de lichamelijke inspanning en overwegen de therapie aan te passen.

De behandeling staken indien bij de therapie symptomen van longoedeem optreden mogelijk door een geassocieerde veno-occlusieve ziekte. Plotseling staken kan een rebound pulmonale arteriële hypertensie veroorzaken; eventueel een alternatieve behandeling overwegen bij ernstig zieke patiënten.

Pasgeborenen, kinderen < 1 jaar en zwangeren mogen niet blootgesteld worden aan iloprost-deeltjes die in de lucht zweven.

Er is geen ervaring met het gebruik bij kinderen en adolescenten (< 18 j.) en bij COPD en ernstig astma.

Overdosering

Symptomen
Vaak gerelateerd aan het vasodilaterende effect: duizeligheid, hoofdpijn, overmatig blozen, misselijkheid, kaakpijn, rugpijn. Verder: veranderingen in bloeddruk of hartfrequentie, braken, diarree en pijn in de ledematen.

Neem voor meer informatie over een vergiftiging met iloprost contact op met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.

Eigenschappen

Prostacycline analoog. Het oefent een direct vaatverwijdend effect uit op de pulmonale en systemische arteriële circulatie, remt de aggregatie van bloedplaatjes en heeft fibrinolytische eigenschappen. De remming van de trombocytenaggregatie berust op toename van cyclisch adenosinemonofosfaat in de trombocyt door activering van adenylaatcyclase.

Werkingsduur (vasodilaterend effect): 1–2 uur.

Kinetische gegevens

Resorptieaan het eind van een inhalatiesessie van 5 microg worden piekplasmaspiegels van 100–200 picog/ml waargenomen.
Overig Breelib-vernevelaar: de Cmax en AUC bij de vernevelvloeistof 20 microg/ml zijn ca. 77%, respectievelijk 42% hoger dan na inhalatie van dezelfde dosis van 10 microg/ml met de I-Neb AAD-vernevelaar. I-Neb AAD-vernevelaar: na inhalatie van de vernevelvloeistof 20 microg/ml is de Cmax ca. 30% hoger dan bij 10 microg/ml en de duur van een inhalatiesessie is bij 20 microg/ml korter.
V d0,6-0,8 l/kg.
Metaboliseringsnel, in de lever en lokaal, tot inactieve metabolieten. Hierbij speelt het CYP450-enzymsysteem alleen een kleine rol.
Eliminatievnl. met de urine, maar ook via de gal met de feces.
T 1/2el15–30 min.

Uitleg afkortingen

F biologische beschikbaarheid (fractie van de dosis die in de systemische circulatie verschijnt)
T max tijdsduur tot maximale bloedspiegel na toediening
V d verdelingsvolume (fictief volume waarin een geneesmiddel zich verdeelt over het lichaam)
T 1/2 plasmahalfwaardetijd (tijd die nodig is om een bepaalde plasmaconcentratie te halveren)
T 1/2el plasmahalfwaardetijd in de eliminatiefase, terminale halfwaardetijd

Groepsinformatie

iloprost (inhalatie) hoort bij de groep prostacycline-analoga.

Kosten

Kosten laden…

Zie ook

Geneesmiddelgroep

Indicaties

Externe links